|
Emei-shan, een van de heilige bergen in China. Trappen, kloosters en duizend stappen naar de zon. Al snel constateren we dat dit er veel meer zijn. Weer heb ik last van mijn maag. De hitte is ondraaglijk en met geen mogelijkheid sleep ik mijzelf omhoog. Dus dalen wij. Maar ook dat is een uitputtingslag voor de spieren. Uren lopen, dragers en souvenirverkopers ontwijkend, zitten en kijken. De pelgrims die in hun dikke jassen wèl hun weg omhoog werken. Van klein broekkie van nog geen vijf, tot oma van 80. Ze lachen, zweten en klimmen. Vol ontzag kijken wij toe. Waarom? Wat denken ze daarboven de wolken te vinden? Wij gaan de volgende dag omhoog met een minibus. Boven regent het, is het koud en mistig. De wolkenflarden maken van het klooster een spookhuis, dan weer is het helemaal verdwenen. Pelgrims liggen in het gras, de een eet iets, anderen slapen; zij hebben het gehaald - Duizenden stappen naar deze felle zon. 'Sitting on top of the world' uitkijken over de wolken. Niets - Rust. Maar ook hier verstoren de Chinese tourgroepen de rust. Wij wandelen naar beneden, door de wolken dalen wij de trappen af. En ineens doemt daar in zijn roze/rode pij een monnik op uit de mistflarden, gevolgd door de pelgrims die we gisteren ook tegen kwamen. We delen koekjes. Oma gaat even zitten en zoonlief probeert een gesprek. We lachen, brabbelen ook een verhaal in het Nederlands zeggen gedag en groeten met 'Dalai Lama'; mooie ontmoetingen!
We treffen een Nederlandse Djoser groep. Weinig actieve mensen. Een gids regelt de reis en kaartjes. 's avonds bezoeken ze de betere eettenten. Ze begrijpen niet dat wij dit land met z'n tweeën doen. Het is dan natuurlijk ook wel een overwinning.
Op pad naar Lijiang. Op het treinstation worden we teveel bekeken. We gaan buiten wachten. Dikke torren, rare vliegende insekten en ratten. Ach, als de nachttrein maar komt, we hebben slaap. We gaan zowaar voor een soft-sleeper. We hebben geluk, een nette politieman met moeder in onze coupe. Blijkt deze man giga te snurken. Normaal snurken, boeren, scheten, slurpen we hebben overal doorheen geslapen. Maar zelfs met oordopjes in weet deze vent mij uit mijn slaap te houden. Laatste optie: gewoon met mijn kussen slaan! In Panzhihua zou iemand met buskaartjes op ons staan wachten. Wachten, wachten en alle gillende kaartverkopers ontwijken. Niets. Pom, pom, pom... Als ook de laatste bus op het punt staat te vertrekken voor een tien uur durende rit, regelen we het zelf maar weer, we wachten hier niet een extra dag omdat China weer 'ns niet georganiseerd blijkt te zijn. Zien een staaltje van oplichterij: voer een toneelstukje op en zorg dat iemand zo gek is te denken dat het echt is. En gaan vervolgens heuvel op en heuvel af, langs steile rotswanden. Dode naar beneden gevallen geiten, kinderen zwaaiend aan de kant van de weg, rijstvelden. En eindelijk is daar Lijiang, midden in de nacht op zoek naar ons hotel. Was het maar zo simpel, het hotel is vol, lopend naar een ander hotel met onze volle bepakking en reeds 24 uur op pad.
Lijiang De volgende ochtend is onze contactpersoon natuurlijk niet op het afgesproken tijdstip aanwezig en wij een kwartier later ook niet meer. Kan er kan niets goed geregeld worden in dit land. Deze makker beweerde gisteravond (nadat wij 24 uur hadden getreind en gebust, en met volle bepakking naar een ander hotel waren gelopen) dat de door ons in Nederland betaalde trip door de Tijgersprong-kloof alleen voor zijn onkosten was... Pom pom pom. Eerst Lijiang maar in. Pluspunt: Naxi-sandwiches. We zitten op een back-packers route en de plaatselijke horeca past zich aan. Een bananepannekoek en een muesli-ontbijt! Het eten hier in het Zuiden is fantastisch. We slenteren het dorp uit en lopen door de akkers terug. Springend over slootjes, tussen de werkende bevolking door komen we uiteindelijk in de oude wijk Dayan, het meest schilderachtige deel waar de Naxi dicht opeen wonen. Smalle steegjes waarlangs beekjes, stroompjes water naar beneden stromen. Veel blauwe kleding, mooie kapjes of 'gewoon' een pet. De vrouwen dragen een 'hemelse cape' met decoraties die de zon, maan, sterren en stralen voorstellen, een wijde blouse met daarover een strak hesje en een wijde plooirok afgezet met een brede strook. Zij zijn hier in deze samenleving de baas! Houten huisjes met binnenplaatsjes, bloemetjes, potten, maïs dat ligt te drogen, afgewisseld met rode pepers en de was. Mooi dorp gelegen in de uitlopers van de Himalaya. De bergen zijn hoog, de Jade Draak Berg reikt zelfs tot 5.596 meter.
's Middags veel tijd op het lokale reisbureau doorgebracht, waar wij wonder boven wonder gelijk krijgen (na een telefoontje met het hoofdkantoor in China). We wachten af wat de rest van de vakantie gaat brengen.
's Avonds bezoeken we een concert van een traditioneel Naxi-orkest. Vonden we dit goed? Na de Tijgersprong-kloof gaan we nog een keer terug!
Van Lijiang een bustrip naar Qiatou, het begin van de Tijgersprong-kloof. In Backpackers café bereiden we ons voor: reserveren een stevig ontbijt, een lunchpakket en lezen de verhalen van onze voorgangers. Figuren die nooit terug zijn gekomen, landslides en een lange moeilijke weg te gaan. Een dag later hebben we 23km lopen erop zitten en relaxen we in het paradijselijke Walnut Grove in het guesthouse van Woody. Hier heeft de tijd stilgestaan. Het bestaat dus nog in China. Ongerepte natuur, mensen die nog niet verpest zijn door toerisme. En de rust. Als er geslurpt wordt of gerocheld dan ben ik het. Het zonnetje breekt door. Het leven is zo mooi. Enige zorg: hoe laat eten we? De kloof is indrukwekkend. We voelen ons klein en nietig. Heerlijk zo weinig mensen onderweg: af en toe een herder of een boer.
Daju, een dag en 17km verder lopen. Best wel een trots gevoel. De inspanning eist z'n tol, ook gezien de recordwarmte: 30 graden zonder wind. Daju is een mooi dorp, maar te heet. 's nachts: duizenden sterren. Terug weer naar Lijiang, samen met twee Zwitsers, twee Zweedinnen en een Waal, gezelligheid kent geen tijd. Ook niet als de traditionele lekke band roet in het reisschema gooit.
Van Lijiang naar Dali per bus. Sta je vroeg op (6:00 am) om bij Peter's onze afscheid Naxi-sandwich te halen, is die voormalige wereldtent gesloten! Zit je om 6:30u op de 7:30u bus te wachten.... Verkassen naar het Zuid-busstation, op bevel van de strenge conductrice. Aldaar aangekomen vraagt een vriendelijke dame in het Chinglish waar wij naar toe willen.
- "Dali". "Sorry no bus, bus left 7.15 (seven fifteen)".
Ik ontplof ter plekke, Annet blijft rustig en wandelt weg. Een tweede dame verschijnt ten tonele met hetzelfde verhaal: de bus is vijf minuten geleden vertrokken. Ik haal Annet op en ben al half op weg een taxi als een speer achter de bus aan te sturen. Dan komt de aap uit de mouw. Natuurlijk is de bus niet te vroeg vertrokken (niets vertrekt hier namelijk te vroeg, alles te laat). De juiste tekst luidt:
- "Sorry, bus is delayed, bus leaves at 7.50 (seven fifty)".
Pom, pom, pom. Het wordt niet het enige oponthoud naar Dali. Alles wat we tot nu toe hebben meegemaakt onderweg wordt in één rit herhaald: files door aanrijdingen, plas- en eetpauzes, wegwerkzaamheden (welke weg?), privé-goederenvervoer van de chauffeur, een gekapseisde truck, een hijskraan bezig de boel te herstellen. Het grootste oponthoud ontstaat als we door een dorp met één straat moeten waar net de wekelijkse massale markt wordt gehouden.... Acht uur in de bus, met schitterend uitzicht.
Dali is toeristisch, maar het kan erger. Lekker eten, relaxte medetoeristen af en toe hebben we dit gewoon even nodig. Weinig bezienswaardigheden in het dorp zelf. Alles speelt zich erbuiten af: de markt in Shaping, het Erhai-meer. Trillend over kinderkopjes fietsen we tussen de landerijen door. We nemen de tijd voor foto's bij een tempel en lopen brutaal door naar de gebedsruimte. Veel vrouwtjes en een paar kinderen. Blauw overheerst, wierook en een tingelend geluid, slechts overstemd door het harmonieuze gezang van de vrouwen. Ze lachen vriendelijk naar ons, vinden het best dat we bij hun dienst zijn. Tijd heeft hier niets te maken.
We fietsen terug richting Dali maar halen het niet. Net wordt bijna van d'r fiets gesleurd en een soortgelijke tempel ingetrokken. Hier spant de gastvrijheid de kroon. We worden gedwongen mee te eten, één groot ritueel. alles wordt eerst aan het middelste beeld getoond en vervolgens opgeschept. We zitten aan tafel met een "priester" en werken bakken rijst met noedels weg. Zoveel vriendelijkheid, gastvrijheid en spontaniteit zonder tegenprestatie te verlangen. Je vergeet op slag alle naarlingen. Als we weggaan groeten alle vrouwtjes ons, stoppen met eten, werken, kwebbelen en ze zwaaien ons gezamenlijk uit. Waar kunnen we heen om dit te verbeteren?
Met de slaapbus naar Kunming, een aardbeving achter de rug. We werden wel wakker, maar ook niet meer dan dat. In Kunming een nieuw hoogtepunt: Poste Restante, 12 stuks! Heerlijk. Je mist thuis niet echt, maar door alle verhalen, de drop van Ron & Cynthia en de kranten van Edwin zit je ineens in Amsterdam. We blijven lezen, ieder snippertje informatie nemen we tot ons.
Kunming is weer zo'n grote stad. We struikelen over de mensen, de auto's, de fietsers, het lawaai. Relatieve rust vinden we 2½ uur buiten Kunming in het Stenen Woud. Een verzameling rotsen, vroeger zeebodem nu een imponerende verzameling stenen. Ook een Chinese topattractie, tot drie uur bevolken de Chinese dagtoeristen het park, daarna hebben meerdaagse toeristen (zoals wij) het rijk alleen. Heerlijk dwalen, klimmen, klauteren. Afwachten nu hoe "Maybe" onze bus terug naar Kunming is.
Chongqing halen we. En dat is bijzonder want onze transporteur heet: China Airlines, de luchtvaartmaatschappij met de slechtste reputatie ter wereld. De stad is weer een industriestad, 6 miljoen inwoners, compleet met smog en druk verkeer. Hoogtepunt? Dumpling Plaza! Wat een geweldig restaurant. Vechten om een plek aan een tafel, slechts 1 keuzemenu: dumplings. Rechte tafels met harde krukken, 1 soort drank: warm water. Het is heerlijk: we eten 5 borden voor 12 yuan (2 gulden en veertig centjes). We hebben een dag over voordat we de boottocht over de Yangtze-rivier maken en die willen we vullen met een bezoek aan Boeddhistische grotten in Dazu (hebben we dat al niet eens eerder geprobeerd in Lanzhou?). Ook vandaag lukt het niet. Weer eens om 6:30u op. Onze eerste tip is wel een busstation met een gillende dame die we negeren. Met een taxi naar een ander busstation. Hier vragen we drie keer naar Dazu, drie keer een andere richting, drie keer zonder resultaat. We gaan onverrichterzake terug naar het hotel, en maken er een relaxte dag van. Ochtenddutje, potje bowlen en een bezoek aan een tempel met 500 verschillende terracotta beelden, beschilderd en levensgroot. Je ontdekt steeds iets nieuws. 's Avonds plannen we de lokale specialiteit: Hotpot. Het is niet helemaal wat we ons ervan voorstellen. Het principe (2 soorten 'fondue', vlees plus groente) is prima. Jammer dat we slang, vis, biggehersenen en geen rijst voorgeschoteld krijgen voor 153 yuan (30 gulden...).
'Sitting at the dock of the bay'. We zitten tussen honderden Chinezen (weer geen westerling te bekennen), iedereen met z'n eigen gedachten. Komt de boot wel of niet vandaag? Het maakt ons niet uit hoe laat en of de boot wel komt. We zien wel. Echte reizigers? De boot vertrekt uiteindelijk vier uur te laat. Niemand weet waarom, niemand maakt zich druk erom. Waarom ook, je verandert toch niets aan alle onzekerheden in het Chinese Openbaar Vervoer?
Twee dagen op de Yangtze rivier. Een hut voor twee personen, een heuse 'waiting-lounge' met uitzicht op het bruine water van de rivier. Het weer zit tegen, veel regen dus dobbelen we wat af. In ons theewater gooien we eerst een zuiveringstablet. We hebben 's nachts bezoek van een rat die ons brood (bestemd voor ontbijt) aanvreet. We reizen tweede klas (er bestaat in het communistische China namelijk geen eerste klas). We delen de lounge met Chinezen in uniform, Chinezen in pak (yuppies), oudere welgestelden (oud-partijkader?) en jonge paartjes (huwelijksreis). In de derde klas delen vier personen de cabine, in de vierde klas zitten tien personen. Is dat nog te duur kun je altijd nog vijfde klas reizen: slapen op de grond op de overloop tussen de dekken. De tweede dag voert ons door de Drie Kloven. Nu nog mooi, als straks een stuwdam gebouwd is, is dit hele gebied gewoon onder water verdwenen. Een miljoen mensen moet verhuizen! We onderbreken de bootreis na twee dagen in Yichang.
Yichang-Dayong met de trein. Het had weer de nodige voeten in de aarde. De gebruikelijke vertraging van 50 minuten nemen we al voor lief. Het bereiken van de trein was iets lastiger. We kruipen onder een trein door om het goede perron te bereiken. Dan het omwisselen van onze hard-seaters voor betere treinkaartjes. Het vooruitzicht om een tweepersoonsbank te delen met vier Chinezen stemt ons niet vrolijk. Er is sprake van vermoeidheid , wellicht veroorzaakt door het tempo van de verplaatsingen: een week geleden aten we nog pannekoeken in Dali! We weigeren soft-sleeper (te duur) en ons geduld wordt beloond: 88 yuan voor twee hardsleepers en rust tot Dayong, onze uitvalsbasis voor WulingYuan.
'Nog een stap naar de hemel'. Wuling Yuan is een gebied van 369 vierkante kilometer dat bestaat uit het Zhangjiajie Park, de berg Tianzi en de Suoxi ravijn. Gemeenschappelijke factor is een woud van stenen punten waarop, als slordig geschoren mannen, plukjes groen groeien. Vroeger was Wuling Yuan een groot, aaneengesloten rotsblok op de bodem van de oceaan. In een aantal stuiptrekkingen is de rots verder gerezen dan haar omgeving is gaan scheuren en uiteindelijk in meer dan tienduizend stukjes versplinterd. Een indrukwekkend uitzicht op de rotsen, gehuld in nevel, veel groen en herfstkleuren en enthousiaste vogels op de achtergrond.
Een typische Chinese attractie, dus ook hier hebben de Chinezen trappen aangelegd. Stijl omhoog, heb je toch een paar uurtjes nodig om buiten adem op de top te komen. Het is dringen op de trappen. Een Chinese toerist gaat in een toer mee, met de bus omhoog (eventueel als ze sportief zijn, lopend naar beneden). En dat allemaal op hakken en in het beste pak. Eenmaal een beetje op niveau moet er geregeld halt gehouden worden om de verschillende pilaren te benoemen. De Chinezen hebben er een sport van gemaakt om in elke stenen uitstulping een gelijkenis te zoeken. Wij zien niets in deze scheppingen van de natuur. De Chinees wel. Schildpadden, kastelen .......
De volgende dag kiezen we, in de regen, een alternatieve route om de Chinezen, allen gehuld in dezelfde blauwe regenponcho, en het geijkte pad te ontwijken. Al snel is het pad niet overal meer zo begaanbaar. Keien testen onze bergschoenen, dan weer is de grond boterzacht en zuigt aan onze schoenen. Overhangende takken doen onze knieën kraken. Zakken we niet ver genoeg om onder doorntakken te lopen, hangen onze petten of rugzakken in de boom. Het uitzicht is schitterend, maar het afdalingsplan klopt allang niet meer. We lopen en klauteren reeds vier uur in stevige pas over een paadje dat de loop van de bergen keurig volgt, zonder te dalen. We worden een beetje onzeker, dit pad staat zeker niet op onze kaart en we hebben totaal geen idee waar we zijn. We hebben geluk: een huisje in the middle of nowhere. Aardige mensjes die ons warm water (zelden zulk lekker wam water gedronken!) en mandarijntjes geven. Het moet er ook wel belachelijk uitzien: twee grote vermoeide foreigners, totaal doorweekt met soppende voeten, striemen en bloed in het gezicht van de doornstruiken en vooral smerig. Een Chinese jongen gaat met ons mee over een pad dat we nooit zelf hadden gevonden. Spekglad en stijlrecht naar beneden de kloof in, af en toe glijdend a la Rintje Ritsma. 'Been there, seen it, done it!'. Onze enige zorg na zeven uur onafgebroken lopen of er nog warm water uit de kraan komt die avond.
De weg terug naar de trein is weer een Chinees verhaaltje apart. Onze lokale vriend vertelt over de mooie nieuwe weg waarover wij rijden (oftewel reeds 15 jaar oud). Als wij een lekke band oplopen, niets aan de hand we hoeven alleen maar een trein te halen. Wat doe je als een krik niet werkt? Juist, men hakke een gat in de grond. En ineens is het duidelijk waarom zelfs de nieuwste wegen hier een uithoudingstest zijn. We liften met een busje mee en zijn op tijd op het station. Terug naar Yichang en de Yangtze-rivier.
Over Chinezen. Het is een prachtig land. Jammer dat er zoveel Chinezen in wonen die dat niet beseffen. Dit volk is waarschijnlijk het milieu-onvriendelijkste volk van allemaal. Vervuiling, smog in de steden komt door industrie en steenkool. Maar verder gooien ze alle vuilnis ook gewoon op straat. China kent geen werkeloosheid, wel miljoenen straatvegers. Willen we een voorbeeld stellen in de trein door al ons afval in een zakje te stoppen, gooit de conductrice het zakje gewoon het raam uit. We hebben vegers langs de spoorlijn gezien (!) maar of alle rotzooi ooit opgeruimd kan worden. Het toppunt van individuele vervuiling zijn de kamermeisjes op de Yangtze-boot. Wij alles netjes in de prullenmand, zij alles gewoon overboord! Zo drijven de bakjes 'instant noodles' door de 'Drie Kloven'. In China leeft meer dan een kwart van de wereldbevolking, waar maken wij ons als individu druk over. Een (incomplete) opsomming van andere rare/vervelende gewoontes van de bewoners van dit schitterende land:
- buitenlanders steevast meer willen laten betalen (government policy)
- je stompzinnig aanstaren
- één woord Engels spreken (Hello) en dat blijven roepen
- geen wisselgeld hebben (vooral taxichauffeurs hebben daar last van)
- rochelen en spugen
- overal als eerste binnen willen zijn. Denk aan honderd mensen, bepakt, die langs één ingang moeten
- foto's nemen, altijd met iemand poserend. Niemand op de foto nemen? Dan zelf de camera uitlenen. Een variant: neem twee Hollanders op de foto!
- 'do not disturb' bestaat alleen in theorie, niet in de praktijk.
- privacy bestaat niet, het kijken in je portemonnee bij de bank, op je vingers kijken zien hoeveel je ontvangt en waar je het wegstopt.
- mooi landschap verpesten door (gillende) dragers en stenen trappen
- groepsvorming. Iedereen bemoeit zich met iedereen en het liefst met ons (uit verveling?)
- vrouwen en mannen dragen onder hun pak of panty nog een pyjamabroek
- niemand durft verantwoording te nemen. Gaat iets fout, is het altijd de schuld van iemand anders, die bovendien niet aanwezig is.
- overal en altijd een jampot met koude thee meenemen. Stel je voor dat je niet kunt slurpen.
De derde dag op de boot, richting Wuhan. Zowaar gezelschap, twee Japanse studenten en een gepensioneerde Chinees. Alle drie spreken ze voldoende Engels en/of begrijpelijk Chinees. De dames oefenen hun taalkennis en spreken eenvoudig Chinees en de vriendelijke ex-fabriekspresident is niet te beroerd zinnen te herhalen of meteen te vertalen. Zo'n man doet ons een aantal andere Chinezen meteen vergeten. Hij lacht veel, is geduldig, heeft respect voor ons en heeft interesse in onze reis. Hij is eerlijk over gevoelige politieke onderwerpen, terwijl hij toch onderdeel van het Systeem moet zijn geweest tijdens het Mao-bewind. Het mooiste: hij vindt ons avonturiers. Ook de huisdieren komen tevoorschijn: ratten die onder de stoelen van de lounge door dribbelen.
Wuhan wordt een record bezoek: om 22:20u leggen we aan (eindelijk), in het hotel om 23:00u (16e etage, uitzicht over nachtelijk Wuhan, neon industrie, verkeer en mensen), morgenochtend om 06:00u vertrek naar het vliegveld voor de vlucht naar Xiamen.
Xiamen, het oostelijkste punt van onze reis. Tweede post-restante adres, met pijn en moeite. Bij het postkantoor vertelt een vriendelijke ambtenaar: Not possible. Ik krijg een visioen van een Chinese prullenbak, gevuld met post uit ons kikkerlandje. Doorvragen en we krijgen een vage verwijzing naar een kantoor in een flatgebouw. Doen alsof we hier al jaren komen stappen we het kantoorgebouw binnen en verdomd op de 8e etage worden we vriendelijk ontvangen. Een vriendelijke Chinees, goed Engels sprekend (geef hem een lintje!) traceert onze post in een ander postkantoor. Hij geeft ons een brief met: het goede postkantoor met adres (voor de taxi), plus de naam van de verantwoordelijke dame, alles in Chinese karakters. Een taxirit verder, een tocht door een achterafsteeg: en dan een balie met 13 poststukken! We zijn weer even thuis en doen ons te goed aan een McDonald's menu. Uitgelezen pakken we een pontje naar het eiland Gulanyu. Daar aangekomen stappen we in een andere wereld. Eind vorige eeuw waren in plaatsen als Shanghai, Kanton, Hong Kong, Macau en Xiamen buitenlandse enclaves gebouwd t.b.v. de handelaren. In Xiamen waren buitenlanders 'verbannen' tot Gulanyu. Hier bouwden zij hun huizen, kerken, consulaten in Europese, oudhollandse, oudengelse stijl. De huizen zijn grotendeels ongeschonden gebleven, auto's zijn hier niet. Je wandelt niet in China maar door een West-Europese kolonie, Willemstad of Boston. Geweldig, heerlijk dwalen langs huizen met gevels. Het Kulansu guesthouse spant de kroon: drie koloniale, klassiek ingerichte gebouwen met een tuin vol palmbomen. Aan de voet: een verdord voetbalveld...
We denken dat we alles hebben gehad. De enige reden waarom we Xiamen in onze route hebben opgenomen zijn de 'ronde huizen' bij Yongding. En nu weer een 'gids' die van niets weet. Een behoorlijk bedrag (200 gulden is vreselijk veel geld in China) en veel ergernis later rijden we in een wel erg luxe auto naar Zhangzou, waarvandaan we wel 'ronde huizen' gaan bekijken maar niet in de regio die wij zelf bedacht hadden. Tenminste als we Zhangzou halen want de chauffeur rijdt als een imbeciel door de straten van Xiamen. We zijn wel wat gewend ondertussen, maar dit slaat werkelijk alles. Enkele bijna-ongelukken verder draait de chauffeur het stuur om en rijdt terug naar ons beginpunt. Ons bloed begint alweer te koken. Betaal je veel geld extra, ben je twee uur later weer op het vertrekpunt. Wachten, maar waarop? Gids James meldt dat we van auto moeten wisselen. Het blijkt dat de chauffeur als enige de luxe auto kan besturen en weigert verder te rijden vanwege een ruzie met de baas van het kantoor. Dit geloof je toch niet meer! Niks andere auto, we worden al opgelicht dan wil ik wel luxe opgelicht worden! Geduld is nu op. Deze Chinezen krijgen alle ergernis over zich heen die we de laatste weken hebben opgespaard. Een andere chauffeur wordt opgetrommeld, een etentje ter compensatie wordt aangeboden. Leuk allemaal , maar onze tweedaagse, peperdure, niet volgens onze wensen 'Ronde huizen" -tour wordt zo langzamerhand een ochtendtripje. We doen een stadstoer door Xiamen en bereiken Zhangzou in de namiddag. Daar wacht weer een andere gids op ons, miss Wong. Deze dame, net als alle andere afgestudeerden door de overheid bij een bedrijf geplaatst, is dus reisleidster/gids én heeft last van chronische reisziekte... Op de heenweg kotst ze éénmaal uit het raam, op de terugweg minstens vier keer! In Nanching sluit nog een lokale gids zich bij ons gezelschap aan omdat de andere drie Chinezen niet weten waar onze bestemming precies is. Chinese efficiency ten top: per foreigner twee begeleiders, er is echt geen werkeloosheid in dit land! De weg is slecht, hobbelig, maar goed vanuit de bus zien we zowaar ronde huizen.
Het volk van de Hakka's (=vreemdelingen) en de ronde huizen. Maar we vinden hier ook vierkante huizen. Dat de Hakka's als vreemdelingen worden aangeduid, komt doordat ze zich pas aan het begin van de achtste eeuw, lang na de andere bewoners, in de Zuidchinese bergen vestigden. Dat ze naast vreemdelingen ook 'gasten' worden genoemd is geen compliment, omdat dit begrip in China een negatieve waarde vertegenwoordigt.
Rijst en graan liggen als een gouden tapijt voor de 'burcht', het lemen bouwwerk, te drogen. Door de korrels zorgvuldig met de blote voeten om te woelen, zorgen de oma's ervoor dat dit sneller gaat. Intussen passen ze op de kinderen. Iedereen die in de 'burcht' woont, is familie oftewel een afstammeling van de originele bouwer van het gebouw. Deze bouw was in de eerste plaats bedoeld om de nakomelingen tegen eventuele indringers te beschermen. Maar ook om ervoor te zorgen dat ze zo lang mogelijk samen onder een dak zouden blijven. Er is in deze woongemeenschap plek voor 20 tot 28 gezinnen. De ronde (en vierkante) vorm heeft een betere luchtcirculatie en er kan optimaal gebruik worden gemaakt van het zonlicht. Bovendien krijgt de wind er minder snel vat op, en dat schijnt ook te gelden voor kwade geesten.... Vast staat dat ze gemakkelijker te bouwen zijn, en dat ze beter bestand zijn tegen aardbevingen. Alle woningen zijn hetzelfde ingedeeld: op de begane grond heeft elk gezin een keuken en een stal, de eerste etage is bestemd als opslagruimte voor rijst en graan en op de tweede ligt de slaapkamer.
We bezoeken drie ronde en een vierkant huis, gedeeltelijk gemotoriseerd, gedeeltelijk te voet. Onze luxe auto is niet geschikt voor dit wegdek, een olieleiding slaat lek. We lopen lekker zelf van huis naar huis en genieten van dit buitenkansje. Het laatste stuk wordt onze auto gesleept, de chauffeur van het tracktortje vertelt zijn levensverhaal twee keer, ik lach vriendelijk op de juiste momenten. Zelfs als ik vloeiend Chinees zou spreken was een conversatie onmogelijk door het lawaai van de motor. We lunchen in een gehucht en wachten maar weer eens op de dingen die wel of niet gaan komen. De dichtstbijzijnde garage kan de reparatie niet uitvoeren, we wachten gewoon weer vier uur voordat een brommerkoerier de juiste olie komt brengen. We hebben geen haast, kunnen geen kant op en hebben gezien waarvoor we in dit gedeelte van China zijn. Tijdens het avondeten spuien we nog een keer onze kritiek: 1500 yuan is veel geld voor 1½ uur ronde huizen. Je kunt merken dat groepstoeristen hier heilig zijn en individuele reizigers lastig. Ook omdat de gids daar niets aan verdiend. Toch heeft onze klacht effect. Een dag later krijgen we ons geld terug en gaan we opgewekt richting Guangzhou (Canton).
Dag 69 in China. En toch weer voor verrassingen komen te staan. Het vliegtuig heeft vertraging. Niets opmerkelijks eigenlijk. Of toch? Annet informeert naar het waarom van de vertraging.
> 'Plane bad.'
>> 'You mean, plane delayed.'
> 'No, plane is here, bad'.
Er is dus iets mis met het vliegtuig... Fijn gevoel. Maar we komen heelhuis aan in Guangzhou. En verdomd, er staat iemand op ons te wachten . Leuk en aardig, totdat ik informeer naar het tijdstip dat we naar de boot worden gebracht. 'Ferry? No, you go by train'. En bij mij gaat het licht uit. Ik heb in Nederland en in Yichang nog gechecked dat we met de boot en niet met de trein naar Hong Kong gaan. Het scheelt vijf uur, zodat we 's avonds laat aankomen en de volgende ochtend al weer op het vliegtuig stappen richting Amsterdam, dus weinig sightseeing. De trein betekent ook dat wij de post van Rob & Merel (dia's, negatieven) niet op kunnen halen op het postkantoor in Hong Kong.
Stuur twee georganiseerde mensen (ja, wij inderdaad) op reis en alles wat fout kan gaat zal fout gaan (Chinese law of Murphy). Nu ga ik uit mijn dak, the silicon switch inside my head gets switched to overload, dus mag Annet nu een belletje plegen. Na wat koetjes en kalfjes wordt aan haar gevraagd wat we in het Leyuan hotel doen? Weten wij veel. "This was cancelled by us (Chinees hoofdkantoor van reisorganisatie) by fax. We are doing business with another agency." Als ik doorheb wat er gebeurd is slaak ik de historische woorden: "We zijn gekidnapt!" Eerst zijn er geen transfers geregeld en nu blijken er twee mensen op ons gewacht te hebben op het vliegveld. Alleen staat er nu nog eentje met een bordje en bootkaartjes in de handen op ons te wachten op het vliegveld en zitten wij in het verkeerde hotel met treinkaartjes!
Een ochtend later komt alles goed. Hoewel, afspraken zijn hier geen afspraken. Chinezen kunnen niet kaartlezen en zeker niet klokkijken. Onze bootkaartjes worden (laat) gebracht en van onze tocht naar de boot maken we maar een city-tour Guangzhou. Wat een stad. Hier rijden evenveel auto's als fietsen in Beijing. Vliegtuigen scheren over de stad. Dit is China, maar niet ons China. Geef ons natuur en vriendelijke mensen. Weg uit China, op naar Hong Kong, nog Brits grondgebied.
Drie uur later stappen we van de boot en belanden in orde en regelmaat, tussen bleekgezichten, Engelse teksten, wolkenkrabbers, links rijdend verkeer. Victoria Peak bij avond toont een indrukwekkend panorama met kleine lichtjes. De stad is uitnodigend, mensen zijn vriendelijk en ordentelijk, de voorzieningen on-Aziatisch goed, het weer is fantastisch (27 graden in november).
Vreemd om morgen terug te vliegen. Natuurlijk is het goed om een aantal mensen weer te zien en verhalen kwijt te kunnen en aan te horen. Tien weken, ze zijn zo voorbij. Proberen onze voornemens uit te voeren. Nog één nacht in een ander bed. Eén ochtend kiezen tussen Westers of Chinees ontbijt. Eén taxichauffeur wantrouwen of hij wel de kortste route kiest. Van ons had het nog wel langer mogen duren. Toch maar doorreizen naar Hanoi, een marktje pakken in Sapa?
|