TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
 Afrika Auteur : Eef en Geert
Azië 
Australië E-mail adres : eef.geert@hetnet.nl
Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://www.instantsites.nl/14/eefgeert
Zuid Amerika   
Wereldreizen Reisverhalen : Kenya & Tanzania   Marokko   Peru   Sri Lanka   Transsiberie Express 






 Reisverslag Marokko van Eef & Geert. TravelSource.nl

Marokko 2003

Zaterdag 26-7, Amsterdam - Casablanca

Het blijft vreemd om in het donker in een ander land aan te komen. Je hoort en ruikt een totaal andere cultuur om je heen, maar je ziet er maar weinig van. Eén ding is echter altijd hetzelfde: de nogal roekeloze rit in een krakkemikkige taxi door een onbekende stad. Het is even schrikken als de taxichauffeur ons afzet bij de aftands ogende jeugdherberg. Maar van binnen valt het reuze mee. Via een met mozaiek betegelde hal worden we naar ons kamertje gebracht. Klein, warm en erg gehorig want er zit geen plafond in. Maar het is goed genoeg; we willen immers maar één ding: slapen!

Zondag 27-7, Casablanca – Meknès

De poort naar de Ville Imperiale
Voor het eerst hebben we tijdens onze vakantie een auto gehuurd. Wat een luxe: nu eens niet in stinkende, te kleine bussen of benauwde treincoupés, maar heerlijk rustig met z’n tweeën in een auto. Mét airco! Het is in Casablanca even zoeken naar de weg naar Meknès. Ze zijn hier blijkbaar nogal spaarzaam met bewegwijzering. Maar als we hem eenmaal gevonden hebben schiet het behoorlijk op. Prima wegen hier! Ook in Meknès is de zoektocht naar het hotel een heel gedoe. En de weg vragen schiet ook niet op, zeker niet met mijn gebrekkige Frans. Toch lukt ook dit en al tegen de middag kunnen we de stad in.

Maandag 28-7, Meknès

We zijn al vroeg wakker: meteen op pad dan maar! Na een ontbijtje in de oude stad duiken we de medina in. De bedoeling is om een route uit de Lonely Planet te volgen, maar we raken onmiddellijk de weg kwijt in de nauwe steegjes met aan weerszijden piepkleine winkeltjes. Werkelijk alles is hier te koop. We dwalen door de overdekte quissaria (bazaars), de houtsnijders- en kruidensoek, de groente- en fruitsoek, nog meer bazaars met nog meer kleding- en prullariawinkeltjes, de tapijten en juwelensoek.

Overdekte etensmarkt in de medina
Ergens middenin de wirwar van straatjes moet een medersa liggen, een oude koranschool. Het lukt ons warempel om die te vinden, en hij is nog eens de moeite waard ook. De Merenidische architectuur is een knap staaltje houtsnijwerk in combinatie met steen, in een ragfijne structuur gebeeldhouwd, en natuurlijk de met mozaiek betegelde muren en vloeren. Om de prachtige, serene binnenplaats heen bevinden zich de piepkleine kamertjes van de vroegere leerlingen van de koranschool, een etage hoger sliepen de docenten en de oudere leerlingen. Iets verderop vinden we een rustig binnenplaatsje omgeven door enkele cafés en een klein restaurantje. Het met stokoude druivenranken overgroeide pleintje is een oase van rust in de gekte van de medina. En de tajine, de typische Marrokaanse stoofschotel, smaakt heerlijk. Na de lunch slenteren we nog even verder door de doolhof van steegjes. We lopen ook nog even door de overdekte levensmiddelenmarkt, maar houden het hier voor gezien bij de aanblik (en geur!) van hele koeienkoppen. Tijd voor een siësta; het is inmiddels wel erg warm geworden. Tegen de avond wandelen we nog even door de ville nouvelle (‘nieuwe’ wijk), pikken een terrasje (helaas, geen bier op het terras toegestaan) en eten Marrokkaanse couscous en brochettes. Heerlijk! Maar ook hier: geen bier.

Dinsdag 29-7, Meknès – Fès

Moulay Idriss
Al om een uur of acht checken we uit en gaan op weg naar Fès. Tijd zat dus om een omweggetje via Moulay Idriss te maken, een klein stadje zo’n 30 kilometer buiten Meknès. Het stadje, gelegen tussen de heuvels, herbergt het mausoleum van de oude sultan Moulay Idriss I, ooit de verdediger van het Marrokaanse rijk zoals dat nu nog bestaat. Voor veel Marokkanen is het mausoleum een belangrijk bedevaartsoord. In plaats van de verre tocht naar Mekka bezoeken ze zeven keer in hun leven Moulay Idriss. Een gids ons – ongevraagd - naar een mooi uitkijkpunt over het stadje. Zijn uitleg, in een langzaam en duidelijk Frans, is best aardig te volgen. Via nauwe steile straatjes, waarover muilezels hun zware vracht vervoeren, komen we bij het centrale plein waar we een cola drinken op een terras.

We rijden verder. Van een afstand zien we de Romeinse ruines van Volubilis. Romeinse ruines hebben we wel genoeg gezien, besluiten we; bovendien is het al erg warm geworden. Geen goed idee om hier uren in de brandende zon te lopen. Als we een uurtje later Fès binnenrijden, worden we bij het tankstation meteen aangeklampt door een man op een brommer. Hij zal ons wel naar het hotel leiden, en meteen even langs zijn broer: een officiële, duitssprekende gids. Oke dan… Misschien is dat wel een goed idee, want Fès is een behoorlijk hectische stad. Het eerste hotel zit vol. Het tweede niet. Dat is wel wat duurder, en het ligt nogal afgelegen, maar het is erg mooi. En het heeft kamers met airco, én een zwembad! Zelfs bij het zwembad is het veel te heet. Als we ’s avonds de ville nouvelle ingaan om een hapje te eten, is het nog helemaal niet afgekoeld. Wat een hitte! En ook een erg rare gewaarwording, ’s avonds, donker, maar nog steeds 40 graden. Dat belooft wat voor morgen; dan staat een rondleiding door de medina op het programma…

Woensdag 30-7, Fès

Toegangspoort tot Fès-el-Bali: de oude medina
De airco op onze kamer blaast weliswaar lucht, maar koud is die niet. Het was dan ook een lange, slapeloze en vooral warme nacht. Om negen uur zitten we dus al lang een breed klaar in de lobby, waar de gids ons komt ophalen voor een rondleiding door Fès-el-Bali, de oude medina. Het is net zo’n labyrinth van steegjes als in Meknès, maar toch met een heel ander karakter. Het zijn hier niet zozeer opeen gepakte kraampjes, maar echte kleine winkeltjes in eeuwenoude gebouwen. Binnen de muren van de medina bevinden zich zo’n 12 moskeeën, waarvan de grootste op vrijdag door 20.000 gelovigen bezocht wordt. De straatjes liggen tegen een heuvel; net als in Moulay Idriss wordt de bevoorrading van de winkels verzorgd door zwaar bepakte ezels.


De leerververijen van Fès
Erg bijzonder zijn de leerververijen. Een open plek tussen de gebouwen met niets dan grote lemen bakken, waarin mannen tot aan hun knieën in de gekleurde vloeistof staan om de leren lappen te verven. Tegen de stank kun je mintblaadjes krijgen om tegen je neus te houden, maar op zich valt het nogal mee. Het is wel ontzettend heet. Om een uur of twaalf houden we het dan ook voor gezien; na een pizzatje in de ville nouvelle gaan we een siësta houden op onze hotelkamer. Helaas werkt de airco nog steeds niet; 34 graden is toch echt te gek als je betaalt voor een kamer met airco. Als de klusjesman het ding ook niet kan maken, biedt de receptioniste ons een andere kamer aan. Ook daar werkt de airco niet, en in de volgende kamer ook niet… Uiteindelijk, na een paar uur in de koele lobby doorgebracht te hebben, vindt ze een kamer waar de airco wel werkt. Heerlijk!

Donderdag 31-7, Fès – Erg Chebbi

Het schip der woestijn
Fès naar Erfoud, onze volgende geplande stop, is zo’n 450 kilometer dwars door het Atlasgebergte. Geen idee hoe de wegen zullen zijn; vroeg vertrekken dus maar. Eenmaal buiten Fès begint de weg al gauw genoeg te stijgen. We rijden door enkele Frans ogende bergdorpjes. ’s Winters kan hier geskied worden; een ideale vakantiebestemming voor de rijkere inwoners van Fès. Een van de dorpjes herbergt zelfs een koninklijk paleis. Al wil dat niet echt veel zeggen; die staan er tientallen, verspreid over heel Marokko. De Atlas is een onherbergzaam en kaal gebergte. In de ochtend rijden we nog door met ceder-bomen beboste heuvels. Maar hoe verder we komen, hoe kaler het wordt: dorre hoogvlaktes met kale rotsen. Hier en daar zie je in dit onvruchtbare landschap toch nog een nomadentent staan. En waar je ook stopt, altijd komen er wel enkele jongetjes uit het niets aangerend. De wegen vallen 100% mee. Tegen de middag bereiken we dus al het plaatsje Midelt, halverwege naar Erfoud. Even iets eten en dan maar meteen door, want in dit stoffige, hete dorp valt verder niet veel te beleven. Het laatste gedeelte van de route leidt ook weer door rotsachtige bergen, maar nu met een vruchtbaar groen dal, bezaaid met palmbomen en kleine lemen dorpjes.

Zand, zand en nog eens zand
Om half 5 bereiken we Erfoud. Het is onze bedoeling om hier een hotel te vinden en dan morgenochtend vroeg een excursie naar Erg Chebbi, de Sahara-zandduinen te maken. Op weg van ht ene (te dure) hotel naar een ander worden we aangehouden door een man. Hij blijkt een gids te zijn, en stelt ons voor om nu al naar Erg Chebbi te rijden, met kamelen de woestijn in te gaan en daar ergens te overnachten. De kosten vallen mee; best een goed plan dus. Aangezien we een heel eind over een ongeasfalteerd pad moeten rijden, gaat hij achter het stuur zitten: hij weet immers de weg. Dwars door de grindwoestijn rijden we naar Erg Chebbi. De hoge, roodachtig oplichtende zandduinen zijn al van ver te zien. Aan de voet van de duinen ligt een herberg, waar we onze auto parkeren. Van daaruit gaan we per dromedaris verder. Al gauw zien we om ons heen alleen nog maar de enorme zandduinen. Erg Chebbi is Marokko’s enige echte Sahara “erg”: een enorme, zich verplaatsende massa zand, in hoge duinen opgestuwd. De Sahara zoals je je die voorstelt. Ontzettend mooi. Na een dik uur hobbelen bereiken we een oase waar ons kamp voor de nacht is. Een grote groep toeristen is ons al voor; ze zitten bovenop een duin de zonsondergang af te wachten. Helaas; even voordat de zon achter de duinen moet verdwijnen, schuift er een grote wolk voor… Na het eten leggen we onze slaapmatjes even buiten het kamp neer. Het is nog erg warm, en hier waait het tenminste een klein beetje. Maar diezelfde wind wordt ’s nachts knap vervelend. Bij elke vlaag worden we gezandstraald door miljoenen zandkorreltjes... We gaan toch maar in de tent liggen, al is dat eigenlijk te laat; het zand zit overal.

Vrijdag 1-8, Erg Chebbi - Todra Gorges

Berber in de Todra-kloof
Om 5 uur worden we gewekt om de zonsopgang boven de zandduinen te kunnen zien. Helaas wordt ook nu het zicht op de zon gehinderd door bewolking, maar iets kunnen we er toch wel van zien. De kamelenjongen komt ons dan ophalen; blijkbaar duurt het hem te lang. Tijd voor de terugtocht. Vanuit de herberg brengt de gids ons terug naar Erfoud, vanwaar wij meteen doorrijden, weer richting de Atlas. Het gebied waar we doorheen rijden is – hoe kan het ook anders – dor, droog en stoffig. Zelfs de palmbomen die hier en daar groeien zijn grijs van het stof. Pas tegen de Atlas aan zie je weer de groene valleien die we gisteren ook passeerden. We rijden de Todra Gorge in: een door de rivier de Todra uitgesleten kloof. In het begin is de kloof nog erg wijd, maar hoe verder we komen, hoe nauwer hij wordt. Bij het hotel waar we stoppen rijzen de schrale rotsen op zo’n 10 meter van elkaar loodrecht omhoog. Een wonder dat dat ooit door het – nu droogstaande – riviertje is bewerkstelligd! We vermaken ons de rest van de dag met een siesta (om de slapeloze nacht van gisteren goed te maken), een lange douche (om al dat zand weg te spoelen), een ritje door de kloof en lezen op het terras.

Zaterdag 2-8, Todra Gorges – Aït Benhaddou

Kasbah's en palmen in de Dades-vallei
Na een ontbijtje op het terras, met uitzicht op de kloof, gaan we weer op pad. We rijden de kloof uit en de volgende, de Gorge du Dadès, weer in. Wat begint als een prachtige brede, groene vallei bezaaid met kasbah’s eindigt weer in een smal ravijn. We kunnen met de auto helemaal op de bergtop komen, zodat we een mooi uitzicht in de diepe kloof hebben. Helaas moeten we dezelfde zéér slechte weg ook weer terug. Kleine jongetjes zijn hier en deaar de gaten in het asfalt met zand aan het vullen. Op zich een goed initiatief, al zal het effect maar van korte duur zijn. Best een dirham waard.

Aït Benhaddou
Eenmaal uit de kloof rijden we door, nu over een prima weg, naar Aït Benhaddou. Het is hier behoorlijk bewolkt, en er vallen zelfs een paar spatjes regen. Afkoelen doet het echter niet. Aït Benhaddou is de beroemdste kasbah van Marokko, en was decor voor films als Lawrence of Arabia. Geen wonder, het is echt een bijzondere plaats. Vanaf het terras van ons hotel hebben we een prachtig uitzicht op de tegen een heuvel gebouwde woonburcht, die bestaat uit lemen huisjes, poorten en torens. We wandelen er op ons gemak doorheen. Op de terugweg bekijken we wat souvenirwinkeltjes, en kopen – veel te duur natuurlijk – wat stenen beeldjes.

Zondag 3-8 Aït Benhaddou – Marrakech

Waterverkoper
Van Aït Benhaddou naar Marrakech is het maar zo’n 160 km. Toch doen we er behoorlijk lang over. De weg kronkelt zich namelijk dwars door de Hoge Atlas. Hoe hoger we komen, hoe groener het wordt. Prachtige vergezichten wisselen elkaar af; het is een erg mooie rit. Na enkele uren wordt het weer langzaam vlakker, en daarmee meteen ook weer heter. Toch is het klimaat hier wel anders dan aan de andere kant van de Atlas; het waait hier veel meer, wat de hitte enigszins dragelijk maakt. Ook is het hier veel groener, al is duidelijk te zien dat de bomen en gewassen het ook hier niet erg makkelijk hebben. Ook Marrakech is een stad zonder bewegwijzering. Op goed geluk rijden we de ville nouvelle binnen. Een MacDonalds!! Dat biedt een prima gelegenheid om even wat te eten en intussen uit te zoeken waar we precies zitten. Het hotel waar we naartoe willen blijkt vlakbij te zijn. Eerst inchecken dus maar, en dan een siesta. Om en uur of vijf nemen we een taxi naar de medina. De ‘place to be’ hier in Marrakech is zonder enige twijfel het Djema el Fnaa; een groot plein aan de rand van de medina. Als wij er aankomen is het er al behoorlijk druk. Slangenbezweerders, muzikanten, waarzeggers en mannen met apen vechten om de aandacht – en de dirhams – van de bezoekers. Gesluierde vrouwen willen mijn handen voorzien van henna-tekeningen, terwijl Geert inmiddels een slang om zijn nek heeft hangen. Rondom het plein staan tientallen kraampjes, waar je voor een paar dirham een heerlijk vers glas jus d’orange kunt krijgen.

Het befaamde Djema el Fnaa
Vanaf een dakterras slaan we het circus beneden een tijd gade. Daarna wandelen we nog even door de mellah, de oude joodse wijk, en gaan op zoek naar twee oude paleizen. Helaas zijn die al gesloten, en van buiten is er helemaal niks te zien behalve de dikke, rode muren. Dat rood is overigens typisch voor de stad; praktisch alle gebouwen hebben die rozerode kleur. Terug op het Djema el Fnaa is het nog veel drukker geworden. Acrobaten en buikdanseressen vertonen hun kunsten, verhalenvertellers vermaken een kring van luisteraars, en als je echt niet weet wat je met je geld aanmoet, dan kun je het wel kwijt bij een van de vele gokmogelijkheden. Inmiddels worden midden op het plein eetkraampjes opgebouwd, compleet met kookgerei, koks, verlichting en houten bankjes waar je de voor je neus bereide maaltijd kunt opeten. Dat gaat ons toch wat te ver, onze darmen zijn al genoeg van streek. We zoeken een restaurant met dakterras op. Tegen de tijd dat het donker is, is het plein veranderd in een enorme bewegende, rokende massa, met een kakefonie van geluiden en ontelbare geuren. Wat een fantastisch spektakel!

Dinsdag 5-8, Marrakech – Essaouira

Zicht op Essaouira vanuit het fort
Vanuit Marrakech voert een lange, rechte weg naar Essaouira, vissershaven en badplaats. De omgeving is hier redelijk groen; langs de weg liggen enkele kleine dorpjes, handelsplaatsjes zo te zien. Tot vlakbij Essaouira blijft de Atlantische Oceaan verborgen achter de heuvels. Maar dan komt hij tussen de duinen toch tevoorschijn. Het is nogal druk op het strand… Wat wil je, ook in Marokko is het nu zomervakantie. Het hotel valt ondanks de hoge prijs nogal tegen. Nou ja, als we het zat zijn zoeken we wel iets anders. Nu eerst even het strand op! De lucht is strakblauw, maar de temperatuur is dankzij een sterke, frisse zeewind erg aangenaam. Verraderlijk ook, blijkt als we een paar uur later terugkomen in het hotel: we zijn zo rood als kreeften… Als we ’s avonds het stadje inlopen is het zelfs behoorlijk fris. Om nu meteen in een winterjas te gaan lopen, zoals sommige Marokkanen dat doen, is ook weer overdreven, maar een trui had geen kwaad gekund. Het is erg druk langs het strand en in het stadje, dat er trouwens gezellig uitziet. Het bezichtigen moet maar tot morgen wachten; we eten wat en gaan dan terug naar het hotel. Vanaf ons balkon bekijken we de drukte op het strand nog een tijdje, en gaan dan slapen.

Woensdag 6-8, Essaouira

Vissers in de haven van Essaouira
De zonnebrand van gisteren is nog niet over. Aan het strand liggen is dus niet echt een optie. Gelukkig blijkt het stadje leuk genoeg om ons een hele dag te vermaken. De nauwe straatjes zitten vol met leuke souvenirwinkeltjes. De gebouwen zijn allemaal wit met blauwe deuren en kozijnen; een idyllische aanblik. Richting het haventje (niet te missen, volg de vislucht maar) staat een Portugees fort, vanwaar je een prachtig uitzicht op het stadje, het haventje en de zee hebt. In de haven kijken we hoe de vissers de vangst van die ochtend in rieten mandjes aan wal gooien. Gegadigde kopers drommen eromheen; verser kun je het niet krijgen. ’s Avonds eten we – hoe kan het ook anders – vis.

Donderdag 7-8, Essaouira

Al is de rode kleur van onze huid nog lang niet weggetrokken, toch hebben we een dagje strand gepland. Het komt dan ook niet slecht uit dat het de hele ochtend mistig is. Toch voel je de warmte van de zon door al die mist heen prikken. Om een uur of twaalf trekt de mist op, en wordt het toch nog een stralende dag. De schaduw van onze rieten parasols biedt verkoeling. Goed smeren met factor 30 en het is best uit te houden! Als we ’s avonds naar huis bellen, blijkt dat het in Nederland 38 graden is. Zo slecht is het hier dus nog niet…

Vrijdag 8-8, Essaouira – El Jadida

Een paar daagjes strand was best lekker, en het dorpje is ook erg leuk, maar eigenlijk hebben we het hier nu wel weer gezien. We besluiten om langs de kust omhoog te rijden naar een ander havenstadje: El Jadida. De route voert pal langs de kust van de Atlantische Oceaan, maar biedt helaas geen echte spectaculaire vergezichten. El Jadida is niet bepaald een overzichtelijk plaatsje. Op zoek naar een hotel verdwalen we hopeloos. Na een paar keer vragen kunnen we ons weer enigszins oriënteren. Maar ook dan schiet het nog niet op: het eerste hotel kunnen we niet vinden, het tweede is niet veel soeps. Ook het derde kunnen we niet vinden, maar een behulpzame meneer wijst ons de weg door met z’n auto voor ons uit te rijden. Het hotel is het paleis van een oude pasja. De kamers zijn weliswaar een beetje aftands, maar het gebouw ademt zeer zeker nog de sfeer van weleer: overal mozaïek, stenen reliëfs en houtsnijwerk. Vooral de binnenplaats is ronduit prachtig. Daar kan menig medersa niet aan tippen!

Zaterdag 9-8, El Jadida – Casablanca

Op ons hotel na is er in El Jadida maar bar weinig moois te zien. Het Portugese stadje, volgens de boeken de moeite waard en dus het doel van onze trip hiernaartoe, stelt helaas niet veel voor. We houden het dus al gauw voor gezien: we rijden door naar Casablanca. Daar vinden we zonder al te veel moeite een aardig hotelletje, prima voor de laatste drie nachten in Marokko. Helaas heeft het hotel geen zwembad, maar volgens de Lonely Planet kun je voor 50 dirham (5 euro) zwemmen in het luxe zwembad van het Hyatt hotel. Maar ook daar heeft de inflatie toegeslagen. En hard ook. 200 dirham per persoon is ons toch echt te gek voor een paar uur zwemmen. Terrasje pikken dan maar?

Zondag 10-8, Casablanca – Rabat

Ooievaar op een minaret, Rabat
We hebben nog twee volle dagen in Marokko. Tijd zat dus om nog even op en neer naar de hoofdstad Rabat te rijden. De kasbah aan de kust, die we als eerste bezoeken, valt een beetje tegen. De Tour Hassan, de nooit afgemaakte, maar desondanks reusachtige minaret is echter wel degelijk de moeite waard. Ernaast ligt het mausoleum van Mohammed V en Hassan II. Het door gardesoldaten bewaakte gebouw toont de graftombes van beide voormalige koningen. Door de ambassadewijk lopen we naar de Chellah, een met Merinidische muren omgeven tuin, vroegere dodenstad, waarin naast enkele Islamitische bouwwerken ook de ruines van Romeinse gebouwen te zien zijn. Hoewel we hier niet zoveel van verwacht hadden, is het een idyllische plaats. De ruines worden overal omgeven en overgroeid door de prachtige tuin, die rijkelijk in bloei staat. Bovenop de minaret van een oude moskee zit een ooievaar statig op zijn nest, en overziet zo de groene oevers van de rivier achter de chellah. Blijkbaar waarderen ooievaars deze omgeving ook wel; overal zie je hun nesten, waar de jonge ooievaartjes piepend omheen scharrelen. Terug in Casablanca is het tijd om de auto weer in te leveren, maar het kantoor van Budget blijkt gesloten. Fraai is dat. Het staat toch echt in onze papieren dat die auto vandaag terug moet! Nou ja, morgenvroeg dan maar…

Maandag 11-8, Casablanca

Hassan II moskee
Eerst de auto inleveren, en dan naar de befaamde Hassan II moskee. Deze moskee is de op twee na grootste in de wereld, en is een kado van de Marokkaanse bevolking voor de 60e verjaardag van koning Hassan II. Hij is dus nog vrij nieuwe, en naar men zegt moet hij zo’n 800 miljoen dollar gekost hebben… Het is inderdaad een immens gebouw. Indrukwekkend van een afstandje, van dichtbij, en zeker ook van binnen. Naast de centrale gebedshal waar zo’n 25.000 gelovigen in kunnen, is er een enorme hammam en een Turks stoombad. Alles is prachtig versierd met houtsnijwerk en marmer. De Venetiaanse kroonluchters zijn elektrisch omlaag te halen zodat ze schoongemaakt kunnen worden. De luidsprekers zijn kunstig in de pilaren weggewerkt. Er is vloerverwarming, en het immense dak kan compleet opengeschoven worden. Het bezoek was zeer de moeite waard, al is het weer eens erg warm. Maar we hebben inmiddels een hotel ontdekt waar we tegen een redelijk tarief mogen zwemmen. Op naar het zwembad dus, voor een relaxte laatste middag!

Dinsdag 12-8, Casablanca – Amsterdam

’s Ochtends om half 9 pikt een taxi ons op bij het hotel, om ons naar het vliegveld te brengen. De vlucht naar Madrid verloopt goed, al zijn we bij aankomst enigszins misselijk van de turbulentie. In Madrid moeten we 5 uur wachten op de aansluiting naar Amsterdam. Precies genoeg tijd om even met de metro op en neer naar het Plaza Mayor te gaan! En eindelijk, voor het eerst deze vakantie, kunnen we lekker een cerveza op het terras drinken…






HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp