TravelSource.nl LogoReisverhalenAzië
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 Afrika Auteur : Lode Broekman & Annet Blanken
 Azië
 Australië E-mail adres : crew@travelsandtales.com
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://www.travelsandtales.com/
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : China       India Ladakh       Thailand       tibet         Zijderoute




 Annet en Lode op reis door Centraal Azië 1999
Ezel
Travels and Tales
A'way; met Annet en Lode op reis door Centraal Azië 1999

Langs de zijderoute

Door Centraal Azië en over de Karakoram Highway (KKH) via woeste landschappen en woestijnen, lieflijke valleien, besneeuwde bergtoppen en gletschers, langs nomanden en oude karavaanroutes. Vanuit China trokken kamelen beladen met zijde, specerijen, jade, wapens, spiegels en lakwerk naar Europa. Vanuit het keizerlijke Rome gingen karavanen vol met glas, textiel, aardwerk, goud en zilver oostwaarts. De Zijderoute bestond niet uit een enkele weg, maar uit een netwerk van wegen waarlangs alle handel tussen Europa en China plaatsvond. Het duurde vaak jaren voordat de goederen op hun plaats van bestemming aankwamen. Niet alleen goederen maar ook twee wereldgodsdiensten, het boeddhisme en de islam, verspreidden zich langs deze handelswegen. Wij gaan onze reis langs de Zijderoute iets sneller afleggen, in vier weken tijd bereizen wij Oezbekistan, Kirgizië, China en Pakistan. In het oude Rusland zijn wegen en treinrails aangelegd zonder rekening te houden met de verschillende staten (nu landen). Daardoor reizen we deze weken ook af en toe door andere landen, zonder dat je er ook maar iets van merkt. Voor de boeken: Kazachstan en Tadjikistan.

Oezbekistan
Oezbekistan (net als Kirgizië een voormalige Sovjet Republiek) vormt het hart van Centraal Azië. Na aankomst in Tashkent ontbijten we eerst bij een familie op de binnenplaats. Aan een grote tafel krijgen we steeds opnieuw overvolle borden met nieuwe gerechten. Een goed begin van onze vakantie. We reizen dezelfde dag nog door naar de legendarische woestijnstad Samarkand met adembenemende bouwwerken; blauwbetegelde koepels, schitterende moskeeën, minaretten, medressa’s en mausolea. Deze wereldberoemde gebouwen (ook in Buchara) werden door Timur Lenk (1336 – 1405) gebouwd.

Bij het binnenrijden van Samarkand (30 á 35 graden) zijn het dan ook de blauwe koepels die wij hoog boven de stad als eerste te zien krijgen. Samarkand, er is geen andere stad aan de zijderoute die dezelfde romantische gevoelens oproept. We kunnen niet wachten om op stap te gaan en genieten in de namiddag van de Gur Emir, waar Timur is bijgezet. In de drukte hebben wij toch onze rust al snel gevonden. We zijn onder de indruk; het bulkt hier van de mooie turquoise mozaïeken. Wat een werk moet het zijn geweest.

Nog overweldigender zijn de drie wereldberoemde medressa’s op het Registan-Plein, vroeger het grote handelscentrum en de plek voor onderricht (koranschool). De medressa is een soort van vierkant gebouw met een plein in het midden. De ingang is hoog (hoger dan de rest van het gebouw) in de vorm van een arch met in het midden de deur naar het plein. Op het plein werden in de tijd van de zijderoute executies uitgevoerd. Binnen het gebouw, twee of drie verdiepingen hoog, bevinden zich kleine kamertjes. Hoog boven iedere medressa torenen een of twee ui-vormige torens, net als de rest van het gebouw, volledig bedekt met turquoise tegelwerk. Het tegelwerk is voornamelijk mozaiek omdat in vroegere dagen geen gezichten, mensen of beesten als decoratie gebruikt mochten worden. Alleen de nieuwere gebouwen (na 1650) hebben gezichten en tijgers op de gevel. Je hoeft niet veel voorstellingsvermogen te hebben om je voor te stellen hoe het er hier in vroegere tijden aan toe ging. Nog steeds zijn er hier verkopers te vinden, nu speciaal voor de toeristen. De scheve stand van de minaretten is veroorzaakt door de vele aardbevingen.

Voor 1 US $ krijg je 450 sum (op de zwarte markt). We wisselen 80 US $ en krijgen een stapel papier: de grootste coupure is 200 sum …

Uit eerbetoon aan zijn vrouw liet Timur Lenk de Bibi Khan Moskee bouwen. Dit bouwwerk moest groter worden dan alles wat hij op zijn reizen had gezien. De moskee bleek echter niet bestand tegen de vele aardbevingen. In een vlaag van tolerantie en cultuurbesef begon de Sovjet Unie in 1979 met een enorme hijskraan aan de restauratie van de moskee. Nu is de hijskraan al bijna een monument.

Een goede indruk van de drukte krijgen we op de kleurrijke bazaar. Ordelijk ingedeeld op betonnen kramen, rij aan rij; de leposhka’s (voornamelijk ronde broden) bij elkaar, groentes per soort maar ook het vlees, noten en kruiden hebben een eigen hoek. We blijven veel te lang hangen en genieten van bedrijvigheid om ons heen. Veel geroezemoes. Oude stoere bussen en auto’s nog uit Sovjet-tijden, maar ook karren voortgetrokken door ezels en pony’s rijden voorbij.

De Oezbeekse mannen dragen donkere kleding, afgezien van hun felkleurige sash, waarmee voornamelijk de oudere mannen hun lange kiltjassen dichtknopen. De dopy, een zwarte vierzijdige cap met wit borduurwerk, wordt hier door (bijna) iedere man gedragen. De Oezbeekse vrouwen zijn dol op vrolijk gekleurde kleding, meestal dragen ze een soort van jurk tot knielengte met een broek van hetzelfde materiaal eronder. Wenkbrauwen die doorgroeien over de brug van de neus worden hier als zeer aantrekkelijk ervaren en worden vaak met een potlood doorgetrokken voor het juiste effect. Veel vrouwen hebben hun tanden van een goudlaagje laten voorzien. Dat was ongetwijfeld een betere belegging dan je geld in Russische roebels op de bank laten staan.

We kleden ons gepast voor een bezoek aan Shah-I-Zinda (letterlijk tombe van de levende koning). Deze dodenstad is voor moslims een van de heiligste pelgrimplaatsen in Oezbekistan. Het is een complex van graven en mausolea, de een nog mooier versierd dan de ander. Men gelooft dat hier de neef van profeet Mohammed is begraven. De pelgrims tellen zorgvuldig de treden van de trap bij de ingang: als ze verkeerd tellen kunnen ze niet meer in de hemel komen. Wij zijn te zeer onder de indruk en vergeten te tellen …

In de diverse chaikhana’s, een theehuis, komen we bij van zowel de vele indrukken als de hitte. Je kunt je hier te goed doen aan kebabs, sjasliks (steaks), plov (gebakken rijst met wortel, uien en schapenvlees), laghman (noedelsoep) en natuurlijk de groene chai (thee).

kilometerpaaltje langs de zijderoute Per bus rijden we door naar de oude stad Buchara. Buchara is de meest authentieke stad van Oezbekistan en een levend voorbeeld van pre-Russisch Turkestan. Hier heerst de sfeer van een oude woestijnstad (35 á 40 graden) in de tijd van de Zijderoute. Het oude gedeelte van de stad kan zo in de Middeleeuwen worden geplaatst. De Kaylan-minaret (47 meter hoog) steekt hoog boven de stad uit. De minaret was na de bouw, in de 12e eeuw, het hoogste gebouw ter wereld. Later werd het een van de weinige gebouwen in Buchara die door Djenghis Khan niet met de grond gelijk is gemaakt. Het verhaal doet de ronde dat Djenghiz Khan, toen hij Buchara binnentrok, zijn paard liet stilhouden voor de Kalyan-minaret en omhoog keek naar de slanke pilaar waardoor hij zijn hoed verloor. Hij steeg af, boog voorover om zijn hoed op te rapen en zei: "Dit is het enige monument waarvoor ik ooit onvrijwillig heb gebogen." Toen gaf hij orders om de gehele stad te ontruimen, met uitzondering van de minaret. Hij gebruikte het gebouw wel als eerste om er misdadigers van af te gooien. Om die reden heeft deze toren de bijnaam ‘toren des doods’ gekregen en werden er later ook ontrouwe echtgenotes vanaf gesmeten.

Even verderop staat het 2000 jaar oude fort ‘De Ark’. Het domineert het stadscentrum en geeft een goed zicht op de andere gebouwen. Dit was eens de plek waar de heersers van Oezbekistan leefden tezamen met hun 3000 (!) ambtenaren. Nu is er weinig meer over van het paleis, harem, moskee, gevangenis en politiebureau.

Als een van de belangrijkste monumenten in Buchara noemt men het mausoleum van de stichter van de Perzische dynastie der Samaniden, die van 892 tot 999 over Transoxanië heerste. Dit gebouw kwam in 1930 onwaarschijnlijk goed bewaard tevoorschijn vanonder een laag grond van twee meter dik. Door inventief gebruik van bakstenen – gemaakt van klei, kamelenmelk en eigeel! – zijn de motieven en vormen van de muren een inspiratiebron geweest voor vele generaties architecten. Wij vinden echter het Lab-I-hauz, het plein rond de vijver in het centrum van de stad het hoogtepunt.

Dit oude bassin deed vroeger, toen er in de stad nog geen sanitaire voorzieningen waren, dienst als openbare wasgelegenheid. Nu drinken oude Oezbeken, Perzen en Tadzjieken thee en spelen tric-trac. Zittend op de grote houten bedden, bedekt met kleden en kussens en in het midden een klein tafeltje waarop de groene thee wordt geserveerd. De jeugd springt vanuit een boom zo het water in en speelt wat in het water.… Een gerimpeld vrouwtje komt op het bed bij ons zitten. Hoe oud zal ze zijn? 50 of toch al 90? Heeft ze de Russen, WO II, het communisme, kapitalisme meegemaakt ? Ze knikt ons toe en zonder een woord te zeggen drinkt ze onze thee op en peuzelt haar broodje. Als ze weggaat, mompelt ze ‘Ragmath’ (bedankt) en vangt een zonnestraal in haar handen, waarmee ze haar gezicht warmt/wast. Tijd is hier onbelangrijk, we genieten van de rust.

We eten ’s avonds in een medressa en ‘borrelen’ nog wat na. Als een stel dronken tieners lopen we daarna in het donker gillend en lachend door de nauwe steegjes terug naar ons hotel.

Onze laatste dag in Buchara willen we met een lokale bus naar een moskee buiten de stad. Na een half uur blijkt het einddoel van deze bus anders te zijn dan de onze. In de hitte van de zon en met onze profielzolen afdrukken achterlatend in het bloedhete asfalt staan we er een beetje verlaten bij. Een gammele taxi brengt ons uiteindelijk naar Bakhautdin, de tombe van een heilige van de soefibeweging en onderdeel van een levendig complex van moskeeën en pleinen. Hier kun je een schaap laten slachten en aan de armen schenken. Gepaste kleding is gewenst, Lode krijgt een blauw gewaad om zijn blote armen te bedekken. De taxichauffeur heeft gewacht en brengt ons terug naar Hotel Buchara, heeft hij ook een goede dag.

Herinneringen aan de Trans-Siberië-Expres. De stank vanuit de wc, het moeten betalen voor beddengoed en thee, die nooit wordt gebracht. We vertrekken met de nachttrein naar Tashkent. Brede boulevards en statige sovjet-gebouwen worden afgewisseld met parken, vijvers en drukke oriëntaalse markten.

Met de metro verkennen we de stad. Voor een paar Oezbeekse som (7 cent) kopen we een plastic munt en reizen we naar de andere kant van de stad. De metrostations zijn werkelijk schitterend. Typische voorbeelden van de betere Sovjet-tijden; hoge plafonds met kandelaren en mooie schilderingen. We bezoeken Chorsu-bazaar, een grote openlucht markt naast de Kukeldash Medressa en gaan op in de drukte. Grote groepen mensen van het platteland trekken hierheen, veel in traditionele kledij.

Het is warm maar een ‘bruine’ douche in het hotel geeft verkoeling. Sinds de onafhankelijkheid in 1990 is er weinig onderhoud uitgevoerd aan de gebouwen. Hotel Tashkent, ooit een veel sterren hotel van voormalige Russische kameraden, valt nu bijna van narigheid uit elkaar. Inmiddels hebben de grote communistische standbeelden die eerder op verscheidene plaatsen in de stad, te vinden waren, het veld geruimd voor afbeeldingen van nationale helden, zoals Timur Lenk en Navoi (de grote dichter). Bij het onafhankelijk worden van Oezbekistan in 1991 bleek dat de communistische ideologie van president Karimov net zo inwisselbaar was als deze standbeelden. Hij veranderde de naam van zijn ‘Communistische Partij’ in ‘Volksdemocratisch Front’ en bleef zo zelf aan de macht. Naast zijn eigen partij wordt slechts een oppositiepartij toegestaan, ‘de Vaderlandse Vooruitgangspartij’, in het leven geroepen door Karimov zelf.

We reizen (met de trein) door naar de Fergana-vallei, de bakermat van de Oezbeekse cultuur. In de oudheid was dit de woonplaats van de Scythen, een geducht ruitervolk dat zware veldslagen uitvocht met de Perzen. De Fergana-vallei was de grootste oase tussen China en de Kaspische Zee. Deze eeuw is het onder Russische invloed het belangrijkste landbouw- en industriegebied in Oezbekistan geworden.

De vele steden en dorpen liggen in een groen, warm landbouwgebied dat omringd wordt door bergketens van Kirgizië. Na een bezoek aan een zijdefabriek in Margilan gaan we de ‘grens’ over naar Kirgizië: we lopen de straat over, langs een tafeltje met twee ambtenaren die een stempel in ons paspoort zetten en lopen door.

Kirgizië
Annet op berg in Kirgizië Kirgizië mist majestueuze bouwwerken. Het is een land van bergen, gletsjers en rivieren, groene weiden en blauwe luchten. De helft van de bergen ligt boven de 3000 meter. In dit land waar zelfs 2,5 maal zoveel schapen als mensen wonen, is de natuur grotendeels intact gebleven: hier leeft zelfs nog het grootste aantal sneeuwluipaarden en Marco Polo-schapen ter wereld. Helaas komen we er geen tegen. De Kirgiezen verhalen een serie van mondeling legendes, 20x langer dan de Odysseus, over de held der helden Manas. Ondanks dat de mondelinge traditie langzaam uitsterft, verhaalt de Manas de oudste geschiedenis van Kirgizië.

Aan de voet van de bergen ligt de oude karavaanstad Osh, die circa 3000 jaar oud is. Osh wordt beheerst door de Suleiman Gora, een ruige heuvel midden in de stad waar Mohammed volgens de legende ooit gebeden heeft. Kinderloze vrouwen maken pelgrimstochten naar de top van de heuvel en hopen na hun bezoek zwanger te worden. Het uitzicht vanaf de top is fantastisch, zo ver we kunnen kijken zijn besneeuwde bergtoppen te zien. We wisselen onze 8593 sum in voor 760 Kirgizische som. Munten kennen ze hier niet.

Vanuit Osh gaan we dwars door het centrale bergland van Kirgizië. De weg is slecht en we reizen dan ook met een voormalige Russische legertruck, aangepast met stoelen en ramen. Onderweg kamperen we vijf nachten (’s nachts slapen we in tenten) en worden er maaltijden bereid door onze Baboeschka + crew die met een aparte truck vooruit reizen. Het eerste gedeelte van de tocht voert ons langs de uitlopers van het Tien Shan-gebergte door een vrij open landschap.

In Kirgizië is er alleen bruiswater te koop met een vieze nasmaak. Om de smaak wat aangenamer te maken proberen we allerlei verschillende varianten uit; water met drop, zuurtjes, pepermunt. De combinatie met cola blijkt uiteindelijk de beste te zijn. Onze eerste kampplaats is aan het Toktogulmeer. Een overweldigend uitzicht. Een aantal besneeuwde bergen omringt het meer. Nadat een aantal mensen in het water hebben liggen dartelen, vallen we aan op het avondeten en de drank! Vanaf hier ontwikkelen we een soort van wodka-verslaving … In een soort van alcohol-nevel zetten we deze eerste avond ons eigen Nederlandstalig songfestival in.

De volgende ochtend gaan we na het ontbijt een stuk lopen (of liever gezegd bijna 2 uur!) langs het meer waarna we door de truck worden opgepikt. Zelfs de lunchplek is idyllisch; langs een snel stromend riviertje. Soep, vis en salades etend en ondertussen de verschillende kleuren van bloemen en vlinders in ons opnemend.

Ronde nomadentent Onderweg zien we de eerste nomaden die hun yurts (traditionele ronde vilten tenten) hoog in de bergen hebben opgezet. Hier weiden ze op de graslanden hun kuddes schapen, geiten, kamelen, yaks en paarden. De Kirgizische nomaden maken vele melkproducten; een zachte jonge kaas, brokstukken keiharde in de zon gedroogde kaas, een soort kwark en natuurlijk melk. De specialiteit is koumiss, merriemelk. Het wordt steeds kouder. De eerste wolken pakken zich boven ons samen. En als we onze tenten hebben opgezet langs de Susamir-rivier begint het ineens onwijs te waaien en te regenen. We proberen naast de truck onder zeil nog een droge plek te creëren om droog te kunnen eten, maar dat lukt niet echt. Na snel onze bami-soep naar binnen te hebben gewerkt gaan we direct naar onze tent om een lange nachtrust te nemen. Helaas denken een paar muizen daar anders over; ze doen hun uiterste best om bij ons in de tent te komen en met hun gegraaf en door hun heen en weer geren onder de binnentent weten ze ons aardig uit onze slaap te houden.

Wandelend langs verschillende yurts, bijenkorven en kampwagens (die hier als vervanging van de yurt dienen) gaan we als vanzelf het nummer ‘We’re on a road to nowhere ..’ zingen. De weg die ergens verdwijnt tussen de graslanden aan de horizon geeft het gevoel ver weg te zijn van ons soort van beschaafde wereld. We proberen koumiss, zure karnemelk met alcohol. Smaakt het niet goed omdat het nog te vroeg is voor de alcohol die ze erdoor doen?

Later op de dag stoppen we nog een paar keer bij diverse begraafplaatsen. Er zijn grofweg twee soorten graven te onderscheiden; een in de vorm van een huis gemaakt van klei (grootte en inscripties zijn afhankelijk van de rijkdom van de familie) de ander gemaakt van een metalen frame in de vorm van een yurt. De begraafplaatsen staan langs de weg, dit stamt nog uit het nomadische verleden van de Kirgiezen. Men krijgt eindelijk rust en kan het leven aan zich voorbij zien trekken in plaats van zelf voortdurend onderweg te zijn.

We komen in gebied met veelkleurige (vnl. rode) bergen. Ook hier lunchen we aan het water en fileert onze Baboeska de zalm terplekke.

Later op de dag rijden we Karakech Canyon (2750 meter) in. Voor we bij onze kampplaats komen moet er eerst met de truck door de rivier gereden worden. Een spectaculair beeld tegen de verschillende bergen. Het is nog droog als we onze tent opzetten (iets te dicht bij een scherpe afgrond ?) en een stuk gaan wandelen. Maar niet lang daarna begint het weer te stormen en onze zeilconstructie aan de truck waait om. Eén licht gewonde; de pijn wordt verzacht met extra wodka. ’s Nachts regent het behoorlijk en het is vrij koud. We weten de boel nog maar net droog te houden in onze tent.

De Son Kul-pas op 3385 meter. De weg is slecht, veel sneeuw langs de weg en veel bewolking waardoor het uitzicht grauw en minimaal is. Op naar het Son Kul-meer op 3016 meter. Ook hier is het koud en de donkere bewolking naast de bergen geeft een grillig uitzicht. Geen nomaden te bekennen omdat het hier nog steeds veel te koud is voor de dieren. Glooiende grasvlaktes en in de verte uitzicht over het meer. Via veel haarspeldbochten (die niet in een keer genomen kunnen worden door de truck) hebben we een adembenemend uitzicht op de vallei beneden, of eigenlijk is het meer de afgrond beneden ons. Op enkele plaatsen is de weg afgebrokkeld …

Een korte dag, in de vallei zetten we nog voor de lunch onze tenten op als het nog droog is. Direct daarna krijgen we een behoorlijke hagel- en donderbui op onze pet. Als de lucht weer opentrekt, gaan we met z’n zessen op bezoek bij een nomadenfamilie. Koemiss drinken en brood met hele vette boter eten. Oma, vader, moeder en drie kinderen. Het typische gat in het dak van de yurt (deze vindt je ook terug in de vlag van Kirgizië), het vlees dat hangt te drogen aan het frame van de yurt, een paar kleden en een enkele tafel, waarop een paar kommetjes staan, is de gehele huisraat. Met handen en voeten beloven we een paar foto’s op te sturen (maar waarheen ?!).

De volgende dag lopen we eerst weer een paar uur vooruit op de truck. De bergen en velden worden groener. We maken een stop in Narym. We shoppen op de markt en kopen de typische Alkalpak, de vilten muts die alle mannen in Kirgizië dragen, daarnaast nog wodka om de ontwenningsverschijnselen in Pakistan (waar officieel geen alcohol wordt geschonken) aan te kunnen. Als we verder rijden door de bergen met graslanden zien we vele marmotten, yurts en kuddes met paarden. Een vrouw melkt een paard. Haar man houdt het veulen vast.

Vlak voor de 3753 meter hoge Torugart-pas, de toegang tot China, overnachten we bij de Tash Rabat-karavanserai. Hier vonden de langs trekkende handelslieden bescherming tegen sneeuwstormen en rovers. Wij worden slechts gevolgd door roofvogels, grote arenden cirkelen hoog boven ons en verdwijnen achter veel hoger gelegen rotspunten. Lode regelt een pony bij een van de nomaden en galopperend ga ik over de graslanden die ingesloten worden door glooiende bergen. Genietend van de rust, geen enkel geluid dan de roffelende hoeven van de pony. Een heerlijk vrij gevoel. Nog eenmaal eten we van grote schalen met plov, verschillende salades en de typische ronde broden.

Om 08.15 uur bereiken we de eerste checkpoint in Kirgizië. Om 10.00 uur (het tijdstip dat de grens open gaat) de grens van Kirgizië. Er staat een lange rij met vrachtwagens en bussen. Maar een zak met groentes doet wonderen: de Russische soldaten laten ons voorgaan. Binnen afzienbare tijd (anderhalf uur!) staan we buiten met de woorden ‘you are free’. Waarschijnlijk hadden deze woorden in Sovjet-tijden hele andere betekenissen.

30 km lang no-mans land. Links zien we een verlaten land. Rechts een lang dubbel hekwerk van prikkeldraad welke de grens aangeeft tussen China en ‘Rusland’ . De afdrukken van de legertrucks en de witte bergtoppen op de achtergrond maken het beeld onwerkelijk. De Torugart-pas (12.00 uur) ligt op 3752 meter en het is erg koud. We moeten twee uur wachten voordat er twee Chinese busjes ons komen halen en dus peuzelen we onze lunchpakketjes leeg. Bij de Chinese grens moet alle bagage uit de bus, bekeken worden en paspoorten gecontroleerd voordat we verder mogen…. naar de officiële grens 100 km verderop! Hier komen we om 16.30 uur aan, maar worden pas anderhalf uur later geholpen. Weer moet alles de bus uit. Om 18.30 uur zijn we dan eindelijk klaar. Op naar Kashgar.

vervolg reisverslag


Email ons: crew@travelsandtales.com
Copyright 2000 - Annet Blanken & Lode Broekman
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help