TravelSource.nl LogoReisverhalenAzië
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 Afrika Auteur : Lode Broekman & Annet Blanken
 AziŽ
 AustraliŽ E-mail adres : crew@travelsandtales.com
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://www.travelsandtales.com/
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : China       India Ladakh       Thailand       tibet         Zijderoute




 Deel 2 Reisverslag China. Lanzhou - Xiahe - Chengdu
lanzhou

Lanzhou

Een slenterdag. We arriveren later dan verwacht en ons uitstapje naar grotten met boeddhistische beelden is moeilijk te organiseren en gaat op eigen vervoer gigantisch in de papieren lopen. We trakteren onszelf dus maar op rust en lekker eten. Het centrale plein van Lanzhou draagt de karakteristieke naam: 'Het Oosten is Rood'. Naast de typische vreetstegen, veel nieuwbouw in het centrum en gelukkig weinig 'Hello, hello' geroep. Echte rust vinden we aan de kade van de Gele Rivier. Heerlijk mensen bekijken. De oude moslimmannetjes en -vrouwtjes zijn een bezienswaardigheid, evenals wij natuurlijk. Vandaag is het een rustige dag voor ons, slechts twee fotosessies met Chinezen Ö

Sanitair relaxen?! Relaxen kan alleen nog in de betere hotels. Een echte en een eigen wc. In de Rossya vinden we dat ons Page-toiletpapier onze enige luxe is. De wc is voorin de wagon al te ruiken. Wordt er überhaupt wel schoongemaakt?! Angstvallig proberen we, in een schommelende, plotseling remmende trein, de wc-pot en -bril niet te raken. Een staaltje acrobatiek met stalen bovenbenen.

De situatie lijkt in China in eerste instantie erger. De wc's zijn op 500m afstand nog te ruiken en bestaan uit een gat in de grond. Duidelijk voordeel is dat we niet bang hoeven te zijn de bril of de wc te raken. In de trein is dit zeker een voordeel. Hier zijn verhoginkjes voor de voeten gemaakt en zie je in sneltreinvaart de rails onder je passeren.

In de minder ontwikkelde gebieden treffen we houten huisjes op palen zonder deur. Het gat in de grond ontstaat door twee planken neer te leggen waarop men moet staan. In aanmerking genomen dat wij aardig wat zwaarder zijn dan de Chinezen, is de angst om er door te zakken dan ook groot. In de meeste gevallen zijn er geen maatregelen getroffen voor de afvoer.

De gezamenlijke openbare toiletten zijn als het meezit nette betegelde ruimtes, waar mannen en vrouwen i.i.g. gescheiden zijn. Het zijn een hele reeks 'gaten in de grond' naast elkaar, gescheiden door muurtjes van ongeveer 1 meter hoogte. We zitten hier gezellig naast elkaar. Wij westerlingen zijn in het nadeel. Het hurken zoals de Aziaten dat kunnen, is voor ons onmogelijk (Een boom opgezet hierover met Zweedse Birgitte, zodra wij op onze platte voeten hurken, rollen wij naar achteren. En dat is iets wat je jezelf niet wilt laten overkomen in deze ruimtes...) Bij binnenkomst in deze ruimte zie je net de bovenkant van de zwarte kopjes boven de scheidingswandjes uitkomen. Wij westerlingen daarentegen, zittend op onze tenen, steken met onze hoofden aan de voorkant eruit. En waarschijnlijk is dit het wat ons Westerlingen zo interessant maakt. Want ook hier op deze 'nette' toiletten worden wij aangestaard. Iedere keer als we een bezoek afleggen (als je moet, moet je, ook als er geen duur hotel in de buurt is) krijg je een rij toeschouwers om je heen. De eerste keer als je zoiets overkomt, lach je nog een beetje benepen en denk je dat dat is omdat ze weinig (of nooit) een buitenlander zien. Daarvoor ben je in deze achteraf gebieden. De volgende keren scheld je ze in het Nederlands de huid vol, maar ook dat helpt niet. Wat is er zo interessant aan onze witte billen? We weten het aardig te verdoezelen met lange truien en jassen, maar rustig zitten en je lekker laten gaan is er niet bij. Hoewel de buren daar absoluut geen probleem mee hebben... Noemen ze dit nu reiservaringen?

Tibet was onafhankelijk in 1950 toen de Chinezen het land binnenvielen en annexeerden op 'historische gronden'. Honderdduizenden Tibetanen vonden hierbij de dood. In 1959 vluchtte de leider van de Tibetanen, de Dalai Lama, naar India en richtte hij een regering in ballingschap op. Meer dan honderdduizend Tibetanen zijn hem inmiddels gevolgd naar Dharmsala. Een absoluut dieptepunt was de Culturele Revolutie, die korte metten maakte met alle dan nog zichtbare resten van de Tibetaanse cultuur. Vrijwel alle kloosters werden verwoest (1600 kloosters in 1959, in 1979 waren er nog maar 10 over), de monniken verdreven. Het oorspronkelijke Tibet is groter dan de huidige provincie. De provincies Gansu, Sichuan en Qinghai herbergen nu een gedeelte van het voormalige 'Dak van de Wereld'. Inmiddels wonen er meer Chinezen dan Tibetanen binnen de grenzen van het oude Tibet. Tibetanen verdienen minder dan Chinezen, krijgen minder onderwijs. Onderwijs dat overigens uitsluitend in de Chinese taal wordt gegeven. Werkloosheid groeit doordat Chinezen voorrang krijgen bij het verdelen van het werk. De wereld (Verenigde Naties en dergelijke) maakt zich druk over andere probleemgebieden en wil het grote China te vriend houden. Er zijn al wel verbeteringen, maar Tibet is nog altijd niet zelfstandig. China doet erg moeilijk als reizigers individueel door het prachtige landschap van Tibet willen reizen. Bang voor wat reizigers te zien zouden krijgen?

Xiahe

Het plaatsje Xiahe en het Labrang klooster met 1600 monniken zijn letterlijk en figuurlijk hoogtepunten (2900 meter). Het Tibetaanse dorp ligt nu in de Gansu provincie. Xiahe bestaat één hoofdweg die dwars door het dorp loopt. Bij aankomst (na een paar uur bussen vanuit Lanzhou) lopen we bepakt en bezakt naar onze slaapplaats (20 minuten), al was het maar om de gillende en opdringerige fietstaxi's geen rit te gunnen. "Hallo, Hee! Waar willen jullie heen? Labrang Hotel? Labrang Klooster? Labrang Guesthouse? Neem mijn taxi!" De zandweg ziet rood en paars van de monniken, die in kleine groepjes opgewekt overal aanwezig zijn. De Tibetaanse nomadenpelgrims, die in hun zware onfrisse bergkleren naar de 'stad' komen, prevelen hun gebeden. Lopend, knielend en kruipend, kilometer na kilometer langs de gebedsmolens die zij allemaal met de klok meedraaien om de meer dan twintig paleizen en tempels met gouden daken, stupa's en honderden lage witte lemen hofjes. Mini-lamaatjes van vijf of zes jaar ravotten op de binnenplaats; een opleving in het geloof, nomadenfamilies staan weer enthousiast een zoon af aan het klooster. Handige bijkomstigheid van al deze lange kleden (van zowel de monniken als de Tibetaanse pelgrims, zowel mannen als vrouwen) ze kunnen overal gewoon 'zitten'; 'if you have to go, just go!'

Tijdens de Culturele Revolutie werd het aantal monniken sterk teruggebracht. Ze werden mishandeld en gedwongen een andere levensvervulling te zoeken. Ook de gebouwen en kunstschatten liepen grote schade op. Vijfentwintig jaar na de wrede verstoring van de kloosterrust wonen er monniken in de leeftijden van 5 tot 85 jaar. Ook de gebouwen zijn weer grotendeels hersteld.

Om 06:00 uur horen wij vanuit alle hoeken van het klooster het gemompel en geprevel van de ochtendmantra's. Wij liggen dan nog lekker in ons bed in het guesthouse van het klooster, diep onder de wol. De regen, sneeuw en vrieskou proberen we nog even buiten te houden, geen verwarming èn geen (warme) douche. Na een stevig ontbijt (Tibetan tea, yak yoghurt en pannekoeken) in Snowlands volgt onze gebruikelijke route naar de grote gebedshal. In vol ornaat met hun gele fluwelen steken in de vorm van hanekammen (typisch voor de Gelupa) komen alle monniken (rennend) naar deze centrale tempel. Twee imponerende lama's met breed uithangende mantels, een smalle zilveren sjerp over hun schouders, een extra hoge en veel gelere steek en een zware staf dragend, treden aan. De rest trekt hun 'laarzen' uit en gaan op blote voeten naar binnen, op de voet gevolgd door ons. Wij blijven een beetje verlegen aan de kant staan en kijken hoe de monniken plaatsnemen op lage banken met kussens temidden van vele bonte pilaren, beschilderde muren en doeken die ergens uit het beschilderde plafond komen. Hoge boeddha-beelden en duizenden kleinere en een geur van yak-boter. Met open mond luisteren wij naar de dreun van de stemmen, diep en massief, een laag basregister. Met dezelfde ogen als wij hen bekijken, bekijken zij ons. Ineens verstoort geroffel het gezang, de monniken rennen op blote voeten naar buiten, komen achtereenvolgens binnen rennen met thee en een soort rijstepap. Een geweldig gezicht, kippevel; de mantra's, het rennen en ondertussen (kinderachtige) geintjes met elkaar uithalend. Zij hebben er plezier in, èn wij ook! We blijven lang (te lang?) hangen. En alle plannen die we hier hadden, vergeten we. We gaan gewoon drie dagen het klooster in om de rest gewoon te vergeten. Eénmaal gaan we het dorp uit. Binnen een kwartier staan we in een vallei, tussen bergen met yaks en schapen. Tibetanen te voet en te paard komend lachend voorbij.

Een uitgaande school met grappige kinderen, eigenlijk meer schoffies, roepen 'Ghello' en 'You pay'. Wie heeft ze dit laatste geleerd en waarom? Bij de tempel pak ik het uitgestoken handje van een jochie. Daar lopen we hand in hand. Als hij me ondeugend aankijkt en 'You pay' zegt, roep ik er vrolijk Joepi de Poepie overheen. Hij giechelt, huppelt naast me en is vergeten wat hij eigenlijk roept (heeft hij het ooit wel geweten?) en oefent op z'n Joepi de Poepie.

Een opgestoken duim, iets prevelen en een geld gebaar maken, de pelgrims bedelen wat af. Maar waar begin je en waar eindig je of toch maar bikkelhard. Waarom? Rijk zien ze er niet uit, is het om de reis terug te betalen? Onze bergschoenen zijn verschrikkelijk interessant en menigeen wil zijn 'kralen' er graag voor ruilen. We lopen de pelgrimsroute tegen de klok in. De pelgrims houden ons tegen, proberen ons om te draaien. We gaan gewoon door, de foto's die we maken zijn schitterend. Af en toe wanen we ons in Zuid-Amerika (Peru, Bolivia), de pelgrims zouden niet misstaan met bolhoed en panfluit. Intrigerend: duizenden kilometers uit elkaar en toch zoveel overeenkomsten.

Onze 'gids' Randy komt naar Xiahe. Slapen wij al 3 nachten in het guesthouse van het klooster, zonder douche, kachel en ook maar iets van luxe. Zij beweert doodleuk dat wij in het Labrang Hotel hadden kunnen zitten, daar hadden wij al voor betaald. I.p.v. de 7 yuan per nacht die wij nu betalen hadden we in een hotel kunnen zitten van bijna 100 yuan! Ook hier komen we wel overheen. We moeten de volgende dag om 06:30 uur in de ochtend een bus halen. Mijn maag werkt absoluut niet mee en onze Randy is dan ook niet echt blij als we pas in de laatste seconde voordat de bus vertrekt aankomen rennen. Hier vertrekt de bus zowaar wel op de geplande tijd.

Buitenlanders mogen hier alleen met het openbaar reizen als ze een speciale verzekering bij de Chinese Staatsverzekeringsmaatschappij hebben afgesloten. De ouders van een verongelukte Japanse toerist hebben een rechtzaak tegen de Chinese staat gewonnen. De wegen zijn hier rampzalig, kans op ongelukken is groot. Daarom: een extra verplichte verzekering! Op weg naar Hezou samen met Hielke en twee studenten, die na deze trip 'gewoon' voor een uitkering gaan. Dat ik na zoveel weken en deze relaxte tijd me toch nog zo kan opwinden over een stel mislukte studiebollen. In Hezou blijken dezelfde dag geen bussen naar Langmusi te gaan. Maar we willen door, - haast?! Randy gaat in onderhandeling met de chef van het 'busstation'.

liften Er zitten hier verschillende Tibetanen die ook mee willen. Zij zitten dan ook voor een dubbeltje op de eerste rang, als wij rijke foreigners een volledige bus huren voor een habbekrats om naar Langmusi te rijden. We vertrekken echter niet voordat er een aantal 'zachte' banden onder de bus gezet zijn en gaan op pad. De weg van Hezou naar Langmusi is een regenachtig en slibberig. En na een paar uurtjes staan we dan ook in de 'file'. Een omgeslagen truck. Aan de ravage te zien lijkt het wel de inhoud van 4 trucks. Ik hang nog steeds kotsmisselijk over Lo heen, terwijl buiten het landschap grilliger en steeds mooier wordt. Wat een uitzicht, zo stel ik me Tibet voor. Mannen komen op pony's en yaks aanrijden, parkeren ze bij restaurantjes en doen inkopen. En wij wanen ons in het wilde westen. In the middle of nowhere staan donkerbruine tenten, koppels vee lopen overal los rond. Langmusi (Xiahe zonder toeristen) ligt op de grens tussen twee provincies en is dus in het rijke bezit van twee kloosters. We struinen dit dorpje af, bezoeken de twee kloosters. Zien hoe een vrouwtje darmen staat schoon te maken in het beekje. En eten in een slaapkamer dat doorgaat voor restaurant van 12m≤. Hier drie dagen doorbrengen lijkt me geen straf. We hebben echter maar een dag. Om uit Langmusi te komen blijkt ook weer een probleem. De bus die wij willen nemen, wil geen foreigners meenemen. Hebben wij hiervoor een gids? Wij regelen zelf wel wat.

We praten met een jongen die behoorlijk Engels spreekt (zelfs beter dan ons gidsje Randy) en hij vertelt Lo en Hielke zijn levensverhaal: "In navolging van de Dalai Lama naar India vertrokken, als monnik heb ik veel mogelijkheden om te studeren. Nu mijn broer is overleden moest ik terugkomen om voor mijn ouders te zorgen en heb geen toekomst meer." De mannen zijn er stil van, raden hem aan om als gids te gaan werken. En dan moet er weer iets ondernomen worden om hier weg te komen. We huren een tracktortje om ons ongeveer 5 kilometer verderop te brengen naar een kruising, waar we kunnen liften of misschien komt er nog een bus langs. Hortend en stotend. Wachten op wat? De bus hebben we i.i.g. gemist. De trucks nemen ons niet mee. Maar dan een luxe minibus ... mooier kan niet. Ruimte voor de lange benen van Hielke. Goed zicht op een steeds wisselende omgeving, sneeuwtoppen, rotsen, uitgestrekte vlaktes met af en toe een tent. Een man die gebedsbriefjes vanaf een berg strooit voor zegening van zijn nieuwe motor. Stoppen voor zeldzame kraanvogels, een 40-tal adelaars, spelende marmotten, kuddes met paarden, koeien, yaks en geiten. Een onvergetelijke rit.

Rust. In Zoige, een recht-toe-recht-aan dorp, kaarsrechte wegen met lelijke Chinese betonbouw en lage houten huisjes van de Tibetaanse bevolking, blijkt ons gidsje weer van weinig belang, beweert dat alles goed komt en laat ons 'afzetten'. Maar wij Nederlanders blijken weer te bijdehand. Wij betalen gewoon niet tot we op een normalere prijs uitkomen (nog steeds te hoog). En ons Chinese gidsje heeft het moeilijk met deze westerlingen. Weer bezoeken we een Tibetaans klooster. Zoeken ook hier maar onze eigen weg, als we van de Tibetaanse rondleiding toch niets begrijpen. Heerlijke hete noodlesoup - bijna niet te eten. Nemen hier na zes dagen een warme douche. Ook hier nemen ze uiteraard geen foreigners mee op de bus. Er is hier ooit een bus omgevallen (begrijpelijk, de wegen zijn weg) met een dode toerist tot gevolg die ons nu nog dwarszit. Men is terughoudend in het plaatsen van buitenlanders op de bus. We discussiëren over het feit dat we dit beter met een Tibetaanse gids hadden kunnen regelen of nog beter zonder gids.

Wij gaan liften. Enige probleem: het is vriezens koud. En liften betekent hier achterop een truck zitten. We bedenken alvast dat we onze slaapzakken tevoorschijn gaan halen. Niets staat vast in dit land: Als de bus buiten het zicht van het busstation is, stopt de chauffeur, die ons nu voor een extra prijs wel mee wil nemen. Oké, wat is erger extra dokken of kou lijden? We kiezen voor het eerste. Maar ook dit blijkt nog een ontbering. Raampjes blijven vanzelf open gaan. De bus is stampvol en Hielke kan zijn benen niet kwijt. We zijn een attractie. Ik zit naast een Tibetaan die zijn hele levensverhaal vertelt. Ik lach hem toe, antwoord hem in het Nederlands en we hebben lol samen. Mannen met mooie grote bewerkte dolken. Mannen apetrots met grote geweren. Mannen en vrouwen met grote lange 'jassen' waaruit, zodra ze gaan verzitten, een speciale yak-geur komt. Hielke twijfelt of deze mensen überhaupt weten wat wassen is. Maar ik geef ze geen ongelijk. In deze kou moet je er niet aandenken ooit je kleren uit te doen! Ook hier starten Lo en Hielke een zangrondje. Verbaasde hoofden draaien zich naar ons om. Hoe komt het toch dat wij iedere keer achterin de bus zitten? We vliegen dan ook bij elke kuil of bobbel twee meter door de lucht en komen vervolgens niet geheel zacht neer. En weer stoppen we in the middle of nowhere. Pa en Ma worden door hun drie kinderen en een yak op de bus gezet. Geen tent, geen mens of iets te bekennen op deze grasvlaktes. Waar komen ze vandaan? Waar gaan ze heen?

Wij gaan in ieder geval door naar Songpan, nadat we Hielke in een dorpje ervoor achterlaten, een beetje verlaten op de weg, zwaaiend. Ik zie mezelf en Lo naar hem zwaaien door de achterruit. Raar is dit afscheidnemen. Toch in korte tijd veel beleefd samen en nu weer ieder voor zich. Wij gaan door. Weer een andere minderheid, houten huisjes, tempels, kinderen met rode sjaaltjes en weer toeristen. We komen weer in de buurt van de geijkte toeristenpaden. We zoeken wat te eten; dumplings!

De vakantietijden? Om 4.00 uur op om een bus te halen en pas om 6.00 uur 's avonds in Chengdu aan te komen. Een dodemansrit van 800 kilometer in het donker langs ravijntjes zonder gas terug te nemen. Kotsende vrouwen in het trapgat of uit het raam. Neerstortende rotsblokken en weer uren wachten. Dan weer uren over hobbelende wegen. Mannen met opgezette wilde katten, kippen en grote balen bagage stappen in en uit.

Chengdu

Chengdu is groot, teveel Chinezen, fietsers, chaos, lawaai en smog. De afgelopen dagen hebben we in guesthouses geslapen van 7Y. Hier verwennen we onszelf en gaan we voor een hotel van 280Y. We volgen een tip van Merel en Robert en gaan naar het Giant Panda Breeding Research Base, een hoogtepunt! We struinen het hele park af (te voet en zweten wat af in deze hitte) en vinden twee panda's achter glas. Lekker zittend en achterover op de rug liggend op bamboestengels knagen. Buiten rolt er é é n op z'n rug heen en weer en hangt een ander in de boom. Fluffy-oren, waterige kleine zwarte oogjes. Traag bewegen ze zich voort en vallen op de raarste plekken in slaap. Geweldig, we brengen hier een paar uur door en genieten van de rust. Gaan vervolgens langs bij twee ukkie Giant Panda's in het ziekenhuis die nieuwsgierig naar ons toekomen en zich laten aaien.

Zelfverzekerd als we zijn, stappen we 's avonds na een stevig maal terug naar het hotel. We zijn onderhand wel gewend aan het staren, nakijken en 'ghello'-geroep. Maar als iemand hard langs fietst, stopt en naast je gaat fietsen, ga je twijfelen. Toch niet weer iemand die z'n Engels wil oefenen, iets wil verkopen of geld wil wisselen? Niets van dit alles: "Hai folks, are ye lost?" Het is een Amerikaanse student die bezorgd is en zich afvraagt of wij hier wel goed lopen (een stoffig stel backpackers in een dure buurt?!). Hij studeert al drie jaar Chinees in Chengdu, is enthousiast en is blij weer een beetje Engels te kunnen praten. Maar als wij al zoveel aandacht trekken, hoeveel hoofden doet hij dan omdraaien? Groot, kaal en heeft een donkere huidkleur; oftewel een prototype Amerikaanse basketballer.

Lo heeft een off-day en ik besluit de theehuizen in het Renmin-park alleen te doen. Geen zin om de onderhandelingen aan te gaan met de Chinezen die me zeker willen afzetten besluit ik te lopen. Een dag waarop ik heel China alleen aan moet. Als ik mijn pad richting park verlaat voor wat interessante marktjes en achteraf straatjes, ben ik mijn richtingsgevoel prompt kwijt. Vandaag tref ik het, kijkend op mijn kaart, komen een paar Chinezen op me af die mij weer op het rechte pad zetten. Het duurt ruim twee uur voordat ik slaperig aan de (veel te dure) thee zit. Luxe en rust, Chinese muziek op de achtergrond en stelletjes die foto's laten maken. Als ik het park bezichtig blijken er veel meer theehuizen te zijn, gezelliger en veel Chinezen (luidruchtig, druk en goedkoop). Als een oude van dagen zit ik aan de waterkant de families (pa, ma en 1 kind) in de bootjes, opaatjes die Majong spelen en de zakenmannetjes die hier hun krantje lezen te bekijken.

Drie uur met de trein in een luxe treinwagon naar Emei. Wat kan er mis gaan op Vrijdag de 13e? Luister en huiver. Bij het bestijgen van de trein word ik tegengehouden, we hebben 1 ticket te weinig gekregen. Gewoon doorlopen met een arrogante kop langs de "stewardessen" in kostuum. Deze dames houden toespraken, schenken water in, en horen tot vier keer toe ons verhaal aan over het missende kaartje. Dan wordt een agent erbij gehaald die vraagt wat we voor de kaartjes betaald hebben. Snugger verhogen we het totaalbedrag tot het juiste aantal voor vier. Er wordt gelachen en instemmend geknikt. In hun beleving zijn die toeristen gewoon weer afgezet! Het wordt wel irritant om 'geregelde' zaken steeds zelf weer te moeten regelen.

Eén kind is geen kind. Ondanks de fanatieke één-kind-politiek, groeit de bevolking van China nog steeds met 'één Nederland' per jaar. Van de grootste stad tot het kleinste dorp beslissen lokale partijcomité s wanneer een echtpaar zijn enige kind mag verwekken. Is de eerstgeborene een meisje, dan mogen man en vrouw - na vier jaar en als beiden ouder dan 28 zijn - verzoeken om een tweede kind. Deze uitzonderingsregel geldt alleen voor het platteland, in de grote steden is een tweede kind per definitie niet toegestaan. Voor kinderen boven plan moet een forse boete betaald worden, afhankelijk van de draagkracht. Maar op het platteland willen de boeren meer kinderen hebben als sociale garantie en extra mankracht. Hoe langer hoe meer jongeren trekken echter van het platteland naar de stad om goedbetaald werk te zoeken, waardoor meer bejaarde ouders onverzorgd achterblijven.

Een metafoor zegt dat de mens gedurende zijn leven 's ochtends op vier benen loopt, 's middags op twee en 's avonds op drie. Het 'derde been' is de wandelstok, die de zorgbehoefte van de ouderen symboliseert. Eén van de weinige normen die openlijk door het communistische regime is overgenomen van de oude traditie, volgens de eeuwen geldende confucianistische norm: het kroost dient zijn ouders te respecteren en begeleidt hen tot aan de dood. Ouderdom telt in China. De traditie eist respect voor de oudere generatie. Een vertrouwd gezicht in China zijn de oma's (en soms ook opa's) met hun kleinkinderen. Ze zijn apetrots, duwen hun oogappeltjes naar voren, welke in de meeste gevallen split-trousers dragen en veel van de jongetjes een net iets te grote legerpet. Het enig kind, ook wel kleine keizer genoemd.

vorige pagina vervolg reisverslag

Email auteur: crew@travelsandtales.com
Copyright 2000 - Annet Blanken & Lode Broekman
Travel Guides
LinksnGuides.com
Lonely Planet China
Rough Guide China

China Portals
China.com

Nederlandse sites
china.pagina.nl
china-info.nl (tip)
Tour Operators
Ashraf   Baobab   Djoser   Fox   Koningaap   Sawadee   Summum
The Shoestring Company
VNC
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help