TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
 Afrika Auteur : Paul en Monique Schilders
Azië 
Australië E-mail adres : monique.schilders@planet.nl
Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://home.planet.nl/~monique.schilders/
Zuid Amerika   Duitsland   Egypte   Florida   Frankrijk  Italië  (Sicilië)  Jordanië   Israël
Wereldreizen Reisverhalen : N.Zeeland  Noorwegen  Ruta Maya   USA+Canada   USA   Zuidelijk Afrika






 Zuidelijk Afrika reisverslag Paul en Monique Schilders. TravelSource.nl

Zuid West Africa '97

1e DAG 19-09-1997 Tilburg - Amsterdam Kaapstad (1)

Op Schiphol maken we kennis met ons reisgezelschap en reisbegeleider Bart Lever.

Onze huwelijksreis begint om 18.40 uur als we inchecken en vervolgens instappen in een Boeing 747 van South African Airways (SAA) met de naam 'Shosholoza'.

Het is 19.30 uur als we vertrekken naar Duitsland voor de eerste tussenstop. Ongeveer 40 minuten later landen we in Frankfurt om een paar honderd Duitsers op te pikken, het wordt hierdoor plotseling een stuk minder gezellig in het vliegtuig. Rond 22.00 uur vertrekken we met een vol vliegtuig richting Afrika.

Onderweg schrikken we af en toe wakker van hevige turbulentie maar slapen vast als we de evenaar passeren.

 

2e DAG 20-09-1997 Tilburg - Amsterdam Kaapstad (2)

Om 6.00 uur worden we gewekt voor het ontbijt. Een uurtje later landen we in Johannesburg, de meeste Duitsers stappen hier uit. Het is net 8.00 uur geweest als we weer opstijgen voor het laatste deel van de reis naar Kaapstad, het startpunt van onze rondreis door zuidwest Afrika.

Na de landing (10.45 uur) wisselen we wat geld en rijden vervolgens met een taxi naar ons hotel vlak bij de beroemde Tafelberg. Hier krijgen we een korte briefing van Bart over de eerste dagen van de reis.

Kaapstad: Op 6 april 1652 lande de Hollandse koopman Jan van Riebeek in de tafelbaai onder aan het markante herkenningspunt voor de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), de 1087 meter hoge Tafelberg. Het bezoek dat oorspronkelijk bedoeld was om, hier aan de zuidelijkste punt van het Afrikaanse continent, een verversingsstation voor schepen van de VOC op te richten had een blanke kolonialisatie tot gevolg. Dit station is inmiddels uitgegroeid tot een metropool met ruim 3 miljoen inwoners. Aan de rand van de stad ligt de Signal Hill. Door het feit dat men vanaf deze heuvel niet alleen een goed uitzicht over de stad en de Tafelberg maar ook over de Tafelbaai en de Atlantische Oceaan werd deze heuvel vroeger als uitkijkpost gebruikt. Om de bevolking te waarschuwen dat een schip de tafelbaai binnenliep werd als 'signaal' een kanonsschot gelost. Vanaf de top is ook Robbeneiland, het Alcatraz van Zuid-Afrika te zien, waar Nelson Mandela een groot deel van zijn leven gevangen heeft gezeten. Ook het oudste gebouw van Zuid-Afrika, het Castle of Good Hope (1666-1679), een vijfhoekige kaapvesting is vanaf Signall Hill zichtbaar. Naast het oude centrum en de Tafelberg is met name de oude opgeknapte havenwijk het Alfred en Victoria Waterfront een toeristische trekpleister in Kaapstad.

Daarna (13.50 uur) wandelen we naar het centrum van Kaapstad. Hier brengen we een bezoek aan het kasteel, een oude vesting uit de tijd dat de Kaap een Nederlandse kolonie was. Vervolgens lopen we naar het 'Waterfront', een gezellige luxe Afrikaanse versie van Pier 39 (San Francisco, USA). De winkels en restaurantjes bevinden zich hier in oude gerestaureerde pakhuizen aan de oude haven. Hier eten we een hapje en kijken wat rond in de winkeltjes en in de haven met oude schepen en een goed uitzicht op de Tafelberg. We verkennen de stad rond het Waterfront nog een tijdje en gaan daarna terug om samen met de groep wat te eten en drinken in het luxe restaurant 'Nortons'.

Met een taxi rijden we terug naar ons hotel en kruipen om 22.00 uur vermoeid in bed. Voor we in slaap vallen verbazen we ons nog maar eens over het feit dat we hier aan de andere kant van de wereld gewoon Nederlands kunnen praten.

 

3e DAG 21-09-1997 Kaapstad

Als Paul om 8.30 uur voor een ontbijt naar de Seven Eleven loopt komt hij Joost tegen, die hem vertelt dat er gezamenlijk inkopen gedaan worden voor het ontbijt. Als ze terug zijn in het hotel ontbijten we met de groep.

Om 10.00 uur worden we opgehaald door een blanke Zuid-Afrikaanse gids die samen met zijn nauwelijks verstaanbare Zuid-Amerikaanse vrouw een rondrit door Kaapstad en het zuidelijk van de stad gelegen schiereiland, de peninsula area, zullen verzorgen. Oorspronkelijk stond een bezoek aan de top van de Tafelberg als eerste op het programma. Omdat echter de kabelbaan naar de top in reparatie is en de tocht te voet te lang zou duren rijden we voor we aan de stadstour beginnen eerst naar Signall Hill. Dat deze heuvel vroeger als uitkijkpost heeft gediend is ons al snel duidelijk. Niet alleen hebben we een goed uitzicht over de Tafelberg met daarvoor Kaapstad maar ook het uitzicht over de Tafelbaai, de oceaan en Robbeneiland dat net voor de kust ligt is mooi.

Vervolgens rijden we door het centrum van Kaapstad voor een korte stadstour. We passeren onder andere het oude centrum en Longstreet, de oudste straat van 'Capetown'. Hierna verlaten we de stad en rijden naar 'False Bay' aan de oostkust van Zuid-Afrika. We stoppen om 12.30 uur voor de lunch in Fish Hoek een klein plaatsje aan deze baai, die zijn 'verkeerde' naam dankt aan het feit dat zeelui vroeger ten onrechte dachten dat zij de Tafelbaai binnen voeren. In een klein restaurantje aan het strand eten we, hoe kan het anders in een stadje met deze naam, vis.

Jackass Penguins at Boulders South Africa Iets zuidelijker bij Boulders stoppen we om te gaan kijken naar een kolonie brilmontuurpinguïns. Een halfuur genieten van deze komische 'jackass pinguïns' is eigenlijk veel te kort!

Ons volgende doel is het Cape of Good Hope Nature Reserve met in de zuidelijkste punt van het park en dus van Afrika de beroemde Kaap de Goede Hoop en de minder bekende maar veel imposantere 'Cape Point'. Tijdens de rit naar dit kleine natuurreservaat kijken we tevergeefs uit naar walvissen voor de kust. Bij het binnenrijden van het park moet de chauffeur voorzichtig rijden om het eerste 'game' (wild) dat we deze vakantie zien, een paar brutale bavianen, te ontwijken. Een stuk verder in het park zien we een paar bonte bokken en elanden, deze laatste zien er overigens anders uit als de Noorse variant. De bus stopt onder aan de voet van de rots die Cape Point vormt. We besluiten om niet met een (te) toeristisch treintje naar boven te gaan maar te voet, om onderweg van de prachtige natuur te genieten. Na een stevige klim staan we boven op Cape Point en genieten van het prachtige uitzicht over de peninsula met aan de ene kant de Atlantische Oceaan en aan de andere kant de Indische Oceaan en als we naar het noorden kijken zien we de kleine 'Cape of Good Hope' en de lange ruwe rotskust van het schiereiland.

Het is inmiddels 16.30 uur en er staat nog een bezoek aan een struisvogelfarm net buiten het reservaat op het programma. Deze sluit om 17.00 uur en we moeten het 'reserve' nog uit, opschieten dus. Op de farm blijkt tijdens de rondleiding dat er bij de broedmachines nog niet veel beweging is. Het eerste nest eieren van dit seizoen is net uitgekomen, hierdoor zijn er nog niet zoveel vogels op de farm. Na een bezoek aan de kleintjes gaan we in één van de hokken waarin struisvogels zitten van zo'n 3 maanden oud. De schuchtere beesten komen langzaam dichterbij, op zoek naar alles wat blinkt. Ze happen naar brillen, ringen en horloges tot ze schrikken en wegrennen om vervolgens weer langzaam dichterbij te komen. Na een bezoek aan struisvogels van zo'n 6 maanden oud, die inmiddels te gevaarlijk zijn om tussen te gaan staan, drinken we wat in het restaurant en gaan vervolgens terug richting Kaapstad.

Onderweg, vlak bij Kommetje, zien we twee of drie walvissen voortdurend boven het water uit springen. Hoewel ver weg, hebben we walvissen gezien. We vervolgen onze route via de beroemde kustweg langs de 596 meter hoge Chapman's Peak. Hoewel het al donker begint te worden krijgen we toch een indruk hoe mooi de woeste rode zandsteenkust hier is.

Onderweg besluiten wij, net als het grootste deel van de groep, vlakbij het hotel in een pizzeria te gaan eten. Terug in het hotel kruipen we om 22.30 uur voorlopig voor de laatste keer deze vakantie in een echt bed en gaan slapen.

 

4e DAG 22-09-1997 Kaapstad Windhoek Daan Viljoen Game Park

De vlucht Kaapstad-Windhoek, die origineel in het programma zat, is door de SAA geschrapt. Het alternatief is 'omvliegen' via Johannesburg naar het in Namibië gelegen Windhoek. We staan vroeg op (5.30 uur) en vertrekken een halfuurtje later naar het vliegveld. Om 7.00 uur stijgen we op, ditmaal in een Airbus 320 van SAA, richting 'Jo-burg'. Hier arriveren we om 8.50 uur en vertrekken daar met een halfuur vertraging (11.00 uur) naar de oude Duitse kolonie Namibië.

Op het vliegveld maken we kennis met Shaun, onze chauffeur voor de rest van onze vakantie. Binnen 5 minuten heeft hij door zijn wilde uiterlijk zijn eerste bijnaam te pakken: 'Crocedile Dundee'. Zijn AMC bus blijkt speciaal voor het reizen in Afrika versterkt te zijn voor het rijden over slechte wegen. Daarnaast is hij voorzien van een bagagerek op het dak voor de tenten en de reservebanden en een uitklapbare tafel aan de zijkant. Ook aan de bagage van de passagiers is gedacht, hiervoor is een speciale ruimte achter in de bus gecreëerd. Om deze ruimte mogelijk te maken zijn alle stoelen een flink eind naar voren geschoven en dus dichter bij elkaar komen te staan.

Tijdens de rit naar Windhoek-stad is al na enkele honderden meters duidelijk dat we hierdoor de rest van de vakantie heel krap zullen zitten tussen onder andere de potten, pannen en koelboxen. De handbagage zullen we op schoot moeten houden. Terwijl een deel van de groep met Bart boodschappen doet en Shaun onrustig rond de bus 'ijsbeert' verkennen wij Windhoek. Veel is er echter niet te zien. Nadat we het Christuskerkje, de oude vesting en de droge meteorietfontein gezien hebben pikken we samen met Miet en Marleen uit België een terrasje. Terug bij de bus (15.45 uur) moeten er flink wat boodschappen ingeladen worden. Het feit dat we 3 dagen de 'bush' in gaan verklaard de 10 volle winkelwagentjes die inmiddels rond de bus staan. De 'Europese' boodschappen en het verse groente en fruit hadden we niet direct verwacht in Afrika.

Windhoek: Deze op het centraal plateau gelegen stad (1650 meter hoogte) met 175.000 inwoners is de hoofdstad en tevens het regeringscentrum van Namibië. De bevolking bestaat naast donkere inwoners uit het hele land ook uit blanken met Engelse, Zuid-Afrikaanse maar met name Duitse achtergrond. Niet alleen de overwegend Duitse architectuur maar ook de namen van straten en gebouwen herinneren aan deze koloniale overheerser. Het 'Tintenpalast', het huidige parlementsgebouw en de zetel van het Duitse koloniale bewind, en een ander vlakbij gelegen oriëntatie punt, de 'Christuskirche' aan de Peter Müller Strasse, zijn enkele voorbeelden van deze benamingen. Bezienswaardig is ook 'Meteorite Fountain', waarin 33 ijzermeteorieten zijn opgesteld, die in 1910 in Zuid-Namibië gevonden zijn.

Shaun verteld dat hij altijd zo onrustig is als hij in een stad is. "Er wordt gestolen, de mensen zijn onvriendelijk en je geeft altijd veel te veel geld uit": aldus 'Croc'. Dit is waarschijnlijk de reden waarom Bart en Shaun besluiten met alle boodschappen los in de bus op weg te gaan naar het Daan Viljoen Game Park en daar de bus en de boodschappen verder op te ruimen.

Onderweg naar de 'campground' zien we weer wat 'game' (wild), namelijk wat bavianen, een 'wilde-beest' (gnoe) en een aantal koedoe's.

Daan Viljoen Game park: Dit 50 km2 grote game park ligt 20 km van Windhoek in de heuvels van het Khomas Hochland. In dit game park dat voornamelijk bestaat uit grasland afgewisseld met savanne komt geen gevaarlijk wild voor. Hierdoor is het mogelijk om naast een 'game drive' ook een 'game walk' te maken.

Op de campground van het park zetten we voor de eerste keer ons kamp op. De tenten blijken eenvoudig op te zetten, bovendien zijn ze ruim. Ik (Paul) kan er zelfs bijna rechtop in staan. Als de boodschappen, koelboxen en andere zaken een vaste plaats in de bus hebben gekregen kan de eerste kookploeg aan de slag. De game walk stellen we uit tot morgenvroeg omdat het al begint te schemeren.

Tijdens het eten van de Chili Con Carne (volgens Jack: 'studenten voer') wordt het snel donker en zien we voor de eerste keer de prachtige zuidelijke sterrenhemel, met onder andere het Zuider Kruis. Voor de eerste afwasbeurt zijn wij aangewezen. De voorzieningen op de camping zijn prima en dus zijn we vlug klaar.

Onder het genot van een borrel bij het kampvuur merken we dat er een aantal 'wilde-beesten' zich dicht bij de tenten wagen. Het is echter te donker om ze goed te zien. Omdat het inmiddels af begint te koelen kruipen we rond 22.00 uur in onze slaapzak en gaan slapen.

 

5e DAG 23-09-1997 Daan Viljoen Game Park Namib-Naukluft Park (Sesriem)

Om tijdens de game walk beesten te zien staan we na een koude nacht vroeg op (5.30 uur). Via het 3 kilometer lange 'Wag een bietje trail' lopen we verder het park in. Dit pad dankt zijn naam aan de Afrikaanse uitspraak 'wacht even' die door wandelaars naar elkaar geroepen wordt als ze met hun kleding vast zitten aan de scherpe doorns van de acaciabomen en struiken die overal langs het pad groeien. Tijdens de wandeling zien we bavianen, koedoe's, 'wilde-beesten' en voor de eerste keer een zebra. Bij de poel aan het eind van het trail zit helaas helemaal niets. Ook tijdens de tocht terug zien we niet veel wild meer.

We ruimen ons kamp op en rijden na het ontbijt terug naar Windhoek om Ans de gelegenheid te geven naar een dokter te gaan. Het is 10.00 uur als we eindelijk op weg gaan naar het Namib-Naukluft Park. We tanken in Readbag (?) en beginnen daar aan de onverharde weg naar het park. We hebben ongeveer 65 kilometer gereden als Shaun plotseling stopt, het lampje van de oliedruk is aangesprongen.

Terwijl de rest van de groep luncht proberen Joost (1e monteur bij Mercedes), Shaun en ik (Paul) samen te beredeneren wat er precies aan de hand is. Nadat we op diverse plaatsen de olieleidingen losgekoppeld hebben en er overal druk blijkt te zijn concluderen we dat de oliepomp in orde is. Daar de olie en de uitlaatgassen in orde lijken en Shaun zeker weet dat de temperatuur niet te hoog is geworden lijkt een kapotte koppakking ook onwaarschijnlijk. Na een uur zijn we het erover eens dat alles op een kapotte oliedruksensor wijst, gelukkig geen vitaal onderdeel van de bus. Gezien het feit dat we geen reserve-onderdeel hebben en we niet met zekerheid kunnen vaststellen of de sensor daadwerkelijk het probleem is moeten we naar een garage. Er zijn in de woestijn verderop langs de route voor ons geen dorpjes, laat staan garages. Er zit dus maar één ding op, voorzichtig terug naar Readbag.

Ruim een uur later worden we in het dorpje aan het eind van de verharde weg, bij het tankstation 'gedropt'. Even voor 16.00 uur pikken Joost, Bart en Shaun ons weer op. De bus blijkt gelukkig weer gerepareerd. De eigenaar van een kleine garage bleek na enig aandringen bereid de sensor uit zijn eigen voertuig te verkopen.

Terwijl Shaun, van top tot teen onder het smeer, voor de tweede keer vandaag de onverharde weg op draait maakt Bart ons de consequenties duidelijk van het oponthoud van zo'n 3 uur. Het is nog ruim 4 uur rijden naar de beroemde rode Namib-desert. Aangezien er meer toeristen naar dit park komen dan het aantal dat in het park mag overnachten en het feit dat de gereserveerde plaatsen op de camping te Sesriem in het Namib Naukluft Park vanaf 17.00 uur vergeven worden aan wachtende toeristen is de conclusie snel getrokken. We zijn onze plaatsen kwijt. Bovendien sluit het Park om 18.00 uur zijn poorten en kunnen we vandaag waarschijnlijk ook geen gebruik maken van de faciliteiten van de camping. Er zit dus niets anders op dan net buiten het park te kamperen. In het draaiboek van Bart stond eigenlijk gepland om 's nachts diep de woestijn in te rijden en vervolgens naar de zoutpan Sossusvlei te 'hiken' om daarboven op een 300 meter hoge zandduin de zonsopkomst te bekijken. Bart deelt ons mee dat hij door het late tijdstip waarop we met de wandeling zouden kunnen beginnen een veel te hoge temperatuur verwacht en daarom deze excursie moet schrappen. Als alternatief noemt hij Dune 45, een hoge duin die minder ver het park in ligt. Hiervoor zijn we echter niet naar de andere kant van de wereld gevlogen. De hele bus baalt.

Sossusvlei, Namib Dessert
Te laat zijn we toch dus genieten we onderweg nog even van een prachtige zonsondergang. Het is 19.20 uur als we in het donker bij de ingang van het Namib Naukluft park arriveren. Bart laat Shaun de bus een stukje verder parkeren om het kamp voor de avond op te bouwen. Op dat moment opent een bewaker de poort om een auto door te laten. Hierop lopen Johan en ik (Paul) naar de poort om te informeren wat er nog mogelijk is. Bart ziet dit, stuurt ons terug, en neemt het met tegenzin van ons over. Het resultaat is echter wel dat we enkele minuten later het park in rijden. We zijn binnen, een knappe Afrikaan die ons er nu nog uit krijgt. Bart en Shaun proberen in het 'visitor center' alsnog een plaatsje op de camping te regelen. Het is vandaag blijkbaar niet druk geweest want onze besproken plaatsen zijn nog vrij en wat later parkeert Shaun de bus onder een gigantische acaciaboom.

Terwijl de tenten opgezet worden is er een kookploeg bezig met echte Nederlandse kost, namelijk hutspot. Tijdens het afgieten krijgt Joost kokend water over zijn rechter voet. Hoewel we hem zo snel mogelijk met zijn voet in een koelbox met koud water zetten blijkt al snel dat dit ongelukje hem een paar flinke brandwonden op zal leveren. Bart verzorgt de voet zo goed en kwaad als het kan. Het enthousiasme van een halfuurtje geleden is snel gezakt. Na het eten (21.50 uur) wordt er nog wat gedronken bij het kampvuur. Vervolgens kruipen wij in onze slaapzak, we moeten morgen onverwacht toch nog vroeg op.

 

6e DAG 24-09-1997 Namib-Naukluft Park (Sossusvlei Dune 45)

Om 3.20 uur (!) loopt de wekker af. Het is 4.00 uur als we de bus aanduwen, de accu blijkt leeg te zijn. Een uur later parkeert Shaun de bus op een parkeerplaats aan het eind van de onverharde weg. Een bord geeft aan dat vanaf hier het terrein alleen nog met een 4x4 terreinwagen begaanbaar is. Na een kop thee of koffie met een 'bisket' (beton beschuit) lopen we om 5.30 uur achter Bart verder de woestijn in, naar de Sossusvlei. Zichzelf oriënterend op de sterren voert Bart ons via droge rivierbeddingen en duinpannen naar het zoutmeer. Als we na een tocht van 4 kilometer bij het meer aankomen blijkt er water in te staan. Een unieke gebeurtenis omdat dit maar eens in de 7 jaar een aantal weken voorkomt!

Sossusvlei, Namib Dessert Als we aan de klim van een 300 meter hoge duin beginnen, begint het licht te worden. Langzaam maar zeker worden de rode duinen zichtbaar. Hoewel de klim bijzonder zwaar is, na elke twee stappen glijden we er één terug, begint het langzaam tot ons door te dringen dat we door een adembenemend landschap lopen. Boven op de duin gaan we helmaal uit ons dak, het uitzicht is waanzinnig. Als even later de zon opkomt veroorzaakt het nog rode zonlicht lange scherpe schaduwen en kleurt de duinen diep rood. Er is behalve onze groep niemand te zien, de Sossusvlei is vanochtend voor ons alleen. We genieten met volle teugen van het schitterende schouwspel dat elke minuut van kleur en vorm verandert. Helaas klimt de zon snel zodat de schaduwen korter worden, de duinen wat minder rood zijn en het landschap niet meer voortdurend veranderd. De woestijn is hierdoor weliswaar wat minder fotogeniek maar blijft prachtig. We merken tot onze verbazing dat het rond de top van de duin begint te waaien terwijl er op het oppervlak van het zoutmeer geen rimpeltje te zien is. Onze theorie is dat de zon de lucht aan de ene kant van de duin verwarmt terwijl de lucht aan de achterzijde nog koel is, hierdoor ontstaat er een luchtstroom, een woestijnwind. Door de stijgwind aan de warme zijde van de duin worden de zandkorrels over de top geblazen en vallen vervolgens aan de koude zijde weer neer. Hierdoor verplaatsen de duinen zich langzaam maar zeker. De woestijn verplaatst dus in zekere zin zichzelf. Zover we kunnen kijken zien we het rode zand van de Namib Desert. We beseffen dat het niet alleen een mooi maar ook levensgevaarlijk gebied is voor toeristen. Bart wil daarom voor het echt heet wordt terug zijn bij de bus. Terwijl er nu (pas) andere toeristen de 'dune' opklimmen dalen wij snel af door van de steile achterkant van de duin af te springen en voegen ons bij de andere leden van de groep die het tot onze verbazing al na enkele minuten op de top voor gezien hebben gehouden. Na een uur lopen zijn we terug bij de bus (9.30 uur) waar Shaun het ontbijt al klaar heeft staan. Gelukkig heeft ook Joost ondanks zijn verbrande voet de hele tocht volbracht.

Namib Naukluft-Park: Dit 50.000 km2 grote park bestaat voor grootste deel uit ondoordringbaar duinlandschap. Met name het rode zand maakt dit gebied tot één van de mooiste woestijnen van de wereld. Door de schaarse vegetatie leeft er betrekkelijk weinig wild in dit park. Één van de meest tot de verbeelding sprekende dieren die in het harde klimaat weten te overleven is de oryx. Het beeld van deze beesten voor een rode duin uit het Namib Naukluft-Park is een nationaal symbool van Namibië. Het park is slechts voor een klein deel toegankelijk voor toerisme. Met name in het noorden, vanaf uitvalsbasis Sesriem, kan men diep het duinlandschap in rijden. Door een adembenemend landschap rijdt men langs een aantal bekende duinen, waaronder Dune 45, naar het 70 kilometer verder gelegen Sossusvlei. In dit zoutmeer staat eens in de 7 jaar water. Het uitzicht vanaf de top van de 300 meter hoge rode duinen, badend in het rode licht van de opkomende zon, is volgens velen het mooiste wat Namibië te bieden heeft.

Tijdens de rit terug naar de camping in Sesriem zien we in de verte springbokken en struisvogels maar de oryx laat zich niet zien. Het is 11.30 uur als we terug zijn op de camping. Het zwembad klinkt verlokkelijk maar het is erg heet. De meesten blijven luieren bij de tenten in de schaduw van de reusachtige acasiaboom. Margot, Paul en ik (Monique) halen bier en fris terwijl Agnes en Agnita ei- en tonijnsalade maken. Omdat tijdens de lunch de meesten nog in gedachten op de duin boven de Sossusvlei zitten besluiten we om vanavond nogmaals de 'desert' in te rijden. Vanaf Dune 45 willen we de zonsondergang bekijken.

View from Dune 45, Namib Dessert Het is 17.00 uur als we op weg gaan. Onderweg zien we eindelijk een oryx en schieten het 'beroemde' plaatje. Dune 45 ligt aan de weg zodat Shaun zijn bus aan de voet van de duin kan parkeren. Rond 17.45 uur klimmen we, terwijl we opnieuw door een harde wind gezandstraald worden, naar boven. Halfweg haken hierdoor de meesten af. De kam van de duin draait langzaam en gelukkig klimmen we vanaf hier uit de wind. Met z'n zevenen (Joost!, Margot, Bart, Miet, Jack, Paul en ik (Monique)) genieten we vanaf de top van de ondergaande zon. Ver beneden ons zien we de bus en de overige groepsleden staan. Hierdoor krijgen we goed idee hoe hoog de duinen zijn. We springen weer langs de steile achterkant naar beneden en drinken bij de bus een pilsje en genieten met muziek van Van Morrison op de achtergrond nog na van een prachtige dag tot het donker is en we ons opnieuw verbazen over van de prachtige heldere zuidelijke sterrenhemel.

Terug op de 'campsite' krijgt Shaun van een parkwacht te horen dat hij morgenvroeg een boete moet betalen omdat hij de bus aan de voet van Dune 45 heeft geparkeerd. Inmiddels heeft de kookploeg spaghetti klaar (21.45 uur). Na het eten bel ik (Monique) naar Nederland in verband met de verjaardag van ma. Vermoeid gaan we om 23.00 uur slapen aan de rand van de mooiste woestijn ter wereld, Namib Desert.

 

7e DAG 25-09-1997 Namib-Naukluft Park Walvisbaai Swakopmund

Tijdens het ontbijt zijn we nog vol van de dag van gisteren. En dan te bedenken dat we de Namib Desert bijna gemist zouden hebben door een kapotte sensor van twee kwartjes. Na het ontbijt breken we de tenten op en zijn om 9.00 uur 'en route'.

In Solitaire stoppen we kort voor koffie en thee. Onderweg naar Walvisbaai zien we springbokken en struisvogels. Het is 14.00 uur als we aan het strand in Walvisbaai stoppen. We lunchen oog in oog met een paar honderd flamingo's die in de branding op zoek zijn naar eten.

Vervolgens rijden we naar het 35 kilometer verder gelegen Swakopmund. Als we de stad binnenrijden zien we opnieuw sterke Duitse invloeden. Het centrum staat vol met gebouwen in Duitse stijl.

Swakopmund: Op de plaats waar de Namib Desert uit de Atlantische Oceaan kruipt ligt Swakopmund. Ook hier is de Duitse invloed merkbaar. Niet alleen is de architectuur Duits, de bevolking in Swakopmund spreekt en voelt zich Duits. Het is tussen Juni en September moeilijk voor te stellen dat Swakopmund bij de Namibiërs een populaire badplaats is. De temperatuur schommelt er dan tussen 10 en 15C en is het stadje in een dikke mist gehuld. In de zomermaanden december en januari, als de hitte in de binnenlanden ondragelijk is, transformeert Swakopmund zich tot badplaats. Overigens nodigt de zee ook gedurende deze periode niet uit tot een bad. De Bengualenstroom voert namelijk ijskoud water aan van de Zuidpool.

Even buiten het centrum stoppen we voor een bungalowpark, of in elk geval wat er voor door moet gaan. De bungalows, die aan de buitenkant sterk op ons huis lijken (zelfs de kleur van de kozijnen komt exact overeen) worden namelijk omgeven door hoge hekken. Hier zijn bordjes bevestigd met doodshoofden. Bovendien lopen er bewapende bewakers langs de slagbomen bij de ingang. Hoewel Bart aangeeft dat het voor onze eigen veiligheid is lopen bij het zien van dit 'kamp' en de aanwezigheid van de Duitse invloed de rillingen over onze rug. In elk geval slapen we vanavond dus weer in een bed met lakens. Wij delen samen met Bart en Shaun één bungalow.

Als we naar de kust lopen om te gaan eten (19.00 uur) is het behoorlijk mistig. De zonsondergang kunnen we dus vergeten. Het restaurant blijkt een oude brug van een schip te zijn. Shaun kent een gezellige kroeg en weet na het eten het grootste deel van de groep mee te krijgen. Na wat pilsjes en een paar partijtjes dart lopen we door de sombere straten van dit rare Afrikaanse (?) stadje terug naar het 'kamp'. Het is 2.00 uur als we in bed kruipen.

 

8e DAG 26-09-1997 Swakopmund

We staan om 8.00 uur op. Monique brengt na het ontbijt (9.00 uur) de was naar de wasserette in het stadje. Daarna rijden we met Shaun en Bart de stad in om inkopen te doen voor de komende dagen. Geld halen bij de bank kunnen we vergeten. Men heeft namelijk in verband met het overlijden van een minister besloten om vandaag een nationale rouwdag af te kondigen.

Om 12.00 uur worden wij samen met Jack en Bart opgehaald door de beste (?) haaienvisser van Namibië om op haaien te gaan vissen. Met een Land Rover rijden we zo'n 40 kilometer langs de kust naar het noorden. Hier begint het zoeken naar het juiste plekje om de hengels in te werpen. Het blijkt al snel een heel precies klusje te zijn, het water moet precies de goede kleur hebben en aan de golven ziet de visser of het rif plaatselijk de juiste vorm heeft. Na een hele tijd zoeken vindt hij het tijd om de hengels in te werpen. Samen met een knechtje werpt hij de hengels een heel eind de zee in. Na enkele minuten halen Bart een heel kleine haai en ik (Paul) een klein ander visje binnen. Jaws zit hier blijkbaar niet voor de kust. Daarom proberen we het eindje verder langs de kust nog een paar keer. Opnieuw vangen we wat kleine vissen maar weer geen grote haaien. We beginnen de moed op te geven tot plotseling de molen van Jack met een rotgang leeg begint te lopen, dit moet een haai zijn. Na een gevecht van zo'n 10 minuten heeft Jack de haai tot in de branding getrokken. Met een haak trekt de visser het beest, met een lengte van een dikke meter en een gewicht van 25 kilo, het strand op. Nadat we de haai teruggezet hebben proberen we het nog even. Maar het is al laat en we moeten terug naar Swakopmund. Monique heeft helemaal geen beet gehad en ik (Paul) heb ongeveer twee kilo vis op het droge gekregen. Dit middagje vissen koste 200 n$ per persoon, de vis wordt dus duur betaald, zeker per kilo. Enigszins teleurgesteld zetten we dus de hengels in beugels op de bumper van de Land Rover en rijden terug. In elk geval hebben we één haai van dichtbij gezien en zijn we lekker uitgewaaid.

Terug in de stad kleden we ons om en gaan eten. Bart blijkt een vreselijk Duits restaurant uitgezocht te hebben. Niet alleen hebben een chagrijnige Duitse serveerster maar is bovendien het eten van een aantal mensen bedorven. Gelukkig zijn de slakken van Monique en onze struisvogelbiefstukken wel lekker. Vermoeid kruipen we om 23.00 uur in bed.

 

9e DAG 27-09-1997 Swakopmund Cape Cross Brandberg Aba Huab

We staan om 7.00 uur op, pakken de bus in en lopen na een snel ontbijt de stad in om geld te halen. Vanzelfsprekend is het bij elke bank druk na de onverwachte rouwdag van gisteren. Omdat Shaun bovendien op zoek is naar een reserve sensor rijden we pas om 9.30 uur de woestijn in. Enkele kilometers landinwaarts is de mist, die elke dag ontstaat door de invloed van het koude zeewater, weer opgelost en is het plotseling weer heet.

The seals of Cape Cross Namibia

Cape Cross: Bij deze kaap zette de Portugese zeevaarder Diogo Câo in 1846 als eerste Europeaan voet op Namibische bodem. Hij richtte hier een kruis op ter ere van de Portugese koning. Het huidige kruis is een replica van het originele kruis dat in 1893 door de Duitsers is weggehaald. In het Cape Cross Seal Reserve rond deze kaap bevindt zich een zeehondenkolonie met naar schatting 155.000 dieren.

De eerste stop is bij het Cape Cross Seal Reserve. De Atlantische kust rond Cape Cross ligt zover we kunnen kijken vol met zeehonden. Het geluid dat de hele kolonie maakt is overweldigend net als trouwens de stank van de ontlasting van deze dieren. Na een paar minuten zijn we hier echter aan gewend en genieten volop van de 'Seals'. Ook zien we een aantal black backed jackals tussen de zeehonden door lopen. In dit gebied leeft deze jackhals van de jacht op jonge zeehondjes. Voor we het weten is er een uur verstreken en moeten we weer verder, maar niet voor we nog even kort naar het replica van het kruis ter ere van de Portugese koning hebben gekeken.

We vervolgen onze route en rijden landinwaarts de woestijn in naar de Brandberg. Als we hier samen met onze gids (Mentos) de Tsisab Gorge inlopen merken we meteen dat Bart niet overdreven heeft, het is onvoorstelbaar heet in de kurkdroge en windstille kloof. De hitte maakt de tocht zwaar. Zo zwaar zelfs dat niet iedereen de tocht naar de White Lady volbrengt. Na een tocht van driekwartier staan we voor een stalen hek onder een overhangende rots. Naast de 'Witte Dame' zien we dat er ook een aantal krijgers en diverse wilde dieren geschilderd zijn zoals de zebra, de springbok en de koedoe.

Brandberg: Dit vulkanisch massief dankt zijn naam aan het feit dat de ondergaande zon dit gebergte in vuur en vlam zet. De top, Königstein, is met 2573 meter de hoogste bergtop van Namibië. In de Tsisab Gorge aan de voet van het gebergte zijn talrijke rotsschilderingen te zien. Van de 8000 gedocumenteerde 'bushman paintings' is de naar schatting 16.000 jaar oude White Lady of the Brandberg, een opvallende 40 centimeter hoge figuur met pijl en boog, het beroemdste. Hoewel de wetenschap inmiddels overtuigd is dat deze figuur een wit geschilderde medicijnman of een Hereroman in een rituele dans voorstelt, wordt het figuur nog steeds white lady genoemd naar de resultaten van het onderzoek van de Franse archeoloog Henri Breuil (1955), die er een Egyptische vrouw in zag.

 Na een korte pauze beginnen we aan de terugtocht. Gelukkig is de zon inmiddels achter de bergen gezakt waardoor de wandeling een stuk minder zwaar is. Terug bij de bus worden we opgewacht door Joost, Shaun en Agnita en kunnen we (eindelijk) weer drinken. Bijna een uur later zijn ook de laatste groepsleden terug uit de kloof. Voor we verder gaan geven we onze gids een paar liter water en een rolletje Mentos.

Een paar kilometer verder stoppen we om de zon onder te zien gaan achter de Brandberg. Terwijl penningmeester Paul staat te filmen laat hij een deel van de pot wegwaaien. Bijna iedereen rent achter de paar honderd rand aan, behalve de penningmeester. Die heeft het te druk met het filmen van de groep die achter het wegwaaiende geld aan zit.

Het is al donker als we om 20.45 uur op het 'bush camp' Aba Huab aankomen. Nadat we de tenten opgezet hebben en de kookploeg nasi klaar maakt verkennen we de camping. Midden in de woestijn, op een plek waar blijkbaar water in de grond zit, heeft men met heel beperkte middelen een 'campground' uit de grond gestampt. Rond een aantal bomen zijn een aantal ruimtes afgezet met daarin de wasplaatsen, de wc's en de douches. De 'badkamer' is zuiver en heeft koud en warm stromend water! In een oliedrum wordt water met houtvuur verwarmd dat door het drukverschil tussen de drum en een watertorentje, net als het koude water, verpompt wordt naar de 'badkamer'. Dit eenvoudige systeem noemt men in Afrika een 'donkey'. In de pub van het 'bush camp' worden zelfs gekoelde pilsjes verkocht.

Na het eten pakken we een pilsje en evalueren de eerste week. De algemene indruk is dat Sawadee en Bart niet alleen weinig en soms onjuiste informatie verstrekken ook blijken er programmapunten geschrapt te zijn en is de bus te klein.

Voor we gaan slapen pakken we nog even de telescoop van Joost en Margot om de sterrenhemel te bewonderen. Tot onze grote verbazing verandert Jupiter van een stipje door de telescoop tot een heuse planeet. Het is 22.30 uur als we in de slaapzak kruipen met de wetenschap dat er gisterenavond een kudde olifanten over deze camping is gelopen.

 

10e DAG 28-09-1997 Aba Huab Twijfelfontein Petrified Forrest Palmwag

Het is 7.00 uur als we op staan, niemand heeft vannacht olifanten gehoord of gezien. Het water in de 'donkey' kookt, dus lopen we naar de 'badkamer' voor een warme 'bush-douche'. De knoppen voor warm en koud water zijn verwerkt in een boomstam. Hoewel het water bij de heren niet echt warm wil worden is de openluchtdouche wel een leuke ervaring.

Nadat we onze handen met Dettol ontsmet hebben is het weer tijd voor een Afrikaans ontbijt, bestaande uit: cornflakes, brood, kaas, ham, pindakaas, jam, koffie, thee en melk. Om 9.00 uur is de bus volgepakt en vertrekken we naar Twijfelfontein. Onderweg naar de heuvels bij deze bron, waar men meer dan 2000 rotsgravures van 'bushmen' gevonden heeft, zien we weer struisvogels.

Onder begeleiding van een gids klimmen we via de bron, die zijn naam dankt aan het feit dat hij zo nu en dan water geeft, langs een ruwe bergwand naar de rotstekeningen. Tijdens de 1 uur durende wandeling passeren we diverse figuren die in de rotsen zijn uitgekrast. Naast jagers zien we uiteraard dieren (onder andere: giraffen, neushoorns, olifanten en struisvogels) afgebeeld. Ondanks het feit dat tussen Twijfelfontein en de zee, over een afstand van enkele honderden kilometers, een gort droge woestijn ligt moet de plaatselijke bevolking deze afstand toch overbrugd hebben getuige de afbeeldingen van zeeleeuwen op de rotsen. Naast het feit dat deze rotsgravures interessanter en groter in aantal zijn is door de dragelijke temperatuur de wandeling naar deze 'bushmen paintings' een stuk leuker dan die naar de White Lady.

Via de tegenvallende Organ pipes, 150 miljoen jaar oud vulkanisch gesteente bestaande uit basalten zuilen, rijden we naar het Petrified Forrest.

Petrified Forrest: Vlakbij de hoofdstad van Damaraland, Khorixas ligt dit versteende woud. Het betreft 50 bomen, die naar schatting 250 miljoen jaar oud zijn. De tot 30 meter lange bomen staan niet meer rechtop, maar liggen nu slechts gedeeltelijk boven de grond.

Ook hier maken we onder begeleiding van een gids een wandeling van zo'n 50 minuten tussen de versteende bomen. Tussen deze bomen groeien Welwitschia's. Het blijken, in tegenstelling tot wat men door het uiterlijk zou verwachten, geen planten maar ook bomen te zijn. Enkele zijn zelfs 150 jaar oud.

Onder een afdakje vlak bij het 'forrest' lunchen we terwijl we muzikaal 'geëntertaind' worden door lokale zangers. Als dank kopen we een live ingezongen bandje voor 80 n$. Bandjes kopiëren kennen of kunnen ze blijkbaar niet.

Het is 13.00 uur als we naar Palmwag vertrekken. Ruim twee uur later arriveren we in deze kleine oase midden in de woestijn. Palmwag blijkt een luxe campground te zijn met een lekker zwembadje en een bar naast een (nu droogstaande) poel onder een aantal reusachtige palmen waaraan de oase zijn naam dankt. Terwijl we een pilsje drinken verteld de barman ons dat er momenteel geen olifanten en nauwelijks ander wild in het gebied rond Palmwag zijn. We hebben eigenlijk weinig zin maar zetten toch het kamp maar even op om vervolgens tot aan het avondeten ( 20.00 uur) rond het zwembad te luieren. Bij de bar wordt inmiddels de barbecue al in gereedheid gebracht voor vanavond.

Na het eten richten we nogmaals de telescoop op Jupiter. Ditmaal zien we zelfs een aantal wolkenbanden om de planeet draaien. Paul gaat vroeg slapen en ik (Monique) kruip om 22.30 uur ook onder de wol. Het is nu nog steeds heet, het zou dus wel eens een erg warme nacht kunnen worden.


Lees hoe de reis verder gaat




HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp