5. B A R I O
Centraal gelegen in de Kelabit Highlands is dit hét
uitgangspunt voor trektochten in het wilde binnenland en voor ontmoetingen met de Penan.
Het is een pittoresk, levendig dorpje temidden van prachtige groene heuvels en
rijstveldjes waar je altijd weer opnieuw vriendelijk begroet wordt door de inwoners. Het
aanzienlijk koelere bergklimaat biedt je de kans om je 'centrale verwarming' wat te
regulariseren, maar de nachten kunnen er flink koud worden. Een permit is noodzakelijk
(zie Miri). Er zijn géén banken, er moet op voorhand voor een ruime geldvoorraad gezorgd
worden. Een bescheiden luchthaventje maakt het gebied snel toegankelijk.
Accommodatie :
Er is slechts één guest-house "Tarawe's",
waar John Tarawe en zijn Britse echtgenote Karen Hedderman je graag de nodige info geven
omtrent alle mogelijke wandelingen in het gebied. Ze leveren indien gewenst ook volledig
verzorgde trekkings, dragers en gidsen. Onze ervaring is echter dat dit al snel een
nodeloos dure bedoening wordt ! Het eten en drinken is niet bepaald goedkoop maar de prijs
per persoon voor een kamer met een gemeenschappelijk bad valt dan weer aangenaam mee. We
betalen slechts 12 RM p/p terwijl Lonely Planet melding maakt van 25 RM.
Trektochten in de nabije omgeving :
1. PA UMOR :
...een Kelabit longhouse gelegen aan een oude airstrip, niet bijzonder aantrekkelijk.
Wanneer je de landingspiste volgt tot voorbij het dorp kom je terecht in enkele prachtige
rijstvelden en krijg je een mooi uitzicht op de omgeving. Het is zeer gemakkelijk om
contacten te leggen met de lokale bevolking en ze laten zich graag fotograferen. De tocht
naar dit longhouse duurt slechts een tweetal uurtjes maar onderweg loop je wel voortdurend
in de brandende zon, er is vrijwel geen schaduw om even te bekomen. Een goede zonnecreme
is noodzakelijk.
2. PA BERANG :
...een Penan-nederzetting en een bezoek meer dan de moeite waard. Er is een mogelijkheid
om te overnachten maar dit is niet noodzakelijk. De gehele tocht kan in een dag worden
afgewerkt. Een wandelschema kan bekomen worden bij Karen of John. Indien gewenst wordt
voor een lunchpakket gezorgd.
Meerdaagse trektochten :
...vereisen degelijke gidsen en eventueel dragers. Het zijn meestal uitputtende en mentaal
niet te onderschatten wandelingen doorheen dikke primaire oerwouden waar honderden
bloedzuigers op de loer liggen. Als het heeft geregend is de chaos compleet. Kleiachtige
en glibberige slijkpoelen maken het er niet gemakkelijker op en de extreme
luchtvochtigheid geeft je amper de kans om te ademen. Wees gerust dat je conditie zwaar op
de proef wordt gesteld.
Het vinden van een gids/drager :
John Tarawe zal dit graag voor je doen maar het zal veel
goedkoper zijn als je het zelf doet. Een goede gids kan steeds worden gevonden in Pa
Lungan (ca. 3 uur van Bario).
Philip Lenjau alias Liang Ayu is een ervaren en doodbrave man
die graag zijn diensten aanbiedt als gids en drager. Hij heeft zin voor organisatie en
spreekt verstaanbaar Engels. Iedereen in het dorp Pa Lungan kent hem en het mag dus geen
probleem zijn om hem aan te treffen. Philip zorgt eveneens voor de voedsel- en
drankvoorraden. De gangbare prijs bedraagt 50 RM per man per dag, inclusief voedsel. Het
is veel goedkoper om alles rechtstreeks met hem te regelen.
1. PA TIK :
...is een primitieve Penan-nederzetting en vanuit Bario in
een viertal harde dagen bereikbaar. Bij zware regenval is er geen beginnen aan, de paden
zullen onbegaanbaar zijn en de vloten bloedzuigers maken je gegarandeerd het leven zuur.
Deze tocht kon door ons niet worden gedaan.
2. BA KELALAN :
...een lieflijk bergdorpje in twee à drie dagen te bereiken
via Pa Ukat, Pa Lungan en Pa Rupai (Kalimantan). Er dient rekening gehouden met een eerste
overnachting in Pa Lungan en een tweede in een openlucht jungle-shelter. Ook deze trekking
is niet te onderschatten en stelt het uithoudingsvermogen op de proef.
Routebeschrijving Bario - Ba Kelalan :
Rond het middaguur worden we in
'Tarawe's' opgepikt door onze gids Philip en twee extra dragers, Tony en Stewart. Ze wonen
allen in Pa Lungan waar we onze eerste nacht zullen doorbrengen in de woning van Philip.
Het eerste deel is niet zwaar maar na drie uren stappen begint het flink te regenen en
maakt het pad van het ene moment op het andere glibberig en verraderlijk. Het longhouse
van Pa Lungan komt in zicht na 3,5 uur. We krijgen een nette kamer met drie matrassen en
een muskietennet. Er is voldoende plaats om onze doorweekte kleren een beetje te laten
drogen.
Het pittoreske dorpje telt zo'n 180 Kelabit-zielen, allemaal goedlachse en gastvrije
mensen. Philip en zijn echtgenote zijn goede koks, dat wordt al snel duidelijk als we
uitgenodigd worden in zijn woonkamer voor het avondeten : rijst met 'to the point' gekruid
vlees en groenten. Als het stopt met regenen en het wolkendek opentrekt vormen de
ondergaande zon en de zware lucht een adembenemend contrast met de groene pracht van het
dampende oerwoud.
Die avond, terwijl we bij het kaarslicht worden geplaagd door horden kakkerlakken en
muskieten, vertelt Philip ons dat we morgen een zware dag tegemoet gaan. Het pad van Pa
Lungan naar Pa Rupai, over de grens met Indonesisch Kalimantan, loopt doorheen primaire
jungle en is berucht omwille van zijn bloedzuigers.
"Tomorrow you will donate some of your blood to the leeches!" voegt hij
er nog grijnzend aan toe. De vraag is niet of er bloedzuigers zijn, wel of het er veel of
weinig zijn. Ongelukkig genoeg heeft het de laatste tijd al flink geregend en hier zijn de
brave beestjes juist gek op zodat ze allemaal tegelijk een stapje in de wereld willen
zetten.
Bloedzuigers :
De volgende morgen om 08.00 uur besluiten we goedgeluimd te vertrekken. Al na
vijf minuten melden de eerste bloedzuigers zich aan. Ze klampen zich vast aan de
schoenzolen en kruipen langzaam omhoog op zoek naar warmte. Het minste gaatje is voldoende
om zich doorheen te murmelen en hun ding te doen. Vanzelfsprekend is de bovenrand van de
schoen delicaat terrein want eenmaal binnen zal een sok de beet van het beestje niet
tegenhouden.
Het schijnt te helpen om de bovenkant van de sokken en de schoenen dik in te smeren met
insektenwerende middelen. Een andere en doeltreffende oplossing is de broek in de sokken
te steken en de overlapping in te tapen met brede plakband hierbij de bovenrand van de
schoenen niet te vergeten. Zo geraken ze in géén geval binnen in de schoenen.
Wanneer je even stilstaat en de grond observeert zal je merken dat je al snel wordt
omsingeld door kruipende regenwormachtige ondingen. Door een ritssluiting in de
broekspijpen slaagde een exemplaar erin om ongemerkt het dijbeen van m'n reisgezel te
bereiken.
De beet voel je niet en doet geen pijn. Al snel kleurt de broek rood van het bloed, het
wondje blijft namelijk langdurig bloeden omdat er een antistollingsmiddel wordt
ingespoten. Afgezien van het feit dat het geen apetijtelijk zicht is, is er geen reden
voor bezorgdheid. Na een tijdje raak je eraan gewend. Door even een vlammetje (aansteker
of lucifer) te gebruiken kiest de boosdoener onmiddellijk het hazepad. In verscheidene
steden kan je zogenaamde 'bloedzuigersokken' kopen die voeten en kuiten tot onder de
knieën beschermen tegen beten.
...en weer verder :
Het pad is enorm slijkerig en de begroeiing erg dicht. De
eentonigheid van de omgeving (bomen en struiken), de vreselijk drukkende hitte en de
permanente afwezigheid van enige vorm van dierlijk leven werkt ongunstig op het
zenuwstelsel en de vermoeidheid neemt soms ernstige vormen aan.
Plotseling wijst
Philip ons op de aanwezigheid van een prachtig exemplaar van de zeldzame Rafflesia.
We moeten een twintig-tal meter van het pad af om de grootste en zeldzaamste bloem ter
wereld van naderbij te bekijken. De prachtige rode bloem heeft een diameter van ongeveer
dertig centimeter en is op het hoogtepunt van de bloei. De Rafflesia kan echter wel tot
één meter breed worden en bloeit slechts drie dagen per jaar. Het is erg toevallig om in
het wild een exemplaar te vinden en het maakt onze dag toch weer goed. Na zes uren zweten
en vloeken bereiken we uiteindelijk uitgeput de schuilplaats, een oud houten geraamte
temidden van een reuzebamboebos.
De schuilplaats is niet meer dan de resten van het oude Pa Lungan dat werd verlaten na de
Britse kolonisatie. Afgezien van dit houten hok is er geen enkel spoor meer van het oude
dorpje. Kameraad Patrick komt bij het uittrekken van z'n laarzen tot de lugubere
vaststelling dat nog meer bloedzuigers hem te pakken kregen. Sokken en onderkant van de
broek zijn doorweekt van het bloed. Gelukkig ben ikzelf gespaard gebleven door de
beschermende tape.
Het vallen van de avond is een vreemde ervaring als je beseft
dat je open en bloot temidden van een primair regenwoud de nacht moet doorbrengen. We
bereiden ons voor op een aanval van diverse eskadrons insekten maar vreemd genoeg beperkt
het zich tot enkele vervelende muskieten en kevers. Een muskietennet en een ligmatje zijn
handige attributen.
Philip vertelt over de Penan en hun ongelijke strijd tegen de Maleisische regering en de
voortdurende boskap. De cicaden beginnen al snel met hun luidruchtige en schrille
concerten en houden de slaap wat langer achterwege. Dieper de nacht in komt onverwacht ook
de kou nog een woordje meespreken en een sweater of lichte pullover in de rugzak is geen
overbodige luxe.
Om 08.30 uur 's ochtends vertrekken we naar het Indonesische Pa Rupai.
We doorkruisen het gebied van de Gunung Murud, met zijn 2.423 m tevens de
hoogste piek is Sarawak. Het aanhoudende klimmen en dalen en de plaatselijk schier
onbegaanbare slijkpaden maken de tocht loodzwaar. Het is mogelijk de top in de trektocht
te betrekken maar hiervoor is een extra dag en een serieuze fysieke conditie vereist.
De grens met Kalimantan wordt gevormd door een heuvelrug en is gemarkeerd met een betonnen
paal. Er is in de hele omgeving geen mens te bespeuren. Wel krijgen we voor de eerste maal
de roep van de legendarische neushoornvogel te horen. De inboorlingen geloven dat er een
bericht van hogerhand op komst is als een neushoornvogel overvliegt. Enkele Gibbons gooien
zich hoog boven ons van de ene boomtop in de andere.
Na vier harde uren worden we hartelijk verwelkomd door de inwoners van Pa Rupai en het
pittoreske dorpje biedt een welkome verademing. Een simpel middagmaal wordt genuttigd in
één van de smetteloos onderhouden houten hutjes. Je kan er als het ware van de vloer
eten. Ondertussen komt een fikse regenbui roet in het eten gooien en vertraagt ons vertrek
naar Ba Kelalan.
Eenmaal terug aan de grens met Sarawak moeten we een
legerpost passeren waar onze paspoorten worden opgevraagd. Alle namen worden in een boek
genoteerd en over permits wordt helemaal niet gepraat. Onze gids geeft ons de raad om
camera's weg te stoppen in de rugzak omdat enkele soldaten zich soms aan corrupte
praktijken durven wagen. Er zijn gevallen bekend waar toeristen hun toestellen dienden af
te geven tenzij er werd betaald. In ons geval is er van zulk probleem geen sprake, de
wetsdienaars zijn ons goedgezind. Wel wordt gevraagd of we niet geïnteresseerd zijn in
een fles whiskey. Het verkopen van drank schijnt ook een bijverdienste te zijn van deze
heerschappen.
...En zo komen we zonder al te veel problemen terug in Sarawak terecht. Van de
legergrenspost naar Ba Kelalan moet, al naargelang de staat van het terrein, nog eens vier
uur overbrugd worden. Alles gaat of staat met de vraag of het onlangs heeft geregend of
niet. Bloedzuigers hebben zich sinds Pa Rupai niet meer getoond en het landschap wordt
stilaan vriendelijker en gastvrijer. De ruige heuveltop maakt plaats voor groene weiden en
rijstveldjes. |