TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
Afrika Auteur : Paul en Monique Schilders
 Azië 
Australië E-mail adres : monique.schilders@planet.nl
Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://home.planet.nl/~monique.schilders/
Zuid Amerika   Duitsland   Egypte   Florida   Frankrijk  Italië  (Sicilië)  Jordanië   Israël
Wereldreizen Reisverhalen : N.Zeeland  Noorwegen  Ruta Maya   USA+Canada   USA   Zuidelijk Afrika






 Jordanië en Israël reisverslag Paul en Monique Schilders. TravelSource.nl

Jordanië/Israël '99

1e DAG 03-04-1999 Tilburg - Amsterdam – Amman

Op Schiphol maken we kennis met reisbegeleidster Bregje Pijnenburg en de rest van de groep:

Froukje Nijholt – de Haan (Heerenveen)
Berend Nijholt (Heerenveen)
Leo van Hoof (Valkenswaard)
Marie Louise Tillemans Valkenswaard)
Julia Potjes (Nijmegen)
Marion ter Haar (Diemen)
Joop Verheij (Diemen)
Coen Mann (Den Haag)
Mac Mann – Bosman (Den Haag)
Roelie Schepper (Groningen)
Anneke Wallage – Wiersma& (Winsum)
Michiel Boersma (Borne)
Monique (2) van den Ham (Utrecht)

Bij het inchecken ontstaat wat onduidelijkheid omdat we volgens de KLM-stewardess een pasfoto moeten hebben voor het visum. Als duidelijk is dat dit alleen noodzakelijk is in het geval dat er in het paspoort geen foto aanwezig is (?), worden de formaliteiten afgehandeld en kunnen we gaan 'shoppen' in de taxfree winkeltjes.

Hoewel we op het geplande tijdstip in het vliegtuig zitten en het er naar uit ziet dat we op tijd vertrekken, krijgen we op het laatste moment te horen dat we 45 minuten vertraging hebben. Er blijkt een passagier te zijn ingecheckt die niet is komen opdagen. Om veiligheidsredenen wordt de bagage van deze persoon uit het vliegtuig verwijderd en dat duurt zo'n 3 kwartier.

Het is 18.35 uur als we opstijgen, het regenachtige Schiphol achter ons laten en op weg gaan naar het Midden Oosten. Na een rustige vlucht landen we om 22.45 uur in Libanon voor een tussenstop op het vliegveld van Beirut. Een klein uur later beginnen we aan het laatste deel van onze vlucht naar Jordanië. Om 0.50 uur landen we in Amman, de hoofdstad van dit kleine koninkrijk

Amman

Amman: Deze metropool is met 1.3 miljoen inwoners de enige echte grote stad van Jordanië. De monotone bebouwing van Amman heeft zich inmiddels over 7 djebels (heuvels) verspreid. De meeste bezienswaardigheden liggen 'Down Town'. Hoog boven dit centrum ligt de Citadel Djebel Al-Qala'a. Aan de voet van deze heuvel ligt het antieke Romeinse Theater en wat verder de Hussein Moskee. In het noordwesten van de stad ligt op de Djebel Al-Hussein de King Abdullah Moskee, met zijn blauwe koepel en 2 minaretten.

We worden er meteen weer aan herinnert hoe corrupt Arabische landen zijn als we bij de paspoortcontrole aankomen. Nadat Bregje een douane-'medewerker' een paar dinars (1 dinar = ± fl 3.-) heeft toegestopt loodst hij ons zonder problemen en controle van de bagage langs de douane. In de ontvangsthal van het vliegveld maken we kennis met de buschauffeur en Galeb, onze 'lokale' gids gedurende onze reis door Jordanië.

Het is 1.55 uur als we na een rit van een halfuur arriveren in het, ook op de Djebel Al-Hussein gelegen, Mirage Hotel. Na het gebruikelijke welkomstdrankje worden de hotelkamers verdeeld en gaan we vermoeit op zoek naar ons bed.

 

2e DAG 04-04-1999 Amman

In tegenstelling tot het grootste deel van de groep zijn wij om 4.15 uur niet gewekt door het gebed dat vanaf de minaretten van de Abdullah Moskee over Amman klinkt. Om 7.00 uur zijn ook wij wakker. Een uur later ontbijten we en wandelen vervolgens de stad in.

Via de vlak achter ons hotel gelegen Abdullah Moskee met zijn blauwe koepel wandelen we door de hoofdstad van Jordanië. Het valt ons op dat we veel mannen en nauwelijks vrouwen op straat zien. In vrijwel alle winkeltjes en in een aantal taxi´s hangt het portret van wijlen koning Hussein. De meeste zijn voorzien van een rouwband. Af en toe zien we een portret van zijn zoon en opvolger, koning Abdullah. Er blijken in deze wijk veel ministeries en andere regerings-gebouwen te staan, allemaal bewaakt door militairen. Op het exercitieterrein van een kazerne zien we militairen marcheren op de maat van doedelzakmuziek van een militairenkapel. We herinneren ons televisiebeelden van de begrafenis van koning Hussein, waarin deze kapel voor de kist van de koning uitliep. Op de terugweg passeren we een groepje mannen die met typemachines langs de kant van de weg zitten. Blijkbaar typen zij tegen betaling brieven uit voor mensen die dat niet kunnen. Nadat ik (Paul) in het hotel een lange broek heb aangetrokken lopen we met een deel van de groep terug naar Abdullah Moskee. We worden niet toegelaten, waarom wordt ons niet helemaal duidelijk. Aan de overkant van de straat bezoeken we een kleine Grieks-orthodoxe kerk. Bij de rooms-katholieke kerk tegenover ons hotel is het vanwege palmzondag (in Nederland was het vorige week palmzondag en dus vandaag 1e paasdag) erg druk. We laten de kerk voor wat hij is en lopen terug naar het hotel voor de informatiebijeenkomst (10.30 uur) van Bregje. Na het gebruikelijke verhaal over geld, telefoneren, het drinkwater en de route wandelen we om 12.00 uur met de groep naar 'downtown' Amman.

Een halfuur later arriveren we bij het oude Romeinse Theater in het centrum van het oude Amman. Na een cola en een lekker broodje kaas op een terrasje voor het theater beklimmen we de eeuwenoude tribune. Vervolgens lopen we naar de Hussein Moskee. Bij de ingang van de moskee zien we dat er geen vrouwen het gebouw in gaan. We vermoeden dat vrouwen niet zijn toegestaan. Monique besluit het risico niet te nemen en wacht op het trapje bij de ingang terwijl ik de moskee bezoek. In het eenvoudige en lelijke gebouw blijken tot mijn verbazing maar weinig van de aanwezige mannen daadwerkelijk te bidden. Een aantal mannen leest wat in de koran maar de meeste liggen te slapen. Zou dit de reden zijn waarom hier geen vrouwen binnen mogen? Terug bij de ingang blijkt dat zelfs de trap voor de ingang van de moskee verboden is voor vrouwen, Monique is namelijk het plein op gestuurd. Op weg naar de Citadel ontmoeten we vlakbij het theater Froukje en Berend. Samen nemen we een (te) dure taxi naar de, door verdedigingsmuren omgeven, Citadel. We stappen uit bij de restanten van de Tempel van Hercules. We slaan het museum over (geen zin) en lopen vervolgens via de resten van een Byzantijnse kerk (6e of 7e eeuw) en het voormalig Arabisch Paleis over de Citadel. Op verschillende plaatsen hebben we een goed uitzicht over de stad. Door de monotone bebouwing verschillen de panorama´s echter nauwelijks. Alleen het uitzicht over de oude stad met het theater, de Hussein Moskee en de ver weg gelegen Abdullah Moskee zijn voor ons herkenbaar. Ondanks deze saaie bebouwing heeft de stad toch iets. Na wat zoeken vinden we de trap die ons terug naar 'downtown' Amman brengt.

Na een korte stop op het terras van vanmorgen, bezoeken we samen met Joop en Marion het kleine gerestaureerde amfitheater dat we vanaf de Citadel naast het grote theater ontdekt hebben. Vervolgens wandelen we terug naar het hotel. Onderweg blijkt weer hoeveel de straten van Amman op elkaar lijken als we verdwalen. Vlakbij het hotel halen we Joop en Marion weer in. Samen besluiten we nog een keer te proberen de Abdullah Moskee te bezoeken. Deze blijkt al gesloten te zijn. Na enig aandringen haalt de bewaker zwarte jurken voor Monique en Marion en mogen we voor 1 dinar p/p naar binnen. Als we bij de ingang van de moskee onze schoenen uit willen doen houdt de bewaker ons tegen. Verder mogen we niet, meer zit er niet in voor 1 dinar. We kijken vanaf de drempel kort naar binnen in de moskee tot de bewaker ons weer mee neemt. Als de zwarte jurken zijn ingeleverd en we teruglopen naar het hotel zijn we het er over eens dat de bewaker wel erg gemakkelijk 12 gulden verdiend heeft.

Terug in het hotel frissen we ons op en gaan om 19.00 uur met de hele groep in 4 taxi´s naar het restaurant Reem Albawadj . De chauffeurs maken er een wilde rit van. Het blijkt een luxe restaurant waar Bregje een Jordaans-menu heeft besteld met een aantal typische gerechten uit dit land. Tijdens het diner arriveert Erik-Jan de zoon van Coen en Mac. Hij heeft een aantal maanden in een Kibboets in Israël gewerkt en reist tot in Jeruzalem met ons mee. Het is 22.15 uur als we terug zijn bij het hotel na opnieuw een wilde rit. Op de hotelkamer bellen we met de GSM even naar Nederland en gaan daarna slapen.

 

3e DAG 05-04-1999 Woestijnkastelen - Jerash

Na het ontbijt (8.00 uur) wandelen we opnieuw naar de Abdullah Moskee, voor diegenen die nog niet binnen zijn geweest. Een halfuurtje later rijden we de stad uit, op weg naar een aantal woestijnkastelen. 1˝ uur later arriveren we bij Qasr (kasteel) Al-Kharanah, het 1e woestijnkasteel. Terwijl we rondlopen door het oude gerestaureerde gebouw en vanaf het dak uitkijken over de dorre steppe moeten we denken aan de karavanserais die we in Turkije ('92) hebben gezien.

Qasr Al-Kharanah: Over de bouwdatum van dit uit zandsteen opgetrokken kasteel (35 m X 36 m) is men het tot op de dag van vandaag niet eens. Een inscriptie maakt duidelijk dat het kasteel reeds in 710 werd bezocht. Ook de functie van het goed bewaarde kasteel is niet helemaal duidelijk, het zou als fort of als karavanserai gebruikt kunnen zijn.

Na een kopje thee in een bedoeïentent vlakbij het kasteel vertrekken we weer om 10.20 uur en rijden in 10 minuten naar, het volgens onze reisgids kleinste maar tevens imposantste, woestijnkasteel van Jordanië, Qasr Amra.

Qasr Amra: Het complex bestaat uit een driebeukige audiëntiezaal en een badruimte waarvan de muren en gewelven bedekt zijn met fresco's. De badruimte bestaat uit een kleedruimte en een lauw- en warmwaterbad. Het calderium (warmwaterbad) heeft een koepel waarin het hemelgewelf is afgebeeld met sterrenbeelden van het noordelijk halfrond en de dierenriem. Naast het hoofdgebouw ligt het bronhuis met een 40 meter diepe put. Ook de functie en datering van dit 'qasr', dat deel uitmaakte van een groter complex, is niet duidelijk. Men neemt aan dat 'Amra' gebouwd werd aan het begin van de 8e eeuw en dat het wellicht van karavanserai uitgroeide tot prinselijke residentie in de Omajjadadentijd.

Via het bronhuis met de diepe put lopen we naar het hoofdgebouw. De fresco's in de audiëntiezaal zijn weliswaar beter bewaard, maar de beschadigde sterrenhemel in het badhuis maakt het meeste indruk. Het is 11.05 uur als we vertrekken naar het 20 minuten verder gelegen 3e woestijnkasteel, Qasr Al-Azraq. We herkennen met moeite de resten van het kasteel tussen de woonhuizen. We betreden het 'qasr' door een met vet gesmeerde dikke stenen deur (20 cm). Galeb toont ons de moskee op de binnenplaats uit de 13e eeuw en het goed bewaard gebleven hoofdkwartier van 'Lawrence'.

Qasr Al-Azraq: Het kasteel stamt uit de Romeinse tijd (200 na Chr.). Het is opgetrokken uit zwarte basalt-blokken en meet 72 bij 80 meter. De oorspronkelijke 2e verdieping is inmiddels grotendeels verdwenen, evenals de vierkanten torens op de hoeken van het kasteel. Lawrence of Arabia verbleef hier met zijn Arabische troepen in de winter van 1917/1918 alvorens Damascus te bestormen. Hij had zijn hoofdkwartier boven de ingang van het kasteel.

Hoewel het bezoek aan de woestijnkastelen de moeite waard was, hopen we dat Jerash een grotere indruk zal maken. Het is 12.00 uur als we vertrekken naar de opgravingen van deze antieke stad. Ruim een uur later arriveren we in het 'visitor center' van Jerash. Na een lunchbuffet begint Galeb om 14.30 uur bij de Zuidpoort met de rondleiding.

Jerash: De geschiedenis van deze stad, gelegen in de Wadi Jerash, gaat terug tot het 6e millennium v. Chr. Met name onder de Romeinen werd de stad verfraaid en uitgebouwd tot in 3e eeuw verval in trad. Na een Christelijke periode in de 5e eeuw vielen diverse volken de stad binnen. De zware aardbevingen in 747 ontvolkten de stad. Gedurende de middel-eeuwen was Jerash verlaten en stoof de stad langzaam onder het woestijnzand. In 1806 maakte Ulrich Jasper Seetzen weer als eerste melding van de 'köstliche' overblijfselen van de Jerash. Kort daarna werd begonnen met de opgravingen.

Via het Ovale Forum en de Zeus Tempel lopen we naar het Zuidelijk Theater. Vanaf de hoge tribune hebben we een goed uitzicht over de antieke stad, die mij (Paul) doet denken aan Effes (Turkije '90). We wandelen langs de mozaïeken in het 3 Kerken Complex naar de Arthemis Tempel. De pilaren voor dit heiligdom staan nog overeind in tegenstelling tot de tempel zelf die door aardbevingen is verwoest. Door losse componenten zijn de pilaren meer flexibel en beter in staat aardbevingen te weerstaan. Door een zakmes tussen 2 componenten te steken laten de gidsen hun toeristen zien hoeveel beweging er nu nog in de pilaren zit. Aan de beweging van het mes is tot onze verbazing duidelijk te zien dat een briesje voldoende is om de pilaren in beweging te zetten. Via het Noordelijk Theater wandelen door de Colonnade-straat terug naar de uitgang van deze indrukwekkende opgraving van het oude Jerash, eens een bijzonder mooie stad (16.30 uur).

Terug in Amman (18.00 uur) spreken we met Michiel en Monique af om later Amman 'by night' te gaan bekijken en 'downtown' te eten. Tot die tijd lezen we wat en werken het reisverslag bij. Voor 1˝ Dinar nemen we (inclusief Julia) een taxi naar de Citadel. Terwijl de bewaker van de Byzantijnse Kerk ons lastig valt, maken we foto's van de stad en de verlichte restanten van de Tempel van Hercules. Vervolgens dalen we af en lopen naar het restaurantje El Kots (Arabisch voor Jeruzalem). De 'mansaf' (rijst, kip of schaap met warme yoghurt) smaakt niet, in tegenstelling tot het toetje, taart en 'baklava'. Terug in het hotel pakken we in de bar nog een afzakkertje voor we om 23.15 uur gaan slapen.

 

4e DAG 06-04-1999 Amman - Mount Nebo - Medeba - Kerak - Petra (Wadi Mousa)

Na het ontbijt verlaten we om 7.35 uur Amman en rijden naar Mount Nebo, de eerste stop. Het is 9.00 uur als we op de top van deze bergrug arriveren. Vanaf het 'viewpoint' bij het monument met de slang kijken we uit over de Jordaanvallei. Helaas is het te heiig om Jericho, de Dode Zee of Jeruzalem te zien liggen.

Mount Nebo: Vanaf deze 800 meter hoge bergrug zou Mozes over het heilige land hebben uitgekeken. Naast het monu-ment met de bronzen slang, dat aan deze heilige herinnert, staat een witte kerk, het Moses Memorial. In dit 'memorial' zijn de funderingen te zien van een kerk waar volgens de overlevering al in de 4e eeuw een monument stond dat als graf van Mozes werd vereert. De originele mozaïeken uit deze oude kerk sieren nog steeds de vloer van het Moses Memorial.

De mozaïekvloer in het kerkje is goed bewaard gebleven. We zijn dan ook verbaasd dat we gewoon over een deel van de mozaïeken mogen lopen. Met name het mozaïek dat een aantal exotische dieren laat zien is mooi. In het kerkje kopen we een fossiele schelp uit de omgeving. De schelpen op de top van deze bergrug worden verklaard door een vergelijkbaar effect als in de Death Valley (USA), die we vorig jaar hebben bezocht. Door tektonische werking van de aardkorst werden het Moabitische Gebergte (Jordanië) en de Bergen van Judea (Israël) uit de zee omhoog en van elkaar weg gedreven. De tussenliggende vallei is ook hier inmiddels tot ver onder het zeeniveau gezakt. Het waterniveau van de, door de Jordaan gevoede, Dode Zee ligt momenteel op 394 meter onder het zeeniveau en is daarmee het diepste punt ter wereld. Het is 9.45 uur als we naar het vlakbij gelegen Medeba rijden. De grote trekpleister van deze stad is het Palestina Mozaïek in de Joriskerk. Het blijkt in de kerk zo druk te zijn dat we in groepjes naar binnen moeten en Galeb zijn verhaal dus niet kan doen. Binnen verteld een gids een verhaal zonder eind aan een groep Fransen. In het mozaïek zijn duidelijk Jeruzalem en de Dode Zee te zien waar de vissen in de Jordaan rechtsomkeer maken. Als we de kerk ver-laten kan zelfs een demonstratief applaus van Monique (2) de Franse gids, die nog steeds doorratelt, niet onderbreken.

Palestina Mozaïek: De Joriskerk is gebouwd over de oude Byzantijnse kerk waar het mozaïek toe behoorde. Het werd ontdekt toen de nieuwe kerk in 1896 een plavuizenvloer kreeg. Hoewel een groot stuk van het, in 1965 gerestaureerde, mozaïek is verdwenen, is de oude wegenkaart van het Heilige Land duidelijk te herkennen in het kunstwerk uit de 6e eeuw.

Op weg naar Kerak vertelt Galeb ons over het Palestina Mozaïek. Om 12.00 uur arriveren we bij Wadi El-Muijb, de Jordaanse Grand Canyon. Op een 'viewpoint' even onder de 'rim' van de 'wadi' kopen we opnieuw fossielen. Het panorama over de 900 meter diepe en 4 kilometer brede 'canyon' valt wat tegen door het heiige weer. Desondanks krijgen we tijdens de rit door de canyon een goede indruk van de enorme afmetingen van de kloof. We vervolgen onze route over de Kings Highway. Na een korte stop langs de weg bij een aantal zwarte irissen, de nationale bloem van Jordanië, arriveren we om 13.15 uur bij de Kruisvaardersburcht in Kerak. Na de lunch in het 'resthouse' pal naast de ruïne bezoeken we de gigantische burcht. Terwijl we door donkere overwelfde gangen lopen en over de eeuwenoude resten van Kerak klauteren verbazen we ons over het bouwwerk van de oude Europeanen en hun verblijf hier in het Midden Oosten.

Kruisvaardersburcht Kerak: De burcht, gelegen op een 950 meter hoge rots, was voor de Kruisvaarders een strategisch controlepunt over een deel van de Dode Zee, Palestina en de karavaanroute aan deze kant van de Jordaan. Veroveringen, aardbevingen en sloop door de Turken maakten van het gebouw uit de 12e eeuw een ruïne.

Aan het eind van middag stoppen we voor een bezoek aan een bedoeïenenfamilie, die hun tent vlak bij de 'Kings Highway' heeft opgezet. Terwijl we thee drinken kijken we onze ogen uit. In een hoek krioelt het van de vliegen, er blijkt yoghurt bewaart te worden in dierenhuiden. Inmiddels is de heer des huizes (tent ?) ook gearriveerd met een kudde geiten. Een aantal jonge geitjes heeft een bit in om te voorkomen dat ze nog bij de moeder drinken. Als ook de klem gedemonstreerd is waarmee hyena's gevangen worden en we de tent bekeken hebben waarin de schapen, kippen en duiven overnachten, nemen we afscheid en rijden verder naar Wadi Mousa. Het is 18.45 uur als we arriveren in dit stadje. De gevel van het Petra Diamond Hotel blijkt een kopie te zijn van de Treasury, een grafmonument uit het nabij gelegen Petra.

Petra: De Nabateeën bouwden in de 1e eeuw de meeste van de nu beroemde grafmonumenten van Petra, vaak spectaculair gelegen in smalle kloven en op bergtoppen. Hierna volgden enkele eeuwen Romeinse bezetting. Na aardbevingen in de 4e en 8e eeuw verzonk Petra in de vergetelheid. Dankzij de geïsoleerde ligging aan de rand van de Wadi Araba is de oude Nabatese hoofdstad lang verborgen gebleven. Het duurde tot 1812 voor Petra door Burckhardt werd teruggevonden.

Na het buffet (19.30 uur) gaan we met Galeb en Bregje naar de bar in de kelder van het hotel een pilsje drinken. Het is er rustig tot er een groep jonge Libanese meisjes binnenkomt. De muziek wordt harder gezet en als ze beginnen te dansen worden we er al snel bijgehaald om mee te doen. Om 22.30 uur gaan we slapen, het is morgen vroeg dag.

 

5e DAG 07-04-1999 Petra

Als om 5.55 uur de wekker gaat zijn we verbaasd omdat we om 5.45 uur een 'wake up call' zouden krijgen. Op weg naar de eetzaal wordt duidelijk waarom we niet gewekt zijn als we Michiel tegenkomen. Hij heeft namelijk net de nachtwaker, gisterenavond ook barman en 'DJ' op het feestje in de bar, gewekt die in de lobby voor de TV in slaap was gevallen. Terwijl Michiel iedereen wekt begint de nachtwaker, blijkbaar ook kok, aan het ontbijt. Inmiddels is het duidelijk dat het zwaarbewolkt is en dat het zo waarschijnlijk de hele dag zal blijven. Enigszins teleurgesteld beginnen we aan het ontbijt.

Treasury Als we naar het 'visitor center' wandelen (6.45 uur) wordt duidelijk dat het niet alleen bewolkt, maar ook koud is. Na de ingang lopen we via het Obelixengraf naar het begin van de Siq (kloof). Hier zien we de resten van een monumentale boog. Op tekeningen van David Roberts, die wij nog kennen uit Egypte, is de door een aardbeving verwoeste boog nog intact. Tijdens de wandeling door de prachtige 1200 meter lange kloof, met op plaatsen 70 meter hoge wanden en 4 meter nauwe doorgangen, zien we het oude plaveisel en de in de wanden uitgehouwen waterkanalen die de oude Nabateese-stad van water voorzagen. Onderweg wijst Galeb ons op de restanten van een beeld van een man met 2 kamelen in de 'canyon'-wand die nu nog de reizigers de weg wijst naar het centrum van Petra. Vlak voor het eind van de Siq stopt Galeb omdat hij ons wil verrassen met het beroemde uitzicht vanuit de nauwe Siq op El-Khazne Firaun, ofwel de Treasury. We weten echter wat er komt en zijn te nieuwsgierig. Langzaam lopen we verder en voor ons ontvouwt zich het indrukwekkende uit-zicht op de schitterende gevel van de Treasury. We zijn in het hart van Petra, 'the rose-red city half as old as time'.

Onder de indruk van de Treasury laten we, na een bezoek aan de 3 grafkamers, dit grafmonument achter ons en vervolgen onze route door de Siq. Terwijl de kloof zich snel verwijdt zien we in de wanden diverse façades. 100 meter voor het Romeinse Theater verlaten we de bodem van de 'canyon' en klimmen via smalle paden de bergen in. Het doel is de High Place, een cultusplaats van de Nabateeën. Terwijl Galeb wacht tot de groep compleet is, klim ik (Paul) verder. Het panorama vanaf de High Place over de rotswoestijn en de vele grafmonumenten is de moeite waard. Op zoek naar de groep klim ik omlaag. Op de plaats waar ik Galeb achter heb gelaten is niemand te zien. Als ik na wat zoeken geen bekenden zie, besluit ik op eigen houtje verder te gaan. We hebben rond het middaguur een lunch gereserveerd in het restaurant, daar kom ik de groep vast en zeker tegen. Na een afdaling naar de Wadi El Farasa bezoek ik het Graf van de Romeinse Soldaat en de Bonte Kamer. Bij een bedoeïentent ontmoet ik een oude vrouw, waarschijnlijk Petra zelf. De thee sla ik af en het lijkt me verstandig niet te vragen of ze de groep heeft gezien. Op weg naar het restaurant zie ik de rest van de groep ook afdalen naar de 'wadi'. Even later is de groep weer compleet. Nadat we elkaar op de High Place zijn misgelopen blijkt dat de rest van de groep in een bedoeïenentent in de bergen thee heeft gedronken.

Als we de route richting het restaurant vervolgen slaat het noodlot toe. Tijdens de afdaling springt Bregje van een rots en komt verkeert op haar enkel neer. Ze gilt het uit van de pijn. Mac gaat achter Bregje gaat zitten en probeert haar te kalmeren. Al snel wordt duidelijk dat iedereen de EHBO-spullen en dus de zwachtels op de hotelkamer heeft laten liggen. Daarom besluiten we de bergschoen van Bregje niet uit te trekken omdat deze tenminste nog wat steun geeft. Inmiddels is Galeb naar het restaurant gerend om hulp te halen. Terwijl ik (Paul) de enkel met water koel probeer te houden zie ik het gewricht opzwellen, het ziet er niet goed uit. Inmiddels arriveert een jeep. Joop en ik (Paul) dragen Bregje naar de jeep en zetten haar op de bijrijderstoel. De politie die even later met Galeb arriveert neemt de zaak over. Tot onze verbazing moeten we onze 'reislijdster' in de politieauto zetten die haar naar het restaurant brengt. Hier wordt ze met de inmiddels gearriveerde ambulance snel afgevoerd naar het ziekenhuis in Wadi Mousa. Wij gaan zoals gepland eten. Na wat zoeken vinden we de bedoeïenentent waar de gereserveerde lunchpakketten klaar staan.

Monestary Na de lunch beginnen we aan de klim naar het, 200 meter hoger gelegen, Ed Deir (het Klooster). In een uur slalommen we tussen (te) veel Duitsers en Fransen naar boven. Hoewel de gevel van The Monestary lijkt op die van The Treasury zijn het met name de afmetingen (40 meter hoog en 50 meter breed) waardoor dit gebouw indruk maakt. Vanaf een vlakbij gelegen uitzichtspunt hebben we een goed uitzicht over de Wadi Araba (helaas zonder de Moskee met Aärons Graf te zien) en het bergplateau met Ed Deir. Op de terugweg stoppen we kort bij het Leeuwengraf en arriveren even later tijdens een bui bij het restaurant. Als het weer wat opklaart lopen we via het Romeinse Theater en diverse façades terug naar de Treasury. Na een korte stop voor de prachtige gevel, laten we het grafmonument achter ons en lopen de Siq in op weg naar de uitgang. Moe, voldaan en met rood verbrande koppen zijn we om ± 17.00 uur terug bij het 'visitor center'.

In het dorpje wisselen we wat geld en kopen een boek van David Roberts met tekeningen van Petra en Israël. Vervolgens delen we met Monique (2) en Michiel een taxi terug naar het hotel. Hier zoeken we Bregje op om te informeren naar haar enkel. Ze blijkt gelukkig niets te hebben gebroken. Volgens de arts zal het over 3 dagen een stuk beter gaan met haar enkel. Na het diner in het hotel (19.00 uur) gaat een deel van de groep inclusief Monique naar de kamer. Ik ga met de rest nog even naar de bar voor een drankje en een potje poolbiljart. Om 23.00 uur ga ik ook op stok.

 

6e DAG 08-04-1999 Petra (Wadi Mousa) - Wadi Rum (Al Disa)

Siq Petra

Als we om 5.45 uur opstaan is het helaas nog steeds bewolkt. Na het ontbijt 'hiken' we samen met Michiel naar de ingang van Petra. We genieten opnieuw van de wandeling door de nauwe Siq. Ook het moment dat het El-Khazne Firaun (het Schathuis van de Farao), de tempel uit de Indiana Jones film: The Last Crusade, opnieuw langzaam zichtbaar wordt maakt weer indruk. Door het vroege uur zijn er nog nauwelijks toeristen, we hebben de Treasury voor ons alleen. Hoewel verboden, beklimmen Michiel en ik (Paul) de 'canyon'-wand tegenover de Treasury om het grafmonument van boven te kunnen fotograferen.

Via het Romeinse Theater passeren we de Temenospoort en bereiken de hoofdtempel van Petra, Qasr El-Bint Firaun (Burcht van de Dochter van de Farao). De naam van deze tempel is, net als vele anderen in Petra, bedacht door de bedoeïenen. Hier bezoeken we het kleine museum. Omdat de potten en pannen tegenvallen staan we snel weer buiten. In één van de bedoeïenententen laten we ons nog maar eens afzetten, een kopje 'chai' (thee) voor 1 Dinar. Terwijl Michiel mozaïeken gaat bekijken lopen wij naar de Koningswand in de wand van de Djebel Al Khubta.

Terwijl we naar de Koningsgraven in deze wand klimmen ontmoeten we Joop, Marion en Monique (2), die vandaag wat later gestart zijn. De bijnaam Koningsgraven is aan het Urnen Graf, het Korintisch Graf en het Paleisgraf gegeven vanwege hun imposante façades. Hoewel de gevels verder geërodeerd zijn dan die van de Treasury en het Monestary maken ook deze grafmonumenten indruk. Omdat we om één uur verder reizen naar het zuiden wandelen we richting de uitgang. Onderweg brengen we een bezoek aan het Romeinse Theater dat ook sterk geërodeerd blijkt te zijn. Het is 10.30 uur als we weer voor Treasury staan. Helaas staan er inmiddels 100den toeristen voor. Terwijl we vanuit de Siq een laatste blik werpen op de rosé rode gevel, vragen we ons af hoe deze schitterende oude stad er over 10 jaar, na het bezoek van miljoenen toeristen, uit zal zien. Vanaf de uitgang 'hiken' we terug naar het hotel. Terwijl Monique inpakt schrijf ik in het 'Djoser-dagboek' het reisverslag van gisteren.

Rode Rots Om 13.00 uur rijden we naar het centrum van Wadi Mousa en doen daar vlug even wat inkopen voor de lunch. Daarna vertrekken we naar Wadi Rum, de woestijn die bekend staat om zijn prachtige vergezichten. Een uur later verlaten we de Kings Highway en rijden de Rum Woestijn in. Al snel verschijnen de voor deze woestijn karakteristieke rode rotsformaties in de vlakten. Kort nadat we de door de Duitsers aangelegde Hejaz-spoorlijn, voor fosfaat-transporten naar Aqaba, passeren stoppen we in een kleine nederzetting. Om de woestijn wat beter te verkennen stappen we hier om 15.00 uur over op 3 jeeps voor een jeep-safari.

Wadi Rum Nadat we hebben getankt rijden we de 'wadi' in. Al snel blijkt dat de 3e jeep niet volgt. We wachten even en rijden vervolgens terug. Het eerste wat we zien zijn de witte konten van Anneke en Froukje die zitten te 'piesen'. Dat dit niet de reden van het oponthoud is, wordt duidelijk als blijkt dat de derde jeep een klapband heeft gehad. Omdat bovendien de reserveband lek bleek duurde het allemaal wat langer. Als een nieuw wiel is gemonteerd vertrekken we opnieuw na deze valse start. Onze chauffeur, een jongen van ± 14 jaar, rijdt flink door. De 2 andere jeeps kunnen hem nauwelijks volgen. Ondanks de bewolking is de woestijn prachtig, de vlaktes worden afgewisseld met rotspartijen. Tijdens de eerste stop bij een waterbron wordt duidelijk waarom de andere jeeps zo moeilijk volgen. De 2e jeep blijkt slecht te zijn terwijl de 3e jeep wordt bestuurd door een oude man die nauwelijks kan lopen. Om te remmen moet hij eerst met de hand zijn been optillen en vervolgens op het rempedaal plaatsen. De 2 volgende stops zijn bij 'natural bridges' die in Arches National Park (USA) geen slecht figuur zouden slaan. Vanaf een 'jebel' bekijken we de zonsondergang, die door de bewolking wat tegenvalt. Op de top van de heuvel maken onze chauffeurs een vuurtje zodat we ons wat kunnen verwarmen. Door de rijwind achter in de open jeeps en het ontbreken van zon hebben we het namelijk koud. Kort na het begin van de 25 minuten durende rit naar de bedoeïenententen waarin we de nacht zullen doorbrengen valt de 2e jeep stil. Na wat sleutelen krijgen de chauffeurs de jeep weer aan de praat. Tevergeefs blijkt een paar honderd meter verder. Omdat het inmiddels aardig donker begint te worden en we het erg koud hebben besluit Galeb de 2e jeep, die maar niet wil starten, achter te laten in de woestijn. Nadat de groep van deze jeep over de 2 andere is verdeeld, vervolgen we onze route. Als we, ruim een uur te laat bij de tenten arriveren, zit Bregje ongerust op ons te wachten.

Het bedoeïenenkamp blijkt (te) commercieel te zijn. Een grote groep Fransen en Duitsers wordt geëntertaind met muziek en een nagespeelde bedoeïenenbruiloft. Ons kan dit alles niet interesseren. We hebben namelijk honger en laten ons het buffet goed smaken. Als we hebben gegeten wandelt Galeb met ons een stuk de woestijn in. Terwijl de bewolking wegtrekt genieten we op een zandduin van de sterren en de stilte. Terug in het kamp blijken de Duitsers inmiddels vertrokken te zijn en zijn de Fransen al op stok. Als de rest van de groep ook gaat slapen sluiten wij ons aan, maar besluiten wel om buiten te gaan liggen. We slepen de gevlochten kratten naar buiten en dekken het bed. Onder een schitterende heldere sterrenhemel en een dik pak dekens gaan we om 21.30 uur slapen.

 

7e DAG 09-04-1999 Wadi Rum (Al Disa) - Aqaba

Het begint net licht te worden als we om 5.15 uur wakker worden. Omdat het onbewolkt is en we de zonsopkomst niet willen missen staan we snel op. Als we in de tent onze spullen pakken ligt bijna de hele groep nog te pitten. Het bed naast Monique (2) is nog leeg, de chauffeur is blijkbaar niet teruggekomen op zijn oneerbaar voorstel van gisterenavond.

Wadi Rum: De woestijn van Rum is beroemd om de prachtige panorama's met rode duinen en rotsformaties. In deze 'wadi' verbleef de Engelse officier Lawrence of Arabia met enkele bedoeïenenleiders en hun legers tijdens de Arabische opstand in 1917, om zich voor te bereiden op de bestorming van Aqaba. Naast schitterende vergezichten zijn Nabatese inscripties en natuurlijke waterbronnen te noemen als bezienswaardigheden in Wadi Rum. De grenzen van Jordanië worden in deze woestijn bewaakt door de 'Desert Patrol', woestijnpolitie op een kameel.

Terwijl de eerste zonnestralen op de tafelbergen in de 'wadi' verschijnen, verlaten we het kamp en lopen dieper de woestijn in. Het prachtig verlichte rode landschap lijkt in niets meer op de sobere woestijn tijdens de jeeptocht gisterenmiddag. Wadi Rum laat zich toch nog even in volle glorie zien. Als we de harde bedding van het opgedroogde meer voor het kamp verlaten en het rode zand in lopen ontdekken we sporen van diverse dieren, waarschijnlijk hyena's, slangen en salamanders. Het uitzicht op de tafelbergen is prachtig. Op de terugweg komen we nog meer 'vroege vogels' tegen, namelijk: Leo, Anneke, Froukje en Julia. Bij het oversteken van de droge beding vallen ons de diepe geulen op, die de Jordanesen gegraven hebben om te voorkomen dat er gedurende de golfoorlog vliegtuigen in deze woestijn konden landen. Terug bij de tent blijkt inmiddels vrijwel de hele groep wakker te zijn. De meesten hebben, net als ons, goed geslapen. Zoals het echte bedoeïenen betaamd worden de tanden voor het bed gepoetst en wordt het restant na het spoelen tussen de benen in het zand gespuwd. Na een ontbijt vertrekken we om 8.30 uur naar Aqaba aan de Rode Zee.

Aqaba: Na het ontstaan van de staat Israël in 1948 verloor Jordanië het gebruik van de havens Haiffa en Jaffa en moest het land terugvallen op Aqaba. Vanaf dat moment begon de groei van deze havenstad, gelegen aan de Golf van Aqaba, het noordelijkste deel van de Rode Zee. Hoewel in de stad een aantal bezienswaardigheden te zien zijn, is met name de Rode Zee de toeristische trekpleister. Het Royal Diving Center is één van de plaatsen, langs de ruim 20 kilometer lange Jordaanse kustlijn, vanwaar men kan snorkelen of duiken naar prachtige koraalriffen omgeven door scholen felgekleurde vissen.

In het hotel nemen we afscheid van de chauffeur en Galeb, een prima gids. Na een dagje woestijn en een nacht in onze kleren te hebben geslapen zijn we toe aan een douche. Tot 13.30 uur luieren we op de hotelkamer en gaan daarna op zoek naar het strand bij het Aqua Marina I hotel, dat Bregje heeft aanbevolen. Via het drukke en smerige openbare strand lopen we in de richting die Bregje heeft aangegeven, maar vinden het hotel niet. Pas als we onderweg tevergeefs geld proberen te pinnen en eigenlijk de hoop al opgegeven hebben, blijkt dat we pal naast het hotel staan. Anneke, Roelie en Monique (2) liggen al te bakken en wat verder zitten Joop en Marion. Even later verschijnen Bregje, Erik-Jan en Mac. Lekker lui genieten we van het mooie weer en de Rode Zee. Tegen de avond wordt het fris en besluiten we terug te lopen naar het hotel. Paul draagt Bregje naar de uitgang en zet haar in een taxi. Je moet wat als je zonder dinars zit, de banken gesloten zijn en de PIN-automaten niet werken. Op de terugweg naar het hotel stoppen we samen met Monique (2), Roelie en Anneke bij wat souvenirwinkeltjes omdat de dames uit Groningen op zoek zijn naar wat 'GBR' (Goed Bedoelde Rotzooi). Roelie koopt voor keiharde Nederlandse guldens een T-shirt met kamelen.

Terug in het hotel frissen we ons op en gaan vervolgens met het grootste deel van de groep vis eten in het El Capitan Restaurant. Na het eten wandelen we terug het Aqua Marina I Hotel aan het strand voor een borrel aan de buitenbar. Vanaf de bar hebben we een mooi uitzicht op het verlichte Eilat, de Israëlische havenstad aan de andere kant van de Rode Zee. Mede door de harde wind hebben we het koud en lopen daarom om 23.15 uur terug naar het hotel. Voor we gaan slapen bellen met de GSM vanaf de slaapkamer even naar de Hasseltstraat, om Rianne te feliciteren met haar verjaardag.

 

8e DAG 10-04-1999 Snorkelen Rode Zee (Aqaba)

Om 8.00 uur staan we op en bellen even naar Nederland. Na het ontbijt loop ik (Monique) met Monique (2) en Michiel het dorp in om te pinnen. Opnieuw blijken de PIN-automaten niet te werken. Daarom wisselen we wat US$ om in de lobby van het hotel. Met z'n negenen rijden we om 9.45 uur met taxi's naar het 12 kilometer ten zuiden van Aqaba gelegen Royal Diving Center. We betalen de entree en huren zwemvliezen en snorkels. Het blijkt lekker rustig te zijn op het winderige strandje. Als iedereen geïnstalleerd is ga ik (Paul) samen met Erik-Jan en Marion snorkelen.

Om te voorkomen dat het koraal beschadigd is het verboden vanaf het strand het water in te gaan. Een loopbrug brengt ons over het koraal naar een vlonder die ± 25 meter verder in zee ligt. Hier trekken we de zwemvliezen aan, zetten de duikbril op en springen nieuwsgierig in de zee die zijn naam dankt aan rode algen. Enigszins verbaast, omdat we op een enkel visje na niets zien, gaan we op zoek naar de koraalriffen die deze zee tot beste duikplaats van het noordelijk halfrond maken. 100 meter verder wordt langzaam zichtbaar waar we voor gekomen zijn. Als we dichterbij komen, worden we overdonderd door het schitterende koraal in allerlei grillige vormen en alle denkbare kleuren. We zwemmen over groene bollen koraal en langs een wand waar het koraal het rif paars kleurt. De bodem blijkt bedekt met zwarte zee-egels. Ondertussen zijn we omgeven door vissen in alle kleuren en maten. Om ons heen zien we scholen kleine oranje visjes, zwarte vissen met een gele staart of turqoise strepen, lange dunne grijze vissen, een grote geel met turqoise vis en zelfs een aal-achtige. Kortom, teveel om op te noemen. Met tegenzin zwemmen we terug naar de vlonder. De rest van de groep staat, ongetwijfeld ook nieuwsgierig, op onze snorkelspullen te wachten. Bovendien moeten we opletten dat we, ondanks een T-shirt, niet verbranden. Wild enthousiast komen Paul, Marion en Erik-Jan uit het water. Nieuwsgierig door hun verhalen ga ik wat later samen met Paul snorkelen. Het duurt even voor ik het ademhalen onder de knie heb. Maar daarna geniet ik ook van de schitterende onderwaterwereld. Met name het zwemmen tussen de vissen is fantastisch. We zien zelfs een vis van ruim één meter lang.

We hebben honger van het zwemmen en gaan daarom in het restaurantje een hapje eten. Omdat we het koraal en de vissen op de foto vast willen leggen informeren we tevergeefs of er op het 'diving center' wegwerp onderwater-camera's te koop zijn. Enigszins verbaast dat er bij een dergelijke toeristische attractie zoiets niet wordt verkocht, concluderen we dat we spijt hebben dat we zo'n toestelletje niet op Schiphol hebben gekocht. Meestal wordt aan toeristen goed verdient met de verkoop van dit soort dingen, hier blijkbaar niet.

Bij de volgende 2 duiken in het heldere water aan de andere kant van de vlonder blijkt het koraal nog veel mooier te zijn. Hier zwemmen we niet langs een wand met koraal maar over het rif. We zien grote bollen koraal en passeren prachtige waaiers. Met signalen wijzen we elkaar op stukken kleurrijk koraal en de schuwe vissen die zich in holtes van dit prachtige natuurverschijnsel verstoppen. Andere vissen zwemmen om ons heen of vluchten als we aan komen zwemmen. We achtervolgen 2 grote vissen met gele en turqoise schubben en een opvallend hoorntje op hun kop.

Het is 17.00 uur als we onze spullen inpakken en de gehuurde spullen inleveren. Met een paar taxi's rijden we terug naar het hotel. Met Monique (2) lopen we vervolgens de stad in op zoek naar het postkantoor. Terwijl wij postzegels kopen belt Monique (2) naar Nederland. Nadat we een fotoboek over Jordanië hebben gekocht, lopen we via een wijk waar versproducten worden verkocht richting het hotel. Hoewel de dames met de blote benen hier worden nagekeken worden, vallen de Jordanezen ons niet lastig. Het valt ons op dat de slagers de geslachte geiten met de huid nog op de kop en de staart in hun vitrines hangen. Terug in het hotel valt het eigenlijk pas op dat Monique flink verbrand is.

's Avonds gaan we met de jeugd (Erik-Jan, Bregje, Michiel en Monique(2)) eten bij de Pizza Hut. Omdat Bregje nog steeds niet kan lopen, verplaatsen de dames zich per taxi. Op het terras van het restaurant Ali Baba kletsen we nog wat onder het genot van een afzakkertje. Het is 23.00 uur als we terug zijn in het hotel en na een mooie dag gaan slapen. Achteraf hebben we spijt dat we gisteren niet zijn gaan snorkelen maar 'gewoon' in Aqaba op het strand hebben gelegen. Het snorkelen in de prachtige natuur van de Rode Zee was een ervaring die we niet hadden willen missen en die naar meer smaakt!

 


vervolg reisverslag Jordanië




HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp