2. BORNEO
... habitat van de neushoornvogel, neusaap en orang-oetan.
Met zijn dikke 746.000 vierkante kilometer, 20 keer Nederland, is het meteen het op twee
na grootste eiland ter wereld (Groenland en Nieuw-Guinea zijn de koplopers). Het land is
verdeeld in twee stukken. Sarawak en Sabah in het noorden vormen samen het kleinere
Maleisische deel en ten zuiden ligt het Indonesische Kalimantan. Tussen Sarawak en Sabah
ligt het piepkleine maar steenrijke Brunei geprangd, een onafhankelijk Islamitisch
sultanaat.
Het is niet gemakkelijk een keuze te maken tussen enerzijds
het Maleisische deel of anderzijds het Indonesische maar aangezien we slechts vier weken
ter beschikking hadden kozen we voor Maleisië omwille van de kleinere oppervlakte.
Wellicht is "toeristentrekker nr. 1" Mount Kinabalu (4.1O1 m) wel
medeverantwoordelijk voor deze keuze.
Op Borneo lijkt de schepping op hol te zijn geslagen, immense
niet te overziene en onaangetaste regenwouden domineren het gebied en er leven ontelbare
soorten zeldzame en opvallende creaturen. Deze uitbundige flora en fauna zijn
oorspronkelijk afkomstig van het Aziatische continent want in lang vervlogen tijden zat
Borneo nog aan Java en het vasteland vastgeketend. Kleine bergstroompjes komen terecht in
de grote rivieren die op hun beurt honderden keren vertakken in kleinere riviertjes.
Vanzelfsprekend is het water dan ook de gemakkelijkste manier om kilometers te vreten in
de quasi ondoordringbare jungle. Vanuit een bootje maak je aanzienlijk meer kans om een
glimp op te vangen van enkele vertegenwoordigers van het dierenrijk. De grote zoogdieren
laten zich spijtig genoeg maar zelden zien, maar daar tegenover staat dat de aandacht
telkens weer getrokken wordt door de enorme verscheidenheid aan planten en dicht bij de
grond levende dieren: vleesetende bekerplanten, orchideeën, rafflesiabloemen (als je
geluk hebt), paddestoelen, allerlei insekten, kleinere reptielen, bloedzuigers (!), enz...
het lijkt wel of de mens hier uitgestorven is. Nochtans zijn er de tot de verbeelding
sprekende verhalen over primitieve koppensnellers en kannibalen die vroeger menig
avonturier deden huiveren.
Maar de tijden veranderen snel, zoveel is duidelijk als we tijdens één van onze
"jungle-treks" worden ingehaald door een lid van de 'Iban' op een
mountainbike ! De traditionele kledij is er niet meer bij, tenzij misschien om enkele
goedgelovige toeristen te sussen en hen het gevoel te geven dat ze toch nog waar voor hun
geld hebben gekregen. Ijskasten, kettingzagen, jeans, trendy zonnebrillen, en nog meer
moois hebben al lang hun intrede gedaan bij de meeste bevolkingsgroepen.
Wil je toch nog iets opsnuiven van de traditionele sferen dan kan je bijvoorbeeld eens op
zoek gaan naar de semi-nomadische 'Penan', vermoedelijk de oudste bewoners van
Borneo. Zij kennen het woud als geen ander omdat ze voortdurend verdertrekken en zijn
uitstekende jagers met blaaspijp en gifpijl. De Penan leven niet in de gekende longhouses
maar bouwen telkens weer tijdelijke onderkomens. Ze strijden intensief tegen de
vernietiging van hun woongebieden (houtkap) en zijn fel gekant tegen de corrupte plannen
van de Maleisische regering die blijkbaar meer geïnteresseerd is in de massale export van
dure houtsoorten. De traditionele waarden en het behoud van de natuurlijke pracht van
Borneo is blijkbaar van geen tel meer.
BARIO in de Kelabit Highlands (Sarawak) is een goede
uitvalsbasis om deze gastvrije mensen te ontmoeten. Om een afgelegen Penan-nederzetting te
bezoeken moet rekening gehouden worden met zware meerdaagse wandelingen door primair
oerwoud en dit betekent dat het hoofd moet geboden worden aan diverse onvriendelijke
elementen van moeder natuur zoals het extreem vochtigheidsgehalte, moeilijk begaanbare
paden bij regenweer, modderpoelen, hopen bloedzuigers enz... Een goede geestelijke en
lichamelijke conditie is hier wel op zijn plaats en dit geldt voor alle niet platgetreden
paden in de 'bush'.
Ons verhaal begint in KOTA KINABALU...
...waar we al dadelijk worden geconfronteerd met een
administratieve rariteit. De internationale luchthaven ligt in de provincie Sabah en het
is onze bedoeling rechtstreeks door te vliegen naar MIRI in Sarawak. Bij aanbieden aan de
immigratiebalie in Kota Kinabalu krijgen we de nodige entry-stempels in onze paspoorten.
Tot zover is alles normaal, maar hoe groot is onze verwondering als we in de
'domestic-terminal' voor onze binnenlandse vlucht naar Miri alweer moeten emigreren.
Terstond wordt een exit-stempel in onze paspoorten geploft. Bij aankomst in Sarawak krijg
je er dan alweer een, dit betekent dus drie stempels in één dag ! Sarawak en Sabah
worden schijnbaar als twee afzonderlijke landen beschouwd en er moeten dan ook twee
verschillende immigratiedokumentjes worden ingevuld. |