TravelSource.nl LogoReisverhalenAzië
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 Afrika Auteur : Lode Broekman & Annet Blanken
 Azië
 Australië E-mail adres : crew@travelsandtales.com
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://www.travelsandtales.com/
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : China       India Ladakh       Thailand       tibet         Zijderoute




 Reisverslag Trektocht door Ladakh (Noord India)
Travels and Tales
A'way; met Annet en Lode op reis door Noord India 1998

Een trektocht door Ladakh

Al tijdens ons verblijf in Xiahe (China) hadden we het idee om in het noordwesten van India de Tibetaanse vluchtelingen op te zoeken. De reis naar Tibet twee jaar later versterkte het gevoel. Niet wetende dat we daarnaast volledig in de ban zouden raken van de Ladakhi.

'It is better to travel one mile than to read a thousand books' (Confucius)

Aankomst in Leh, hoofdstad van Ladakh (noordwest India) op 3500 meter. De naam Ladakh komt van Ladags, ‘het land van de hoge passen’. Het lijkt niet op India. Niet in temperatuur, niet qua straattaferelen en niet qua cultuur. We wachten op een bus, die er niet blijkt te zijn en besluiten samen met Fransoos Eric een taxi te nemen. Eric maakt het ons makkelijk, hij is reeds twee keer eerder in Ladakh geweest en weet al een guesthouse. Een echte badkamer met stromend water; het blijkt echter ijskoud stromend water te zijn, maar daar komen we pas achter als we al in de kamer zijn getrokken...

De hoofdstad Leh ligt in een kleine vallei ten noorden van de Indus Vallei: blaffende honden in de nacht, toeterende versierde trucks, stof, spelende kinderen, de typische geur, een zevental stupa’s als buren en op de achtergrond bergen en een paleis. De oude stad ligt aan de voet van Namgyal Hill, een wirwar van straatjes en huizen opgevuld met droog hout en yakshit (welke wordt verzameld om als brandstof te gebruiken om de lange wintermaanden door te komen). Leh heeft een Tibetaanse én een moslim-gemeenschap. Als op gezette tijdstippen de Imam via de luidsprekers tot zelfs in de ruime omgeving van Leh nog hoorbaar is, worden ook de Tibetaanse mantra’s als tegenoffensief ingezet.

‘Nerang toeks dhat ...’, oftewel ‘As you like ...’ een uitdrukking die hier veelvuldig wordt gebruikt, maar uiteindelijk blijkt onze mening helemaal niet doorslaggevend te zijn!

free tibet Choglamsar is een vluchtelingenkamp van Tibetanen, vlakbij Leh. Hier hebben zich vanaf de uittocht uit Tibet na 1959 de eerste Tibetaanse vluchtelingen gevestigd. We ontmoeten Zammar, leraar op de school. We vragen veel, maar Zammar houdt van praten en zo blijven we veel te lang! Zijn ouders waren afkomstig uit Kham en zijn meegekomen toen de Dalai Lama moest vluchten uit Tibet. Zammar is één keer terug geweest naar Tibet (illegaal), maar moest terug omdat de familie op de zwarte lijst van de Chinezen staat. De school is onderdeel van SOS Kinderdorpen en is verder afhankelijk van donaties: geld, maar ook boeken en films.

Zoals gebruikelijk trek ik mij het lot van deze Tibetanen weer heel erg aan. Ik heb grote bewondering voor hun geloof in betere tijden en hun onverwoestbare vertrouwen in de Dalai Lama. Die goede man hadden wij trouwens bedacht aan het eind van de reis te vereren met een persoonlijk bezoekje aan hem in zijn stulpje in Dharamsala, blijkt dat hij rond die tijd in Leh zit .... Tweede teleurstelling: via via horen we de eerste uitslag WK-voetbal Nederland-België 0-0.

‘Heeeeeeee!’, het is Eric die uit een raam hangt op de eerste verdieping van het kantoor van Wangchuk. Wangchuk is een monnik die een Child Welfare Society runt en tot het klooster van Stok behoort. Wij gaan mee naar Stok en blijven een nacht slapen in de kamer van Wangchuk. Ook Stacey gaat mee, een Amerikaanse die de stichting sponsort. Zij zal een week blijven voor meditatie,

Stok ligt in een uitzonderlijk groene vallei, met her en der ver uiteenliggende huizen. Samen met een collega-monnik van Wangchuk klimmen we naar een hoger niveau en hebben een enorm uitzicht over de vallei richting Choglamsar, Leh en Shey. Mijmerend zitten we een tijdlang voor ons uit te turen in absolute stilte: Ladakhi werken op het veld, ergens balkt een ezel en begint een hond te blaffen, op de achtergrond witte bergtoppen.

De kleuren rood en geel overheersen in de kamer van Wangchuk. Op de grond liggen vier matrassen, die zowel als zit- en slaapmatras gebruikt worden, waarop typische tapijten liggen. Ernaast zijn lage tafeltjes geplaatst. Her en der staan/hangen foto’s van de Dalai Lama en van Wangchuk zelf tezamen met voornamelijk Fransosen. Op de achtergrond klingelt een windmolen, wierook en andere ondefinieerbare geuren trekken in onze neus.

Dinsdag, 06.45 a.m. het is warm, de zon staat hoog. Stilte, enthousiast onderbroken door veelkleurige kwetterende vogeltjes. ‘s Ochtends voor ons vertrek bezoeken we het koninklijke paleis. Tijdens onze tocht ernaar toe menen we af en toe iets te moeten zeggen over de groene wilgebomen of de paarse en gele bloemetjes die afsteken tegen de blauwe lucht, maar dan is er weer de rust. Het enige geluid dat te horen is, zijn onze voetstappen. In het paleis zijn het niet de opgezette sneeuwluipaard, yak of steenbok die indruk op ons maken, maar een monnik die in absolute stilte in een grote lege ruimte voor het raam zit. Hij heeft geen aandacht voor ons, naait een aantal grote lappen aan elkaar, op de achtergrond het grandioze uitzicht over het dal. De rust (innerlijke ?!) die hij uitstraalt, is overweldigend en maakt dat ik voor de andere vertrekken in dit klooster geen oog meer heb.

Eric roept ons tot de orde, er moet een bus gehaald worden. We lopen/rennen door de groene, frisse akkers, de witte bergtoppen schuilend achter de bruine grillige passen, her en der een stroompje water naar de plek waar de bus ‘kan’ komen . Hoe idyllisch het nu ook lijkt, hoe zal het in de winter zijn bij minus 45 graden?

Niet alleen de weg, maar ook de bus is van twijfelachtige kwaliteit; hard gaan we dus niet. Onze benen zijn veel te lang voor de minimale ruimte die onze zitplaats biedt. We zitten klem tussen de locals, maar er schijnen altijd nog ruim mensen bij te kunnen. Wangchuk mompelt mantra’s in onze nek. Het respect voor de ouderen is noemenswaardig, zodra een gerimpelde ‘oudere’ instapt (leeftijd is absoluut niet te raden) schieten her en der mensen op om hun geringe zitplaats aan te bieden. Deze laat als groet (en als dank ?) zijn tong als een lap vlees uit zijn mond hangen, zodat deze lichtroze afsteekt in het bruine smerige gezicht.

Onze plannen wijzigen alweer. We besluiten samen met Eric naar Hemis Monastery te gaan, waar we in de kamer van een monnik kunnen overnachten. Eric kent diverse monniken van zijn vorige bezoeken aan Ladakh en zoekt ze nu weer op. En waarom zouden we niet met hem meegaan? Zo zijn we gast en geen toerist.

We vertrekken eerst ‘s morgens vroeg naar ‘vriend’ Lama Tsephel; gastvrijheid in de vorm van veel thee en nan-brood. De kamer wordt al gauw gevuld met nog meer ‘vrienden’. Tsephel kan een gids voor ons regelen voor de Zanskar-trek en we beloven bij terugkomst in Leh (vanuit Hemis) ons dan ook bij hem te melden. En vervolgens stappen we samen met ‘vriend’ Lama Otsal op de bus; typische Ladakhi met traditionele kleding en hoed, rimpels, weinig tanden maar wel met lach en het gebruikelijke tong-uitsteken en de hand naar het voorhoofd brengend. Een hobbelweg van 2 uur die meer dan de moeite waard is. Weer verbazen we ons over de eenvoud van bushaltes: ‘men fluit’. Ook al is het in de middle of nowhere, als er gefloten wordt, wordt er gestopt!

Otsal verzorgt een uitgebreide rondleiding door het Hemis-klooster. Vanaf de bergen horen we geroep. Het duurt even voordat wij ook ‘Rinpoche’ hieruit kunnen opmaken. De Rinpoche is de hoogste persoon binnen een klooster, uiteraard een reïncarnatie. Iedereen begint zenuwachtig heen en weer te rennen. Trommels, hoorns en bekkens worden door elkaar heen gespeeld door monniken die op het dak van de tempel staan. Een grote groep monniken verzamelt zich, allen met een witte sjaal, waarmee ze respect tonen aan deze reïncarnatie. Op leeftijd wordt een lange rij gemaakt: de Rinpoche komt. Een auto rijdt voor, helemaal tot het einde van de lange rij waar de ouderen staan (én wij!). Iedereen snelt toe om het portier open te doen. De Rinpoche, gekleed in een soort van oranje kleed, groet de ouderen door elkaar even met het voorhoofd te raken, groet her en der mensen én als laatste Eric en mij! Verlegen staat de groep deze geestelijke na te kijken, maar als hij in zijn kamers is, volgen de monniken rap. Iedereen draalt zenuwachtig heen en weer. Helaas, hier mogen wij als buitenstaanders niet meer bij zijn.

wierook In de middag klimmen we naar een hoger gelegen, kleiner klooster. De borden ‘2km’ zijn bedriegelijk. In totaal lopen en klimmen we een uur. Na vele koppen Tibetaanse thee, waarmee we worden ontvangen en een kleine rondleiding sluiten we aan bij een gebedsessie. Hoe gelukkig kun je je voelen tussen het gemompel van de monniken, vreemde geuren zoals wierook en de rustgevende kleuren van schilderingen, beelden en kleden? Na een snelle afdaling wandelen we naar de ruime binnenplaats van het Hemis klooster met aan drie zijden de galerijen waarvandaan men de jaarlijkse Cham-dansen kan volgen. Dit jaar vindt het festival op 4 en 5 juli plaats, wij zijn helaas iets te vroeg. Er wordt verbouwd en geschilderd. Maar ook de dansen worden gerepeteerd. Ontspannen wordt er op de maat van de trommel en de bekken ritmisch bewogen, gebaren gemaakt en gezongen. Vrolijkheid. Helemaal als Eric nog even mee hupst ... ‘s Avonds wordt ons geduld beloond; zoals iedere avond het ritueel van het wachten op ons avondeten wat telkens erg lang op zich laat wachten, na twee uur wachten eten we: .... de heerlijkste momo’s!

Donderdag, 06.00 a.m. rustig opstaan met een kop traditionele Tibetaanse zoete-melk-boterthee (ik kan er nog steeds niet aan wennen, maar drink uit beleefdheid gestaag door!), genietend van de rust ondanks dat de monniken allemaal al drukdoende zijn met hun dagelijkse rituelen. De bus is dit keer niet zo afgeladen vol, de kloosters Shey, Thikse en Stok trekken aan ons voorbij voordat we door het uitgestrekte militaire gebied rondom Leh inrijden, de dreiging van Pakistan is hier al voelbaar.

Het lijkt of we al weken in Leh rondlopen, geen toeristengedoe, maar met ‘vrienden’ de tempels bezoeken die ons als zo bekend voorkomen van Xiahe (’95) en Tibet (’97). We gaan naar de kamer van Tsephel. Hij is er niet. Lode gaat naar hem op zoek en hier zit ik dan: een rustige binnenplaats. Gebedsvlaggen wapperen in de wind tegen een intens blauwe achtergrond met grillige bergkammen. Op de daken van de witgeverfde huizen ligt een soort van sprokkelhout. Het opgevangen regenwater staat onbedekt in de hete zon, straks wordt hier weer thee van gezet ... De bordeaux-kleurige kleden van Tsephel hangen te drogen in de zon. Op de achtergrond klinkt Ladakhi en gelach, af en toe afgewisseld door een huilende baby. De hitte is aanwezig, de vette vliegen zoemen.

Tsephel gaat mee inkopen doen voor de trek; 4kg rijst, 3kg bloem voor chapati, 4kg uien, 4 witte kool, zout, peper, specerijen, limonade, thee, suiker, soep, snoep, koekjes .... Het lukt niet om de juiste stoof te kopen, maar net als de kerosine zal Tsephel ook daar voor zorgen .

Bij de kapper krijgt Lode coupe ‘very short’ waarna we voor een uitgebreide koude douche gaan (wie weet wanneer dit weer kan!), kleren wassen en lezen; we genieten van de namiddag zon. Hoe moeilijk is het om echt rust te nemen. Daar waar we ons lekker bij voelen: sightseeing, regeldingen, mensen kijken, het luisteren naar monniken en straatgeluiden of gewoon genieten, het vergt toch ongemerkt veel energie. Echt op onze ‘luie reet’ zitten is moeilijk, toch maar proberen met lezen het ‘verplichte’ luie gevoel krijgen.

Kaarsjes Vrijdag, 03.45 a.m. opstaan. We snellen in het donker naar Tsephels kamer en krijgen een uitgebreid ontbijt. Vervolgens zeult hij de eettas voor ons naar de bus. Hij heeft zelfs de dag ervoor al buskaartjes voor ons gekocht. Tsephel blijft net zolang wachten tot hij zeker weet dat we goede plaatsen hebben en de bagage goed vastgebonden op het dak ligt. Over een paar dagen zien we hem weer en zullen we een gedeelte van de trek samen met hem en Eric lopen.

- Tsephels ogen beginnen te glinsteren als we hem een vraag stellen die hij begrijpt en die hij ook nog in het Engels begrijpelijk kan beantwoorden. Grappig mannetje, met glimoogjes vertelt hij dat hij op zijn gebruikelijke loop van Leh naar Lingshed (of andersom) "snow leopards, bears, wolves and eagles (big one’s like this!)" tegenkomt. Het woord voor gier kent hij niet, maar met het juiste handen- en voetenwerk weten we onze gesprekken aardig te voeren! -

De busrit naar Lamayuru is een belevenis; een goede weg tussen ‘niets’ ... een bruin/grijs panorama met grote keien en rotsblokken. En dan ineens in het dal aan de Indus ligt daar een ‘groen’ dorpje met wilgebomen en groene velden vol gewassen wuivend in de wind. De bergen zijn als zacht groen, bruin, rood fluweel, maar hebben grillige vormen. De weg is smal, hetgeen leuke acties geeft met tegenliggers; de afgrond is stijl en diep! Uit het niets doemt Lamayuru op, kunstig hoog boven op de top van een berg gebouwd.


Expeditie Honeymoon
'Above all do not lose your desire to walk. Every day I walk myself into a state of well-being and walk away from every illness. I have walked myself into my best thoughts and know of no thought so burdensome that one cannot walk away from it.' The Buddha

Onze Zanskar-trekking van 10 dagen gaat van Lamayuru Monastery naar Padum. Vermoeiende, woeste en lange wandelroutes, die over passen gaan op 4000-5000 meter hoogte en door rivieren en bergbeken leiden met doorwaadbare plaatsen. Een les vorig jaar opgedaan tijdens de Kora rond Mount Kailash maakt dat wij dit jaar voor het vervoer van onze rugzakken gebruik zullen maken van de ‘pony-men’. Het blijkt hier echter om ezeltjes te gaan.

Lamayuru - Rust afgewisseld met het gekwebbel van een stel oudjes, het getjilp van vogels en de schelle klank van de bel van de gebedsmolen. We hebben een geweldige kamer: het centrum van de gompa (klooster). Zes monnikjes spelen op de binnenplaats. Vanavond komen ze hier hun mantra’s oefenen.

Hoe vaak moet ik mijn hoofd hier nog stoten aan de lage deurportalen?! Hoofdpijn en grote builen op mijn hoofd (natuurlijk vloeken en tieren!), gelukkig heb ik niet coupe a la monk zoals Lode .... In het dorp zetten we ons in als part-time leerkrachten voor de Engelse les. Hoe moeilijk is het om in een klas met kleintjes orde te houden!

Rust, we slapen lang, horen de monniken al vroeg op hun schelpen blazen voor ontbijt en dutten weer in. We ontbijten samen met een Israëlier en een Fransoos om vervolgens op een bergtopje de groene vallei in alle rust te overzien. De grilligheid van het ‘maanlandschap’ rond Lamayuru, het geruis van een bergstroompje, de zon brandt op ons hoofd en kraaien cirkelen boven de vallei, schaduwen achterlatend op de gompa en bergen. Maar mooier nog zijn de schaduwen die de wolken op het landschap werpen, iedere minuut is het uitzicht weer anders.

Een monnikje van een jaar of tien geeft ons een Ladhakhi rondleiding door het klooster, de namen van de verschillende goden roepend en daarbij wijzend naar het daarbij behorende beeld.

Zoals verwacht is onze pony-man er niet om 3.00 p.m. (wat we in Leh hadden afgesproken), ... we relaxen gewoon verder. Intussen is ons gezelschap uitgebreid met een Amerikaan, een Engelsman en een Duitser, samen met de Fransman die we al eerder hadden gezien wordt het een erg gezellige avond. De typische reisverhalen komen boven en ook genoeg tips voor Srinagar. We hadden op basis van de reisboeken bedacht dat we niet naar Kashmir zouden gaan vanwege de gespannen situatie. Nu horen we van diverse medereizigers dat het minder gevaarlijk is dan een paar jaar geleden. We overwegen alsnog die kant op te gaan.

Onze pony-man arriveert ook, spreekt geen Engels. Ons voorstel om om 07.00 a.m. te vertrekken wordt met een ‘As you like’ beantwoord (typisch) om daarna toch op zijn initiatief het aanvangstijdstip te verschuiven naar 08.00 a.m.

vervolg reisverslag


Email ons: crew@travelsandtales.com
Copyright 2000 - Annet Blanken & Lode Broekman
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help