| Hoofdgerecht Het hoofdgerecht bestond uit een mengeling van ontmoetingen met
Ladakhi en Lama's, mensen van wie de lach nog uit het hart komt. Voedsel en drank als
tsampa, tukpa, skew, chang en yakmelk waren vreemd maar soms verrassend lekker. Cultuur,
zoals de traditionele gemaskerde dansen en de doorgewinterde gopa's, hoorde erbij als
peper op een 'steak au poivre'.Lamayuru en omgeving, het eerste ingrediënt
dat we gebruikten was delicieus. De omgeving en de ligging van het klooster riepen de
vraag op : "Ben ik in een andere wereld terechtgekomen ?"
De kleurschakeringen op de bergen waren gewoon wonderlijk !
We bezochten Norboo, de postbode die op het ogenblik van onze aankomst eventjes kapper
speelde. Het monnikenkapsel van zijn broer bracht hij terug in glimmende staat. Hij
ontving ons in zijn ouderlijk huis waar we direkt thee en koekjes aangeboden kregen en we
voelden ons er vlug thuis. Norboo straalde immers een innerlijke rust uit.
We planden een tochtje van twee dagen met de brievenbesteller naar enkele dorpjes rond
Lamayuru. Het werd het hoogtepunt van onze maaltijd. Na enkele uurtjes stappen in een dor
en ruw landschap, was het alsof we in een groene oase belandden. Het dorpje Pams
bestond uit kleine, stenen huisjes en veel verschillende bloemen, schapen, geiten en
kippen kruisten ons pad. Enigszins aangrijpend waren de kinderen en baby's met hun
verweerde gezichtjes en hun oude, vuile en versleten kledertjes.
Via de Fatu La stapten we verder
naar het dorpje Larsa, waar Norboos vrouw en kinderen verbleven. Eerst
kregen we een matras aangeboden maar we bedanken voorzichting toen we de schare
rondspringende vlooien opmerkten. Bij het avondmaal genoten Norboo en zijn buurman van hun
gebruikelijke twintig kopjes chang. Toen we tijdens het gesprek vroegen hoe oud zijn
vriend was, kregen we als laconieke antwoord dat hij 'oud' was.
We sliepen die nacht gedeeltelijk in open lucht en zo konden we intens genieten van de
prachtige sterrenhemel.
Bij de eerste zonnestralen namen we een verkwikkende wasbeurt aan een beekje. Na een
stevig ontbijt met chapati (soort pita-broodje), ei, tomaat, thee en yakmelk waren we
klaar om onze tocht verder te zetten. We maakten uiteraard nog de nodige foto's van onze
vriendelijke gastfamilie en vertrokken dan maar in de richting van het Atitse-klooster.
Het klimmen vlotte niet zo goed als gisteren. In het klooster werden we al opgewacht door
de enige aanwezige monnik. Deze thuisblijver gaf ons eerste een rondleiding en trakteerde
ons dan op een volle thermos thee en handenvol gedroogde abrikozen.
Een korte maar pittige klim voerde ons naar een plaatsje waar je een indrukwekkend
uitzicht gepresenteerd krijgt op een stuk Ladakh. Na een paar uurtjes dalen belandden we
dan weer in Lamayuru. Een goede nachtrust in een ECHT bed werd gevolgd door een 'luxe'
zit- en liplaats op de lading van een truck richting Leh. Het was een unieke
belevenis om op deze manier alle bergen en kloven om ons heen te kunnen aanschouwen. Door
wegeniswerken en ook door het feit dat de motor van ons vehikel enkele keren zijn kookpunt
bereikte, deden we er heel wat langer over dan voorzien.
Leh, het ingrediënt waar we heel wat van
hadden verwacht, viel eigenlijk wat tegen. Niettemin was het een prima plaats op op adem
te komen en wat souvenirs te kopen. Wij gebruikten het om enkele nabij gelegen kloosters
te bezichtigen. Het vliegveld en de centrale ligging van Leh gecombineerd met de
natuurlijke charme, geven het plaatsje een overwegend toeristisch karakter. Tot tweemaal
toe wilden we vluchten naar meer afgelegen gebieden, doch het lot besliste er anders over.
Eénmaal hield een landverschuiving op de Kardung la ons tegen om de Nubra-vallei
te bezoeken, de tweede keer was er een brug weggeslagen op weg naar het Tsomoriri-meer.
Een ander niet te vergeten ingrediënt was de busreis van Leh
naar Manali. De bus waarvoor we een reservatie op zak hadden kwam niet
opdagen. Gelukkig kwam er op het nippertje nog een andere bus waarmee we meekonden. 200
meter verder sleurde ons voertuig enkele elekriciteitskabels naar beneden. De buschauffeur
keek wel eens even door het raampje maar vond het toch niet nodig om halt te houden. De
rit werd zeer spectaculair.
Een eindje voor de Tanglang La werden we opgehouden door een truck met pech.
Onze technische ploeg, de buschauffeur en zijn assistent, doken mee onder de kap van truck
en verhielpen het euvel.
Net voor het bereiken van de top van de tweede hoogste pas ter wereld moesten we uit
veiligheidsoverwegingen allemaal uitstappen en een stukje te voet afleggen, terwijl de
chauffeur heel voorzichtig vorderde. De weg was één gigantische modderpoel en het gevaar
om te kantelen was veel te groot om de passagiers in de bus te laten.
Eenmaal aan de andere kant van de pas was de toestand zeker niet beter. Hier voltrok zich
een ware verkeerschaos. De in de modder vastgeraakte trucks konden niet anders dan wachten
op betere (drogere) tijden. Een opstelling in rechte lijn was er niet bij zodat onze bus
zigzaggend de transportvloot moest passeren. Tot aan valavond verliep de rit schitterend.
Het landschap veranderde voortdurend zodat we geen minuut de tijd kregen om ons te
vervelen. Ik zat naast de chauffeur en merkte dat hij het moeilijk kreeg om in het donker
te rijden. Hij had hoofdpijn en de vermoeidheid speelde hem parten. Ik was dan ook blij
toen we uiteindelijk het tentenkamp bereikten. We brachten vrij comfortabel de nacht door
in de bus.
De volgende dag namen we het ontbijt in een ander tentenkamp.
Hier lag een baby in een groot bed te slapen. Toen één van onze medereizigsters de baby
op haar schoot nam, vroeg de moeder of ze haar boreling als pleegkind wou aanvaarden !
Het laatste stukje met de bus geschiedde doorheen prachtige
natuurgebieden maar tegen de avond dook er uit het niets een dikke mist op. Tergend
langzaam en met een klein hartje daalden we de Rotang-pas af en we namen dan
ook opgelucht adem toen we in Manali mochten uitstappen.
De volgende dag maakten we per taxi een uitstapje naar Naggar, een
ingrediënt dat ons beter beviel dan Manali. Het was goed genoeg als proevertje maar het
gaf net als de bustocht Manali-Delhi-Agra geen extra dimensie aan de overheerlijke
hoofdschotel. We waren zo vermoeid dat we tijdens de rit sliepen als marmotten.
Stilaan genoeg krijgende van al dat reizen, wilden we als
afsluiter nog wat genieten van een imposante bouwkunst en een stukje rijke cultuur. |