TravelSource.nl LogoReisverhalenAzië
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 Afrika Auteur : Lode Broekman & Annet Blanken
 AziŽ
 AustraliŽ E-mail adres : crew@travelsandtales.com
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://www.travelsandtales.com/
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : China       India Ladakh       Thailand       tibet         Zijderoute




 Met de Transsiberië-Express van Moskou naar Beijing.
Travels and Tales
A'way; met Annet en Lode op reis door Rusland, MongoliŽ en China in 1995

China Daily

Het zit erop. Na ruim 35.000 km reizen in 10 weken, slapen we weer in ons eigen bed, eten we drop, douchen we weer elke dag en trekken we weer schone kleren aan ... Aardbevingen, omvallende bussen, auto's met panne, 'bad plane', mannen met dolken en geweren, ja zelfs de Chinezen hebben we overleefd. We hoeven niet meer te onderhandelen over van alles en nog wat, toeristenprijzen te betalen, worden op straat niet door iedereen aangegaapt, niet meer nageroepen (Ghello, Ghello).

Moskou

Een schitterende stad met grote klassieke gebouwen, bedelaars, Lada's, oude trucks en uitlaatgassen. De autoritaire ambtenaren, militaire ceremonies, een grauwe omgeving ....... waar is glasnost? Moskou lijkt één grote zwarte markt. Voor warenhuizen en voetgangerstunnels struikel je bijna over mensen die met de verkoop van kleding, schoeisel en zelfs jonge poesjes en hondjes hun pensioenen en salarissen trachten op te vijzelen. Het contrast: neonreclame van Philips wedijvert met de gouden torens van de kathedralen binnen het Kremlin. Elegante vrouwen en duur geklede mannen stappen uit fonkelnieuwe Mercedessen, op het Rode Plein zingen sjofel geklede oude communisten met een rood spandoek tegenover het mausoleum van Lenin. Straatmuzikanten hopen op een beloning en souvenirverkopers blijven het halsstarrig proberen. Lange wachtrijen voor de McDonald's in het weekend.

Wij gaan in ieder geval op bezoek bij Lenin, twijfelen of hij wel echt is. Doen een rondje Kremlin. Zitten uren op het Rode Plein. Kopen kaartjes op de zwarte markt en genieten van een avondje in het schitterende Bolshoi-theater. Favoriete transportmiddel? De metro! De stations zijn werkelijk schitterend: veel marmer, Stalinistische beeldengroepen van oorlogshelden, kroonluchters en steile roltrappen.

Transsiberië-express

(uit: Jan van Nijlen - Bericht aan de reizigers)

" Bestijg den trein nooit zonder uw valies met dromen,

dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen

Zit rustig en geduldig naast het open raam:

gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam"

... "En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,

waarvan ge in uw bestaan den naam nooit hebt gehoord,

dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen betekent

voor de doolaards en de ware wijzen ...."

Op dit eerste traject in de Rossiya, delen we een coupe met Harry (uit Rotterdam) en een matroos op weg naar Moermansk. Deze laatste vertelt zijn hele levensverhaal (in het Russisch) en kleedt zich voor z'n vrienden nog eens in vol ornaat in zijn zeemanskloffie. Nicolai, onze Duitssprekende corrupte conducteur en meteen ook de enige over de grens sprekende persoon op deze trein, vertelt ons meerdere malen dat Russische-service (of eigenlijk, alles wat Russisch is) 'schlecht' is. De restauratiewagen is inderdaad een troosteloze bedoening, Russen lopen dronken door de trein met ontbloot bovenlijf en de wc's tonen en ruiken niet aantrekkelijk. In deze trein genieten wij dan ook van de verwenluxe die Nicolai en 'Mama' ons bieden; ontbijtje, avondeten, een schoongemaakt tafeltje en de mogelijkheid alle onderdelen van de trein te kopen indien wij deze als souvenir wensen. Kortom, we hoeven onze coupť bijna niet uit te komen.

Uitzicht: Om de paar uur een grote stad. Grauw, grijs, lelijke verwaarloosde flats en rokende fabrieksschoorstenen. Kuddes vrouwelijke handelaren met vale hoofddoeken en oude kleren staan op ieder stationnetje te wachten om hun etenswaren te verkopen. Van hun grove gezichten druipt de treurnis. Het Oeral-gebergte (eigenlijk meer heuvelachtig dan bergen), steppe, veel heel veel berkebomen, grauwe dorpjes met houten huisjes. Dan weer berken, berken, berken, eindeloze bossen met zilverberken, rechte berken, kromme berken, hoge berken, lage berken, dode berken. Siberië.

We nemen tijdelijk afscheid van Harry. Nicolai schrijft ons een schattig briefje, waarin hij ons uitnodigt volgend jaar langs te komen in Moskou bij zijn familie. We verlaten ons 'huis op wielen' waar we van dinsdagmiddag tot zaterdagochtend in hebben gewoond. Dagen van 23 uur doordat we elke dag wel een tijdszone passeren, we arriveren uitgerust en ontspannen op onze bestemming.

Irkoetsk

Irkoetsk, met 500.000 inwoners, heeft ooit na een grote brand in de vorige eeuw volgens de boeken een grootse renovatie ondergaan. Maar waar vinden wij deze terug? Flats en oude vervallen houten huizen. De brede boulevards, waarover slalomend gereden wordt om de gaten en bobbels in het wegdek te omzeilen, lijken meer op zandweggetjes. Winkels vinden we er niet. Wel kiosken, waar alles (zelfs bruidsjurken) worden verkocht. De mensen gaan hier nog gekleed zoals ze er 50 jaar geleden bijliepen. Echter, bergschoenen aan de voeten van een vrouw blijven ze toch wel gek vinden.

Het Baikalmeer in Oost-SiberiŽ. Het grootste, diepste en koudste meer van de wereld. Het dorpje Listvjanka is niet meer dan een haventje, een bushalte en een straatje waarlangs een tiental kleurrijke, goed onderhouden, houten huisjes staan. De koeien en geiten mogen lopen waar ze willen. Vanuit het vissersdorpje nemen we de hovercraft over het meer en de rivier de Angara terug naar Irkoetsk.

We stappen weer op de trein. Een geweldig uitzicht: links het Baikalmeer, rechts de besneeuwde bergtoppen van de Khamar Daban berglijn. Zware tassen, balen, zakken en dozen sjouwende Mongolen klimmen in de trein. Smokkelwaar. Spiritus, laarzen, sigaretten, fruit en drank. Er vindt een levende ruilhandel plaats. Zo verdeelt men de koopwaar onderling om zo binnen de toegestane hoeveelheden te blijven. Hoe dichter we bij de grens komen, hoe onrustiger onze Mongoolse coupe-genoten worden. En dan de grensovergang. De Russische douane (militairen) toont een staaltje dictatoriaal gedrag, ze commanderen ons de trein op, het perron wordt aan beide kanten afgezet en ze laten ons 3,5 uur wachten. Prikkeldraad, hekken en nerveuze militairen.

De Mongoolse kant: Sukhe Bator. Weer vullen we formulieren in. Eén voor één de coupe uit, in de houding staan, foto wordt vergeleken en op de gang staan. De Mongolen draaien zelfs het plafond eruit om te kijken of ze smokkelwaar kunnen vinden. Na nog eens 4,5 uur wachten is het zodra we weer rijden feest. Alle goederen zijn de grens over en dat moet gevierd en teruggeruild worden. Dan maar genieten van het uitzicht: graslanden, loslopend vee en ger's.

Ulan Bator, MongoliŽ

We moeten bij het station even wachten op enkele medepassagiers. Dit geeft ons de gelegenheid om te genieten van een heerlijk ochtendzonnetje en van mooie mensen met schitterende koppen gehuld in traditionele kledij. Ulan Bator is verrassend leuk. We bezoeken het Natural Museum waar enkele imponerende dinosaurusskeletten staan. Hoezo groot? Aan de voet van het standbeeld van de nationale held Sukbataar genieten we van de rust, geen haast, genieten van de zon. Het land is arm, maar daar is weinig van te zien. Mensen gaan goed gekleed, modern of traditioneel. Groot contrast met Irkoetsk.

In het Winterpaleis van Bogd Khan (de laatste Mongoolse koning) is het net alsof de bewoners vijf jaar geleden zijn vertrokken en de tuinman vergeten is het gras te maaien. Het onderhoud is helaas matig geweest in de afgelopen 70 jaar. Wat gebleven is zijn de vele details in de bouw: kleuren, symmetrie, verschillende afbeeldingen, beeldjes op het dak.

Een dag de stad uit, 40 km zuidelijker richting Zuunmod. De lokale bus doet er een uur over, iets boven het Aziatische gemiddelde wat voor deze afstand staat. Graslanden, gers (ronde tenten waarin de Mongolen wonen) en overal loslopende kuddes paarden, koeien, schapen en yaks. We reizen samen met de plaatselijke bevolking. Geen toerist te bekennen. Ons einddoel, het klooster Manzshir Hiid, bereiken we na een prachtige wandeling van 2 uur. Ons gezelschap: marmotten in mosgroene heuvels en roofvogels cirkelend boven ons hoofd. De overblijfselen van het klooster (gedeeltelijk verwoest tijdens de Stalin-periode) zijn indrukwekkend.

Het hoogtepunt vindt plaats tijdens de terugtocht. Bij een ger grazen een aantal paarden. We maken met handen en voeten duidelijk aan de bewoonster dat wij paard willen rijden. Dat kan, alleen moet eerst het gezinshoofd, die ergens op de graslanden werkt, erbij worden gehaald. In de tussentijd wachten wij in de ger en krijgen tarag (yoghurt) voorgeschoteld. Lekker? Het "gesprek" verloopt met ons reisboek als tolk. De ger is van binnen ruim en luxer dan verwacht (een telefoon, een zwart/wit televisie).

Het paardrijden, samen met Opa, is fantastisch. Lode aan een touwtje, Annet ongebonden, allebei wat onwennig zittend op het typische zadel. Heuvel op, heuvel af, niemand om ons heen. 'Sitting on top of the world'. We nemen de kou en de snijdende wind voor lief voor deze geweldige ervaring. Ovoo, een heilige plek voor reizigers. Door drie keer om de stapel stenen heen te rijden in de richting van de klok, krijgen we de zegen van de geesten. Mongolië geeft de indruk van een wereld die nergens anders meer bestaat. Een wereld waar ruimte eindeloos is en de stilte bijna hoorbaar in het ruisen van de wind. Waar alleen de witte en bruine stippen van een kudde schapen, geiten, koeien en paarden en de grijze rookpluim boven een ger het onbegrensde groen zonder bomen onderbreken.

Na afloop worden we weer tot eten en drinken gedwongen in de ger. Onvergetelijke sfeer. We zijn "eregasten " en worden als zodanig behandeld. Met tegenzin reizen we terug naar Ulan Bator, de koudste hoofdstad ter wereld.

We verlaten Mongolië weer per trein, door de Gobiwoestijn. Harry heeft zich weer bij ons aangesloten, evenals twee Aussies (Tim & Kate, tweeling), Gerd (een goeie Duitser) en twee jodelende Zwitsers, Felix & Andrea. Het wordt een gezellige trip. Binnen: veel bier, als voertaal een mengeling van Duits en Engels, een heus Transmongolisch songfestival (wat wij op onze sloffen winnen). Buiten: de Gobi woestijn, een uitgedroogde grasvlakte met kamelen als vervoermiddel. De avond valt en kleurt de woestijn vuurrood.

De grens. De spoorbreedte tussen Mongolië en China is niet hetzelfde, uit angst voor een invasie per trein. In het post-Koude Oorlog tijdperk wordt de trein in een loods gereden en wagon voor wagon opgetakeld. Nieuw onderstel eronder en een dik uur later is de trein gereed voor het Land Van Het Midden. De sfeer is niet prettig. Geuniformeerden patrouilleren om de trein. Er worden een paar treingangers als voorbeeld uit de trein gehaald, waaronder Kate. "You are in our country and you do as we tell you to do" . Het paspoort wordt nog eens gecontroleerd door 15 man en ze moet op een donker perron alleen wachten totdat de trein weer langskomt. Is de trein al vertrokken of als de trein langskomt stopt die dan wel? Wij vragen ons af hoe het met Kate gaat, zijn aangeschoten en sukkelen in slaap.

china

China
.

Chinezen roepen Ghello (spreken dus volgens de reizigers-begrippen Engels) en lachen ons voortdurend uit. Gelijk hebben ze, zij zijn wel met 1.2 miljard en wij maar met 15 miljoen. Zodra wij ons dan ook buiten de geijkte toeristenpaden begeven zijn alle ogen gericht op deze vreemdelingen met grote neuzen, zelden zo'n bron van hilariteit geweest. Brommers en fietsers botsen bijna op elkaar, zowel volwassenen als kinderen stoten elkaar aan en wijzen; aller ogen gericht op de vreemdeling: 'The movie is called Alien and you are the star, a cinema-sized audience will gather to watch!' China, berucht voor de grootte en het enthousiasme van de starende massa en dit weten ze zelfs vol te houden tot in de 'Water Closets'.

De meeste van onze bedoelingen zijn waarschijnlijk in het faxverkeer tussen China en Nederland kwijtgeraakt. Hebben wij in Nederland enige zaken willen regelen om geld, tijd en irritaties te sparen, moeten we in de meeste gevallen veel extra moeite doen om op de plaats van bestemming aan te komen. 'Most people who come back with glowing reports of the PRC never had to travel proletariat class on the train or battle their way on board a local bus in the whole 10 days of their stay'. Blijken deze woorden na 8 weken China ineens meer inhoud te krijgen.

Zhongguo (China) betekent Land van het Midden. En zo voelen de Chinezen het ook. Waarom rekening houden met de buitenwereld? "Van democratie krijg je drugs, AIDS en McDonald's". Wereldkaarten worden steevast anders afgebeeld: China in het midden, het Amerikaanse continent rechts. Chinese landkaarten plakken Taiwan, Hong Kong en Macau overtuigend binnen de landgrenzen.

Het gevoel. Het gevoel van China binnenrijden. Noord zien we bergen met gedeeltes van de Chinese Muur. Zuid zien we bergen, rijstvelden, akkers vol zonnebloemen, ezels, Chinezen te voet, op de fiets, werkend, hurkend. Dit is het; reizen is geweldig.

Peking of Beijing?

Een wereldstad, waarvan het centrum iets dorps heeft. De buurt waar ons hotel in staat, bestaat uit steegjes gevuld met kleine winkeltjes, marktkraampjes, restaurantjes. Men leeft op straat en stookt op steenkool.
Kaartje kopen in de metro. Een angstige dame achter glas. Voor haar: geen rij, maar een kluwen mensen, dringend, duwend, schreeuwend. Het geld voor een kaartje gooi je door een kleine opening in het glas, het kaartje volgt niet veel later. Ik ben in het voordeel, een kop groter en kilo's zwaarder. Ik heb onze kaartjes snel.

We spelen de Toerist en brengen veel tijd door op en rond Het Plein van de Hemelse Vrede. Raar, in juni 1989 werden studenten hier vermoord door het Rode Leger. Nu laten wij ons verzwelgen in de mensenmassa en de imposante gebouwen rondom Het Plein. Noord ligt de Verboden Stad, Zuid het mausoleum van Mao, Oost en West overheidsgebouwen, waar het communisme vanaf straalt. Ook een gebouw met klok, welke terugtelt naar 1 juli 1997. De datum waarop Hong Kong weer onderdeel wordt van het moederland. Mao heeft helaas geen tijd voor ons.

Jong en Oud zingen en dansen op ballroom-muziek op Zondag in het park. We bezoeken de Verboden Stad en het Zomerpaleis van de keizerlijke familie. Een andere wereld. Zouden zij alles geweten hebben wat er buiten hun paleismuren gebeurde? We worden voor het eerst geconfronteerd met de overheidspolitiek "Rip off foreigners". Voor hetzelfde toegangskaartje betalen wij, geachte buitenlanders, drie keer meer. We worden foreign friend genoemd, er wordt walking wallet bij gedacht.

Veel Chinese toeristen kruisen ons pad. Een voorbode voor wat ons te wachten staat? Op één plek lopen ze ons echter niet in de weg: zondagochtend 06.30u in het Tiantan Park. De (voornamelijk oudere) aanwezigen op dit onaardse tijdstip beoefenen Taiji met muziek op de achtergrond, al dan niet in en groep, laten hun vogeltjes luchten, spelen kaart, badminton of Chinees schaak en wij? Wij kijken toe en genieten van deze rust in de wereldstad, Beijing. Waar het verkeer chaotisch is. Vreselijk veel fietsen, nu al teveel auto's, toeters, bellen, bijna aanrijdingen. Voeg daar aan toe de individuele Chinees die er gezellig op los gilt en rochelt, zonder enig respect voor zijn of haar omgeving. Mooi park.

De Muur. Niet de "Disneyland"-versie bij Badaling (compleet met kabelbaan, souvenirkraampjes, leuningen en volledig gerestaureerd), maar Simatai, het minst toeristische, ontoegankelijkste gedeelte op 110 km (dus drie uur reizen) van Beijing. We hebben een kleine excursie geregeld met als andere deelnemers: Tim, Kate, Harry en Gerd. Gezelligheid troef. Verder weer weinig toeristen ontmoet. Je kunt je niet voorstellen dat dit bouwwerk ooit volbracht is. Op de steilste stukken (70 procent stijgingspercentage!) klauter je op handen en voeten omhoog. Gerommel in de verte. Delen van de Muur storten in. Ons groepje is uitgebreid met enkele vasthoudende souvenirverkopers. Zij lopen met ons mee, lachen terwijl wij zweten. Eentje luncht zelfs met ons mee en als beloning voor haar geduld kopen we cola en ansichtkaarten. Zou zij nog onder de indruk zijn van het uitzicht? Waar je kijkt zie een stenen lint dat zich over de heuvels slingert, daartussen de torens.

De Chinese dienstverlening is zeer bijzonder. Enkele voorbeelden:

- je bestelt dumplings voor ontbijt (staat op de menukaart). "Nee, hebben we niet". "Jawel, het staat toch op de kaart". Veel later eten we dan toch dumplings. We leren dat we alles twee/drie keer moeten vragen en ons niet moeten laten afschepen.

- Je koopt iets in een winkel. Als je wacht (uit westerse beleefdheid) worden de Chinezen om je heen eerder geholpen. Heb je je keus gemaakt (hopelijk snel genoeg) en betaald, dan wordt het wisselgeld je toegeworpen.

- Postkantoor: van pakjesinpakbalie naar douaneloket terug naar inpakbalie naar pakketpostloket naar douane naar buitenlandloket en Ö een uur verder.

- Een waterballet op tafel bij het inschenken van onze thee. Opruimen? Waarom dan?

Binnen-MongoliŽ

Een week waarin we door schitterende natuur rijden. De "rode provincie", gekleurd door het zand. Bergen met diepe scheuren, ezels en kamelen op landbouwgrond, dorpjes met stenen en plaggen huisjes. En dan: de graslanden. Hier voel je je klein. Kuddes schapen, koeien, geiten en paarden.

Onze graslanden-tour (verplicht met gids, regeringsregels) lijkt op een rustoord. Het schema van een dag is gewoon over drie dagen uitgesmeerd. Dit betekent toeristische, voorgeprogrammeerde activiteiten die met uren tussenruimte plaatsvinden. We zoeken onze yurt geregeld op, lezen, schrijven, dobbelen, doen de was. Hoogtepunten zijn de reis hier naar toe, de geweldige natuur, onze privé Mongoolse Song & Dance avond bij een kampvuur en de ingelaste trip naar de Gele Bergen. Absoluut dieptepunt: ons rondje op de rug van een kameel....

Hard-seaters in de trein van Hohhot naar Baotou. De trein in komen is het eerste probleem. Er zijn geen plaatsnummers, meer passagiers dan zitplaatsen. De mensen die uit de trein willen, worden tegengehouden door de mensen die haast hebben in de trein te komen. De wagon is afgeladen. We kunnen de rugzakken in het bagagerek kwijt, geen zitplaats echter. Een conducteur bonjourt ons naar de volgende wagon, waar uiteraard ook geen plaats is en geen zicht op onze rugzakken. We gaan weer terug naar ons oorspronkelijk uitgangspunt, toch wel onwennig. Er zijn hier weer teveel Chinezen. Ze praten over ons, lachen ons uit, bekijken ons ongegeneerd, rochelen, spugen, slurpen en gooien hun vuilnis op de grond. Af en toe haalt er een Chinees zijn of haar voet over de net uitgespuwde rochel. Een wonder: een Chinees die meer Engels kent dan "Hello". Hij regelt zitplaatsen voor ons op een bank waar maximaal 8, hooguit 10 mensen kunnen zitten. Nu zitten er hier 12 mensen plus twee kinderen... Drie uur later zijn we in Baotou en een ervaring rijker.

De bus van 8.30 uur naar Dongsheng vertrekt keurig op tijd. Pas als de bus vol is en dat is enkele minuten voor 9 uur het geval . Een krakkemikkige bus, een krakkemikkige weg. We zitten achterin, tussen de bagage en kijken op alle zwarte koppies. Maar zij zitten liever achterstevoren naar ons te kijken. Totdat wij mee gaan rochelen en met een arrogante kop naar buiten gaan zitten kijken. Het spannende is eraf, we zijn geassimileerd. Richting Dongsheng, langs het Zingende Zand van de Gobi-woestijn. Bijna halen we het niet. Onze bus schiet van de weg in een geul, balanceert op twee wielen en hangt 'bijna' tegen een heuvel aan. We reageren onbewogen: als we gaan, dan gaan we samen!

Onze aankomst in Dongsheng is spectaculair. Bepakt en bezakt stappen we uit, eerlijk gezegd weet ik niet eens zeker dat we in Dongsheng zijn. In geen velden of wegen is een contactpersoon te bekennen. Zelf maar op pad. Een ongeschoren man komt op ons afgestapt en begint vloeiend Chinees tegen ons te praten. Zijn kaartje klopt half, half met onze gegevens, na enig aarzelen gaan we mee. Buiten wordt mijn onzekerheid al groter als de goede man als vervoermiddel een fiets gebruikt. De hotelnaam klopt niet, stennis maken helpt niet. Een Engelssprekende dame stelt ons over de telefoon gerust. We hebben een kamer in het goede hotel met een andere naam, momenteel even geen water en/of elektriciteit.

Het Mausoleum van Djengis Khan bereiken we na een schitterende rit van 1,5 uur in een taxi. Links en rechts diepe kloven in de grond, waarvan de kleur verandert van vaal naar rood. Velden met verdroogde zonnebloemen en maïs. Op de weg karren, voortbewogen door paarden of ezels. Hier zijn de jaren '90 nog niet begonnen, misschien de 20e eeuw zelfs nog niet.
Het Mausoleum is van buiten het mooiste tot nu toe. Het complex staat in de middle of nowhere, niet verpest door Chinese toeristen. De fresco's zijn af en toe net foto's.

Terug in Dongsheng luister ik naar mijn hart en niet naar mijn hoofd. We kopen twee zware stenen leeuwen, met het idee: "Vanmiddag droppen we ze op het postkantoor en verschepen we ze naar Nederland". Leuk plan, slechte uitvoering. De beelden zijn te zwaar om te verschepen. Twee uur zeuren, vreselijk veel yuans minder en het "lichtste" beeld is ons niet meer tot last. De andere doos bakstenen draag ik nog zeven weken op mijn rug.

Hygiene, wordt dit H-woord hier ooit uitgesproken? In de hotels treffen we het woord desinfected aan. Er ligt poeder alsof er tegen de ratten is gestrooid. Maar in de hoeken en kieren ligt altijd wel 'iets', zijn er tochtgaten of schimmelvlekken. Op straat poept, piest en spuugt iedereen maar van zich af (soms zelfs ook binnen).

De Chinese treinen hebben aparte wasbakken, dit is geweldig nieuws! Als niet iedereen zijn theebladeren erin weggooit en als er water uit de kraan komt, is dit echt een pluspunt. Of het beddegoed en het handdoekje nu wel of geen bruine vlekken hebben van de vorige reiziger het wordt niet vervangen, maar gewoon opgevouwen en klaargelegd voor de volgende. De tafeltjes en vloeren worden afgenomen met 'iets' waarmee alle andere wagons ook reeds zijn gedaan. Daarnaast hangt je gezondheid af van de medereizigers. Heel veel roken en de ramen pas openzetten als het daarvoor te koud en te laat is. De conductrice komt het vuilnis en de kwatten opvegen, die nog niet uit het raam zijn gegooid. Om het even later uit de wagon te vegen. En wij GT'tjes lopen met onze lege colablikjes op zak; verbeter de wereld begin bij jezelf!

Het eten in de stalletjes op straat kan er al dagen liggen, staat bloot aan de uitlaatgassen en steenkoolverbranding. Vlees wordt niet gekoeld. Vegen de vrouwtjes de straat aan (en dit ontwikkelt nogal wat stofwolken) is er niemand die ook maar iets afdekt. Valt er iets op de grond, rapen we het op en doen alsof er niets aan de hand is. Een vrouwtje bij een theestalletje geeft haar vier klanten een glas thee. Bij vertrek van haar klanten vult ze de glazen opnieuw en wacht de volgenden af.
Hebben wij een te ver doorgevoerde smetvrees? Zouden ze het hier begrijpen als wij uitleggen dat wij alles smetteloos willen hebben? Wij schillen onze appeltjes (het water is bruin als het uit de kraan komt), slapen in onze eigen slaapzakken, drinken uit onze eigen mokken, gebruiken onze persoonlijke chopsticks.


We vinden het 'niet vervelend' om Binnen-MongoliŽ te verlaten. Mooie dingen gezien, maar ook veel tijd verbruikt. Treinreisje van 27 uur naar Xi'an. We leren Chinese kinderen wat Engels, eten ons vol en doden de tijd met dobbelen (tussenstand Annet-Lode 31-15...). Het uitzicht tijdens de reis lijkt al gewoon. Terwijl het schitterend is: bergen, rijstvelden, rivieren, vee. Zelfs de 'hard sleepers' zijn voor ons geen probleem. De slurpende, rochelende, spuwende en snurkende Chinezen kunnen we makkelijk hebben. We doen gewoon mee en slapen door het gesnurk (op een halve meter) heen.

Ochtendnevel, groen en gelige kleuren. Veel mensen werken op het land. De huisjes zijn van geel leemzand gemaakt. In de brokken zand zijn gaten/holen gemaakt (voor opslag?), maïs ligt te drogen op de daken. Zoals bijna alles hier lijkt te drogen, zelfs de Gele Rivier lijkt amper te stromen.

Xi'an

Xi'an is vroeger de hoofdstad van China geweest en het eindpunt van de zijderoute die Europa via het Midden-Oosten in kontakt bracht met de Chinese cultuur. Veel van deze cultuur is nog terug te vinden in Xi'an. Pagodes, tempels, interessante musea maken deze stad draaglijk. Want het is één en al lawaai. Fietsbellen, autoclaxons, mensenstemmen, winkelinstallaties. Eén grote Chinatown, een muur van geluid komt op ons af, gekoppeld aan benauwd weer. Ondanks dat Xi'an een wereldstad is, lijkt alles zo kleinschalig. Er is geen echte hoogbouw, de mensen lijken dicht bij elkaar te staan.

Het echte hoogtepunt bevindt zich buiten de stad: het Terracottaleger. De keizer die de Chinese Muur liet bouwen wilde na zijn dood beschermd blijven en heeft een leger om zijn grafheuvel opgesteld. Hoezo indrukwekkend? Zo'n vijfduizend soldaten, allemaal verschillend, opgesteld in slagorde. Pittige uitvaartverzekering moet dat zijn geweest. Daar moet misschien nog iets aan worden afbetaald want toeristen zijn hier weer wandelende portemonnees. Voor elke hal moeten we een nieuw kaartje kopen (uiteraard duurder dan de doorsnee Chinees). Buiten de hallen zijn er weer de souvenirkraampjes. Alle verkopers roepen, trekken aan onze armen of we vooral niet bij hun kaarten, beelden, boeken, postzegels willen kopen. We beginnen lukraak ergens, als we zeggen dat we eerst rond willen kijken dalen de prijzen aanzienlijk. De aanvangsprijs voor een soldatenkop was 65 yuan (13 gld). We kopen er uiteindelijk twee voor 35 yuan. Daarna willen we iets eten in een zee van eetstalletjes. Weer het schreeuwen, gillen, wuiven; 'this is war'.

De terugreis naar Xi'an via het prehistorische dorpje Banpo is enerverend te noemen. We laten ons zo langzamerhand niet meer afzetten in de minibusjes (waar de conducteur de prijzen bepaalt) en betalen de Chinese prijs. We hebben met onze bijbel (lLonely Planet reisgids) duidelijk gemaakt waar we naar toe willen, dus de kaartverkoper weet waar we eruit moeten, toch? Klopt, midden op de snelweg bij afslag Banpo worden we eruit gezet! Gelukkig samen met een inboorling die ons op de goede bus dropt. Toch is dit de manier om hier te reizen: zelf zoeken, onderhandelen, weerstand ondervinden, knokken om in de bus te komen, meer zien, meer meemaken. Alleen is het wel zeer vermoeiend.

Tweede hoogtepunt in Xi'an: een Engelstalige krant (China Daily) met te veel 'goed nieuws' over China (krant wordt uitgegeven door de overheid) en de uitslagen van de Champions League: 2x winst voor Ajax!

Door de Zijderoute kwam de Islam in West-China. Daar is nu nog veel van terug te vinden. Eetstalletjes, een echte Moslimwijk en een heuse moskee. Op onze fietstocht door Xi'an (door drukke straten en smalle steegjes, langs toeterende auto's, foeterende Chinezen en ploeterende medeweggebruikers van alle leeftijden) bezoeken we de moskee. Op dit vroege tijdstip een oase van rust. We gaan het ene uiterste in het andere: lawaai, drukte, chaos en dan ... niets, vogeltjes en rust! Zodra de toeristengroepen arriveren is het gedaan met de rust en stappen wij weer op de fiets. Fietsen in China lijkt eenvoudig. Je bepaalt waar je naar toe wilt en fietst volgens de kortste weg daarheen. Helaas. Tienduizenden andere weggebruikers willen hetzelfde. Daarom toetert, belt, schreeuwt iedereen elkaar uit de weg. Je komt drie paar ogen te kort. We passen ons snel aan, bellen bij iedere inhaalpoging en zijn brutaal op de kruisingen. Hier geldt het recht van de sterkste. Voetgangers negeer je gewoon, je slalomt langs ze. Wie heeft er wel overmacht? De man of vrouw met Rode Band plus Vlag. Hij/zij bepaalt met zijn/haar lange stok bij grote kruisingen of de fietsers ook mogen oversteken. Andere Heersers zijn de beheerd(st)ers van de verplichte fietsenstallingen. Geef je geen weerwoord, dan betaal je weer toeristenprijzen.

Op straat zien we bedden, al dan niet voorzien van een Rode Kruis vlag. Hier worden massages uitgevoerd tussen de uitlaatgassen door veelal blinde vrouwen. Ze voeren de massages puur uit op gevoel.

De laatste dag besteden we geheel indoor: uitslapen en met een taxi naar het History Museum. Het regent pijpestelen! Het museum geeft een goede samenvatting van wat wij hebben gezien. We besteden tijd aan de dingen die we willen zien en nemen vervolgens afscheid van onze vrienden in Xi'an: de verlegen serveerster in het restaurant, de lachende groenteboer bij het treinstation (vier keer boodschappen gedaan en hij bleef maar lachen als hij ons zag) en onze contactpersoon Jessica.

Xi'an is goed bevallen. De trein rijdt nog een stuk langs de stadsmuur, met haar poorten op de vier windstreken. De muur is zo mooier en minder toeristisch dan toen wij erop stonden. Lode mijmert: "China moet oppassen, het gaat fout met het toerisme. Cultuur wordt verpest door commercie, waarschijnlijk omdat de Chinezen het zelf mooi vinden hun eigen foto te hebben in een gek kostuum tussen kleurige vlaggen met het onderwerp klein op de achtergrond. Souvenirverkopers gebruiken hun beperkte Engels in de gebiedende vorm: You buy, very cheap. I make you good price. Tell me your last price. Ik bepaal zelf wel wat ik koop, en dan bepaalt Annet wel of het goedkoop is. Ga je de verkoper in het Chinees te lijf, wordt er voorzichtiger gehandeld."

Vanuit de trein zien we weer de typische bergen, bijna altijd in/achter een nevelgordijn. Maïs ligt op de daken te drogen. Op de raarste plaatsen zien we grafstenen. Vaak een enkeling midden in het graanveld, maar ook in bergen of langs de spoorlijn, schots en scheef door elkaar. Zoveel mensen hier in China, als die allemaal een plaatje onder de zon willen!? Boeddhisten geloven in reïncarnatie en worden verbrand; dat scheelt er zo weer een paar miljoen. De machinist van onze trein heeft zijn rijbewijs bij een pak rijst gekregen. We hebben al een aantal noodstops overleefd, waarbij iedereen van z'n slaapbank rolt.

vervolg reisverslag




Email auteur: crew@travelsandtales.com
Copyright 2000 - Annet Blanken & Lode Broekman
Travel Guides
LinksnGuides.com
Lonely Planet China
Rough Guide China

China Portals
China.com

Nederlandse sites
china.pagina.nl
china-info.nl (tip)
Tour Operators
Ashraf   Baobab   Djoser   Fox   Koningaap   Sawadee   Summum
The Shoestring Company
VNC
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help