TravelSource.nl LogoReisverhalenAzië
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 
 Afrika Auteur : Josine van der Wal
 Azië
 Australië E-mail adres : josinevdwal@hotmail.com
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://home.hetnet.nl/~josinevdw
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : India      Nepal      Peru
Reisverhaal cultuurvakantie in Uttar Pradesh (India)
Donderdag 14 okt.
Param Jeet Het is bijna middernacht als ik m'n stramme ledematen, zo goed en zo kwaad als dat gaat, uitstrek op m'n krappe zitplaats. We hebben tien uur vliegen achter de rug, toch nog best een opgave! Ik kijk uit 't raampje en ben gefascineerd door al die duizenden lichtjes van de stad Delhi onder ons. Een scherm voor in het vliegtuig laat zien dat het buiten 22° C is.
Het ultieme vakantiegevoel maakt zich van mij meester en plotseling wil ik nog maar één ding: dit vliegtuig uit en op zoek naar het verre onbekende! Een kleffe hitte valt op ons zodra we de aankomsthal binnenkomen. We krijgen bruine papiertjes in handen gedrukt door een vreselijk nors kijkende Indiër. We vullen onze gegevens hierop in en hebben hierna tijd om om ons heen te kijken. Donkere, dreigend uitziende geuniformeerde Indiërs bewaken de chaos, vrouwen in kleurige sari's zitten op de grond, starende mensen, en vooral warm. In de volgende hal bevindt zich een enorme verzameling koffers op de grond. Het is de bedoeling dat iedereen zijn of haar koffer hiertussen vindt, zónder wanhopig te worden. Dit lukt me ternauwernood, daar het me meer dan tien minuten kost om die van mij te vinden in het feestgedruis. Ik wissel hier m'n travellercheques in en ben nu een enorme stapel viezige rupees rijker. Douwe houdt inmiddels een redevoering over het feit dat we straks de wijde, gevaarlijke wereld van Delhi binnenstappen; dit betekent hangsloten op je rugtas, deze vervolgens niet traditiegetrouw op de rug, maar op de buik dragen en bij de groep blijven. Ik kan er niks aan doen, maar dit klinkt fantastisch.

Bij de uitgang worden we verwelkomd door vele Indiërs die reikhalzend naar ons (?) uitkijken. Douwe loopt vooruit om tussen al die tulbanden onze gids op te zoeken. Hij hoeft niet lang te zoeken, het felgekleurde bord van Beter-uit is al snel te zien. Iedereen geeft de man een hand ("noem me maar Pammy"), waarna hij ons naar buiten loodst.
Daar aangekomen dringt een zeer aparte lucht door in onze neusgaten. Het blijkt een mengsel te zijn van smog en allerhande uitwerpselen. De smog zie je trouwens gewoon echt hangen. Ik weet niet wat me overkomt; dit is echt een totaal andere wereld.
Onze bus staat klaar, en de koffers worden erin getild. Eenmaal in de bus overkomt me iets erg leuks; iedereen zingt uit volle borst 'er is er één jarig', ter ere van mijn negentiende verjaardag. Het is erg, maar dat was ik haast vergeten… Param Jeet, onze gids, doet er nog een schepje bovenop door een speech af te steken.

We maken al snel kennis met het Indiase leven; af en toe weigert de elektriciteit dienst en is het vervolgens stik-donker in de bus. Dit zorgt voor veel hilariteit, de stemming zit er al goed in bij iedereen. Param Jeet wijdt ons vast in door uit te leggen dat jij altijd degene bent die uit moet kijken in het verkeer in India, want anderen doen dat namelijk niet voor je. Fijn om te weten.
Dit wordt realiteit als we -eenmaal op weg- bijna van de weg geduwd worden door een mega-vrachtwagen, luid toeterend en zoveel kabaal makend als maar mogelijk is. Afgezien van de geluiden die van buiten tot ons doordringen, is 't binnen in de bus ook nog een behoorlijke herrie. De bus rammelt werkelijk overal waar maar mogelijk is, en bij elke kuil in de weg -en dat zijn er niet weinig- is 't afwachten of alles er nog op en aan zit.
Na een half uurtje komen we aan bij hotel Clarks Inn, waar we één nacht zullen slapen. Een prima hotel, al is het even wennen aan de keiharde matrassen. Ook zit er een zeer eigenaardig luchtje aan het beddegoed, maar het is schoon, dus we mogen niet klagen.
We komen erachter dat de propellor die aan het plafond hangt alleen draait als het licht aan is. (?) We maken een afweging tussen slapen met licht aan of in de hitte, en kiezen voor het laatste. Tsja, we dachten dus dat we als een blok in slaap zouden vallen, maar dat blijkt nog niet mee te vallen. M'n hoofd is daas, en het is net of ik nog in het vliegtuig zit. Hier komt nog bij dat het leven zo te horen 's nachts gewoon doorgaat hier in Delhi. Dit betreft niet alleen het straatleven; ook knagende geluiden op de kamer houden me uit m'n slaap. Ik denk hier wijselijk maar niet verder over na… Zo tegen 5.30 vallen we uiteindelijk toch in slaap en ronken we gelukkig nog even tot de wekker ons wreed wekt om 7.15.


Vrijdag 15 okt.
Terwijl we, onder het genot van een lekker ontbijtje, trachten wakker te worden, krijgen we te horen dat onze bus het heeft begeven. Dus toch. Het heeft de wilde rit van afgelopen nacht niet overleefd. Het gevolg is nu, dat we een paar uur moeten wachten voor er een andere bus beschikbaar is. We besluiten om dan vast Delhi te voet te gaan verkennen. Het is fantastisch weer, lekker warm en een stralende lucht.

in de riksjaEenmaal buiten het hotel kijk ik m'n ogen uit. Direct komen er bedelaartjes op ons af. Ondanks mijn grondige voorbereidingen is een cultuurschok toch niet te vermijden. Wat een bende op straat, en die stank! Ondefinieerbaar. Al het mogelijke verkeer rijdt maar wat door elkaar heen; fiets-en autoriksja's, van ellende aan elkaar hangende vrachtauto's, mensen lopen er tussendoor en, niet over het hoofd te zien, de heilige koeien. Wij staren de Indiërs aan en zij ons. Een Indiër komt op ons af, die dolgraag wil dat we een ritje maken in zijn autoriksja. En met hem uiteraard nog meer Indiërs! Dit kunnen we natuurlijk niet weigeren en dapper stappen we in. Een enorme stoot adrenaline golft door m'n lijf als we vervolgens overgeleverd zijn aan alles wat zich het verkeer noemt. Een minuut of vijftien lang is er om ons heen niets anders als herrie, stof en kleuren. Hier gelden geen verkeersregels, maar degene die het hardst kan pepperen en het meeste lef heeft, krijgt voorrang. Levensmoe is misschien een betere omschrijving. We missen een heilige koe op een háar, kortom, één groot avontuur! Ook al zit ik op z'n zachtst gezegd niet echt comfortabel, ik geniet met volle teugen. Dit is niet te beschrijven gewoon. M'n kennismaking met India is geslaagd!
De bestuurder van onze riksja weet een werkelijk prachtige winkel te vinden, daar willen we vást wel even kijken… Hij laat ons simpelweg geen keus en zet koers naar een wat rustiger gedeelte van de stad.

Ietwat verkreukeld stappen we later bij ons hotel uit en denken dat hiermee dit avontuur ten einde is. Blijkbaar denkt onze riksja-man hier anders over; hij eist "bakshi's!" Onze eerste kennismaking met dit fenomeen is hiermee een feit. Vooruit, we zijn niet kinderachtig en geven de sikh wat rupees. Douwe heeft vooraf betaald, dus hiermee moet het afgehandeld zijn, vinden we. Zo niet de riksja-man! Hij is verbolgen over het feit dat zijn collega meer bakshi's heeft gekregen dan hij... Ik ben verbaasd dat onze groep compleet is na dit wilde avontuur.

Met een andere bus vertrekken we richting Jaipur in Rajasthan. Param Jeet vertelt voor in de bus wat we de komende dagen allemaal hopen te gaan zien. We worden voorgesteld aan de bijrijder die we, vanwege zijn niet uit te spreken naam, tot Rambo dopen. Hij is o.a. degene die onze koffers iedere keer in en uit de bus sleept. We zijn hem uiteraard zeer dankbaar, wat we laten blijken door een uitbundig applaus.
Het uitzicht vanuit de bus is boeiend en schokkend. Enorme afvalhopen langs de kant van de weg, sloppenwijken. Dit is echt armoede. Het is ongeveer 270 km. naar Jaipur. Voor deze afstand moet je in India zeker een dag uittrekken , vanwege de vreselijk slechte wegen. We gaan dan ook niet harder dan 60 km/uur. En dat heet dan de National Highway.

treffende gelijkenis..? Param Jeet leert ons de beginselen van de Indiase taal, gewoonten, gebaren etc. Wat ik bijvoorbeeld erg grappig vind, is de manier waarop Indiërs ja knikken. Dat gaat niet van boven naar beneden, maar ze laten hun hoofd als het ware op hun nek wiebelen. Sorry, dit valt eigenlijk niet te beschrijven.
Ik vind het geen straf om zo lang in de bus te zitten; het uitzicht is hartstikke boeiend. Ossen in allerlei soorten en maten, indrukwekkende mannen met tulbanden, hele gezinnen boven op bussen en telkens erg veel bekijks als we ook maar even stilstaan. Een halfvergane vrachtauto met minstens een dozijn vrouwen in sierlijke sari's er bovenop, kamelen, geitenkuddes. Vrouwen zijn op het land aan het werk, wat een erg mooi gezicht is, al die felle kleuren tussen het groen. Ik merk dat dit erg veel energie vreet allemaal, maar ik geef me over aan dit land en geniet zoals ik dat nog nooit heb gedaan!
Er wordt de hele tijd fanatiek ingehaald, zowel door onze buschauffeur als door de andere weggebruikers. Op een tweebaansweg wel te verstaan. Dit gaat gepaard met luid getoeter, waarbij de arm van de bijrijder dienst doet als richtingaanwijzer. De laatste 170 km. gaat over nog slechtere wegen, met om de haverklap diepe kuilen en gaten. Af en toe passeren we een gekantelde vrachtauto… Op een bord langs de kant van de weg lees ik op een gegeven moment: 'drive carefully', voor diegenen die het nog niet door hebben.
We zien Rajasthanen languit op zelfgefabriceerde stretchers, als of er geen tijd bestaat. Geitenhoeders keuvelend op de hurken, staf in de hand, met een stuk of vijf magere geiten erom heen. Ik blijf me verbazen over alles wat ik zie.

Om een uur of vijf stoppen we bij een restaurant, waar we kennismaken met de Indiase keuken. Erg lekker! Plotseling begint iedereen weer te zingen voor m'n verjaardag en tot mijn grote verbazing staat er opeens een taart voor m'n neus! De sfeer is compleet met ondergaande zon en Indiërs met tulbanden die ons bedienen.
Amber FortRond acht uur 's avonds komen we aan in Jaipur. We maken een fotostop bij het Amber Fort, dat sprookjesachtig verlicht is. In het hotel genieten we van een heerlijk diner. Hierna verzorgt Douwe de dagsluiting. We lezen uit de Bijbel en zingen met elkaar. Ook spreken we de volgende dag even door en Douwe geeft een stoomcursus 'afdingen'. Dit schijnt nog een hele sport te zijn. Ik ben benieuwd!


Zaterdag 16 okt.
7:30u rinkelt de wekker. Het heeft even tijd nodig voor ik enig sinds aanspreekbaar ben, de afgelopen nacht heb ik namelijk half in coma doorgebracht. Na het ontbijt rijden we naar het Amber Fort, wat we gisteravond al konden bewonderen. Inmiddels zit ik op m'n gemak in de bus en kan ik de chaos op de weg verdragen. Sterker nog, ik ben gewoon relexed. Het weer is fantastisch, wat bijdraagt aan het ultieme vakantiegevoel.

schoolkinderen Bij het fort aangekomen, moeten we een uurtje wachten voor we de olifanten mogen bestijgen, er schijnt namelijk een belangrijk figuur aanwezig te zijn, vandaar.(?) Dat uurtje besteden we nuttig door de tuin van het fort te bekijken, en we worden wat bijgepraat over het kastenstelsel en het hindoeïsme. Een groepje schoolkinderen komt naar ons toe en we worden uitgebreid bestudeerd. Ik krijg handen en big-smiles, namen worden uitgewisseld en pogingen gedaan om ze vervolgens ook uit te spreken. best naar m'n zin op die olifant!Ze vinden het helemaal geweldig als ze op de foto worden gezet. Dan mogen we op de gereedstaande olifanten! Met z'n vieren zitten we in een soort bak. De mahout stuurt de olifant met zijn voeten richting fort, en daar gaan we. Dit valt me niet tegen! Boven aangekomen mogen we er weer af, maar niet voordat we de mahout de bakshi's (fooi) hebben gegeven die hem toekomt. Niet dat hij tevreden is met de rupees, maar daar waren we op voorbereid.

Te voet gaat het verder omhoog. Het is hier behoorlijk druk, dus oppassen dat je elkaar niet uit het oog verliest. Bedelaars klampen ons aan. Ook hier zijn we op voorbereid, zodat we weten dat het hier niet verstandig is om wat rupees te geven. Binnen een mum van tijd ben je dan omsingeld door tientallen bedelaars en straatkinderen, die je vervolgens blijven achtervolgen. Ik vind het wel schokkend om te zien allemaal. Bovenaan de trappen komen we op een soort binnenplaats. Het is hier behoorlijk druk, kleurrijk, herrie, stof en allerlei kraampjes. We gaan door een grote poort het fort binnen. Wat we dan zien is echt sprookjesachtig. Param Jeet geeft ons een rondleiding door de prachtige paleizen en vertelt er een heleboel bij. Apen leven hier in het wild, maffe beesten.
Ik probeer me voor te stellen dat hier eeuwen geleden de maharadja's woonden met hun harem. Ongelooflijk eigenlijk.

prachtige paleizen De terugweg gaat via een ander pad. Vreselijk wat we hier aantreffen; bedelende mensen die verschillende ledematen missen, etterende wonden, hartverscheurend. Dit zijn de paria's, de minsten van India. De tegenstellingen zijn enorm; de mensen uit de hogere kasten lopen achteloos aan deze mensen voorbij. Dit is voor hen de normaalste zaak van de wereld! Je hebt gewoon pech als je in een lage kaste wordt geboren, en waarschijnlijk heb je dat dan ook nog verdiend omdat je in een vorig leven niet zo best hebt geleefd. En ik loop hiertussen als rijke westerling. Op de één of andere manier schaam ik me daar gewoon voor. Voortdurend geroep: "rupee, rupee please!", kinderen trekken aan m'n kleren en hun hand gaat naar hun mond terwijl ze me smekend aankijken. Ik ben overdonderd en loop zo snel mogelijk de weg naar beneden. Daar aangekomen worden we uitgebreid geobserveerd door de plaatselijke bevolking. Ik hou angstvallig m'n camera vast, sommige blikken die ik onderschep komen niet erg betrouwbaar op me over. Om ons heen zwermen talloze Indiërs, meest kinderen, die dólgraag hun collectie ansichtkaarten aan ons kwijt willen. "Madame, postcards please?" "Taj Mahal? Amber Fort? Very cheap!" Terwijl ze hun complete aanbod opsommen, waaieren ze er mee voor onze neus totdat we er gek van worden. Het vraagt veel van een argeloze toerist om hier koelbloedig onder te blijven.

We eten in een super-sfeervol restaurant, waar een Indiër al spelend op een muziekinstrument langs onze tafels loopt. De vakantiestemming zit er inmiddels goed in bij iedereen, gezellig! Dan op weg naar Jantar Mantar, een beroemd sterrenobservatorium uit de 18e eeuw. Het is inmiddels midden op de dag, dus erg heet. Ik blijf drinken. We blijven hier niet lang, omdat we anders in tijdnood komen.
Hierna bezichtigen we het City Palace. Ik merk dat ik een beetje zweverig begin te raken door de hitte en de hoeveelheid slaap die ik nog te kort kom. De paleizen zijn ontzettend mooi. We zien een gedeelte van de garderobe van de maharadja's, prachtig geborduurd. En Param Jeet praat en praat. Ik kan het helaas niet allemaal meer in me opnemen. Fotograferen van mensen kost je vaak wat rupees, zo ook hier bij de wachters voor de koperen deuren. Het ziet er prachtig uit. Terug in het hotel realiseer ik me dat we niet eens alles hebben gezien in het City Palace. Ik vind dit toch wel erg jammer, maar zelfs ik had even geen ondernemingslust meer. Iedereen is redelijk gevloerd deze avond…

Zondag 17 okt.
We staan rond een uur of zeven op en gaan naar een katholieke kerk in Jaipur. De mensen zijn erg gastvrij, na de dienst worden we door de gemeenteleden uitgenodigd om nog even thee te drinken. Hierna bekijken we een Hindoetempel van binnen. Schokkend om te zien hoe de goden worden aanbeden en vereerd, ik kan me dit echt niet voorstellen. We gaan terug naar het hotel en na de lunch hebben we een aantal uur vrije tijd. Ik hou siësta, dat heb ik echt even nodig.
Hierna ben ik heerlijk uitgerust, en zie het dus helemaal zitten om een mooie wandeling te gaan maken. De bus zal ons naar een punt brengen, vanwaar we lopend naar een fort gaan. Dit klinkt erg simpel, maar dat is het niet. De bus gaat rakelings langs afgronden alsof het niks is, en een tegenligger in de vorm van en truck? Dan rijden we toch fijn even een stuk achteruit? Het mag bijna een wonder heten dat we dit overleven.
Op zich is het geen spectaculair fort, maar de rust is hier fantastisch! Ik geniet met volle teugen van het uitzicht -de laagstaande zon zorgt voor prachtige kleuren- en van de stilte.

We komen een groep schoolkinderen tegen. Ze zijn in het begin wat verlegen, maar komen helemaal los als Douwe zich verplaatst in de persoon van Arnold Schwarzenegger. Schatergelach, glinsterende ogen en blinkende tanden. Er zijn ook een paar oudere jongens bij, aan wie ik bijna word verkocht voor drie kamelen en een olifant… Dit is iets minder.
dolle pret! Op een gegeven moment komen we een aantal bewakers van de maharadja tegen, de beste man woont namelijk in het fort. Ze zien er indrukwekkend uit in mooie pakken met fel-oranje tulbanden. Ook nu blijkt maar weer dat je door maf te doen de afstand een stuk kleiner kan maken, de Indiërs komen niet meer bij van de lach! Of we misschien de maharadja met een bezoek zouden mogen vereren? Ze gaan het serieus vragen, maar de maharadja stelt helaas geen prijs op een stelletje losgelaten Hollanders. We geven niet snel iets op, dus zingen we uit volle borst "happy birthday to you maharadja", een soort serenade onder zijn balkon. Ik vermoed dat we de arme man hiermee minstens onder zijn bed hebben gejaagd…

De afdaling doen we lopend, we weigeren eensgezind om nogmaals ons leven te wagen. Ik ben een beetje lyrisch geworden van alle belevenissen en ga in mijn jeugdige overmoed een wedstrijdje aan met Param Jeet, wie het hardst kan lopen. Het gaat heuvel af, dus ik ga steeds harder en beland op een gegeven moment boven op mijn camera! Mijn camera en ik komen er met schaafwonden vanaf. Maar ik baal wel even flink. Als ik zover ben dat ik weer oog heb voor de omgeving, zie ik dat het uitzicht fantastisch is. De zon is net ondergegaan, en de lichtjes van de paleizen geven het dal een sprookjesachtige aanblik.
Met een klein groepje zijn we inmiddels een aardig eindje van de rest van de groep verwijderd. Het is maar goed dat we een man bij ons hebben, het wordt behoorlijk donker en de mannen die we af en toe tegenkomen zien er niet echt uit of ze goede bedoelingen hebben. Op een gegeven moment stoppen er zelfs een paar en volgens mij mogen we blij zijn dat we geen Hindi verstaan...

Op uitnodiging van een gemeentelid van de kerk waar we vanmorgen zijn geweest, gaan we zingen bij haar thuis. Dit is echt heel gezellig; de gitaar des huizes bewijst goede diensten en er worden liederen opgegeven om te zingen. We krijgen zelfs een aantal liederen te horen in het Hindi. De tijd vliegt, en het is al na middernacht als we op één oor liggen.


Maandag 18 okt.
Hawa Mahal We staan om 6.00 op om de Hawa Mahal, oftewel Paleis der Winden, in het ochtendlicht te bewonderen. Het is de moeite van het vroege opstaan wel waard; de zon zorgt voor een prachtige warme kleur van het zandsteen. Er wandelt hier een sadhu rond die het niet erg vind om voor een paar rupees te poseren, dus ik neem m'n kans waar. Bedelaars zijn hier weer in overvloed, ze achtervolgen ons tot bijna ín de bus.
Nu op naar Agra. Onderweg zien we olifanten en kamelen, en weer de vele kleuren. De vrouwen zijn op het land aan het werk en dragen enorme takkenbossen en manden op hun hoofd. Je moet hier eigenlijk niet met een bus doorheen crossen, maar alle tijd van de wereld hebben om hier van te genieten.

We maken een stop bij een dorpje dat we tegenkomen. Binnen no time zijn we omsingeld door alle kinderen van het dorp. "Pen please, pen please!". Douwe laat met gevaar voor eigen leven zien hoe het dus níet moet; op je gemak wat pennen uitdelen. Gevolg: de kinderen gooien zich in de strijd, enorme stofwolken zorgen ervoor dat je het zicht bijna ontnomen wordt. Het dorpje vind ik echt prachtig. Het is duidelijk dat hier niet veel toeristen komen, we worden met enige argwaan door de bewoners opgenomen. Als ik aan een vrouw vraag of ik een foto van haar mag maken, went ze resoluut haar hoofd af en gaat de sari over haar gezicht. De sfeer is hier fantastisch, dat valt helaas niet onder woorden te brengen. Ik zou gerust een paar uur hier kunnen zijn, door het dorpje slenteren en kijken hoe de mensen hier leven. Maar helaas, we moeten weer verder.

Na nog een paar uur rijden komen we in Agra, in de deelstaat Uttar Pradesh. Jongens, wat een bende! Een verschil met Jaipur, minder kleurrijk, meer uitlaatgassen en nog veel meer zooi en ongelofelijkheden op straat. Ik weet niet waar ik moet kijken, zou het liefst uitstappen en ergens neerploffen om dit alles te bekijken en niet uitgekeken te raken. We brengen een bezoek aan Fatehpur Sikri, de 'verboden stad'. Het is mooi, maar ook erg heet. Iedereen is al snel helemaal gaar, maar dit wordt ook veroorzaakt doordat we nog steeds (half vier!) geen lunch op hebben. En waar er toeristen zijn, zijn er ook de irritante straatverkopers, die je net zo lang volgen en aan je hoofd blijven zeuren, tot je wat van ze koopt. Anders blijf ik hier vrij koelbloedig onder, maar nu bespeur ik bij mezelf iets dat lijkt op irritatie. Op een gegeven moment zien we door al die verkopers de aangeboden waar niet meer, en Douwe neemt het dan maar van ze over; hij plaatst zich op een verhoging en wordt prompt door de Indiërs behangen met kettingen, beeldjes en allerhande prullaria. "How much? Ten rupees? Oké jongens, tien rupee voor deze ketting!" De Indiërs staan te genieten, het gebeurt tenslotte niet elke dag dat het werk ze uit handen wordt genomen. Het fort van Agra staat ook nog op het programma voor vandaag, maar er wordt unaniem besloten om dit te verplaatsen naar morgen.
Ons hotel is weer goed, en absoluut luxe in de ogen van Indiërs. Het is vreemd om van het Indiase leven zomaar in zo'n schoon hotel te stappen, wat minder had ook wel gemogen…

Vervolg reisverhaal India en Nepal ------>

 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help