TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
 Afrika Auteur : Arie Graus
Azië 
Australië E-mail adres : a.graus02@freeler.nl
Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://www.gironet.nl/home/arie02/nl.html
Zuid Amerika   
Wereldreizen Reisverhalen : Harare->Kaapstad         Kenya         Rondreis : Zimbabwe --> Zanzibar






 Kenya, Reisverhaal Arie Graus. TravelSource.nl
Deel 1
Naar verslag deel 2 Naar Info over Kenya

1e Dag,

leeuwen op de Masai MaraEindelijk is het dan zover, na veel lezen en het bezoeken van de voorlichtingsdag van de reisorganisatie DjoserDjoser uit Leiden vertrekken we vandaag dan eindelijk naar Kenya.
Voor we deze reis kunnen beginnen hebben we ons ook laten voorlichten over eventuele vaccinaties en dergelijke. We hebben dan ook al de nodige injecties gekregen en we zijn thuis al begonnen met het innemen van pillen tegen malaria. Je vraagt je af of de middelen onderhand niet slechter zijn dan de kwaal waartegen ze dienen, maar volgens de GG&GD kun je het risico niet nemen. Ook hebben we een visum aangevraagd bij de ambassade van Kenya in Nederland.
Na een heerlijke nachtrust en met de nodige reiskadootjes, van de zeer meelevende familieleden, zijn we om 10.30 vertrokken richting Schiphol. Bij aankomst blijken we eerste van onze groep te zijn. Na een half uurtje wachten begint de rest van de groep binnen te druppelen en ook Inge, onze reisleidster, arriveert. We wisten al dat Inge onze reisleidster zou zijn omdat we haar een paar dagen eerder hadden ontmoet bij de voorlichtingsdagen van Djoser. Inge maakt met een ieder kennis en daarna passeren we de douane en gaat een ieder van de groep zijn eigen weg om de benodigde inkopen te doen. Om 14.10 uur vertrekken we met een Fokker 100 van Swissair richting Zürich, onze geplande tussenstop. Na een goede vlucht van ongeveer 5 kwartier arriveren we in Zürich en zien we tot onze grote verbazing al ons eerste "wild", er loopt namelijk een vos langs de landingsbaan. Eenmaal op de luchthaven begint het grote hangen, we hebben namelijk een wachttijd van 5 uur voordat we verder reizen. We maken alvast wat beter kennis met de groep, een zeer gemêleerd gezelschap van totaal 11 vrouwen en 5 mannen, en we oefenen al vast wat met de voornamen. Om 20.40 uur de lucht in richting Nairobi. Het toestel is een MD-100 en we concluderen tijdens de reis dat Swissair inderdaad een hele goede luchtvaartmaatschappij is met vliegtuigen met veel beenruimte en een verzorging die er wezen mag. Buiten is het inmiddels donker geworden en onze eerste reisdag zit er dan al weer op. We proberen maar wat te slapen al weten we uit ervaring dat het slapen in een vliegtuig niet meevalt.

2e Dag,

Na een rustige vlucht, door werkelijk een pikdonkere nacht, van ongeveer 8 uur landen we in de prachtige opkomende zon op Nairobi Airport. De faciliteiten op dit vliegveld vallen alleszins mee en de bagage komt zelfs vrij snel op de lopende band aangevoerd. De temperatuur is zeer aangenaam, ik schat zo'n 22 graden. Na zonder problemen de douane te zijn gepasseerd, ze kijken niet eens naar de visum en inentings bewijzen, gaan we buiten met onze bagage naar een gereedstaand busje. Het busje blijkt onze safari bus voor de komende drie weken te zijn en dat ziet er zeker niet slecht uit. Tijdens de rit van ongeveer een half uurtje naar ons hotel Suncourt Inn in het centrum van Nairobi zien we giraffen, nota bene vanaf een hele drukke weg . Hoe verder we richting de stad komen zien we steeds meer mensen langs de wegen lopen. Echt voor ons een vreemd gezicht, deze mensen zonder een "blik met wielen" om zich heen. We arriveren om ongeveer 08.00 uur in ons hotel. Inge begint met haar welkomstpraatje en waarschuwt ons voor de gevaren van de stad. We besluiten om maar eerst naar de bank te gaan om geld te wisselen. De eerste bank blijkt een probleem met de computer te hebben (waar kennen we dat toch van?) en kan ons geen geld leveren. Bij de tweede bank gaat het beter en maken we voor het eerste kennis met de Kenyase manieren van werken; langzaam, belangrijk doen, vaak tellen, stempels, stempels en nog eens stempels. Elke bank heeft buiten een man voor de deur zitten in een stoffig uniform en een gummi knuppel om ongewenste klanten buiten de deur te houden. De bewakers zien er verveeld en slaperig uit maar volgens Inge kunnen de banken toch echt niet zonder. Na ongeveer 3 kwartier hebben we dan eindelijk onze cheques voor Kenyaans geld gewisseld. Daarna zijn we met Robert, een van onze reisgenoten, lopend de stad ingegaan om de eerste indrukken op te doen. Wat natuurlijk opvalt is dat we blank zijn en de Kenyanen verbinden daar dus aan dat je een soort wandelende geldbuidel bent. We worden dan ook van alle kanten belaagd om vooral veel te kopen en Ria begint het al redelijk benauwd te krijgen. Na nog enkele minder leuke kennismakingen met Kenyanen gaan we zo snel mogelijk terug naar ons hotel om de gekochte kaarten te schrijven en te douchen. De douche blijkt niet veel meer water te leveren dan een lekkende kraan en van echt afspoelen is dan ook geen sprake. Na het douchen een uurtje gepit want dat reizen gaat ons blijkbaar toch niet in de "warme" kleren zitten. Om een uur of zes verzamelen we ons met de hele groep om eerst iets te gaan drinken en daarna te gaan eten. We hoeven dan ook niet alleen in donker over straat want dat schijnt nog gevaarlijker te zijn dan overdag. Het restaurantje is dichtbij en we besluiten allebei een vis-curry gerecht te proberen. Het was erg lekker en spotgoedkoop voor ons doen. Na het eten vertelt Inge dat we de volgende ochtend om 7.45 uur vertrekken richting Samburu National Park. Om 6.30 uur zal ze ons laten wekken. Om een uur of tien gaan we terug naar ons hotel en na nog een drankje in de iet wat donkerbruine bar van het hotel gaan we slapen. Wat zal de volgende dag ons brengen? We zijn benieuwd, maar we zijn al blij dat we Nairobi verlaten.

3e Dag,

Na een heerlijk Engels ontbijt rijdt onze safaribus om 7.45 uur voor en wordt de bagage in de bus geladen. Het wordt een behoorlijk lange rit en om 8.30 rijden we weg. De temperatuur begint al danig op te lopen richting dertig graden als we Nairobi verlaten en we richting Thika rijden. De wegen zijn hier nog goed berijdbaar en we vorderen redelijk snel. Langs de weg is het wel behoorlijk druk en we zien ook weer duizenden mensen lopend naar hun bestemming gaan. Onze eerste stop is in het plaatsje Karatina en daar worden we dadelijk overvallen door een groot aantal verkopers die weer van alles in de aanbieding hebben. Ook de schoolkinderen verzamelen zich rondom ons om pennen te bemachtigen.
Na een poosje slaan we van de "grote" weg af en gaan we ergens picknicken. De meereizende koks zijn al vooruit gereden en hebben alles al in gereedheid gebracht. Heerlijke salade, brood en ranja. Dit alles in een temperatuur van zo'n 40 graden. Tijdens het picknicken worden we van een afstandje gadegeslagen door een groepje kinderen. Ze durven niet dichterbij te komen en als ik naar ze toe loop rennen ze voor me weg. Als we weer vertrekken geven onze koks het resterende eten aan de kinderen die dit vol overgave aanpakken en opeten.
Na het eten rijden we verder over de steeds stiller wordende wegen die wel steeds slechter worden. Soms rijden we hele stukken aan de "verkeerde" zijde van de weg om putten te ontwijken. Via Nanyuki komen we aan in Isiolo. Dit blijkt echt het einde van de asfaltwegen, het wordt nu als het ware "wasbord rijden". De mensen achterin de bus krijgen volgens zeggen een spontane abortus van het hobbelen. We rijden door naar de ingang van het Samburu National Reserve en daar worden we volgens Kenyaans gebruik ingecheckt, veel stempels en langzaam. Tijdens het wachten gaan we uit de bus en zien we de prachtig gekleurde vogels en een aantal grondeekhoorns. Verderop kijkt een familie bavianen, vanuit de schaduw, toe. De eerste foto's worden geschoten. Het is inmiddels 16.30 uur en nog ongeveer vier kilometer naar de camp-site. Tijdens deze rit zien we olifanten, struisvogels, zebra's, dik-diks en nog heel veel andere soorten antilopen. De ohhs en de ahhhs zijn dan ook niet van de lucht en iedereen houdt de adem in als we een olifant op ongeveer vijf meter van de bus ontwaren. Hij toont geen interesse in ons en gaat lekker een bad nemen in de rivier. Ook zien we nog een kleine apesoort die bekend staat als "de aap met de blauwe ballen". We zien ook gelijk waarom deze zo wordt genoemd We slaan ons tentenkamp op aan de oever van de rivier de Ewaso Ng'iro. Hier krijgen we les "tent opzetten", het blijken zeer eenvoudige tentjes te zijn die binnen vijf minuten zijn opgezet. Inmiddels begint het al aardig donker te worden en is het eten klaar, champignonsoep en rijst met vis en fruitsalade. Een drie sterren menu dus en ook nog koffie na. Terwijl Inge ons het programma van morgen vertelt komt er plotseling uit het donker een genetkat en schrikken we ons een hoedje. Om 20.30 uur gaan we naar onze tent om te zien of we in slaap kunnen komen. Het geluid komt van alle kanten en we proberen of we kunnen onderscheiden welke dieren we horen. Het varieert van brulkikkers tot bavianen met burenruzie, olifanten en leeuwen.

4e Dag,

Om 05.00 uur begint de kok al weer met het rammelen van de pannen en zijn we allemaal wakker. Ondanks alle geluiden hebben we toch wel vast geslapen. Het ontbijt is weer Engels met toast, ei, thee en jam. Een stevig begin van de dag dus. Om 07.15 vertrekken we richting het dorp van een Samburu stam. We vertrekken zo vroeg omdat de meeste dieren, in verband met de hitte, vooral 's morgens actief zijn. De Samburu stam die wij bezoeken, er zijn er nog meer in de buurt, is er nog één die traditioneel leeft. Hun dagelijks voedsel bestaat uit een mengsel van bloed en melk van hun veestapel die bestaat uit koeien en geiten. We worden rondgeleid door iemand uit het dorp die in een lodge werkt elders in het park. Hij spreekt daarom redelijk Engels. Tijdens ons bezoek wordt een koe met een botte pijl in de halsslagader geschoten om te laten zien hoe men het bloed aftapt. Na het aftappen van ongeveer een halve liter bloed wordt de wond even dichtgeknepen en krijgt de koe weer de vrijheid zonder de indruk te wekken dat ze er veel last van heeft. De kinderen roeren met een stokje door het afgetapte bloed en likken het zo ontstane plasma van het stokje. Voor ons is deze aanblik om half tien in de ochtend geen prettige en menigeen van onze groep loopt dan ook snel een andere kant op om verder in het dorp rond te kijken. De gids vertelt verder hoe men in deze gemeenschap leeft en werkt. De jongens tussen de vijftien en dertig jaar worden beschouwd als krijgers en leven als zodanig gedurende deze jaren buiten het dorp. In deze periode moeten ze hun mannelijkheid bewijzen door onder andere het doden van een leeuw. Het is verder heel normaal dat de mannen meerdere vrouwen hebben en daardoor soms wel dertig kinderen hebben. De vrouw die de man bij terugkomst in het dorp het eerst een kopje geitemelk brengt daar zal hij nachts slapen en dat geeft hij aan door zijn speer voor haar hut te zetten zodat de anderen kunnen zien dat ze te laat zijn. Als er geen melk gebracht wordt heeft hij pech en slaapt hij buiten. Het is een schitterend volk en het is eigenlijk wel jammer dat wij hier zijn om hun te verstoren. Ze zullen hier zeker niet beter van worden.
Na het bezoek maken we een gamedrive terug richting campsite. We zien veel olifanten met jongen, zebra's, krokodillen en verschillende soorten antilopen. Eén van onze reisgenoten ziet plotseling een leeuw maar hij blijkt te enthousiast want als we dichterbij komen blijkt het een rotsblok te zijn. Verder zien we ook nog een aantal schitterende vogelsoorten. Bij aankomst in het kamp is de lunch gereed.
Het is nu ongeveer 14.00 uur en we hebben een tweetal uur vrij. Ria schrijft het verslag en verder slaapt bijna iedereen. Het plaatselijke "toilet" wordt door ons, en door de meeste anderen, maar niet gebruikt omdat het er te smerig is en bovendien stikdonker. We raken al aardig gewend om onze behoefte dan maar tussen de bomen en de bavianen te doen. Na de middagpauze maken we een gamedrive naar het aangrenzende Buffalo Springs National Reserve. Hier bevindt zich een natuurlijke bron die volgens zeggen is ontstaan doordat de Engelsen een bom in de strijd tegen de rebellen hier gedropt hebben. De bron is afgezet met een gemetselde muur en is een kleine twee meter diep. Het water is heerlijk koel en een ieder is blij om eens lekker te poedelen. We begonnen allemaal al een beetje te stinken en een kleurtje te krijgen van al dat stof.

Op de terugweg zien we een luipaard die een strategisch plekje heeft ingenomen. Hij trekt zich echter van de rest van de wereld geen zier aan en gaat zijn eigen gang al staan we er redelijk dicht bij. Een formidabel gezicht. In dit gebied niet zo veel luipaarden zijn en het is dus bijzonder dat we er één zien. Na aankomst in de campsite is het diner al klaar. 's Avonds zitten we lekker bij het kampvuur en praten nog wat na over wat we vandaag allemaal hebben gezien en ook wat het programma van morgen wordt. Om 22.30 uur vallen we weer als een blok in slaap in een kakefonie van geluiden.

5e Dag,

Het is vandaag zondag en we mogen dan ook uitslapen tot 05.30 uur! Het ontbijt bestaat uit pannekoeken. Ria is dan ook wel heel erg snel uit bed. Na het afbreken van de tent concludeert Ria dat zelfs de kleding die we nog niet hebben aangehad inmiddels onder de rode stof zit. We vertrekken om 07.00 uur. We rijden in zuidelijke richting naar Mount Kenya.
We rijden door een landschap wat een beetje Limburgs aandoet, groen en licht heuvelachtig. Bij Nanyuki passeren we officieel de evenaar en we stoppen om naar het trucje te kijken van het "draaiende water". Het water wordt eerst op de evenaar door de trechter gegoten en stroomt dan rustig zonder draaien naar beneden. Twintig meter naar het Noorden draait het water linksom en twintig meter naar het Zuiden rechtsom. Bewezen dus.
We slapen vannacht op een campsite bij een lodge op 2000 meter hoogte op Mount Kenya. We kamperen op een mooi groen grasveld en er is zelfs warm water van een houtgestookte boiler. Na aankomst lunchen we eerst weer met de gebruikelijke salade en brood met kaas en worst en papaja toe. Na het eten wil Ria haar wassen en ik moet daar mee helpen door water met een beker over haar hoofd te gooien. Maar wat maakt het uit, we hebben tenminste water. Het water kleurt helemaal rood van het stof. Inge organiseert een wandeling van circa vijf uur met een plaatselijke gids. Wij besluiten om niet mee te wandelen maar samen met nog een drietal mederereizigers om de tocht omhoog met een mountain bike te maken. Inge gaat samen met een gids te paard. Arie verliest na ongeveer een kilometer zijn achterwiel maar gelukkig is het defect weer snel verholpen. Een hele leuke en niet al te zware tocht die op sommige stukken aardig omhoog loopt. Na ongeveer een uurtje zijn we op de hoogte waar we een grot van de vrijheidsstrijders Mau-Mau gaan bezoeken. Deze grot werd gebruikt omdat de strijders hier konden vergaderen zonder dat de Engelsen hun hoorden, het geluid van een waterval overstemde hun. We staan eigenlijk al weer te trappelen om terug te gaan en dat is niet alleen omdat Arie zo graag fietst maar ook omdat we bij terugkomst in de campsite een koud biertje kunnen kopen. Onderweg fietsen we nog door de verse olifanten mest en Inge vertelt ook dat als we op waterbuffels stuiten we het beste in een boom kunnen klimmen. Maar dat alles maakt het alleen maar spannender. Terugfietsen gaat zeker zo gemakkelijk. Om 18.00 uur zijn we terug in het kamp en drinken we een lekker koud biertje in de tuin van de lodge.
We zitten op zo'n 2000 meter hoogte en het koelt hier dan ook aardig af. s'Avonds organiseert het personeel van de lodge een soort disco avond waarbij zij met elkaar een aantal Kenyase dansen laat zien en een acrobaat zijn kunstjes vertoont. Tijdens het dansen wordt Ria nog uitgenodigd om mee te doen en ze danst met een heuse Samburu krijger. Alleen de maat die hij volgt is niet de maat die Ria volgt maar ze is niet de enige die de slag niet te pakken kan krijgen. Koddig gezicht wel. Om elf uur gaan we plat en we slapen als een os. Dit is eigenlijk de eerste plek waar niet zoveel geluiden te horen zijn.

6e Dag,

We mogen slapen tot 06.30 en breken daarna eerst de tenten op voor het ontbijt. We verlaten nu Mount Kenya en rijden richting Lake Nakuru. Onderweg passeren we Thomson Falls. Dit is een waterval die ontdekt is door dezelfde Engelsman waarnaar de Thomson gazelle is vernoemd. In deze tijd van het jaar is het echter niet zo'n geweldige stroom maar het is toch wel een fraai gezicht. Tijdens deze stop worden we uitgenodigd in de vele stalletjes met souvenirs maar we hebben er nu echt genoeg van vol en kijken niet eens meer uit beleefdheid binnen. Terwijl we in het gras op de rest van de groep wachten raken we in gesprek met een Kenyaan die eerst tevergeefs iets probeert te verkopen maar later toch wel interesse toont voor hoe Nederland er uit ziet. Als we hem vertellen dat op dit moment alle waterwegen door de vorst zijn bevroren reageert hij verschrikt door te vragen hoeveel kinderen er dan al van de kou zijn gestorven. Hij heeft dus geen idee hoe het er in ons land uit ziet en dat we zelfs verwarming in de huizen hebben. Na een leuk gesprek van ongeveer een half uurtje gaan we weer verder en geloof het of niet we krijgen van hem een zeepstenen beeldje van een nijlpaard zonder dat we daar iets voor hoeven te betalen. Wel geeft hij zijn adres zodat we hem een foto kunnen sturen. We stoppen eerst nog even in het plaatsje Nakuru voordat we het park inrijden. Even shoppen in een soort supermarkt waar alleen maar import artikelen worden verkocht en daarna nog wat drinken. Daarna is het nog een klein stukje naar het park, de ingang ligt eigenlijk aan de rand van de stad tussen de huizen. Dit is ook het enige park wat bijna geheel omheind is om de bevolking te beschermen tegen het wild. In deze campsite is het een geweldig kabaal van de bavianen die elkaar achterna zitten. Een beetje bedreigend zelfs met die toch wel grote hoektanden. Ze pikken nog net niet het brood van je bord maar dat scheelt niet veel. Om drie uur vertrekken we voor een gamedrive door het park. Eerst rijden we naar het meer waar veel flamingo's moeten zijn. Bij aankomst bij het meer is dit echter niet het geval. Oorzaak is het feit dat ook dit meer vrij snel aan het verdrogen is. Er zijn nog wel een aantal flamingo's maar volgens Inge is dit slechts een schijntje van wat er vroeger was. Verder rijdend door het park zien we vooral grote groepen wortoks, een wilde zwijnen soort. Verderop ligt een dode wortok die inmiddels als voedsel dient voor een aantal maraboes en een aantal gieren die op hun beurt zitten te wachten. Ook zien we nog zebra's met jongen en giraffen. Als we een ander verlaten tentenkamp passeren zien we plots een leeuwin die op onderzoek is. De mensen van het tentenkamp zijn waarschijnlijk ook door het park aan het rijden om leeuwen te zien. Wie weet wat er op dit moment in ons tentenkamp aan de gang is. Het begon al een beetje donker te worden als Inge plots een neushoorn ziet! En inderdaad, op ongeveer 300 meter van de bus zien we een neushoorn met een jong. Op zich is dit best wel uniek omdat er steeds minder neushoorns op deze aardkloot rondlopen. Even later rijden we weer verder want na zonsondergang mag je eigenlijk niet meer rijden door het park om de dieren niet meer te storen. Onze chauffeur, zet er de vaart in maar stopt even later wel vrij abrupt. Hij pakt zijn verrekijker en heeft zowaar ook het mannetje van de neushoorn ontdekt. Hij rijdt er ondanks dat we al laat zijn nog helemaal naar toe om ons een mooie foto te laten maken. Nu moeten we echter full speed rijden omdat we inmiddels echt te laat zijn. Bij aankomst in het kamp blijken de bavianen toch wel nieuwsgierig te zijn geweest en hebben geprobeerd om in één van de tenten te komen. Een flinke scheur en een verdwenen sok zijn hiervan de stille getuigen. Valt nog mee dus. Inge vertelt tijdens het eten dat dit het kamp is waar ze avonds al eens verrast is door een leeuw en dat er daarom vannacht een kampvuur blijft branden. Leuk vooruitzicht dus. De bavianen hebben inmiddels hun activiteiten verplaatst van de grond naar de boomtoppen maar ruziën hier rustig en vooral luidruchtig verder.

7e Dag,

Opgestaan om 05.45 uur maar we waren om vier uur al een keer wakker geweest van de bavianen die waarschijnlijk vonden dat de leeuwen te dicht in hun buurt kwamen. Het vuur is ook uit dus wij zijn mijns inziens ook niet helemaal veilig geweest. Verder blijken er vannacht ongeveer 3 triljoen mieren te hebben ingebroken in de tent van Inge. Ze is daarop maar gevlucht om het vege lijf te redden. De chauffeurs spuiten in de ochtend een spuitbus leeg in haar tent om de beesten te verdrijven waarna de beesten uit haar spullen kunnen worden "geklopt". Ook anderen beginnen zo nu en dan spontaan te rennen of zich uit te kleden omdat ze worden aangevallen door een passerende colonne mieren. Afspoelen met water is de enige remedie. Ook de bus met de etensvoorraad is aangevallen en zit helemaal onder de mieren. Om zeven uur vertrekken we en rijden door het dorp Nakuru wat op dat moment ook aan het ontwaken is. Ook hier weer de duizenden lopende mensen langs de kant van de weg op weg naar wie weet waarnaar toe. We rijden vandaag richting Kapenguria waar we zullen overnachten op het terrein van een Engelse Lady die is achter gebleven na de onafhankelijkheid in 1963. Ze leeft echter nog geheel volgens de Engelse traditie, compleet met zwarte bedienden. Als we bij een supermarkt stoppen raad onze reisleidster aan om ook wat zoutjes en chips te kopen want als we over enkele dagen verder noordwaarts rijden hebben we dat extra zout wel nodig omdat het steeds warmer zal worden. Omdat we ook nog een school gaan bezoeken kopen we ook nog wat schriften en potloden om eventueel uit te delen.
Het landschap wat we passeren is schitterend en we zien veel hutten gemaakt van takken en klei. Jammer dat deze mensen het niet prettig vinden om gefotografeerd te worden maar dat moet je uiteraard respecteren. Als we bij de campsite aankomen staat de Engelse Lady ons al op te wachten, zo lijkt het. Het is inderdaad een statige dame die praat alsof ze een hete aardappel in de keel heeft maar verder wel heel aardig. Het is een mooi grasveld waar we onze tenten op mogen zetten en Inge vertelt ons dat we de toiletten wel door mogen trekken maar het papier in de emmertjes moeten doen omdat anders de boel verstopt. De douches zijn heerlijk en mooi schoon. Na de lunch gaan we de plaatselijke school bezoeken en daarna een wandeling maken met een gids. Inge heeft een soort fonds opgericht om de school met wat materialen te helpen. Ze heeft na haar vorige reis geld ingezameld en ook nog een sponsor gevonden en ze heeft nu voor een paar honderd gulden spullen bij zich die ze heeft gekocht in Nairobi. Als we aankomen bij de school blijkt dat ze een soort feest hebben georganiseerd om Inge te bedanken. We worden dan ook ontvangen door de hele school en een aantal meisjes zingt een liedje voor "Inge uit Hollanda" en voert hierbij een dansje op. Daarna worden we uitgenodigd door de directeur om allemaal het gastenboek van de school te tekenen. De rest van de kinderen, een paar honderd, zit inmiddels in de snikhete zon naar ons te gluren. Het programma blijkt minimaal vijf uur te duren maar Inge weet dit na onderhandelen in te korten tot "een paar uur". We laten het programma dan ook maar over ons heen komen. Nadat we het gastenboek hebben getekend worden we gedirigeerd naar een aantal stoelen die onder een afdak zijn geplaatst terwijl tegenover ons een paar honderd kinderen in de werkelijk snikhete zon zitten te wachten. De directeur stelt alle leerkrachten voor. Tijdens de toespraak van de directeur worden we voorzien van een drankje en een koekje. De kinderen die in de snikhete zon zitten krijgen niets en ik hoef denk ik niet uit te leggen hoe dat voelt. Niet echt leuk dus maar als je het zou weigeren beledig je hun waarschijnlijk ook.. We drinken het dan ook maar schoorvoetend op. Na de nodige sketches, liedjes, dansjes en toespraken oppert één van onze reisgenoten om ook met elkaar een liedje te zingen. We zingen dan ook "Lang zal ze leven en Hieperdepiep hoera". Iedereen van de groep kent dit liedje en de kinderen weten toch niet wat het betekent. Het liedje is een succes en vooral het hieperdepiep brengt veel gelach en navolging onder de kinderen teweeg. Een goeie keus dus. Tot slot van ons bezoek bezichtigen we het schoolmuseum wat vandaag ter ere van ons geopend. Ook hier weer een gastenboek en natuurlijk een verzoek om de school in de toekomst te steunen.
Na terugkomst bij de tenten beginnen zich donkere wolken af te tekenen en als we gaan eten is het gaan regenen. Gelukkig is er in de tuin een soort prieeltje waar we met z'n allen in kunnen zitten en het is best gezellig. In het prieeltje zitten nog drie andere mensen die ook aan het rondreizen zijn en ze vertellen dat ze uit Alaska komen. Voor hun is Kenya dus wel erg warm. Ze zijn ook al bij Lake Turkana geweest waar wij morgen naar toe gaan en vertellen dat het daar pas echt warm is. Er staat ons dus nog wat te wachten. 's Avonds nog een warm biertje en om een uur of tien plat. Het is inmiddels al weer droog.

8e Dag,

We moeten al om 05.45 uur opstaan en moeten onze tenten, in het stikdonker, nat inpakken wat bij sommige medereizigers op dit tijdstip niet in dank wordt afgenomen. Maar ja, niet klagen maar dragen. Na het ontbijt rijden we om kwart voor acht weg richting het snikhete Lake Turkana. Langs de lange rechte weg zien we veel mensen met pijl en boog en je vraagt je af wat deze mensen in deze woestijnachtige wildernis doen. We hebben een stop in het kleine plaatsje Lodwar waar maar een paar honderd toeristen per jaar komen. We worden dan ook van alle kanten aangestaard en bekeken. Het dorpje en de plaatselijke markt zijn nog behoorlijk zo als het vroeger ook al geweest moet zijn. Na getankt te hebben rijden we verder richting het meer en de omgeving wordt steeds kaler en droger. Na een uurtje komen we aan bij het meer waar een soort kraal is gebouwd van de palmbomen die hier groeien. De plaatselijke bevolking bewaakt deze kraal en verleent hand en span diensten zodat ze er ook nog wat aan verdienen. De kraal is speciaal gebouwd voor Djoser en wordt verder alleen maar gebruikt door een Franse reisorganisatie. We zullen als we terugkomen van het onbewoonde eiland hier nog een nacht vertoeven. De spullen die niet mee gaan naar het eiland blijven achter in de kraal. De rest van de spullen wordt na de lunch in de bus geladen en we vertrekken met de bus naar de oever van het meer. Er liggen een tweetal polyester boten ongeveer vijftig meter uit de kant. We moeten alle spullen gezamenlijk inladen voordat we onze reis naar Central Island kunnen beginnen. De tenten gaan ook mee en ook de keukenuitrusting. Na een uurtje varen komen we bij het eiland aan en Inge drukt op ons hart om zo min mogelijk in het water te komen omdat hier de grootste populatie krokodillen leeft van de hele wereld. We zien er af en toe één voorbij zwemmen. Althans we zien z'n ogen, de rest blijft gelukkig onder water. De temperatuur is inmiddels opgelopen boven de veertig graden en we zetten eerst onze tent op. Er zijn er ook die dit niet doen en vannacht op het strand slapen. Maar volgens Inge kan het hier flink waaien dus wij zetten toch onze tent maar op en verstevigen de bodem nog met een paar een flinke stenen. Ria en ik besluiten om al vast een kijkje te nemen in één van de drie kraters waaruit het eiland bestaat. Na een flinke klim bereiken we de rand van de krater en zien we het meer wat zich in deze krater gevormd heeft. Dit meer is soda houdend en er komen dan ook veel algen voor die weer worden gegeten door de enkele duizenden flamingo's die zich hier bevinden. We dalen nog een stuk af de krater in en naderen heel voorzichtig de flamingo's die vrij rustig blijven zitten. Mooie plaatjes gemaakt en alweer een behoorlijke indruk in onze gedachten achter gebleven. Na het eten nemen we voor de verandering maar weer een warm biertje en Eric, een voormalige loods, geeft ons les in sterrenkunde. Het blijkt zo te zijn dat je op deze plek op de aarde weer andere sterren ziet dan in Nederland. Nooit bij stil gestaan maar wel logisch. Ook de maan komt hier op een andere plek op. Allemaal zeer interessant en tegen 11 uur gaan we slapen. De bodem van onze tent lijkt wel voorzien van vloerverwarming zo heet is die.

9e Dag,

We slapen uit tot half zeven en als we opstaan is het al weer een graad of veertig schatten we. De voorspelde wind is vannacht uitgebleven en de tent is goed blijven staan. Na het ontbijt gaan we om een uur of negen op pad met een gids voor een drie uur durende wandeling langs de drie kraters van het eiland. Door de warmte en de behoorlijke klim zijn we al na een uur bijna door onze twee veldflessen van een liter heen. Op rantsoen dus. Eerst komen we langs de grootste krater die we gisteren ook al samen bezocht hebben en we zien nu meer flamingos dan gisteren. Omdat we met een groep zijn kunnen we er nu niet zo dicht bij komen. We klimmen nu weer omhoog en hebben van hieruit een prachtig uitzicht over het eiland en de plek waar de tenten staan. Als we verder lopen passeren we ook nog een aantal gaten in de bodem waar zwavel uit ontsnapt. Je kunt zien dat het zwavel is door de gele kristallen die om de gaten heen liggen. Het stinkt ook nog en de bodem is zo heet dat je het niet kan aanraken. Vervolgens bereiken we de tweede krater. De watersamenstelling hiervan is anders en hier komen geen algen voor en dus ook geen flamingos. Wel zien we een grote soort reiger die over het water zweeft. Aan deze krater grenst weer de derde en kleinste krater. Deze staat bekend als de kraamkamer van de krokodillen die rondom dit water hun eieren leggen waarna de kleine krokodillen in deze krater opgroeien voordat ze een klein stukje over land trekken naar het Turkana meer. Als we afdalen naar deze krater zien we een krokodil in het water liggen maar doordat hij grotendeels onder water ligt kun je niet goed zien hoe groot hij is. Het is inmiddels nog heter geworden en het rantsoen water slinkt al behoorlijk. Sommige van de groep hebben zelfs chips en dropjes meegenomen die behoorlijk aftrek vinden. Na ongeveer drie en een half uur zit de wandeling er op en dat is voor de meeste van de groep maar het beste ook want ze zijn echt aan het eind van hun Latijn. Het drankje wat we nemen bij aankomst hoor je dan ook sissen in onze keel. We gaan nu, ondanks de krokodillen, dan toch maar even in het water om onszelf met een afwasteiltje nat te gooien en een ander houdt dan de wacht om te zien of er geen kroko's komen. De enige schaduw die we hebben is van de boten die op het strand getrokken zijn en daar is het dan ook behoorlijk druk. Na de lunch beginnen we met het inpakken van de boten om de terugreis voor te bereiden. Als we aankomen bij de vaste wal mogen we nog wel even een uurtje poedelen omdat het water hier te ondiep is voor de krokodillen en ze hier niets te zoeken hebben. Vannacht slapen we in de kraal die Djoser samen met de plaatselijke bevolking heeft gebouwd. Ook hier is het weer snikheet en je begrijpt niet hoe hier mensen kunnen wonen, in deze hitte en zonder echt drinkwater. Na de tent opgezet te hebben kunnen we wel douchen onder een aantal vaten die gevuld zijn met het water uit het meer. Je wordt er niet echt schoon van maar het verkoelt wel enigszins. Inge waarschuwt ons dat hier wel schorpioenen voorkomen maar heeft er nog nooit één gezien. Gelukkig maar. 's Avonds voert de plaatselijke bevolking met een tiental dansers in het donker een aantal dansen op. Het hele dorp is uitgelopen om de "blanken" te gaan bekijken en we worden door de kinderen zelfs aan de armen en benen gevoeld om te zien of we niet wit zijn geschilderd. Na een goed uurtje zijn we de stofwolken die de dansers produceren zat en gaan we weer richting kraal. Het toilet is hier een aantal rieten matten met in de midden een gat in de grond. We gebruiken dan ook maar weer de natuur als toilet. Je weet maar nooit wat er allemaal achter die matten verscholen zit. Na een driedubbele check op schorpioenen gaan we om 22.30 naar onze tent met vloerverwarming.

10e Dag,

We staan om 06.00 uur op en ondanks de "verwarming" hebben we toch redelijk geslapen. Na het ontbijt met de toast, scrambled eggs en jam vertrekken we om 07.00 uur weer via de lange asfaltweg richting Cherangani Hills. We stoppen net als op de heenweg in Lodwar. Na een verfrissend drankje gaan we weer verder. Iedereen heeft deze weg al een keer gezien en het is net een clubreis van de bejaardensoos, iedereen slaapt of zit wel héél erg suf voor zich uit te kijken. Na een redelijk korte rit, waarschijnlijk hebben we de helft gemist, komen we in een klein plaatsje aan wat verder niet op de kaart staat. Er is een soort camping die gerund wordt door een Amerikaan die in de zeventiger jaren als vogelonderzoeker naar Kenya is gekomen en nooit meer is weggegaan. Hij doet nog steeds onderzoek en als bijverdienste runt hij de camping. Het is een schitterende plek aan de rivier. De toiletten zijn redelijk netjes en er zijn zelfs douches waar een dikke straal water uit komt! Op deze plaats schijnen varanen voor te komen en Arie snuffelt een beetje rond om te zien of hij ze kan fotograferen. Ze schijnen erg schuw te zijn en Arie zoekt dan ook tevergeefs. Even later arriveert de gids om ons mee te nemen voor een wandeling door de omringende bergen. Het is weer flink warm en we nemen dan ook maar weer de veldflessen mee. De gids is een klein mannetje die je een jaar of achttien schat. Als we aan de praat komen met hem vertelt hij dat hij achtentwintig is en zijn vrouw de derde baby verwacht. Zo zie je maar dat je deze mensen niet op leeftijd kunt schatten. Ook vertelt hij dat zijn vader twee vrouwen heeft en totaal negenentwintig kinderen. Hij zelf wil er een stuk of tien. De bevolking van Kenya wordt dan ook geschat op 27 miljoen maar het kunnen er ook twee keer zo veel zijn.
De helft van de groep is op de campsite gebleven om te luieren of zoiets. De wandeling voert ons eerst langs een rivier waar een tweetal goudzoekers bezig zijn met een schaal om het goud uit het water te filteren. Als we ze op de foto zetten gebaren ze dat ze dat niet willen. Volgens onze gids is dat omdat ze bang zijn dat er meer mensen die de foto's zien er komen om goud te zoeken. Zelf vinden ze voor ongeveer zestig cent per dag aan goud. Dat is voor ons niet veel maar voor hen wel. Na de rivier slaan we rechtsaf om tegen de berg op te klauteren. De tocht loopt niet langs paden maar dwars overal doorheen. Het is een heidens karwei om de gids maar een beetje te kunnen volgen terwijl hij op z'n slippertjes loopt en wij op bergschoenen. Inge had ons hier al voor gewaarschuwd en verteld dat "polle polle"in het Kenyaans rustig aandoen betekent. Dit moeten we dan ook zeer regelmatig roepen omdat de meeste van onze groep het tempo niet kunnen bijhouden. De weg die we volgen loopt volgens de gids langs de berg "waar God woont" en als dat zo is kan ik het ook nog begrijpen want het uitzicht is van een schoonheid die niet op papier te omschrijven is. De weg die we volgen wordt eigenlijk steeds slechter begaanbaar en er komen ook steeds meer bosjes met gevaarlijke stekels waar je flinke schrammen en gescheurde T-shirts aan over houdt. We maken de gids dan ook duidelijk dat we maar niet helemaal naar boven moeten gaan omdat we dan te lang onderweg zijn en we waarschijnlijk niet voor donker terug zijn. Hij vindt dat maar een beetje raar, maar neemt toch maar de kortere route. Het laatste stuk waar we doorheen lopen, na de afdaling die niet echt gemakkelijk was, is dichtbegroeid en de gids loopt af en toe een stukje vooruit omdat hij zeker wil weten dat we niet in een groepje gevaarlijke waterbuffels terechtkomen. Een prettig gevoel dus. Ook komen we allerlei mensen tegen die nou niet al te vriendelijk kijken en gewapend zijn met pijl en boog. Vorig jaar is in dit gebied nog zo iets als een stammenoorlog geweest en heeft het leger de zaak moeten sussen. Na het struikgewas doemt voor ons de rivier op en aangezien onze tenten aan de overzijde staan zullen we deze moeten oversteken. De gids weet zeker dat hier geen krokodillen zitten, dat stelt Ria al een beetje gerust. Na het douchen is het eten al weer klaar, we eten vandaag een soort maispap met een prut van iets ondefineerbaars en een soort andijvie. Het is een maaltijd die in Kenya veel gegeten wordt omdat hij niet veel kost en vult als een soort cement. Als het donker is wordt er een kampvuur ontstoken en drinken we met elkaar nog een biertje. De wandeling eist nu toch z'n tol en om 22.00 uur gaan we plat.


11e Dag,

We hebben vandaag een rustdag en het ontbijt is pas om negen uur. We blijven vandaag op deze plek en we hoeven dus niet te verplaatsen. Heerlijk zo'n dagje. Het ontbijt bestaat uit pannekoeken met jam en Ria werkt er een hele stapel naar binnen. Gisteravond nadat wij naar de tent zijn gegaan zijn er nog een aantal mensen bij het kampvuur blijven zitten en zijn in een discussie geraakt waarbij een ieder gelijk dacht te hebben en men steeds harder ging praten onder het genot van, na later bleek, een hele fles whisky. Deze discussie heeft zeker tot één uur geduurd en het is dus maar goed dat we mogen uitslapen want het kampvuur was toch wel aardig dichtbij. Helaas hebben we nog geen varaan op de foto kunnen zetten maar één van onze reisgenoten ziet er op een gegeven moment wel ééntje scharrelen in de bosjes maar als ik er een foto van wil maken is hij al lang en breed vertrokken. Helaas. Ria doet inmiddels de rest van de was en ik maak de fotocamera's schoon. Er blijkt zo ongeveer een kilo zand aan de binnenkant te zitten en het was dus zeker niet overbodig. Na nog een paar mooie foto's gemaakt te hebben vertrekken we na de lunch naar een klein dorpje waar normaal gesproken geen blanken komen en waar er een markt wordt gehouden waar de mensen van heinde en verre naar toe komen om hun waren te verkopen en om dingen te kopen. Inge vertelt ons dat we geen fototoestellen mogen meenemen omdat deze mensen absoluut niet op de foto willen. Ze denken namelijk dat je met de foto hun geest afneemt. De weg naar dit dorpje is niet zo lang maar wel verschrikkelijk slecht. We doen ruim anderhalf uur over twintig kilometer. De weg wordt zo mogelijk nog slechter en de temperatuur gaat weer door de veertig heen. Maar de lopende mensen, die van de markt af komen of er naar toe gaan, zullen er veel meer last van hebben want zij dragen vaak zware pakken op hun hoofd, kinderen op hun rug en dan ook nog een paar levende kippen in de hand. Wij mogen dus niet klagen. Als we aankomen op de markt en uit de bus stappen zijn we echt een bezienswaardigheid en zijn er flink wat kinderen die ons aanstaren en alle kanten oprennen omdat ze nog nooit een blanke hebben gezien. Dit is echt nog een plaats waar de mensen niet gewend zijn aan toeristen en als we iets willen kopen ons eerst aanstaren om te zien of we geen wezens van een andere planeet zijn. Ook spreken ze bijna geen Engels. Wel valt op dat men hier veel vriendelijker is en zeker niet opdringerig met verkopen van prullen. Als men echter ziet dat sommige van ons dingen als souvenir kopen die voor hun een normaal gebruiksvoorwerp zijn ruiken ze geld en proberen ze ons toch wel het een en ander te verkopen. We kopen een stuk of twintig kleine banaantjes voor dertig cent en geven er een aantal weg aan kinderen die ons op een afstandje volgen. Als er één een banaan durft aan te pakken en wij niet bijten durven ook de anderen dit te doen. Er is veel fruit en dergelijke te koop en verder zijn er slippers gemaakt van autobanden en zien we veel stapels kleren liggen die wij in Nederland inzamelen voor de Zak van Max. Nu weten we dus gelijk waar deze goederen blijven. We kopen ook nog een colaatje, dat kun je dus werkelijk overal krijgen, en betalen hiervoor zesendertig cent. Het goedkoopste van de hele reis. De drukte op de markt is enorm, het is net een soort mierennest. Als de tijd die we op de markt verstreken is verzamelen we ons op een plein waar de bus ons oppikt. We zullen dus even geduld moeten hebben en gaan met elkaar onder een boom in de schaduw zitten wachten. De dorpelingen vinden dit maar een vreemd gezicht en staan soms in groepjes naar ons te staren en de kinderen lopen lachend en wijzend op ons rondjes om ons heen. We zijn dus een soort kermisattractie. Ellis stelt voor om dan ook maar weer "Lang zal ze leven te zingen" maar dit maakt niet zo'n indruk als we gedacht hadden. De kinderen die al wat dichterbij durven te komen zien plotseling dat er bij sommige van ons wel hele rare kleuren in de mond voorkomen. Ze hebben dan ook nog nooit vullingen gezien en als ze dan bij sommige in de mond mogen kijken is de hilariteit groot om zoveel raars.
Als we terug rijden naar de campsite zijn we weer de vele honderden mensen met de door hun gekochte spullen lopen. Volgens Inge hebben de meeste nog wel een tocht van een paar uur voor de boeg. Net voor het donker zijn we weer terug en na het douchen is het diner klaar wat deze keer bestaat uit soep, spaghetti en fruitsalade toe. Na een paar pilsjes gaan we plat met de mededeling aan iedereen om maar niet meer in discussie te gaan in verband met burengerucht.

12e Dag,

Vandaag al weer om half vijf op. De stemming op deze tijd is net als vorige keer niet geweldig maar om zes uur is iedereen toch weer klaar om te vertrekken. We rijden vandaag naar Lake Baringo via de Kerio valley. Een mooie rit door een landschap wat een beetje Zwitsers aandoet. Redelijk groen en flinke bergen links en rechts van ons. Na deze mooie rit komen we om half twee aan bij Lake Baringo. Onderweg heeft Inge ons verteld dat de waterstand in het meer desastreus laag aan het worden is en de nijlpaarden worden door de plaatselijke bevolking al bijgevoerd omdat er niet genoeg gras meer is. De nijlpaarden eten zo'n zestig kilo gras. Dit gras wordt nu vanuit andere plekken aangevoerd om te zorgen dat ze overleven. De nijlpaarden zijn eigenlijk de enige reden dat de toeristen deze plek aandoen. Als de nijlpaarden er niet meer zijn zal ook deze bron van inkomsten weg zijn. De reden waardoor het waterpeil in het meer zakt is vooral gelegen in het feit dat de plaatselijke bevolking in 1992 massaal is overgestapt van de visvangst naar het houden van geiten. De visstand in het meer was zover gedaald dat de regering had besloten dat er voorlopig niet meer gevist mocht worden. Om toch inkomsten te hebben is de bevolking toen overgestapt op het houden van geiten. Deze geiten eten echter het hele gebied zo kaal dat de bodem als er al regen valt het water niet kan vast houden en de regen het bodemmateriaal meeneemt en dus het in het meer terecht komt wat dus langzaam dichtslibt. Ook is er de laatste jaren steeds minder regen gevallen waarschijnlijk door de verdere ontbossing in Kenya en de andere landen in Afrika. Een groot probleem dus wat mijns inziens een ramp is voor de plaatselijke bevolking.
Als we aankomen op de campsite is de lunch al gereed en na de lunch maken we een boottochtje maken over het meer. We worden verdeeld over een tweetal boten die bij elkaar worden gehouden door latjes en stukjes plaatmateriaal om ze waterdicht te maken. Door de lage waterstand kunnen de bootjes niet aan de kant komen en moeten we een stuk door de modder geduwd worden door de dorpelingen. Na een meter of vijftig is het water diep genoeg om de buitenboordmotor te gebruiken en begint onze tocht over het meer. Na een poosje zien we op een meter of tien van onze boot een groepje van tien nijlpaarden dobberen. Een imposant gezicht en als deze kolossen kwaad willen dan lopen ze even onder de boot door en zijn we er met z'n allen geweest. Een aantal mensen van de groep denkt waarschijnlijk dat ze in de dierentuin zijn en roepen dingen als "doe je bek is open anders kan ik geen goede foto van je maken". Barbaren zonder gevoel voor de natuur dus. In het meer komen verder nog een flink aantal krokodillen voor en als we een groepje naderen krijgen ze ruzie en al spetterend en verdwijnen ze onder water. Midden in het meer ligt een klein eilandje wat bewoont wordt door een stam die verwant is aan de Masai. We brengen een bezoek aan het eilandje en worden verwelkomd door bijna de gehele bevolking. Sommige kinderen houden in het begin enigszins bang afstand maar na verloop van tijd overwinnen ze toch hun angst. Op het eilandje is een klein winkeltje waar niet echt veel te koop is. Ria en Heleen besluiten om te zien of er iets te koop is om uit te delen aan de kinderen. Ze besluiten om een honderdtal losse kaakjes te kopen en met behulp van de dorpelingen worden deze zo eerlijk mogelijk verdeeld over de kinderen. Sommige proberen om voor een tweede keer in de rij te komen. Na het uitdelen van de koekjes worden we door de kinderen "mee gesleurd" om een kijkje te nemen in de plaatselijke school. Alle leden van de groep lopen inmiddels met aan iedere hand een kindje die niet makkelijk los laten omdat een ander dan snel hun plekje inneemt. De plaatselijke school ziet er net zo uit als de school die we al eerder bezochten. Er wordt zoveel mogelijk gedaan met een beperkte hoeveelheid leermiddelen. Maar ze gaan in ieder geval naar school. Na de gebruikelijke foto's en het afgeven van de vele verzoeken om de foto's op te sturen wandelen we weer terug richting bootjes. We hebben zo af en toe moeite om op de been te blijven op de paden en dan hebben wij nog onze wandelschoenen aan en alle kinderen lopen hier op blote voetjes maar hebben daar verder geen moeite mee. Als we terugvaren zijn de donkere wolken van de heenweg weer verdwenen en ook de wind is gaan liggen. Dit is vooral een opluchting voor Ria want die heeft in dit bootje menig schietgebedje gedaan om te voorkomen dat we verzuipen dan wel opgegeten door krokodillen. Gelukkig gaat het nu weer redelijk. Onderweg gooien de jongens die de bootjes besturen nog enkele stukken vis in het water die dan door visarenden wordt opgehaald. Een mooi gezicht om te zien hoe de vis uit het water wordt gehaald maar het is toch een beetje dierentuin gedoe wat hier niet thuishoort. Als de bootjes weer op de kant zijn geduwd kunnen we uitstappen en gaan we een drankje nuttigen in de plaatselijke kroeg. Er is hier elektriciteit dus dat betekent een lekker koel drankje. Hierna gaan we weer richting campsite waar we na een lekkere douche, waar we gezelschap hadden van een kikker, aan het diner kunnen. Vandaag eten we aardappelen met bonen en een visprutje en een salade. Inge heeft inmiddels vernomen dat er vanmiddag tijdens de lunch wat gemopperd is op de hoeveelheid eten die werd aangeboden en geeft diegene die daarop hebben gereageerd een veeg uit pan dat ze dat voortaan maar aan haar moeten melden en niet moeten gaan lopen schelden. De mensen die vanmiddag een redelijke grote mond hadden ontkennen nu en spelen mooi weer. Achterbaks dus. Maar Inge geeft goed aan dat ze er van baalt. Na het diner gaat Inge met een deel van de groep naar de plaatselijke bar maar wij besluiten om in de campsite te blijven en om daar wat te drinken en het verslag te schrijven. Om pakweg elf uur gaan we naar bed en hopen dat de nijlpaarden vannacht tussen de tenten doorlopen en niet er overheen.
Naar verslag deel 2 Naar Info over Kenya


HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp