4. BATU NIAH - PANGKALAN
LUBANG
Het heeft geen enkele zin om in het saaie dorp Batu Niah naar
accommodatie te gaan zoeken. Beter is het om je dadelijk naar Pangkalan Lubang
te laten brengen waar het hoofdkwartier van het Nationaal Park is gevestigd. Ongetwijfeld
de avontuurlijkste manier is een motorboot te nemen aan de oever van de rivier, slechts
enkele minuten verwijderd van de bushalte. De ganse boot kost 10 RM en er wordt niet
moeilijk gedaan over de prijs. Mogelijks kan je zelfs nog delen met andere toeristen. De
wankele boottocht wordt een opwindende eerste ervaring temidden van de weelderige
vegetatie van het dichte Sarawakse regenwoud. Spijtig genoeg duurt het spektakel slechts
een kleine 15 minuten.
Het Visitor's Hostel in het Park Hoofdkwartier
is sinds november '94 volledig vernieuwd en onze monden vallen open van verbazing. De
bungalows lijken wel een vier-sterrenhotel. Gezellig ingericht, kraaknet en perfect
onderhouden, blinkende badkamers met witte tegelvloer en -wanden, warm en koud water,
grote fan tegen het plafond en zeer ruime kamers met vier bedden.
Per bed moet er 10 RM betaald worden en het is mogelijk alle vier de bedden "af te
kopen", als je op privacy gesteld bent (40 RM).
Om de grotten te bezoeken (waarvoor kom je anders hierheen ?)
moet een permit worden geregeld aan de balie van het hoofdkwartier. Dit kost slechts 3 RM
per persoon. Wil je een fototoestel of een filmcamera meenemen betaal je nog eens extra 5
RM. Veel reizigers komen echter enkel voor een blitz-bezoek aan de grotten en keren
dezelfde dag nog terug. Dit is gekkenwerk en het is beslist aan te raden hier één à
twee nachten te blijven. Er zijn namelijk meerdere interessante trektochten mogelijk
buiten de grotten.
Een van deze mogelijke alternatieven is een bezoek aan het "Iban-longhouse"
via de plankwalk aan de overzijde van de rivier. Om de rivier over te steken roep je
gewoon even naar het restaurantje aan de overzijde en onmiddellijk komt iemand je met een
bootje oppikken. De overtocht die slechts enkele seconden duurt kost 50 Sen. Zwemmen wordt
wegens sterke onderstromingen afgeraden. Het restaurantje aan de overzijde is trouwens de
enige manier om aan voedsel en versnaperingen te geraken, want de eetgelegenheid in het
Visitor's Hostel is op dit moment nog in aanbouw.
Eenmaal aan de overzijde kan je de 'plankwalk' niet missen, het is een
houten constructie ongeveer één meter boven de grond en speciaal aangelegd voor de
toeristen die niet van vuile schoenen houden. Het pad loopt doorheen een prachtig stuk
primair oerwoud recht naar de Niah-grotten. Aan de splitsing moet je dan naar links om het
longhouse te bereiken, ga je naar rechts dan loop je de grotten binnen.
De vochtigheidsgraad in het woud is slopend, vooral als je
nog niet helemaal aan het klimaat bent aangepast. Iedereen kan dit tochtje zonder al te
veel miserie voltooien en als je genoeg tijd uittrekt voor de tocht en af en toe eens
blijft stilstaan kan je ten volle genieten van de schitterende jungle-geluiden, de vele
kleurige vlinders, insekten en vogels.
Een enorm longhouse trekt al snel onze aandacht en voor we het weten worden we omringd
door een horde giechelende dorpskinderen. Dat deze Iban al flink gemoderniseerd zijn wordt
al snel duidelijk als we enkele mountainbikes onder onze neus geduwd krijgen. We maken
kennis met Alex en worden binnen uitgenodigd om zijn omvangrijke familie gedag te zeggen.
Een lijvige fles zoet naar binnen vloeiende Tuak-rijstwijn zorgt ervoor dat we al snel
onze maximumtemperatuur bereiken.
Alex vertelt ons dat er ongeveer 1.000 Ibans in het dorp wonen. Hijzelf werkt in opdracht
van de regering als opzichter in de grotten. Hij ziet toe op eventuele vervuiling door het
achterlaten van rommel door onachtzame toeristen, voornamelijk Chinezen en Japanners zegt
hij.
Van weggaan lijkt geen sprake meer en er wordt lang nagepraat over politiek, familie,
tradities, enzomeer. We worden zelfs uitgenodigd om de nacht door te brengen maar dat zien
we echt niet zitten zonder het nodige materiaal.
Het wordt angstaanjagend snel donker en we moeten dringend terug naar huis. We trekken dan
maar onze lange broeken aan om de insekten niet té gelukkig te maken. Als bij wonder
blijven de gevreesde muskieten achterwege en zelfs als we onze zaklampen aansteken blijven
we redelijk gespaard van lastige insekten. Het is inktdonker en dit maakt het allemaal nog
veel boeiender, het aantal decibels dat hier tussen de bomen geproduceerd wordt is niet in
woorden te omschrijven. Eenmaal onze ogen aan de duisternis aangepast zijn, zien we de
fluoriscerende paddestoeltjes onder het plankenpad glinsteren. Samen met de vuurvliegjes
wordt ons een hallucinant schouwspel aangeboden. Een nachtelijke wandeling is beslist een
aanrader voor de echte natuurliefhebber.
Eenmaal terug aan het restaurantje verrichten een Nasi Goreng Special (3 RM) en een flinke
pint ijskoud bier wonderen na een plakkerige wandeldag.
Een andere alternatieve route is de zogeheten "Madu
Trail", een tocht die volgens het aanwijzingsbordje zo'n anderhalf uur in
beslag neemt. Dit kan best met een korreltje zout worden genomen. Het
"wandelingetje" ontaardt in een regelrechte ontmoeting met de hel. Het pad
doorheen de 'bush' is op talrijke plaatsen vrijwel onbegaanbaar door diepe slijkpoelen die
door de dichte tropische vegetatie bijna niet kunnen ontweken worden. Broek en schoenen
zijn binnen de kortste keren doordrengd met enkele kilo's kleiachtig slijk en de
temperatuur in combinatie met de extreme vochtigheid doet onze moed in snel tempo dalen.
Hier zijn de muskieten in grote getallen aanwezig om ons het leven zuur te maken. Andere
dieren krijgen we niet te zien. Pas na ruim 5 harde uren bereiken we terug de bewoonde
wereld. Deze Madu Trail is een harde dobber, vooral bij regenweer.
Onze trip naar het eigenlijke doel, de Niah-caves
kunnen we pas aanvangen omstreeks 17.00 uur. De grotten behoren tot de grootste ter wereld
en worden bevolkt door miljoenen vleermuizen en zwaluwen. Deze zwaluwen bouwen hun nesten
soms meer dan 30 meter hoog tegen het plafond. Het zijn deze nesten die zo gegeerd zijn
door de Chinezen en waarvoor belachelijk hoge bedragen worden betaald.
Toevallig lopen we Alex tegen het lijf en hij geeft ons graag een rondleiding door de
diverse grotten. We leren dat er drie soorten vogelnesten bestaan, nl. witte, rode en
gele. Voor de witte en tevens de meest waardevolle wordt tot 1.500 RM per kilo betaald. Om
de nesten te kunnen bemachtigen worden wankele bamboe-stellingen gebouwd of wordt gewoon
met behulp van een touw naar boven geklommen. Deze halsbrekende toeren eisen zo nu en dan
een slachtoffer.
Eén van de interessantste grotten, de "Painted Cave", is spijtig
genoeg wegens onderhoudswerkzaamheden voor onbepaalde duur gesloten voor het publiek.
Hierin bevinden zich 1.000 jaar oude schilderingen en kleine houten kano's die dienst
deden als doodskisten wat erop wijst dat deze grot eens een kerkhof was.
Op weg naar Bario :
Eenmaal terug in Miri nemen we het vliegtuig naar Bario. Deze
vlucht is reeds op voorhand in België gereserveerd. De check-inn verloopt ietwat
ongewoon. Elke passagier moet namelijk mét handbagage op de weegschaal. Er mag niet meer
dan 10 kg aan bagage aan boord worden gebracht en normaal zou elke extra kilo 1 RM kosten.
Al mijn bagage samen weegt echter ruim 20 kg en toch moet er, afgezien van 5 RM aan
taksen, niets worden bijbetaald.
De Twin-Otter van Malaysia Airlines biedt plaats aan 18 personen en vertrekt op tijd. In
de lucht beginnen we pas echt te beseffen hoe enorm de groene long onder ons wel is. Eén
gigantisch groen tapijt met daartussen hier en daar de glinstering van een riviertje of
waterval. In een mum van tijd hangen we boven het groene Kelabit-gebergte en maken we ons
klaar voor de landing in Bario. |