TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
Afrika Auteur : Paul en Monique Schilders
Azië 
 Australië E-mail adres : monique.schilders@planet.nl
Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://home.planet.nl/~monique.schilders/
Zuid Amerika   Duitsland   Egypte   Florida   Frankrijk  Italië  (Sicilië)  Jordanië   Israël
Wereldreizen Reisverhalen : N.Zeeland  Noorwegen  Ruta Maya   USA+Canada   USA   Zuidelijk Afrika






 Reisverslag Nieuw Zeeland/Australië 2001 Paul en Monique Schilders. TravelSource.nl

Nieuw Zeeland/ Australië 2001

1e DAG 17-11-2001 Tilburg - Amsterdam - Londen - Bangkok - Sydney - Auckland (1)

Down Under’, al jaren lonkt deze bestemming. Na lang wikken en wegen hebben we uiteindelijk niet gekozen voor Australië, maar voor Nieuw Zeeland. Hoewel het land genoemd is naar Zeeland, lijkt onze provincie in niets op het land van onze tegenvoeters. Nieuwsgierig naar de prachtige landschappen en natuur van het land van de Maori’s beginnen we om 19.25 uur op Schiphol aan de 27 uren durende trip naar Aotearoa, het land van de lange witte wolk.

Hoewel de 1e etappe naar Londen slechts een korte is, vragen we ons tijdens deze vlucht van een uurtje al twijfelend af hoe we deze ‘vliegmarathon’ moeten volbrengen. Toegegeven het is een luxeprobleem, maar wel het nadeel van deze manier van reizen. Aan een verblijf van langer dan een etmaal in een vliegtuig zal ik (Paul) waarschijnlijk wel nooit wennen. Het is niet iets als een ‘11 september’-syndroom, maar meer het gebrek aan beenruimte, het smakeloze eten, de herrie en dan zijn er natuurlijk nog de medepassagiers. De mensen met veel te veel handbagage die uiteraard geen ruimte meer hebben in het bagagerek. De laatkomers en natuurlijk de wandelaars die tijdens een vlucht over de oceaan, op en neer blijven lopen, een paar schoenen verslijten en ondertussen voortdurend iedereen wakker stoten. Desondanks is vliegen een noodzakelijk kwaad als je de wereld wilt ontdekken. Zoals gezegd ‘Down Under’ lonkt, er zit dus niks anders op: hersens uit, wat films kijken, veel lezen en zo lang mogelijk slapen.

Hoewel we bij Qantas hebben geboekt, verzorgt British Airways ook het vervolg van deze reis. Het is 21.20 uur, lokale tijd, als we in een Boeing 747 van deze maatschappij opstijgen van Heathrow en op weg gaan naar het Verre Oosten.


2e DAG 18-11-2001 Tilburg - Amsterdam - Londen - Bangkok - Sydney - Auckland (2)

Vliegend naar het oosten valt de nacht snel. Moe als we zijn lukt het een flink stuk van de 2e etappe te slapen. Zo’n 11 uur na het vertrek uit Engeland landen we om 16.00 uur lokale tijd in Singapore.

Terwijl het vliegtuig schoongemaakt en volgetankt wordt kunnen de passagiers naar keuze een uurtje de benen strekken of aan boord blijven. Voor ons is de keuze niet moeilijk: uit dit ‘ding’, al is het maar voor even! Al wandelend over de rommelige luchthaven, beseffen we dat we voor het eerst in Azië zijn. Typisch dat dit werelddeel ons veel minder trekt dan alle andere, al weten we zelf niet precies waarom. Precies op tijd beginnen we aan de 3e etappe en vliegen verder naar zuidoosten. Het volgende reisdoel: Sydney, Australië.

Kort na de start glijdt de evenaar onder ons door, dat betekent halfweg Nieuw Zeeland. Tijdens de volgende film zitten we alweer te ‘knikkebollen’. De 2e helft van de film kijken we tijdens de 2e ‘voorstelling’. De tijd schiet zo aardig op. Hoewel we tegen deze lange reis opzagen, valt deze eigenlijk best mee. Desondanks zijn we blij zo’n 12 uur na het vertrek uit Bangkok te landen in Sydney.

Helaas valt de regen hier met bakken uit de hemel. De skyline van de stad is dan ook nauwelijks te zien. Hopelijk hebben we tijdens de ‘stop over’ van 8 uur op de terugreis beter weer in deze metropool. We willen over 3 weken deze tijd gebruiken om de stad te verkennen, in plaats van in de ‘transit’-zone te wachten op de aansluiting naar Londen. Bij het boeken van deze reis zou het reisbureau wel even uitzoeken of zo’n bliksembezoek aan ‘downtown’ Sydney mogelijk was. Enkele weken en een aantal telefoontjes later worden we teruggebeld door een stagiaire van Hosli die zeker weet dat het niet mogelijk is, met als reden: "Jullie zitten in ‘transit’ en daar komen jullie niet uit!" (?). Aan de ‘transit’-balie van het vliegveld horen we weer wat anders: "Een bezoek is alleen mogelijk met een visum en dat hadden jullie natuurlijk in Nederland moeten regelen!". Ik (Paul) vraag met een jetlag van 2 dagen achter mijn kiezen zo vriendelijk mogelijk aan het mantelpakje achter de balie of op het vliegveld misschien een visum verkrijgbaar is. Na een "Oei, dat weet ik niet………" en "Wellicht zijn er ergens in Nieuw Zeeland visa te krijgen" is mijn geduld op en lopen we naar de ‘gate’. (Eigen)wijs als ik ben informeer ik toch nog 1 keer, ditmaal bij een oude douanier. Volgens hem moet het geen probleem zijn een visum voor één dag te krijgen. Hij loodst mij door een achterdeurtje de ‘transit’-zone uit en wijst mij waar ik de juiste informatie kan krijgen. Bij de paspoortcontrole wordt me verteld waar ik een visum voor 1 dag kan krijgen en hoe de procedure is. Het blijkt dus wel te kunnen! Terug in de ‘transit’-zone zoeken we de ‘gate’ op. Hoewel we eigenlijk nog niet veel te melden hebben sturen we hier bij een reclamezuil van een telecommunicatiegigant een (gratis) e-mailtje naar het thuisfront.

Ondertussen nadert de vertrektijd en is men nog steeds niet aan het ‘boarden’. Even later blijkt waarom, als door de vertrekhal galmt dat de ‘crew’ onderweg is. Ze zitten vast in de spits, die ‘downtown’ door het slechte weer extra druk is. Dat de vertraging slechts enkele minuten zal bedragen, is natuurlijk niet waar. Ruim een uur te laat (10.30 uur, lokale tijd) stijgen we op in de hoop dat het weer, een paar 1000 kilometer verder naar het oosten, in Nieuw Zeeland beter is.

Ditmaal opnieuw geen vliegtuig van Qantas, echter ook geen British Airways. Canadair verzorgt de vlucht van Sydney naar Auckland. Boven de Pacific Ocean verzetten we voor de zoveelste keer onze horloges, ditmaal 2 uur vooruit. Bij het invullen van de visa blijkt uit de kleine lettertjes dat men in Nieuw Zeeland nog net even verder gaat als in ‘states’. Uiteraard is het invoeren van fruit ook hier verboden omdat zo fruitvliegjes en allerlei andere plantenziektes hierdoor eenvoudig het land in worden gebracht. Daarnaast maakt men zich gezien de enorme veestapel in Nieuw Zeeland, volkomen terecht, zorgen over het zeer besmettelijke mond en klauwzeer. Daarom dient men op de visa in te vullen of recent een land bezocht is waar het afgelopen halfjaar deze veeziekte heeft geheerst. Gezien alle perikelen omtrent deze ziekte tijdens de afgelopen maanden in Nederland, ontkomen we als ‘kaaskoppen’ ongetwijfeld niet aan wat extra aandacht. Als vervolgens op de visa de in te voeren kampeerspullen aangekruist moeten worden, is het ons inmiddels duidelijk dat dit voor oponthoud gaat zorgen bij de douane. Na een vlucht van 3 uur landen we om 15.30 uur.


3e DAG 19-11-2001 Tilburg - Amsterdam - Londen - Bangkok - Sydney - Auckland (3)

‘Down Under’, eindelijk! Verder vliegen kan niet zonder weer op weg terug te zijn. Moe maar voldaan staan we aan de andere kant van de aardbol, in Nieuw Zeeland!

Terwijl we op onze bagage staan te wachten, snuffelt een schattige jonge beagel aan onze handbagage en slaat alarm. Volgens zijn baasje heeft hij fruit geroken in één van onze tassen. Als we uitleggen dat er tijdens de vlucht een appel in heeft gezeten, maar dat deze in het vliegtuig is achtergebleven, mogen we verder. Zoals verwacht worden we bij de douane op grond van onze visa apart genomen. Vriendelijk vraagt men ons de tent uit de bagage te halen. Deze gaat ter controle mee naar achteren en kan ‘in a moment’ bij een luikje voorbij de douane worden opgehaald. Bij het röntgenapparaat wordt aan onze voorbuurman, ook om ‘mond en klauwzeer’-redenen, gevraagd of hij zijn bergschoenen in een ‘MKZ’-land heeft gedragen. Meteen kijk ik (Paul) naar mijn schoenen. Vlak voor deze reis heb ik thuis nog even het gras gemaaid. In de haast ben ik vergeten mijn schoenen schoon te maken, zodoende puilt er nu nog een dikke graslaag onder de zolen uit. Ik hoor mezelf al aan die douanier uitleggen dat op ons grasveldje echt geen ‘MKZ’-koeien grazen…………! Terwijl onze tassen door het röntgenapparaat gaan, vraagt de douanier "Something to declare, sir?" Zonder omlaag te kijken zeg ik "no" en loop door. Een kwartier later gaat het ‘douaneluikje’ eindelijk open en verschijnt onze tent. Op de vraag wat ze er nu eigenlijk mee hebben gedaan krijgen we als antwoord "schoongeborsteld". Dat komt goed uit want de tent was ronduit smerig na onze reis naar Sicilië en evenals voor de schoenen ontbrak het ons aan tijd om deze in Nederland nog schoon te maken. Hoe dan ook we zijn door de douane!

Terwijl Monique kortingskaarten voor ‘backpackers’ koopt, zoek ik uit waar het verhuurpunt van Maui, een lokale en dus goedkopere autoverhuurder, zich bevindt. Als we bij de halte komen zien we de ‘courtesy bus’ net wegrijden naar het verhuurpunt. Er zit niks anders op dan een halfuurtje te wachten. Om 16.35 uur arriveren we alsnog bij Maui en begint, net als tijdens bijna elke trip in de ‘states’, het lange wachten op een beschikbare medewerker die zich vervolgens door een onvoorstelbare papierwinkel heen worstelt. Ondertussen sturen we uit pure verveling nog een (gratis) e-mail naar het thuisfront. Dit terwijl er nog nu minder te melden is als in Sydney! Na de inspectie van de Hyundai Nuberia (automaat) regelen we nog 2 (gratis) campingstoeltjes. Met het adres van een ‘holiday park’ ten noorden van de Waitemata Harbour op zak, zijn we eindelijk klaar voor vertrek!

Wat onwennig zoek ik (Paul) de linker weghelft op. Bij de 1e kruising kijk ik eerst de verkeerde kant op. Iets wat ik de rest van de vakantie consequent verkeerd zal blijven doen. Via de ‘motorway’ rijden we naar het noorden en steken via de Auckland Harbour Bridge de Waitemata Harbour over. Op de andere oever voegen we verkeerd uit en belanden opnieuw op de ‘motorway’, ditmaal richting zuiden. Het blijkt de laatste afslag voor de ‘bridge’ er zit niets anders op dan deze opnieuw over te steken, te keren en het opnieuw te proberen. Terug op noordelijke oever blijkt het ‘holiday park’ onvindbaar. We zijn zo druk met zoeken dat ons pas op de ‘motorway’ duidelijk wordt dat we een verkeerde afslag hebben genomen en opnieuw de brug over moeten steken. Hoewel we ons na 5 keer Auckland Harbour Bridge al aardig thuis beginnen te voelen in dit deel van de stad, duurt het nog even voordat het ‘holiday park’ is gevonden (19.15 uur). We huren een luxe ‘cabin’ en eten een hapje bij de Pizza Hut naast het ‘holiday park’.

Het is inmiddels donker als we naar Devonport rijden. Hier hebben we vanaf de Devonport Ferry Terminal een schitterend uitzicht over de Waitemata Harbour en de verlichte skyline van ‘downtown’ Auckland. Misschien ben ik (Paul) nog onwennig aan de linkerzijde van de weg of is het toch de jetlag en vermoeidheid die toe beginnen te slaan. Feit is dat ik op de terugweg zo nu en dan een stoeprandje mee pik en een spiegel raak van een geparkeerde auto. Vermoeid stellen we het douchen uit tot morgen en gaan om 21.45 uur naar bed. Terwijl ik (Monique) in 3 regels het ritje naar Devonport in het reisverslag neerpen, ligt Paul al te ronken.

72 Kilometers

4e DAG 20-11-2001 Auckland - Paihia (Bay of Islands)

Auckland by night
Na de 1e douche in 3 dagen is het tijd om ‘downtown’ Auckland te gaan verkennen. We sluiten op ‘highway’ 1 aan in de file naar het centrum van stad. Bumper aan bumper genieten we vanuit de auto van het uitzicht op de skyline van Auckland. Tussen de vele ‘skyscrapers’ is de Skytower dé blikvanger. Net na de Harbour Bridge verlaten we de snelweg en rijden naar Skycity met de ‘tower’ als richtpunt. Een ‘parking’ voor de auto is snel gevonden bij een hotel in de buurt.

Vlakbij de parkeerplaats wordt de Skytower prachtig weerspiegeld in één van de vele ‘glazen’ wolkenkrabbers in deze wijk. Even later gaan we voor 13 NZ$ (5 NZ$ korting met de ‘backpack’-pas) met de lift naar het Main Observation Level van de 328 meter hoge Skytower. Het is prachtig weer en dus is het uitzicht over de stad, het havengebied en de Harbour Bridge prima. Vanaf het 220 meter hoge Sky Deck is duidelijk te zien dat Auckland gebouwd is op een groot aantal oude inmiddels begroeide vulkanen.

Terug op de begane grond wandelen we naar het America’s Cup Village. Deze luxe jachthaven met peperdure appartementen, restaurants en kroegen werd speciaal gebouwd voor de America’s Cup-regatta. Aan de ingang ligt het National Maritiem Museum. Auckland noemt zich ‘City of Sails’ en dat is niet gek gezien deze en de vele andere havens die we vanuit de ‘tower’ gezien hebben. Zeilen is in Nieuw Zeeland ‘big’. Hoe deze sport hier leeft zullen we later tijdens de reis op het Zuidereiland ervaren.

Als we het ‘village’ verlaten, kopen we broodjes bij Subway, een ‘fastfood’-keten die we nog kennen uit de ‘states’. Op een bankje naast het Ferry Building blijkt maar weer eens dat het onmogelijk is een broodje van Subway te eten, zonder de helft van het beleg tussen het brood uit te laten vallen. De bewolking die vanuit de ‘tower’ reeds van ver te zien was wint terrein, het betrekt langzaam maar zeker. Via Victoria Street, met de vele winkeltjes en restaurants, lopen we terug naar de auto. We houden Auckland in elk geval vandaag verder voor gezien. Misschien stoppen we, na het bezoek aan de Bay of Islands, nog een keer in deze Metropool.

Via de Harbour Bridge rijden we naar het noorden. Onderweg stoppen we kort bij de (te) commerciële Waiwera Thermal Pools. Bij het zien van de baden, die door een warme bron worden gevoed, krijgen we (net als thuis) geen ‘Centerparks’-gevoel en rijden dus snel verder. Bovenop een heuvel bij het stadje Whangarei is de volgende stop. Aan de voet van het Parahaki War Memorial, een goedkoop uitziende obelisk van blik, kijken we uit over het aan een baai gelegen stadje.

Als we Russel naderen kiezen we bij Whakapara voor de onverharde Old Russel Road door het oerwoud. De tropische begroeiing langs de route wordt dichter en dichter. Opvallend zijn de schitterende enorme varens op hun hoge stammen. Hier en daar passeren we Kauribomen, de Gigant Sequoia’s van Nieuw Zeeland. Bij de Twin Bole Kauris, 2 aan één gegroeide Kauri’s, lopen we een korte ‘trail’ langs een aantal van deze oerwoudreuzen. Vlak voor Russel verruilen we de ‘dirt road’ weer voor het gladde asfalt. Volgens onze reisgids is het idyllische Russel een totaal ingeslapen stadje. Als dit inderdaad zo blijkt te zijn verlaten we, zonder iets of iemand te wekken, Russel stilletjes. Veel levendiger zal het hier vanavond niet worden. We hebben geluk, wat verder ligt namelijk het pontje naar Opua op ons te wachten. Als we aan boord zijn wordt de klep gelicht en steekt de pont (9 NZ$) in enkele minuten de Waikare Inlet over. Vervolgens is het nog maar enkele kilometers naar het toeristische Paihia.

In het plaatsje wemelt het van de ‘backpackers’ en speciale ‘hostels’ voor deze rugzaktoeristen. Na wat zoeken vinden we een prima plaatsje op de camping bij de Parklodge on Paihia (24 NZ$). Als de tent staat doen we in het centrum wat inkopen. Bij het bezoekerscentrum van het stadje oriënteren we ons voor morgen op een boottochtje door de Bay of Islands. Terug bij de ‘lodge’ luieren we een uurtje op het terras. Terwijl ik er wat zit te schrijven wordt Monique ‘lek’ gestoken door steekvliegjes.

Als onze magen knorren wordt het tijd voor een warme hap. Het is inmiddels fris en dus zoeken we in het centrum een restaurantje waar binnen een tafeltje vrij is. Na een lekker maaltje gaan we terug naar de camping. Hoewel we er overdag niet veel last van hebben gehad, blijkt dat zo’n 3 dubbele jetlag je toch niet in de koude kleren gaat zitten. We kruipen dan ook vroeg onder de wol.

298 Kilometers

5e DAG 21-11-2001 Paihia - Waitangi - Opononi - Waipoua Kauri Forest - Auckland

Luidruchtige werklui die pal naast onze tent een weg van nieuw dek voorzien, zorgen ervoor dat we vroeg wakker zijn. Na een warme douche breken we de tent op. Aan de haven kopen we kaartjes voor een boottochtje door de Bay of Islands en hopelijk onderweg het gezelschap van dolfijnen. Het is nog vroeg en dus is er even tijd om wat inkopen te doen: ‘bug’-spray voor later deze reis en een broodje als ontbijt.

Een medewerkster van Kings - Dolphin Cruises & Tours licht het ‘originele’ Maori-welkom toe, dat bij de boottocht is inbegrepen. Terwijl het voor de meeste toeristen een traktatie zal zijn, vrezen wij een enorme poppenkast en hoeft het welkom voor ons niet zo. Alsof ze dit aanvoelt komt ze, op zoek naar een ‘chief’, onze kant op. Terwijl hij driftig naar zijn camera staat te wijzen, bedankt de man naast mij (Paul) vriendelijk. Alsof het hier ‘breaking news’ voor CNN betreft, legt hij uit dat hij één en ander liever wil filmen. Natuurlijk ben ik vervolgens de sigaar. Ik laat me echter niet kennen en stel me, zoals het een echte ‘chief’ betaamd, voor de groep op. Een vrij stevige Maori-krijger komt in klederdracht (een rieten rokje) over de pier naar me toe rennen. Vlak voor me begint hij de ‘haka’, een historische Maori krijgs- en begroetingsdans. De krijger kijkt me voortdurend dreigend aan terwijl hij wild danst en vervaarlijk zwaait met een houten ding (?). Zo nu en dan steekt hij daarbij zijn tong ver uit. Ik daag hem niet uit, houd mijn tong binnen en wacht rustig af. Aan het eind van de dans volgt de uitdaging. Hij legt een twijgje van een Kauriboom voor me neer en stapt achteruit. Ik raap als ‘chief’ het Kauritakje namens de groep op. Voor de Maori een teken dat we met de beste bedoelingen komen (een boottochtje door de baai). De krijger gaat ons voor naar de boot terwijl hij een Maori-wens prevelt. Natuurlijk worden we op de voet gevolgd door de cameraman van CNN. Aan boord begroeten de Maori en ik als ‘chief’ elkaar natuurlijk met een ‘hongi’. Een Maori groet waarbij men elkaar de handen vasthoud en vervolgens kort en voorzichtig ‘neust’. De groep moet het met een hand van de Maori doen. De krijger licht de ‘haka’ toe en verteld over de Maori-geschiedenis. Na een Maori-lied is het tijd voor vertrek.

Terwijl een waterig zonnetje door de dunne bewolking prikt, pikken we in Russel nog een aantal passagiers op. In het haventje is de boot plotseling omgeven door een groot aantal dolfijnen. De dieren schieten door het water en springen er zo nu en dan bovenuit. De kapitein meldt dat dit gedrag typisch is voor dolfijnen die op jacht zijn. Het bewijs wordt meteen geleverd als ik (Paul) een klein visje uit het water zie springen, in volle vlucht gevolgd door een hongerige ‘Flipper’. Één dolfijn laat een bijzonder gedrag zien. Het beest heeft een grote vis gevangen. Blijkbaar te groot om ter plaatse op te eten, sleept hij de dode vis met zijn rugvin (!) naar een rustig plekje. Dat de dieren absoluut niet bang zijn voor de boot, blijkt als ze mee zwemmen en in de boeggolf spelen. Dan vindt de kapitein het genoeg en vaart de Bay of Islands in. Onderweg passeren we een aantal eilandjes waaraan deze baai zijn naam heeft te danken. De meeste zijn dichtbegroeid met hier en daar prachtige ‘bounty’-strandjes. Vlakbij Cape Brett bereiken we Motukokako, een eilandje dat eigenlijk niet meer is dan een grote rots. Het is beter bekend als Hole in the Rock naar de opening waar we met de boot doorheen varen. Via de vuurtoren op de ‘cape’ zet de kapitein koers terug naar Paihia. Helaas laten de dolfijnen zich niet meer zien.

Om 12.15 uur rijden we naar het vlakbij gelegen Waitangi National Reserve. Op 5 februari 1840 ondertekenen Engels gezant James Busby en 50 Maori-stamhoofden hier het verdrag dat Engeland de soevereiniteit gaf over Nieuw Zeeland. In plaats van protesten tegen de Maori-onderdrukking die vaak de herdenkingsplechtigheden verstoren, heerst er nu een serene rust in Waitangi. Aan de oever van de baai ligt onder een afdak een 36 meter lange krijgskano die plaats biedt aan 150 krijgers en 80 roeiers. De kano werd gebouwd ter ere van de 100ste herdenkingsdag van de ondertekening. Wat verder staat het huis van Busby, het Treaty House. Op het perfect gekortwiekte gras voor het huis staat een vlaggenmast op de plaats waar het verdrag is getekend. De tentoonstelling in het huis over de geschiedenis van Waitangi hebben we snel gezien. Naast het ‘house’ staat de Waitangi National Marae, een Maori-ontmoetingshuis. Op de gevel zien we voor het eerst het typische rood geschilderde Maori houtsnijwerk. Terwijl we naar de uitgang lopen bedenken we dat het met de Maori’s eigenlijk niet anders is gegaan als met de indianen en maya’s. Blanke kolonialisatie op zijn smalst…!

Na een tankbeurt bereiken we bij Opononi de westkust. Wat verder parkeren we de auto en wandelen door een aardig natuurgebied naar een ‘viewpoint’ met uitzicht op enorme rode duinen. De volgende stop is in het Waipoua Kauri Forest. Een korte ‘trail’ door het oerwoud brengt ons naar Tane Manhuta, de ‘god van het woud’, ofwel de grootste Kauriboom van Nieuw Zeeland. Ruim 50 meter hoog, een stam met een diameter van 14 meter en mogelijk 1200 jaar oud. Ondertussen pakken dikke wolken zich samen boven het Noordereiland. We besluiten vandaag wat extra kilometers te maken en tot Auckland door te rijden. Terwijl de 1e regendruppels vallen, daalt de stemming sneller dan de barometer. Voor de komende dagen wordt slecht weer voorspelt! In Auckland rijden we direct naar het ‘holiday park’ van onze 1e overnachting en huren daar ‘onze’ cabin (19.20 uur). Na een vette hap bij Mc Donalds is het om 22.30 uur tijd om op stok te gaan.

377 Kilometers


6e DAG 22-11-2001 Auckland - Kiwi House - Waitomo Caves - Rotorua

Na een hele nacht regen is het bij het vertrek (8.15 uur) nog steeds zwaar bewolkt. We hebben besloten Auckland verder niet verkennen. In een drukke ochtendspits steken we voor de laatste keer de Harbour Bridge over, laten de ‘city of sails’ achter ons en rijden naar het zuiden. Onderweg eten we een eitje in een bijzonder klef Chinees-wegrestaurant. Inmiddels regent het al de hele ochtend pijpenstelen.

Het is 11.30 uur als we arriveren bij een kleine dierenparkje met louter inheemse vogels. Het parkje is genoemd naar het zogenaamde Kiwi House (8 NZ$), de hoofdattractie van het park. In het Kiwi House leven bruine kiwi’s. Deze loopvogel is uitgegroeid tot het symbool van Nieuw Zeeland. Het diertje is ongeveer zo groot als een kip, loopt wat raar en prikt met zijn lange snavel voortdurend diep in de grond op zoek naar …… (?). Slechts één kiwi laat zich kort en van ver zien. Daarom verkennen we eerst de rest van het park. Vanonder een paraplu van het ‘huis’ lopen we in de stromende regen langs en door de andere verblijven. Mede door de regen valt het parkje verder wat tegen. Als we nog een kijkje nemen bij de kiwi’s staan beide bewoners van het nachtverblijf pal tegen het glas. Slechts gescheiden door een raam bekijken we de diertjes van dichtbij en concluderen dat het een paar ‘rare vogels’ zijn.

Na het korte bezoek aan het Kiwi House vertrekken we om 12.15 uur naar, de Waitomo Glow Worm Caves. Onderweg wordt duidelijk dat de voorspelde opklaringen uitblijven. Gelukkig zijn de grotten net als het Kiwi House beziens-waardigheden waarvoor mooi weer niet perse vereist is. Maar het zou wel gezellig zijn! Het regent nog altijd hard als we bij de ‘caves’ arriveren. Een Maori-gids licht voor de ingang de geschiedenis van de grotten toe. De man blijkt een erg rare tongval te hebben. Wellicht toch te lang in de grotten gezeten! De Waitomo Glow Worm Caves worden commercieel uitgebuit. Tot 2500 toeristen per dag a 24 NZ$ (!!). Maar dan heb je ook wat. Binnen blijken de grotten namelijk voorzien van alle gemakken. Elektrische sfeerverlichting, die uiteraard naar believen kan worden gedimd, een fraai aangelegde tegelvloer en betonnen trapjes met antislipleuningen. Puur natuur dus. Toch blijken de grotten mooi. Een diepe schacht, waarvan de bodem niet in zicht komt, maakt indruk. Helaas ontbreekt nu de waterval die dit natuurverschijnsel uitgesleten heeft. Wat verder stuiten we op ‘tieten’ en ‘mieten’. De Maori heeft voor de meeste kalkpilaartjes wel een naam. Terwijl wij maar niet aan zijn stem kunnen wennen, dreunt hij duidelijk voor de zoveelste keer zijn lijstje op: de olifant, de leeuw, een arabier op een kameel en vele anderen (gaap). Het Pipe Organ in de Cathedral maakt weer echt indruk. Achter deze zaal, met zijn 18 meter hoge plafond, ligt een kleinere donkere grot. Het schijnsel van de lampen in de ‘kathedraal’ valt op het stromend water van een onderaardse rivier. Als de ogen aan het donker gewend zijn, worden tegen het plafond enkele blauw groene lichtpuntjes zichtbaar, gloeiwormen. De evolutie heeft de gloeiwormpjes van een ingebouwd lampje voorzien. Muggen, waarvan de larven door de rivier worden aangevoerd, komen op het licht af. Deze insecten vliegen in de slijmdraden die de gloeiwormpjes aan het plafond hangen. Het wormpje kan zijn maaltje alleen in deze levensfase eten. In de volgende fasen, als pop en vliegje, heeft het diertje namelijk geen mond en organen. Paren en eitjes leggen moet dus gebeuren voordat de ‘hongerklop’ toeslaat. Conclusie: het vliegje leeft maar zeer kort. De eitjes groeien weer uit tot gloeiwormpjes en de cyclus begint opnieuw. "De wormpjes in deze grot zijn sterk in aantal gedaald door de herrie van de toeristen", dreunt de stem van de Maori over de onderaardse rivier. In een volgende grot liggen 2 boten op ons te wachten. Een groot deel van het plafond licht op door blauw/groene ‘kerst’-verlichting. We worden in een boot ‘geperst’ en vervolgens vaart de Maori ons om de hoek. Het plafond en de stalactieten blijken bedekt door 10.000den natuurlijke lampjes. Adembenemend! Zo’n prachtig verlichte grot verwacht je eerder tijdens een boottochtje in één of ander attractie van de Efteling of Disney en niet in de natuur. Tot onze verbazing vaart de Maori de boot al snel terug naar de steiger. Hij bedankt ons vriendelijk en verzoekt iedereen de grot te verlaten. Verbouwereerd kijken we de boot na, die om de hoek verdwijnt met de volgende lading toeristen. Dit was nauwelijks een boottocht te noemen en zeker niet door een labyrint zoals vermeld in de folder. Met een enigszins ‘bekocht’ gevoel klimmen we terug naar het daglicht.

Terwijl we om 14.35 uur tanken, komt de regen nog steeds met bakken uit de hemel. Als we het Nieuw Zeelandse Yellowstone, het thermale gebied rond Rotorua, naderen dringen de ons zo bekende zwaveldampen door in de auto. Het is 16.15 uur als we het Thermal Holiday Park bereiken. We huren een gezellige ‘cabin’ (een houten blokhut met bedden zonder ‘sheets’ voor 34 NZ$). Hoewel het nu even droog is, zit kamperen er niet in met dit weer. De ‘campground’ heeft een aantal ‘hot pools’ die gevoed worden met water van 40ºC uit een natuurlijke bron. Een kwartier lang genieten we van een heerlijk heet bad en wat minder van het penetrante luchtje van het bronwater. Na het verkwikkende bad staat Whakarewarewa op het programma. Het Maori-dorpje, dat in dit thermale gebied is gebouwd, blijkt helaas na 17.30 uur gesloten voor toeristen. Terwijl de Maori’s in het ‘thermal village’ koken en baden in de bronnen, rijden we naar ‘downtown’ Rotorua en eten daar een hapje bij The Pig & Whistle. Om 20.00 uur zijn we terug bij de ‘cabin’. Terwijl de regen op het dak van de ‘cabin’ klettert, gaan we vroeg slapen en hopen op beter weer.

399 Kilometers


7e DAG 23-11-2001 Rotorua - Whakarewarewa - Agrodome - Hell’s Gate - Rotorua

Voor het vertrek boek ik (Paul) de ‘cabin’ voor een extra nacht. Even na 9.00 uur staan we opnieuw bij de kassa van het Whakarewarewa Thermal Village (18 NZ$). Aangezien we onze regenjassen aan hebben, slaan we een paraplu af. We sluiten aan bij een rondleiding die zojuist begonnen is. De gids verteld dat de bewoners van het dorpje in dit thermale gebied eten en koken in het warme water van de bronnen. Het eten zou niet naar de zwavel smaken, die lucht in het dorp naar onze mening behoorlijk verpest. Hier permanent wonen kan niet gezond zijn. Wat verder liggen de baden waarin de Maori’s elke avond baden. Als de Maori-gids uitlegt dat de wat verder gelegen Pohutu geyser nu erg actief door de recente uitbarstingen van de Etna in Europa (!) vermoeden we dat de zwavel hem naar de kop is gestegen. Bij de lokale Marae (ontmoetingshuis) laten we de rondleiding verder voor wat hij is en gaan zelf op verkenning uit. Tijdens de wandeling langs diverse ‘hot lakes’ en ‘mud pools’ dringt de vergelijking met Yellowstone zich op. De geur is minstens even smerig, maar de hydrothermale verschijnselen kunnen hier niet tippen aan die in het oudste nationale park ter wereld. Wat deze plaats bijzonder maakt is dat de Maori-bevolking leeft tussen de warmwaterbronnen en geisers. Vanaf de Pohutu Geyser Look Out zien we hoe de geiser uit 2 openingen water en stoom spuit. De geiser, die tot onze verbazing continu blijft spuiten, is vanuit Whakarewarewa niet te bereiken. Deze ligt namelijk op een terrein dat door een andere Maori-stam wordt geëxploiteerd. Als het ophoud met zachtjes regenen, schuilen we op de veranda van een souvenirwinkel en overleggen wat verder te doen in dit slechte weer.

Daar teruggaan naar de ‘cabin’ geen optie is, rijden we langs de oever van Lake Rotorua naar de Agrodome. Met 60 miljoen (!) schapen in dit land, is wol een belangrijk en wereldwijd bekend exportartikel. Net buiten Rotorua buit een boerenfamilie dit gegeven handig uit. Op hun schapen-‘farm’ lopen namelijk niet alleen veel schapen rond maar ook toeristen. Dagelijks worden in de Agrodome de 19 schapenrassen, die Nieuw Zeeland rijk is, in een show aan het publiek gepresenteerd. Gelukkig is de show ‘indoor’ zodat we even kunnen schuilen. We schuiven aan bij de show van 11.00 uur die net begonnen is (15 NZ$). Op het podium verschijnen één voor één de schapen die hun ras vertegenwoordigen. Weersbestendige Romeys, kwetsbare Merino’s en uiteraard ontbreekt ‘onze’ Texelse variant niet op het podium. Het hoogtepunt van de show is het scheren van een schaap. Als het dier op de rug ligt, wordt het rustig en laat het zich in een wip van een dikke ‘winter’-jas ontdoen. Vervolgens laat een ‘eye dog’ zien hoe hij een kudde schapen in bedwang houd, door op het podium hetzelfde te doen met 2 ganzen. Daarna is een ‘huntaway dog’ aan de beurt. De hond rent over de ruggen van de schapen op het podium en laat zo zien hoe hij in het veld snel de leidende dieren van een kudde kan bereiken. Als de show met voornamelijk Japanse toeschouwers na een uur ten einde is, giet het nog altijd. We nemen op de farm nog even een kijkje bij de Woollen Mill, een antiek apparaat dat de wol geschikt maakt voor het weefgetouw.

Na een bezoekje aan de Okere Falls stopt het zowaar even met regenen. Bij onze volgende stop, het thermale gebied Hell’s Gate (12 NZ$), nemen we voor de zekerheid toch de gereedstaande paraplu’s mee. Tot nu toe vraagt elke lokale Maori-stam entree voor een bezoek aan hun thermalegebied. Een dagje Rotorua loopt zo nogal in de ‘papieren’. Dat doen ze in de ‘states’ toch net even anders met hun nationale parken! Hell’s Gate blijkt met hydrothermale verschijnselen als Kakahi Falls (een ‘warmwaterval’), Mud Volcano, en de Map of Australia qua natuur stukken mooier als Whakarewarewa. Ondanks dat de paraplu’s zo nu en dan even omhoog moeten, genieten we van Hell’s Gate. Vulkanisme blijft indrukwekkend.

Als we terug rijden naar Rotorua klaart het iets op. In het centrum kopen we een adapter voor de stekker van de föhn van Monique. Vervolgens brengen we nog een bezoek aan Whakarewarewa. Voor de zekerheid nemen we nu ook hier een ‘plu’ mee. We slenteren opnieuw langs de ‘pools’ en ‘lakes’ tot sluitingstijd. Het is 17.00 uur en de eerste Maori’s melden zich alweer voor hun dagelijks bad en vanzelfsprekend zijn daarbij geen toeristen gewenst. Ergens ‘downtown’ kiezen we het restaurant Sizzler uit voor een Dineetje. Een goede keuze zo blijkt. Gratis ‘refills’, een prima stuk vlees en onbeperkt ‘buffelen’ van de ‘salad bar’. Lekker (uit)eten is voor ons ook vakantie. Tijdens het eten zitten er hier en daar wat gaten in de bewolking zodat we vandaag zelfs nog wat blauwe lucht zien. Dit is voor ons reden om na het eten nog even naar de oever van Lake Rotorua te rijden en een kijkje te nemen bij het (erg) Engelse Bath House. Zelfs hier ruiken we de doordingende zwavellucht. De palmbomen tussen de verregende bowlingbanen voor het oude kuurhuis zijn eigenlijk het enige bewijs dat we niet in Engeland staan, maar in één van de vele koloniën van het Verenigd Koninkrijk. Als het weer begint te regen, vluchten we naar de auto en rijden terug naar de ‘campground’.

Na het douchen lezen we wat en wordt er aan het reisverslag gewerkt. De televisie in de gemeenschappelijke TV-‘room’ blijkt slechts één zender weer te geven en dat dan nog met een belabberde kwaliteit. Het duurt dan ook niet lang of we zijn terug in de ‘cabin’. De kachel gaat weer aan om de natte spullen te drogen. Ondertussen lezen we wat tot we om 22.00 uur gaan slapen.

100 Kilometers


8e DAG 24-11-2001 Rotorua - Wai-O-Tapu - Lake Taupo - Tongariro National Park

Champagne Pool Wai-O-Tapu
Als we opstaan regent het inmiddels vrijwel 60 uur aan één stuk! We pakken in en rijden om 8.15 uur richting Lake Taupo. Na zo’n 30 kilometer maken we een tussenstop bij Wai-O-Tapu, opnieuw een thermaal gebied. Het is inmiddels gestopt met regenen! Na een ontbijt op een ‘viewpoint’ met uitzicht op de geisers, zijn we om 9.15 uur klaar voor een wandeling door Wai-O-Tapu, ofwel ‘heilig water’. Met tickets op zak voor zowel het Thermal Wonderland als een bezoek aan de Lady Knox Geyser wandelen we over keurig aangelegde paden het ‘wonderland’ in. De kraters langs de route, met fantastische namen als Devil’s Home, Thunder Crater en Devil’s Ink Pots, blijken opvallend actief. Aan de gele neerslag in en om de kraters is te zien dat ze veel zwavel uitstoten. In andere kraters geen spoortje geel maar een borrelende en bruisende zwarte olieachtige substantie. Na het kratergebied bereiken we het Artist’s Pallet, een kleurrijk kalkplateau waaruit warm water uit één van de bronnen stroomt. Uit ervaring weten we dat de kleurenpracht van het pallet op zou vlammen door zonlicht. Helaas zit dat er nu niet in. Maar we klagen niet, want het blijft droog en het lijkt er zelfs op dat het nog wat beter wordt. Via een houten vlonder over het ‘pallet’ bereiken we de schitterende Champagne Pool, de bron die Wai-O-Tapu in elke reisgids zet. De damp slaat van het hete water (74°C) dat inderdaad bruist alsof het champagne is. Arsenicum, één van de vele mineralen die de bron uitstoot, kleurt de randen van de bron diep rood. De Lady Knox Geyser wordt dagelijks, stipt om 10.15 uur tot leven gewekt met behulp van wat zeep! Daarom haasten we ons terug naar de uitgang en rijden in een file naar de even verder gelegen geiser. De file en de zeep zeggen eigenlijk al genoeg, toch zijn we nog verbaasd als permanente tribunes en een mobiele geluidsinstallatie het commerciële circus rond de geisermond compleet maken. Een ‘ranger’ gooit 1½ kilo handzeep in de geisermond en praat vervolgens de tijd vol tot het schuim uit de geisermond stroomt. Even later komt Lady Knox tot leven. Ze spuit warm water tot 15 meter de lucht in en zal dit ongeveer een uur volhouden. Wij houden het na 10 minuten voor gezien en keren terug naar het Thermal Wonderland. Het gebied achter de Champagne Pool blijkt eveneens zeer actief. Hier en daar langs het ‘trail’ zijn bomen volledig bedekt met zwavel. Uit een bron ontsnapt een bruin goedje dat een smerige schuimlaag op het water veroorzaakt. Een stroompje neemt dit alles mee naar een wat verder gelegen meer met een onnatuurlijke groene kleur. Het is dan ook niet raar dat in de Wai-O-Tapu Stream, die al het ‘heilige’ water afvoert, door de chemicaliën geen vissen kunnen leven. Het is lekker weer als we om 12.00 uur verder rijden naar Taupo.

Na een korte stop bij de wat tegenvallende Huka Falls bereiken we Taupo, gelegen aan het gelijknamige ‘lake’. Toevallig blijkt dat juist vandaag hier de toerfietsklassieker rond Lake Taupo wordt verreden. In de Surplace, het clubblad van fietsclub de Door(en)trappers, hebben enkele leden aangekondigd deze tocht dit jaar te rijden. Hoewel ik (Paul) de kans bijzonder klein acht dat ze hun plan hebben doorgezet, kijken we uit naar het blauw/witte clubtenue. Van de Door(en)trappers geen spoor, maar wel opvallend veel shirts van Rabobank en Farmfrites.

Aan de horizon, ten zuiden van het meer, doemen de vulkanen van het Tongariro National Park op. Helaas zijn ook deze omgeven door donkere wolken. Voorbij Turangi slingert de weg de bergen in. Aan de oever van een meertje eten we een broodje en genieten van het uitzicht op Mount Tongariro. Over oude lavavelden rijden we naar het Whakapapa Village, in het hart van het nationale park. De spitse piek van Mount Ngauhuroe blijft helaas verborgen achter de wolken. Het Whakapapa Village ligt tegen de flanken van de Mount Ruapehu, met 2796 meter de hoogste vulkaan van het park. Bij het protserige hotel Grand Chateau Tongariro rijden we Whakapapa Village binnen. Het dorpje mag eigenlijk geen naam hebben. Naast het ‘kasteel’ en het ‘visitor center’ van het park ontdekken we nog een ‘holiday park’, een ‘lodge’ en een gesloten restaurant. In het ‘visitor center’ informeren we naar de mogelijkheden om morgen de Tongariro Crossing te lopen. Tot onze verbazing wordt een redelijk mooie dag voorspeld met hier en daar een bui. Alleen de harde wind zou nog roet in het eten kunnen gooien. We twijfelen nog even omdat voor overmorgen nog beter weer wordt voorspeld. De dame achter de balie overtuigd ons echter met het argument dat we een kans op weer zoals dat voor morgen voorspeld is, niet mogen laten schieten. Onze beslissing staat vast, morgen lopen we de Tongariro Crossing. Het is hier nu al fris en het zal vanavond ongetwijfeld verder afkoelen. Nog afgezien van regen is een ‘cabin’ dus geen overbodige luxe. De hut die we huren in het Whakapapa Holiday Park heeft alleen stapelbedden, is eenvoudig en wat muf, maar verder is er niks mis mee. In tegendeel, we slapen vannacht te midden van een paar reusachtige vulkanen. Wat wil je nog meer? Vervolgens rijden we door prachtige lavavelden verder het park in. Het eindpunt is het skigebied op de flanken van Mount Ruapehu.

In National Park, een klein dorpje net buiten het park, vullen we bij een BP-tankstation de tank (16.45 uur) en worden we doorverwezen naar een goed restaurant even verder op. Tot de keuken om 18.00 uur opent, lezen we wat en werken, onder het genot van een drankje, aan het reisverslag. Na een goedkoop maar heerlijk diner, wordt het tijd om terug te gaan naar Whakapapa. Boven het ‘village’ en de vulkanen hangen nog steeds donkere wolken. Voor we naar bed gaan, wandelen we naar het ‘chateau’ (20.00 uur) en nemen daar aan de bar nog een ‘hot chocolat’ met marshmallows.

246 Kilometers

vervolg reisverslag Nieuw Zeeland




HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp