TravelSource.nl Logo  
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 Afrika Auteur : Josine van der Wal
 Azië
 Australië E-mail adres : josinevdwal@hotmail.com
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://www.reisvirus.nl
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : India      Nepal      Peru      Tanzania & Malawi

Reisverhalen Afrika Reisverhalen Zuid Amerika Reisverhalen Noord Amerika Reisverhalen Europa Reisverhalen Azië Reisverhalen Australië
  Tanzania & Malawi reisverslag Josine van der Wal

Tanzania & Malawi 2001


Dag 11 t/m 15

Zingend op weg naar Malawi

De rit naar Malawi is absoluut geen saaie. Verschillende keren moeten we overstappen in een andere bus of dalla-dalla, (minibusje) iedere keer natuurlijk propvol maar nooit vol genoeg. In de bus op weg naar de grens wordt het super gezellig, ondanks het feit dat iedere vierkante centimeter nuttig wordt benut en wij dus hutje-mutje opgepropt staan in het gangpad. Er zitten een hoop schoolkinderen in de bus, die al klappend spontaan een lied aanheffen. Als zij uitgezongen zijn, nemen wij het van ze over met een Nederlands lied en dan zij weer. Zelfs het "vader Jacob" blijkt bekend te zijn onder de Afrikanen! De reis duurt op deze manier niet erg lang en na een uurtje of anderhalf komen we aan bij de grens van Malawi. We krijgen amper gelegenheid onze rugzakken uit de bus te halen en om te doen, en worden aangevallen door geldwisselaars met rekenmachientjes die ons allemaal dolgraag van dienst willen zijn. Op deze manier werkt dat natuurlijk niet en Jan kiest er één uit met wie hij zaken gaat doen. Voor de overige geldwisselaars valt het niet mee lijdelijk toe te kijken, ze komen dan ook gezellig dicht bij ons staan. Om de paar seconden vragen we hen vriendelijk op afstand te blijven. Ze hoeven tenslotte niet te weten waar wij allemaal ons geld vandaan toveren! Als we in het bezit zijn van voldoende Kwacha's, moet het visum nog even worden geregeld. Dit is binnen een half uurtje gefikst. Bij de douane krijgen we even later met een indrukwekkende klap de nodige stempels in ons paspoort, en we kunnen op weg.

Hij vind het niet erg om voor mijn camera te poseren.

De bus naar Chitimba zit, hoe kan het ook anders, weer propvol. We hebben de mazzel dat we kunnen zitten, alhoewel, de ranzige okselgeuren die van boven mijn hoofd vandaan komen, zijn niet direct prettig te noemen. Onder mij kijk ik door een planken vloer -wat daar nog van over is- op de weg. Verschillende stoelen missen hun rugleuning of hangen van ellende aan elkaar. De meeste raampjes hebben het allang begeven. De mensen zijn gekleed in simpele tweedehands shirtjes en blouses, in plaats van kleurrijke kleding. Het verschil met Tanzania is nu al merkbaar. Om de ergste trek wat te stillen, eten we onze restanten wit brood op die we in de pot pindakaas dopen. Halverwege verruilen we de bus alweer voor een dalla-dalla. Dacht ik dat ik het Afrikaanse begrip 'vol' en beetje door had, dit slaat werkelijk alles. Voordat wij er met z'n zessen en onze rugzakken bij kruipen puilt deze dalla-dalla al uit, maar goed, een volgende zit waarschijnlijk net zo vol, dus instappen maar! De rugzakken worden achterin gestouwd, de klep blijft half open en wij zitten als haringen in een ton op- en in elkaar. Ik voel overal harde knieën, tassen en armen in m'n lijf maar wat maakt 't allemaal uit. De chauffeur heeft er blijkbaar zin in, we vliegen met tachtig kilometer per uur over de onverharde wegen.


Een dikke laag bruin stof nestelt zich op onze hoofden, de rest van onze lijven zit verstopt onder de ledematen en tassen van onze buurman of buurvrouw. Maar of die schoon blijven is ook nog maar de vraag.


Vreemd genoeg hebben we het overleefd en in Chitimba stappen we uit. Is dít Chitimba? Een paar huisjes langs de kant van een eindeloze weg? Het zal wel kloppen. Het plan was te overnachten in Florence Bay Resthouse, maar na inspectie blijkt dit niet bijster veel voor te stellen. Wat nu? Een paar jongetjes knopen een gesprekje met ons aan; waar komen wij vandaan, hoe heten we en waar gaan we naar toe? Op aanraden van de jongetjes begeven we ons dan maar richting Chitimba Campsite, een kleine twinting minuten lopen. We worden vergezeld door de jongetjes, er komen er steeds meer bij. Ook zij beginnen spontaan met ons te kletsen; "Hé, what's your name!" "Where are you from?" "My name is Vincent, don't forget my name he?!" Chitimba Campsite blijkt een sfeervol plekje te zijn direct aan Lake Malawi. Hier slaan we onze tenten op, een paar meter lopen en we zitten op het strand! Na een lekkere warme prak (we wisten bijna niet meer wat dat was, na al die dagen patat en kip...) en een paar potjes Uno waaien we nog even uit op het strand onder een schitterende sterrenhemel. Bij het schijnsel van de maan zijn een paar jongens aan het vissen. Iets verderop hebben ze een kampvuurtje aangelegd.

 

Een paar heerlijke dagen aan Lake Malawi

M'n plan was om eens goed uit te slapen, maar het ritme van de afgelopen week zit er blijkbaar nog in. Ik ben al om half zeven klaar wakker en besluit dan maar aan het meer op de zonsopgang te wachten. Ik werk hier m'n dagboek bij en krijg gezelschap van vier honden die rustig om me heen komen liggen. Normaal gesproken heb ik niet veel met deze beesten, maar vind het nu wel gezellig. We doen deze dagen niet veel bijzonders en rusten heerlijk uit van de afgelopen reisdagen. Je voelt nu pas hoe inspannend dat eigenlijk is. Een aantal van ons hebben nog puf om naar Livingstonia te gaan, ik heb er even genoeg van en relax en aan het meer. Zondag brengen we een bezoek aan een klein en eenvoudig kerkje. De armoede wordt hier wel even heel duidelijk; in de collecteschaal liggen een paar eieren tussen het kleingeld...

Dit is Vincent; iedere dag in Chitimba kwam ik 'm tegen.

 

Op safari in het Vwasa National Park

Van het uitzicht onderweg zien we deze keer weinig tot niets. We staan voor de verandering weer eens in de verdrukking in het gangpad, vlak boven m'n hoofd protesteert af en toe de kip in het bagagerek tegen zulke kip-onwaardige toestanden. En ik kan het arme beest geen ongelijk geven. Een paar stoelen verder hoor ik nog meer getok; daar zit er één in een plastic zak bij het baasje op schoot. Een paar zielige kinderen zijn aan één stuk door aan het jammeren, met verschillende huidaandoeningen zien ze er niet echt gezond uit. Op een kruispunt moeten we eruit en ander vervoer zien te regelen naar Rumphi. Al snel stopt er een pick-up die ons wel mee wil nemen. Met z'n drieën springen we in het grote vat dat achterop staat, de rest zit en staat overal waar er een plekje is. In Rumphi doen we wat inkopen en regelen vervoer naar het Vwasa NP. Deze keer is het een dicht bestelbusje waar we nog wel achterin kunnen. Heel even denken we deze keer luxe te zitten maar dat is blijkbaar iets onmogelijks in Malawi. We zitten met z'n veertienen op een kluitje en het wachten is nog op één mevrouw, zij is nog wat inkopen aan het doen op de markt. Na een half uur meld zij zich en dan kunnen we gaan. Het is een verre van prettige rit naar het park. Twee vrouwen met galgenhumor weten ons nog een beetje op te vrolijken, terwijl we stof happend, botsend en stotend ons best doen niet te protesteren. Niet te geloven, deze mensen blijven echt overal om lachen.


Lopend gaan we het park in, ook nu weer met gewapende ranger. De buffels hier staan erom bekend nogal agressief te zijn, dus we sluipen er op onze tenen langs.


Bij de rivier glipt een behoorlijke krokodil het water in, net nadat ik afgedrukt heb. Dat vind ik toch ontzettend aardig van hem.

Verderop staan een stuk of twintig hippo's op de kant. Dichterbij moeten we ook niet komen; de meeste mensen schijnen te worden gedood door hippo's. Een niet bijster aanlokkelijke gedachte. Vooral op land zijn het linke beesten. Op de terugweg rennen een stuk of vier Kudu's ons met grote sierlijke sprongen voorbij. Een aantal antilopen staan ons aandachtig op te nemen. Behalve wilde dieren hebben ze hier zelfs ook nog een plaatselijke dorpsgek die het ene brandje na het andere aansteekt. We hebben mazzel, een blanke in een pick-up wil ons wel mee terug nemen naar Rumphi. De zon is langzaam aan het zakken en zorgt voor een warme oranje-rode gloed over het landschap. Kinderen rennen uitgelaten naar de weg en begroeten ons uitbundig. In Rumphi moeten we langs de kant van de weg weer ander vervoer zien te regelen naar de campsite. Het begint al snel donker te worden en we storten ons op de eerste de beste pick-up die afremt. We zijn niet alleen, er zijn ook nog Afrikanen die graag voor donker thuis willen zijn. Drie van ons weten een twijfelachtig plekje te veroveren maar wij kunnen er écht niet meer bij.


Na wat geduw, getrek en gehakketak is de bijrijder het zat en trekt een wapen. Dit maakt indruk en nu wordt er wél plaats gemaakt voor ons...


Het is nog passen en meten maar het gaat allemaal precies. We zitten totaal klem tussen elkaar en alle bagage, maar dit heeft als voordeel dat we beschut zitten tegen de koude wind die steeds meer opsteekt. Het begint een beetje te spetteren maar het zet gelukkig niet echt door. Verschillende politiecontroles later -ze doen niet echt hun best: onze chauffeur is niet helemaal helder meer na wat joints gerookt te hebben..- komen we aan op Chitimba Campsite. Het duurt even voordat onze slapende ledematen wakker geworden zijn en we weer een beetje normaal de een voet voor de andere kunnen zetten...

 

Bezoek aan een hospitaaltje

We hebben nog één dag aan het Lake Malawi om goed uit te rusten voor de komende reisdagen. Met z'n drieën bezoeken we een hospitaaltje in Chitimba. Slechts zes patiënten kunnen hier opgenomen worden, nu is er één bed bezet. Schokkende cijfers en grafieken laten ons iets zien van het harde leven hier in Malawi. En de dokter komt slechts eens in de maand langs! We laten wat verbandspullen en medicijnen achter. De man die ons het hospitaaltje liet zien is sprakeloos. Na een tijdje komt er toch wat uit: "God bless you, go in peace..." Wat een enorme tegenstelling met onze ziekenhuizen in Holland! Daar puilen de kasten uit van het verbandmateriaal, hier hebben ze NIETS. Onvoorstelbaar. Onder de indruk lopen we terug naar de campsite. Natuurlijk worden we weer vergezeld door een aantal jongetjes die willen weten hoe het met ons gaat en wat we vandaag gedaan hebben. We zijn net op tijd terug, er barst een flinke stortbui los over Chitimba.

Dag 16 t/m 21

Terug naar de grens van Tanzania

We hebben net onze tenten afgebroken, als er weer een enorme plensbui losbarst. We zijn gedwongen een paar uur te wachten tot het weer een beetje droger is en we kunnen vertrekken; er rijden toch geen bussen of dalla-dalla's met dit weer. Als de ergste regen voorbij is, wachten we langs de kant van de weg op een vervoersmiddel naar Karonge. Het duurt twee uur voor er een dichte pick-up stopt en ons meeneemt naar een drukker punt waar we overstappen in een bus naar de grens van Tanzania. Niet te geloven, alle zes kunnen we zitten! Vorstelijk. Ik zit voorin op de motor, koud heb ik het niet. Links naast me zit een vriendelijke man met wie ik een praatje heb over zijn en mijn werk en dat soort dingen, rechts liggen onze rugzakken en andere bagage hoog opgestapeld tot aan het plafond. Af en toe duwen we de hele stapel een eindje naar rechts voor ik de hele boel op m'n dak krijg.


Bij de grens krijgen Liesbeth en ik een tegenvaller te verwerken; het stempel van Tanzania in ons paspoort blijkt niet de juiste te zijn om nu weer zonder betaling het land in te kunnen!


Dit grapje gaat ons 25 dollar p.p. kosten. Wat een onzin. En dat terwijl Liesbeth en ik hetzelfde praatje hebben opgehangen op het vliegveld als de jongens, die dus wel het juiste stempel hebben. Vervolgens komen we onze vrienden, de geldwisselaars, weer tegen. We hebben mazzel, er staat een dalla-dalla gereed om ons naar Mbeya te rijden. Ik heb het afgeleerd te denken dat we met z'n zessen nooit in zo'n uitpuilend geval passen, dus zet ik m'n lenigste beentje voor en wring me in de meest onmogelijke bochten. Maar ik zit! Voor de laatste kilometers zit er niet genoeg benzine meer in de tank, dus worden we aangeduwd door vijf man, de overige vijfentwintig blijven rustig zitten. We rijden een aardig eindje -zonder benzine dus- heuvelafwaarts en tanken bij een pompstation nog even snel 1,6 liter... Na twee uurtjes komen we aan in Mbeya en worden weer afgezet bij het Karibuni Centre waar we vorige week ook hebben overnacht. Patat met kip, een douche en daarna een zacht bed...

 

Naar Iringa

Wat een service, er rijdt een dalla-dalla voor. Het gaat er deze keer redelijk relaxed aan toe en we zijn al om 16.00 uur in Iringa. We maken nog een wandeling door het centrum, gezellig sfeertje hier zeg. De patat met steak bij Lulu's smaakt weer net zo lekker als vorige keer! Nee, het verveelt nog steeds niet. We overnachten weer in het Lutheran Guesthouse. Ze hebben nog maar één kamer, wel met zes bedden maar zónder matrassen. Nou ja, dan maar zonder matrassen, wat maakt het uit. M'n matje ligt niet echt comfortabel, ik voel de latten van het bed er dwars doorheen. Ik zet m'n bed tegen de muur en slaap op de grond, dat is een stuk beter te doen.

 

Mikumi National park en afscheid van Tanzania...

Het laatste stukje van de rit naar Mikumi gaat door een schitterend natuurgebied; een enorme vallei bezaaid met grote en kleinere baobab bomen. Hier kijk ik liever naar dan die afschuwelijke geweldfilm waar ze hier blijkbaar nogal dol op zijn. We worden er ongevraagd op getrakteerd en het maakt niet uit dat er ook kinderen in de bus zitten. Al om 14.00 uur komen we aan in Mikumi en kamperen op Genesis Campsite, een rustig plekje tussen de schone was van de lokale bevolking. We maken een wandeling naar het centrum, of wat daarvoor door moet gaan; een paar eettentjes en huisjes aan weerszijden van de doorgaande weg. Relaxed sfeertje hier. De volgende dag staan we voor dag en dauw op; onze laatste kans om leeuwen te zien gaan we vandaag goed benutten! Gisteren zijn ze hier nog gesignaleerd, dus we hebben er zin in.

...toegift..!

Bij een kleine hippopool mogen we na een paar uur onze benen strekken, en ik duik zo snel als ik kan achter een paar struiken, vlakbij het water, om m'n blaas te legen. Ik hoor het gesnuif van de hippo's die af en toe boven water komen -er is ook een heel kleintje bij- en aan de overkant van het water liggen twee krokodillen te genieten van het zonnetje. Bij elk geritsel krijg ik de zenuwen en binnen no time ben ik weer terug bij de anderen. Die zijn met steentjes naar de krokodillen aan het gooien, het is ook maar saai als ze zo stil liggen tenslotte. Omdat we weten hoe snel die beestjes kunnen zijn, staan we op scherp om de jeep in te vliegen. Ze raken er niet van onder de indruk. Als we aan het begin van de middag weer terug rijden naar de campsite, hebben we veel wild, maar geen leeuwen gezien. Olifanten, antilopen, gnoe's, vele vogels in de meest fantastische kleuren, warthogs, zebra's, krokodillen, hippo's, giraffes (deze blijven ontzettend mooi om te zien) en jakhalzen zijn de oogst van deze ochtend. Tegen het einde van de middag vertrekken we nogmaals naar het park. Onze chauffeur doet zijn uiterste best om ons leeuwen te kunnen laten zien maar zonder resultaat. Verse afdrukken bewijzen dat ze in de buurt moeten zijn, maar oog in oog te staan met de koning der dieren is blijkbaar niet voor ons weg gelegd. Nóg een reden om terug te gaan...


De zon gaat onder over Mikumi. Ik neem afscheid van Afrika.


 

Deze reis werd georganiseerd door Avanta Wereldreizen.

© Josine van der Wal 2000

All Rights Reserved
Ga terug naar dag 1 vorige pagina





 
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help