|
Tennant Creek <> Devils Marbles Unieke hoop stenen waar je erg prettige foto's kunt maken als je er toevallig in de buurt bent. Okay, iets enthousiaster: Een unieke vallei met door winderosie rondgesleten rotsformaties van indrukwekkende aard. Tennant Creek > Alice Springs Alice, Alice, where the X is Alice? In het midden van het rode hart dus. Alice is de onofficiele hoofdstad van the Northern Territories en eerlijk gezegd leeft het hier meer dan Darwin. Elke dag staat hier kangaroe op het menu en ik kan het niet vaak genoeg zeggen: goddelijk! Trek je niks aan van die reebruine oogjes en geniet van dit malse, sappige vlees, want in Nederland kun je het nog steeds niet krijgen. In Alice vind je veel winkels, musea, de Flying Doctors basis en een luchtvaartmuseum op het oude vliegveld. Het feit dat het jaarlijkse hoogtepunt van dit dorp een zeilrace door een droge rivierbedding is, zegt genoeg over de lokale bevolking: 'no worries' is hier het motto. Aangezien het maar 46'C hebben we direct fietsen gehuurd en zijn de woestijn ingegaan. Vanuit Alice kun je een ongeveer 50 km lange fietstocht maken over een unieke route. Slingerend door de woestijn kom je erachter dat je hier op een relatief klein gebied nog veel diverse natuursoorten kunt tegenkomen, met elk hun eigen flora en fauna. En je hoeft er niet eens naar uit te kijken, want je vindt ze gewoon op het fietspad! Net als je met een flinke vaart (heeft iemand gezegd dat het te warm is voor wedstrijdjes?) een heuvel af fietst vind je een 80 cm lange leguaan/salamander/reptiel (streep door naar gelang uw voorsprong qua biologische kennis) voor je wielen. Nu ben ik in principe niet tegen het platrijden van dieren, maar ik vond het ook weer niet het moment voor een competentiestrijd met een leguaan, dus kozen beest en ik voor een sprong de berm in. Oeps. Bij mijn weten is dit het enige fietspad met een gastenboek, dus daar moesten snel onze namen in. (er was die dag nog een fietser, en prompt kwamen we haar nog tegen ook!). Temeer daar we volstrekt onvoldoende water bij ons hadden. Alice Springs <> Yulara Yulara is een doods resort waar je helaas wel naar toe moet als je Ayers Rock (Uluru voor alle aboriginal-lezers) en the Olgas (Kata Tjuta) wilt zien. De enige jeugdherberg biedt doe-het-zelf-barbeques aan ('barbies ') en voor het geval ik niet de enige was en jij het ook niet wist: kangaroe 5 minuten, emu 8 minuten, krokodil ongeveer 15 minuten. De eerste avond zijn we natuurlijk direct naar Ayers gegaan en troffen daar (helaas of juist gelukkig) iets heel bijzonders aan: regen! Verbaasd door regen op deze plek in de woestijn en een heuze regenboog naast Ayers Rock hoopten we dat de regen snel op zou houden, want de volgende dag zou Ayers niet beklommen kunnen worden als het nog steeds zou regenen. De beklimming van Ayers Rock (feitelijk betreft het hier heiligschennis) is zwaar (kan alleen in de vroege ochtend worden gemaakt, an ders is het te heet), maar zeker de moeite waard: Ayers is een monoliet (rots uit 1 stuk) en ligt als een enorme rode molshoop midden in de woestijn-vlakte, biedt een zeer indrukwekkend rood maanlandschap. Jammer dat het er zo toeristisch is, hoewel je daar wachtend op de sunsetspot ook wel weer om kunt lachen. The Olga's zijn een nabijgelegen bergketen waar je ook wel even naar toe kunt hoppen. Alice Springs > Coober Pedy Als je Alice in zuidelijke richting verlaat en een een paar honderd verlaten kilometers voor de boeg hebt, ben je blij dat deze snelweg sinds kort verhard is. Na verloop van tijd ben je zelfs blij als Coober Pedy zich aan de horizon aftekent. Coober Pedy (Aboriginal's voor 'blanke man in grot') is zonder twijfel het vreemdste dorpje dat ik ben tegengekomen, maar of dit een reisadvies is weet ik niet. Het is de opaalhoofdstad van de wereld en dat maakt dat de mensen hier, ondanks temperaturen van 45' - 50'C, willen wonen. Dit wonen doen ze trouwens allen onder de grond, in verlaten mijnen. Ook de kerken, winkels en jeugdherbergen (bedrock bijvoorbeeld) vind je hier ondergronds. Voornaamste toeristische atractie is hier het bordje 'in dit theater geen explosieven', geplaatst in de drive-in bioscoop nadat een mijnwerker iets te veel explosieven in zijn pick-up had liggen. Na wat telefoontjes van onze chauffeur konden we hier een familie bezoeken die in zo'n ondergronds huis wonen. Waarschijnlijk omdat de vrouw des huizes zelf Nederlands was, werden we hartelijk onthaald en kregen een mooie rondleiding door zo'n huis, inclusief de poolroom (biljarttafel in grot) en de poolroom (heerlijk koel zwembad). Op de vraag of we ook hun verlaten mijn wilde zien was het antwoord snel gegeven. "Okay, hier heb je de sleutel, daar achter in de tuin vind je de ingang, links zit het licht en rechts liggen de helmen. Veel plezier!" Ennuh, nee, we hebben niets gevonden dat we mee konden nemen! Coober Pedy > Adelaide Adelaide. Zou dit dan de eerste 'echte' stad zijn op mijn trip? Het lijkt er wel op. Adelaide is een charmante stad met een heel sterke Brits-koloniale uitstraling. Veel winkels, leuke cafees, goeie hostels. Nu ik er over nadenk is Adelaide niet heel erg bijzonder, maar na al die outback en tropen was het een verademing en dat heeft blijkbaar indruk gemaakt. Adelaide is alleen al vanwege de wineries meer dan een bezoek waard. Liggend onder de watervallen van Litchfield was ik een meisje uit Adelaide tegengekomen die al zwemmend enthoudiast vertelde over de pracht en praal van Adelaide en de beste wijn die er vandaan zou komen. Na een wat lauwe reactie, die waarschijnlijk als Europese arrogantie werd geinterpreteerd, resulteerde dat al snel in een uitnodiging om vooral eens te komen kijken en proeven. In Adelaide aangekomen hebben we haar dan ook meteen gebeld, waarop de volgende dag een auto met twee Adelaidse zussen voor de deur van onze hostel stond voor een uitgebreide wijntour. Enthousiaste jongens, die Australiers! Hier op de uitgestrekte wijnhellingen (doet heel erg Frans aan) zetten veel wijnmakerijen hun deuren open om met veel enthousiasme het wijnproces te laten zien en je gratis al hun topwijnen, champagnes en port laten proeven. Na zo'n tien wineries ben je verkocht (en dronken): Australische wijn is inderdaad stukken beter dan de Franse! Adelaide > Melbourne Op dit traject kun je de veelzijdigheid van Australie goed zien: Op een afstand van een paar honderd kilometer kom je tegen: uitgestrekte wijngebieden, zoutmeren, een mini-sahara, vulkanisch gebied, uitgestrekte nationale parken, oerbossen met een regenwoud-karakter en de beroemde Great Ocean Road. Melbourne is 's werelds twee na grootste Griekse stad, is daarnaast ook Italiaans, Spaans, Brits, etc. en heeft natuurlijk een groot en niet te vermijden Chinatown. De verschillende landen van herkomst van de Melbourners heeft geleid tot een veelvoud aan verschillende restaurants en heeft Melbourne tot de culinaire hoofdstad van Australie gemaakt. Ze zijn alleen wel de cafees vergeten. En er is geen museum, gevangenis of winkelcentrum dat dit kan compenseren. Naar de volgende stad dus. Melbourne > Canberra Canberra houdt op het eerste gezicht het midden tussen Rotterdam en Lelystad, toegegeven: wel met een beetje meer charme. Deze officiele hoofdstad van Australie wordt door alle Aussies en toeristen volstrekt genegeerd en ik moet toegeven: Van alle hoofdsteden in de Wereld is dit inderdaad de saaiste. En toch... Bij het oprichten van de Australische federatie kon men bij het kiezen van de hoofdstad niet kiezen tussen Melbourne en Sydney en besloot men een nieuwe bush-capital in het midden op te richten. Een Amerikaanse architect met grootheidswaanzin won de uitgeschreven wedstrijd en plande een groots opgezette stad met lange allees, grote parken en veel national(istisch)e gebouwen. Het moderne parlementsgeboew is echter wel een bezoek waard, hier is heel bijzondere architectuur toegepast (en simpelweg veel te veel geld). Canberra > Sydney Als je mensen spreekt die een (langere) tijd in Sydney zijn geweest is het nooit de vraag of je ooit terug komt, maar altijd de vraag 'wanneer'. Het karakter van Sydney wordt bepaald door de twee havens. Ten eerste is daar Circular Quay, met het onvermijdelijke Operahouse, de beroemde harbour bridge, de Rocks (de eerste nederzetting van Sydney nu omgetoverd tot yuppenpakhuizen) en alle jetcats en ferries die je snel naar suburbs, de dierentuin, de bushlanden of natuurlijk een van de stranden brengen. De tweede haven draagt de naam darling harbour en maakt dat ook wel redelijk waar. Je vindt hier naast de voor de hand liggende musea, terassen, bioscopen en casino's vuurwerken, shows, jazzfestival, openbare salsalessen (everybody Salsa!) en veel, veel muziek. Dat alles in de gegarandeerde zon en aan het water. En dit is alleen nog maar het centrum, want Sydney heeft ook enkele extravagante inner suburbs, zoals Newtown (lesbo's en alto's), Darlinghurst (homo's en vago's), B(l)ondi Junction and beach (Sandvoort aan de see, olee!) en Kings Cross (travo's en prosti's). De beste tijd om in Sydney te zijn is ongetwijfeld januari. Gedurende deze maand is er het Sydney festival en ook Australia day met honderden optredens, gratis concerten, jazzfestivals, de open air cinema, markten, vuurwerken. Een maand lang staat de stad op z'n kop, voornamelijk georganiseerd voor en door Sydney'ers die een hoop lol willen hebben, in plaats van dom toeristenvermaak. Everybody Salsa! Daarna was de tijd aangebroken om te studeren in Sydney Ben jij op dit moment bezig met het plannen van een reis door Australie, mail me gerust als je tips en adressen wilt hebben. c-rasch@dds.nl
|