TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
Afrika Auteur : Paul en Monique Schilders
Azië 
 Australië E-mail adres : monique.schilders@planet.nl
Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://home.planet.nl/~monique.schilders/
Zuid Amerika   Duitsland   Egypte   Florida   Frankrijk  Italië  (Sicilië)  Jordanië   Israël
Wereldreizen Reisverhalen : N.Zeeland  Noorwegen  Ruta Maya   USA+Canada   USA   Zuidelijk Afrika






 Deel 2 Reisverslag Nieuw Zeeland/Australië 2001 Paul en Monique Schilders. TravelSource.nl

9e DAG 25-11-2001 Tongariro Crossing

Emerald Lakes - Tongariro National Park
De wekker loopt vroeg af (6.30 uur). Het is eindelijk prachtig weer! De besneeuwde piek van Mount Ruapehu steekt scherp af tegen de strak blauwe lucht. Hopelijk blijft het zo. Alleen een te harde wind op grote hoogte kan de pret nog bederven. Bij het ‘visitor center’ leg ik een man uit, waar zo meteen de bus zou moeten stoppen. We zouden het gezicht van Raphael, zoals hij later blijkt te heten, niet onthouden hebben, als ik hierbij niet een fles cola omgegooid zou hebben. Wat we nog niet weten, is dat we hem later deze reis nog vaak zullen ontmoeten. Even later blijkt dat de tocht doorgaat als een bus van het nationale park ons oppikt (8.00 uur) bij het ‘visitor center’. Terwijl we naar het vertrekpunt rijden zien we pas dat Mount Tongariro en Mount Ngauhuroe gedeeltelijk in de wolken zitten. Aan het einde van de Managtepopo Road bereiken we het begin van de ‘track’. Een ‘ranger’ geeft ons de laatste tips en stuurt ons op pad met de mededeling dat we het makkelijk redden in 8 uur en dat er tijd genoeg is om te genieten.

Red Crater - Tongariro National Park
Onder een stralende zon beginnen we aan de Tongariro Crossing. Een 17 kilometer lange tocht over het vulkanische Tongariro-plateau. Volgens velen de mooiste ‘one day walk’ van Nieuw Zeeland. Tijdens het 1e deel van de tocht door de Managtepopo Valley hebben we een goed uitzicht op de indrukwekkende Mount Ngauhuroe. Wolkenvelden hangen voortdurend dreigend over de flanken van de actieve vulkaan, vooralsnog tevergeefs. Toch wordt nu al duidelijk dat dit niet de hele dag goed kan blijven gaan. Het landschap is schitterend. Parallel aan het riviertje dat verderop ontspringt aan de Soda Springs lopen we verder de Managtepopo Valley in. Omgeven door vulkanen genieten we met volle teugen van de natuur. Tijdens het 1e deel van de tocht is het een drukte van belang. Maar als net voorbij de ‘springs’ het echte klimmen begint, wordt het al snel een stuk rustiger. Tijdens de klim naar de ‘rim’ van de South Crater hebben we voortdurend een prachtig uitzicht op de kegel van Mount Ngauhuroe. Op de kraterrand pauzeren we om een hapje te eten. Op 1660 meter hoogte zien we hoe de wolken het winnen van Mount Ngauhuroe en de vulkaan langzaam aan het oog ontrekken. We vervolgen de tocht dwars door de gele South Crater. Het blijkt een oude verweerde kratermond die inmiddels ver is opgevuld met lava van de grote naastgelegen vulkanen. De klim uit de krater is zo mogelijk nog zwaarder. In elk geval gevaarlijker. Een smal pad, over fijne losse lava, voert langs een steile afgrond naar alweer de volgende krater. Het is de Red Crater, die zijn naam dankt aan de rode lava in de kratermond. We zijn verrast door het onverwachte en imponerende uitzicht. Door de harde wind op deze hoogte (1886 meter) waaien we bijna uit onze jas. Nu snappen we ook waarom deze tocht vanwege harde wind kan worden afgelast. De wolken die door de harde wind af en aan gevoerd worden, geven het panorama iets bijzonders. Net als de zwavel die we zo nu en dan ruiken, ten teken dat we echt bovenop een actieve vulkaan staan. De steile afdaling over losse lava aan de achterzijde van de Red Crater, doet ons onmiddellijk denken aan de nachtelijk afdaling van de Stromboli in Italië eerder dit jaar. Het panorama tijdens de afdaling moet één van de mooiste zijn die we ooit gezien hebben. Rechts de dampende rode wand van de Red Crater met tussen de wolken flarden van Mount Ngauhuroe. Zo’n 100 meter onder ons liggen de 3 Emerald Lakes prachtig in zon. Terwijl wat verder het volgende doel ligt, de North Crater. Daarboven vult het Blue Lake alweer een andere krater. Fantastisch! Aan de oevers van Emerald Lakes lijkt het door de vele toeristen helaas net een picknickplaats. Wij dalen af in de North Crater. Als we vanuit deze eveneens verweerde krater omkijken, worden we opnieuw getrakteerd op een schitterend uitzicht. Mount Ngauhuroe met daarvoor de dampende Red Crater. Op zijn flanken de vele ‘hikers’ die als kleine stipjes de route markeren die wij zojuist gelopen hebben. Tot slot een oude lava stroom, afkomstig uit de Rode Krater, die zich tot ver in de North Crater heeft gestort. In het centrale deel dampt ook deze krater nu nog steeds. Na de klim uit de North Crater kijken we in de zoveelste krater van dit gebied. Het zoetwater meer dat hier ontstaan is noemt men het Blue Lake. Via de oever van het meer begint de afdaling uit het Tongariro gebergte. We dalen snel af en hebben onderweg steeds uitzicht over Lake Taupo en Lake Rotoaira. We doen over de wandeling naar de Ketetahi Hut een halfuur korter dan ervoor staat. Na een korte pauze, waarin we wat eten en ik (Paul) één van mijn veters kapot trek, gaan we verder door een landschap dat ons aan Noorwegen doet denken. Net als het weer trouwens, want inmiddels regent het zachtjes. Langzaam maar zeker beginnen we de benen te voelen. Zo’n 3 kwartier na de voor de Maori’s heilige Ketetahi Hot Springs bereiken we de boomgrens. De laatste etappe voert door een prachtig groen regenwoud. Om 15.30 uur komen we uit het woud te voorschijn en bereiken de opstapplaats. Over een uurtje worden we hier weer door de bus van het nationale park opgepikt. Tot die tijd blazen we, samen met enkele tientallen anderen, even uit onder een afdak. Moe maar voldaan over een prachtige tocht, zitten we in gedachten eigenlijk nog tussen de vulkanen van Tongariro.

Om 17.15 uur zijn we terug in het Whakapapa Village. We hebben honger na het lopen van de ‘crossing’. Daarom frissen ons snel op en gaan naar de Skotel Lodge achter het ‘chateau’. Als de keuken om 18.00 uur open is, schuiven we aan. Na een lekker grote kop soep, vallen de hoofdgerechten tegen. Terug op de camping nemen we een lange warme welverdiende douche. Als het reisverslag is bijgewerkt zoekt Paul al om 21.00 uur zijn ‘mummie’-slaapzak op. Ik lees nog wat en wil later vanavond nog even naar huis bellen.

5 Kilometers


10e DAG 26-11-2001 Tongariro National Park - Wellington

Als we opstaan is het weliswaar redelijk weer, maar toch is het een stuk minder helder als gisteren. Het lijkt erop dat we gisteren de juiste keuze hebben gemaakt. In het kampwinkeltje doen we wat inkopen voor het ontbijt en nemen ook een telefoonkaart mee. Vanuit het bezoekerscentrum bellen we naar Tilburg. Op de informatieborden kijken we nog een keer naar de korte wandelingen door het park. We hebben het gevoel dat na de tocht van gisteren elke andere ‘hike’ in het park tegen zou vallen. We nemen het besluit om vandaag naar Wellington te rijden. Als we vervolgens morgen al met de ferry naar het Zuidereiland willen varen, wordt het hoog tijd om tickets voor de boot te reserveren. Hoewel dit geen probleem blijkt, schrikken we van de prijs (286 NZ$). Dat zijn flink wat meer dollars als gepland!

In 1887 schonken de Maori’s de heilige bergen van Tongariro aan alle inwoners van Nieuw Zeeland. Het 1e nationale park van het land en het 4e ter wereld was een feit. ‘The gift’ zoals het park ook wel wordt genoemd is naar onze mening één van de mooiste nationale parken ter wereld. Nu het redelijk helder is, willen we nog even genieten van ‘the gift’. We rijden opnieuw naar het skigebied op de flanken van Mount Ruapehu. De eerste wolken trekken zich alweer samen rond de vulkaan. Daarom genieten we maar kort van het uitzicht over de lavavelden en de indrukwekkende besneeuwde piek van de ‘mount’. In het skicentrum, dat in dit seizoen uitgestorven lijkt, koopt Paul in een skiwinkeltje (te) dure veters. Om 10.00 uur is tijd om het park te verlaten.

De imposante Mount Ruapehu laat zich nog lang zien terwijl we naar het zuiden rijden. We kiezen voor de bochtige route langs de kust. In het groene heuvelachtige landschap langs de route staan onvoorstelbaar veel schapen. Af en toe stoppen we om een paar van deze dieren, die nu nog een dikke winterjas hebben, op de foto te zetten. Als onze magen beginnen de knorren, stoppen we bij één van de vele picknickplaatsen langs de weg voor de lunch. Om 14.45 uur arriveren we in Wellington, de hoofdstad van Nieuw Zeeland.

Op goed geluk rijden we recht naar de ferryhaven. Hier bevestigen we de telefonische reservering voor de overtocht van morgen en betalen de tickets. In het boekje van de ‘backpack’-pas (een echte miskoop, tot nu toe) vinden we het adres van het ‘backpackers’-hotel de City Lodge. Terwijl Monique in de auto wacht, huur ik in het eenvoudige hotel een kamer. Even later parkeren we de auto in een parkeergarage bij de kade. Via Lambton Street wandelen we naar de regeringsgebouwen. Het 70 meter hoge ronde parlementsgebouw met de bijnaam Beehive, ofwel bijenkorf, is het enige opvallende gebouw. Desondanks stelt het allemaal niet zoveel voor. In het moderne centrum van Wellington met veel moderne (flat)gebouwen is het oude volledig houten Government Building een vreemde eend in de bijt. Na Bowen Street, het Memorial Park en een klein stukje Botanical Garden hebben we genoeg van de stadswandeling. In het centrum zoeken we een Mc Donalds op. Een verdwaalde krant bederft onze eetlust. De weersverachting voor het Zuidereiland is zeer slecht. We pikken de auto op en rijden naar de ‘lodge’. Gelukkig blijkt op de slechts 6 plaatsen tellende parkeerplaats achter het hotel nog één plaatsje vrij.

Als de avond is gevallen, wandelen we wat door de stad. Op zoek naar de gezellige winkelstraatjes, die ik (Monique) vanmiddag heb gezien, belanden we in de rosse buurt van Wellington. We voelen ons op de Nieuw Zeelandse ‘walletjes’ niet echt op het gemak en lopen dan ook snel door. Wat verder slenteren we door een gezellige straat met restaurantjes, kroegjes, theaters en opnieuw onwaarschijnlijk veel cyber-cafés. Slurpend van een milkshake wandelen we terug naar de City Lodge (22.00 uur). In bed pakken we onze boeken. De ogen worden echter al snel zwaar. Plotseling is het een drukte van belang op de gang en wordt er op de deur gebonsd. Waarschijnlijk een paar dronken ‘backpackers’ die, voor ze hun roes uit gaan slapen, nog even zoveel mogelijk andere rugzaktoeristen willen wekken. We negeren de herrie, draaien ons om en slapen verder.

376 Kilometers

11e DAG 27-11-2001 Wellington - Abel Tasman National Park - Motueka

Als we opstaan is tot onze verbazing onze credit card onder de deur door geschoven. Gisterenavond hebben we de ‘card’ niet gebruikt en dus niet gemist. Ongetwijfeld was gisterenavond het gebonk op de deur iemand van het hotel die de kaart terug kwam brengen. We steken hem weg en denken er verder niet meer over na, we hebben haast. Wat we op dat moment niet weten is dat we er snel aan herinnert zullen worden!

We zijn zo vroeg op pad (6.50 uur) omdat we een uur voor het vertrek van de ferry aanwezig moeten zijn. Klokslag 8.00 uur vertrekken we aan boord van de catamaran Lynx naar het Zuidereiland. Het is zwaar bewolkt boven Wellington en het ziet er niet naar uit dat het in het zuiden beter is. Een uur later varen we het beroemde fjordengebied Marlborough Sounds in. Vanaf de achtersteven, de enige plek waar passagiers naar buiten kunnen op de catamaran, zien we de groene wanden van de fjorden aan ons voorbij glijden. Hoewel het weer vergelijkbaar is, hebben de fjorden in Noorwegen toch meer indruk op ons gemaakt. Wellicht dat later deze reis de ‘sounds’ in het Fiordland National Park zich wel kunnen meten met de Noorse fjorden. Bij het binnenvaren van de fjorden was het redelijk helder, maar nu we Picton naderen wordt het zicht slechter en slechter. Als het begint te regenen, verlaten we de achtersteven en zoeken binnen ons plekje weer op. Om 10.15 uur meren we aan in Picton, de ‘poort naar het zuiden’. Enkele minuten later rijden we van de boot af en beginnen aan de rondreis over het Zuidereiland. Via de bochtige Queen Charlotte Drive rijden we naar het westen. Slechts af en toe laten de kust en de natuur langs de route zich zien door de wolken. Het is 12.15 uur als we tanken in Nelson. Hoewel nog steeds zwaarbewolkt, is het droog als we in Motueka arriveren. Op het kleine Motueka Holiday Park huren we een prima hut (13.00 uur). Voor we naar het nabij gelegen Abel Tasman National Park rijden, winnen we bij een ‘information center’ in het centrum van Motueka nog wat informatie in.

Het park is genoemd naar de Nederlander Abel Tasman, ontdekker van Nieuw Zeeland, die hier in 1642 voor anker ging. Hoofdattractie is de Coastal Track Freedom Walk, een meerdaagse ‘hike’ langs de kustlijn. Helaas hebben we hier niet genoeg tijd voor. Dankzij een ‘bus’-dienst met kleine bootjes kan men echter tot zelfs diep in het park dagtrips maken. Elke ochtend en avond vaart men naar diverse haltes langs de ‘track’. Onderweg naar Marahau, het Abel Tasman Village, wordt het weer beter. De zon prikt hier en daar zelfs door de wolken als we de auto parkeren bij het begin van de Coastal Track. Omdat we hier natuurlijk van willen profiteren, besluiten we in plaats van morgen nu al een deel van de ‘track’ te lopen. Wie weet wat voor weer het morgen is. Als blijkt dat de laatste boot net vertrokken is (14.30 uur), besluiten we dan maar vanaf Maharau het park in te lopen.

Via vlonders steken we een leeg lang strand over, het is eb. Vervolgens voert een smal pad ons door het schitterende regenwoud. Overal langs de route staan bloemen in bloei en hier en daar staan weer reuze varens. Vanaf enkele ‘viewpoints’ kijken we uit over prachtige baaien met ‘bounty’-strandjes. Het pad slingert verder het park in. De stroompjes uit de bergen, die zich een weg zoeken door het regenwoud, steken we over via kleine bruggetjes. Het is inmiddels gewoon lekker weer geworden. Bij de Tinline Bay verlaten we het Coastal Track en wandelen over het ruige strand. De zee heeft tunnels, gaten en scheuren uit de rotskust gesleten. Wat hoger groeit het groene regenwoud over de rotsen naar beneden. De rotsen op het strand zijn bedekt met schelpdieren als knokkels, mosselen en oesters. Het park doet ons denken aan het Pacific Rim National Park op Vancouver Island. Net als in Canada liggen ook hier vele aangespoelde dode bomen op het strand. De lange stranden zijn verlaten. We hebben slechts gezelschap van wat zeevogels. Vanmiddag hebben we het prachtige Abel Tasman National Park voor ons alleen. Vlak voor Coquille Bay komt een stroompje uit het regenwoud te voorschijn en vormt een kreek op het strand. Een prachtige plek om even te rusten en te genieten van het waterige zonnetje. Coquille Bay is het geplande eindpunt van vandaag, het wordt tijd om terug te gaan. Op de terugweg, een wandeling van zo’n 50 minuten, begint de Tongariro Crossing alsnog zijn tol te eisen. We zijn moe en de benen doen nog steeds zeer van de 17 kilometer over het vulkanisch plateau.

Terug in Marahau drinken we wat op het terras van het Park Café en proberen een plan te smeden voor morgen. Gezien de weersverwachting, de hoge prijs voor de boottocht en het naar onze mening ongelukkige vaarschema komen we er niet uit. Monique roept de hulp in van de barkeeper van het café. De man reageert slechts met de woorden: "some people walk in the rain, others get wet!". Na zoveel regen voelen we ons niet aangesproken door de cynische opmerking, bovendien helpt de spreuk ons niet verder. We hebben honger en rijden daarom terug naar Motueka. Het plan voor morgen laten we afhangen van het weer. Na een prima maaltje in een gezellig restaurantje in het centrum rijden we terug naar de ‘holiday park’. Met in het achterhoofd de gedachte dat we nog een stuk van de Coastal Track willen ‘hiken’ reserveren we de ‘cabin’ voor een extra nacht. Met moeite houden we de ogen open, terwijl we wat ansichtkaarten schrijven en het reisverslag bijwerken. Monique slaapt inmiddels als ik nog even mijn boek pak. Ik zal ook niet lang meer wakker blijven.

202 Kilometers


12e DAG 28-11-2001 Motueka - Kaikoura

Als we ’s morgens wakker worden is het zwaarbewolkt en regent het. We besluiten de boot van 9.00 uur te laten schieten en die van 13.30 uur te nemen. Tijd genoeg dus om nog even lekker terug in de slaapzak te kruipen. Uitgeslapen zetten we alle mogelijkheden nog een keer op een rijtje en plannen de ‘hike’ voor vanmiddag. We willen met de Aqua Taxi naar Anchorage varen en vanaf daar in 3 tot 4 uur terug lopen naar Marahau. Vanaf de camping maken we telefonisch een reservering voor de boot. Dan is het tijd voor het ontbijt. In hetzelfde restaurant als gisterenavond bestellen we een stevig ontbijt met, zo blijkt even later, ontzettend smerige worstjes. De worstjes kijken ons nog aan als we na het ontbijt wat extra ‘ansichten’ schrijven, die ik (Paul) even aan de overkant van de weg heb gehaald. Voor we vertrekken gooien we ze op de bus.

Via een andere route rijden we naar het nationale park. Onderweg zien we letterlijk en figuurlijk de bui al hangen. Als we de auto op de parkeerplaats bij het begin van de ‘track’ zetten, zien we een groot regenfront de kust naderen. Voor de zekerheid lopen we nog even naar de Aqua Taxi. Daar bevestigt men dat er zeer slecht weer op komst is en dat er voor de komende dagen veel regen is voorspeld. En dat voor de regio met de meeste zonuren van Nieuw Zeeland. Op de vraag of we al reserveringen hebben voor de tocht van vanmiddag reageren we vaag en knijpen er tussenuit. Even later zijn we al weer op weg terug naar de camping. Onderweg kopen we in Motueka een krantje. De voorspellingen voor de oostkust lijken wat beter. Daarom besluiten we de hele route rigoureus om te gooien. Misschien hebben we daar wat meer geluk met het weer. Op de ‘campground’ krijgen we zonder problemen 30 NZ$ ‘refund’. We pakken ons boeltje en vertrekken om 13.40 uur uit Motueka richting de oostkust van het Zuidereiland.

Daar er op dit deel van het eiland weinig wegen zijn, rijden we bijna helemaal terug naar Picton. Vanaf Havelock is de weg naar het zuiden nieuw voor ons. Terwijl we zuidelijker komen, verdwijnen de buien en komen hier en daar weer wat plukjes blauw tevoorschijn. Als we zo’n 70 kilometer ten noorden van Kaikoura de kust bereiken, schijnt zelfs af en toe de zon. 25 kilometer voor Kaikoura maant Paul me tot stoppen. Er liggen namelijk ‘seals’ op de rotsen langs de kust. Het blijkt de Kaikoura Seal Colony te zijn. Of deze ‘seals’ nu zeehonden, -robben of leeuwen zijn, is ons niet helemaal duidelijk. Hoe dan ook, we genieten van de ‘seals’ en net als de dieren ook nog van de zon. De ‘seals’ zijn ondanks onze aanwezigheid volledig op hun gemak en liggen er in het zonlicht prachtig bij. Mooie plaatjes schieten is dan ook geen enkel probleem. Overigens is, net als bij de Cape Cross Seal Colony in Namibië (‘97), de stank van de dieren niet te harden.

In Kaikoura vinden we snel een ‘cabin’ op een holiday park met perfecte voorzieningen. De eigenaar van het ‘park’ verwijst ons naar het even verder gelegen Whale Station voor informatie over het ‘whale watching’. Volgens een vriendelijke medewerkster van het Whale Station zijn er voor morgen nog verschillende mogelijkheden en is de weersvoorspelling goed. Laten de walvissen zich niet zien, dan krijgen we 80% van ons geld terug. Als ze tot slot vertelt dat er de afgelopen dagen, tijdens elke tocht 2 tot 3 walvissen te zien waren, zijn we verkocht. We reserveren plaatsen voor de tocht van 6.15 uur. Vervolgens wandelen we naar het dorp om een hapje te eten. Het kleine Chineesrestaurant blijkt een uitstekende en goedkope keuze. Bij het afrekenen gaat het echter mis. Het ‘PIN’-apparaat geeft de melding: ‘system limit’. Vorig jaar bereikten we net voor het einde van de reis door Florida, volkomen onverwacht de limiet van onze ‘kaart’. Om dit voor te zijn, hebben we speciaal voor deze reis de limiet verhoogd. Wat is er aan de hand? Plotseling herinneren we ons het voorval met de ‘card’ in Wellington. Een angstig voorgevoel bekruipt ons. De credit card is in Wellington een paar uur ‘zoek’ geweest. Paul heeft hem door alle bedrijvigheid in het ‘backpackers’-hotel op de balie laten liggen. Hoewel de kaart later keurig is terugbezorgd, vrezen we nu dat er geld van onze rekening is gehaald. Ter controle kopen we aan de overkant van de straat een chocolaatje voor 1 NZ$. Dit werkt! De eigenaar van de ‘campground’ probeert later of hij 100 NZ$ af zou kunnen schrijven. Als ook dit geen probleem is, beginnen we te vermoeden dat het toch een probleem met de apparatuur van het restaurant moet zijn geweest. Toch zijn we er niet helemaal gerust op.

Op het bankje voor de ‘cabin’ lezen we de rest van de krant uit Motueka. Het duurt niet lang voor de 1e steekbeesten toeslaan. De ‘bug spray’ wordt tevoorschijn gehaald. Monique heeft dorst en haalt ‘downtown’ nog even een ‘six pack’. Ondertussen werk ik aan het reisverslag. Onder het genot van een pilsje komt de nieuwe route nog een keer ter sprake. Een terugkeer naar het Abel Tasman National Park lijkt uitgesloten. Helaas! De route blijkt bovendien minder efficiënt. Verschillende stukken zullen we nu dubbel moeten rijden. Ook hier eist het slechte weer zijn tol. Om 22.30 uur gaan we slapen. Wat zou er nu werkelijk met de credit card aan de hand zijn?

340 Kilometers

13e DAG 29-11-2001 Kaikoura - Dunedin - Yellow-eyed Penguin Reserve

Sperm Whale - Kaikoura
Om 5.40 uur (gaap) loopt de wekker af, het is tijd voor het ‘whale watching’! Klokslag 6.00 uur opent het Whale Station zijn deuren. Even later rekenen we gewoon af met de ‘credit card’ (199 NZ$, de vis wordt duur betaald!), onze rekening is dus niet leeggeplunderd! De tour begint om 6.45 uur met een overdreven ‘safety video’. Gelukkig duurt de ‘tape’ niet lang. Aansluitend brengt een oude bus ons naar de haven van Kaikoura. Nieuwsgierig kiezen we even later het ruime sop op een hypermoderne catamaran. Aan boord blijkt alles overgeorganiseerd alsof het een luchtvaartmaatschappij is. Vliegtuigstoelen, een ‘crew’ met een ‘safety officer’ en een heuse presentator met een microfoon, laptop en een breedbeeldscherm waarop de route in beeld wordt gebracht. Het maakt ons allemaal niets uit als we maar walvissen te zien krijgen. Een kwartiertje uit de kust luistert de kapitein met een hydrofoon of hij een ‘sperm whale’, ofwel potvis, hoort. Na nog een stop zitten we blijkbaar in de buurt van een ‘whale’. We hoeven niet langer in onze stoelen te blijven zitten. Vanaf het dek kijken we uit naar de walvis die elk moment boven water kan komen om te ademen. Één van de medepassagiers ontdekt als eerste de nevel die het dier uitblaast en zo zijn positie verraad. Terwijl de kapitein de boot voorzichtig naar het reusachtige dier manoeuvreert, zwemt het dier rustig aan de oppervlakte en laat zich goed bekijken. Schitterend! Te snel tilt het dier de rug ver boven water uit ten teken dat het gaat duiken Als laatste, alsof het dier nog even naar zijn toeschouwers zwaait, verdwijnt de reusachtige staart in het water. Even plotseling als de ‘sperm whale’ aan de oppervlakte verscheen, is hij weer verdwenen, op weg naar grote diepte om daar te ontbijten. Iedereen is enthousiast over de 1e potvis van de dag. Ook na het zien van de ‘grey whales’ en ‘hump backs’ voor de kust van Vancouver Island (Canada) blijft een ontmoeting met de reusachtige ‘sperm whale’ voor ons een unieke ervaring. Bovendien werkt het weer nu, in tegenstelling tot de afgelopen dagen en destijds in Tofino (’97), wel mee. De omstandigheden zijn hier ‘as good as they can get in Kaikoura’, perfect dus! Over zo’n 45 minuten moet de walvis weer naar de oppervlakte om te ademen. De ‘captain’ wacht hier niet op en vaart verder naar een andere plaats in de baai waar mogelijk ook walvissen zwemmen. Tevergeefs zoeken we op 2 plaatsen met de hydrofoon naar andere walvissen. Wel laten de eerste ‘dusky dolphins’ zich hier zien. Even later zijn we terug op de plek waar de ‘sperm whale’, inmiddels bijna 3 kwartier geleden, is ondergedoken. Iedereen hangt over de reling en tuurt ingespannen over het water op zoek naar het ‘nevel-fonteintje’ van de potvis. Als het dier zijn positie weer heeft verraden, varen we een stukje met hem op. We genieten van de aanwezigheid van het imposante dier zolang het kan. Plotseling is het weer zover. De vis met een lengte van zo’n 20 meter kromt zijn rug, steekt zijn staart hoog in de lucht en is weer verdwenen. Tot slot gaan we op zoek naar een grote school ‘dusky’ dolfijnen. Vlak voor de kust zwemt een school van zo’n 100 vissen. De dieren halen allerlei capriolen uit. Opnieuw is het genieten geblazen van het Nieuw Zeelandse ‘wild life’. Het is 9.30 uur als we weer arriveren bij het Whale Station.

Een kwartiertje later zijn we op weg naar het zuiden. Om 10.35 uur is het tijd om te tanken. Het lijkt erop dat ons plan om het slechte weer te omzeilen mislukt. Het betrekt en wat verder regent het zo nu en dan. Net na de middag bellen we bij een tankstation naar het Yellow-eyed Penguin Reserve in Dunedin, ons einddoel voor vandaag. Het lukt om plaatsen voor een excursie naar de pinguïnkolonie en een kamer in de Penguin Place Lodge van het ‘reserve’ te reserveren. Onderweg herschrijven we de route voor de 2e helft van de reis. Even na 16.00 uur stappen we bij de Mouraki Boulders het strand op. Het is vloed en dus lukt het maar net om langs de duinen naar de enorme stenen bollen te lopen die in de branding liggen. De oorsprong van de kogelronde ‘boulders’ is onbekend, maar de natuur heeft weer een knap stukje werk geleverd. Één van de stenen is kapot en laat het rood generfde binnenste van de Mouraki Boulders zien.

Via een druilerig Dunedin voert de rit over een smalle slingerweg naar de uiterste punt van de Otago Peninsula. De rit van vandaag was te lang. We zijn dan ook blij als we arriveren bij de boerderij die de Geeloog Pinguïnkolonie herbergt (17.45 uur). We sluiten meteen aan bij een excursie die op het punt staat te vertrekken. Na een diapresentatie over de pinguïns en de kolonie, rijden we in een oude bus naar de kust. Hier liggen een aantal ‘seals’ die zich laten naderen tot op enkele meters. Één ‘yellow eyed penguin’ waggelt over het verlaten strand op weg naar de kolonie. Deze bereiken wij via verdiepte en overdekte paden. In nestkastjes zitten hier en daar een aantal koppeltjes, sommige met jongen. Hoewel de dieren, met klinkende namen als Tarzan, zich nauwelijks laten zien, valt op hoe prachtig de dieren getekend zijn. De kolonie valt mij (Paul) wat tegen omdat we zo weinig dieren zien in een voor de pinguïns onnatuurlijke omgeving.

Terug in het ‘visitor center’ halen we de sleutel van onze kamer en informeren naar de dichtstbijzijnde eetgelegenheid. De lokale Albatros Kolonie moet tot morgen wachten als blijkt dat we een kwartier langs de slingerweg (terug) moeten rijden. Tot onze ontzetting blijkt het restaurant vol en rest er niets anders dan helemaal naar Dunedin te rijden. We hebben nu spijt dat we op de heenweg niet even in de stad hebben gegeten. Na wat zoeken vinden we een Mc D. Met een ‘big Mac’ achter de kiezen ‘slingeren’ we terug. Om 21.15 uur zitten we eindelijk voor de TV in de gemeenschappelijke huiskamer van de lodge. Hier zoeken we uit wat we morgen gaan doen, zappen wat en schrijven het verhaal van vandaag.

642 Kilometers


14e DAG 30-11-2001 Yellow-eyed Penguin Reserve - Queenstown

Op zo’n 3 kilometer van de ‘lodge’ bevindt zich de Royal Albatros Kolony. Nergens ter wereld broeden koningsalbatrossen zo dicht bij de mens, als hier op de uiterste punt van het Otago Schiereiland. Onder aan de steile rotsen, waarop het ‘visitor center’ is gebouwd, deint reusachtige kelp mee in de branding. Wat hoger, pal tegen de verticale rotswand zitten vele aalscholvers op hun nesten. We vragen ons af hoe het de vogels lukt om daar een ei te leggen en dat vervolgens heel te houden. Van de koningsalbatrossen geen spoor. De dieren zijn, met hun spanwijdte van 3.5 meter, te zwaar om zonder wind op te stijgen. Helaas is het nu bijna windstil. Nu de dieren noodgedwongen aan de grond moeten blijven, besluiten we de ‘kolony’ te laten schieten. Volgens onze reisgids zijn de albatrossen, vanuit het observatorium van de kolonie, slechts van ver te zien. Veel geld betalen om van ver de vogels op de rotsen te zien zitten, lijkt ons geen goed idee. Net voor we het schiereiland verlaten, stoppen we bij een tankstation voor ‘gas’, een krantje en een eenvoudig ontbijt (9.35 uur).

Te Anau, de poort naar het Fiordland, is ons reisdoel van vandaag. Onderweg stoppen we in Mandeville bij The Moth, een klein vliegveldje. Het prachtige restaurant van het vliegveldje blijkt, geheel in stijl met de naam, versierd met onderdelen van de Tiger Moth, een historisch vliegtuig. Vanaf de veranda van het restaurant hebben we een goed uitzicht over het vliegveld. Het lijkt of de tijd hier stil heeft gestaan. Een prachtige oude Tiger Moth oefent voortdurend de start en landing, een fascinerend gezicht. In de hangaar van het vliegveld wacht ons een echte verassing. Er wordt hard gewerkt aan de restauratie van een aantal oude vliegtuigen. Verschillende vliegtuigtypen bevinden zich in alle stadia van restauratie. Terwijl het ene juist wordt gestript is men in een ander hoekje bezig om een vliegtuig weer te bekleden met linnen. Na een ‘hot chocolat’ op de veranda, vervolgen we de route naar het westen. We laten het slechte weer achter ons en hebben warempel even redelijk weer. Volgens de krant is de weersvoorspelling voor het Fiordland niet best. Ons besluit staat vast. In afwachting van wat beter weer offeren we één van de geplande reservedagen op en verleggen de route naar Queenstown.

Het regent opnieuw als we dit stadje binnenrijden. Het centrum blijkt erg commercieel. Dat heeft alles te maken met de bijnaam van Queenstown, ‘the adventure capital of the world’. Naast een bonte aaneenschakeling van restaurantjes, kroegjes en winkeltjes zijn het toch vooral de ‘sightseeing shops’ die de aandacht trekken. Schreeuwerige reclames en rekken vol met glossy folders moeten de toeristen lokken. Binnen kan men de keuze maken uit de meest uiteenlopende extreme attracties. Bungee jumping, rafting, ‘fly by wire’, ‘jetboat rides’ en nog veel meer van dit ‘extreems’. Uiteraard peperduur en nog vanzelfsprekender alles voor eigen risico. Het mag inmiddels duidelijk zijn dat de ‘Kiwi’s’ gek zijn op extreme sporten. Op zoek naar informatie over de locale ‘holiday parks’ en de ‘jetboat rides’ lopen we binnen bij een ‘information center’. Met een dik pak folders gaan we even later op zoek naar één van de beide ‘holdiay parks’ in de stad. De Holiday 10 Campground lijkt ons gezellig en dus nemen we een kamer in één van de ‘lodges’ (46 NZ$).

Even later zijn we op weg naar de, buiten de stad gelegen, Shotover River Canyon. Volgens een medewerkster van de ‘campground’ is het ritje met een ‘jetboat’ door deze kloof dé ‘ride’ van Queenstown. Vanaf een hoog uitzichtpunt kijken we eerst even de kat uit de boom. De ‘jetboats’ varen met hoge snelheid af en aan door de smalle ‘canyon’. Terwijl het Monique niets doet begint het bij mij te kriebelen. Voor 79 NZ$ wordt ik even later, bij de aanlegsteiger van de ‘jetboats’, in een zwarte regenjas en een (zinloos) reddingsvest gehesen. Voor ik het weet, vaar ik met nog 13 passagiers in een brullende ‘jetboat’ de Shotover River op. Met adembenemende snelheid stuurt de ‘driver’ de boot af op de steile zwarte wanden van de canyon, om deze op het laatste moment te ‘missen’. Als wat verder de ‘canyon’ zich verwijd, wordt een andere trukendoos opengetrokken. De ‘driver’ demonstreert de kleine diepgang van de boot, door vlak langs de oever van de rivier te varen. Hier is de ‘Shotover’ maar enkele centimeters diep. De kiezels slaan tegen de romp, maar de ‘jet’ stuwt de boot moeiteloos verder. Wat verder gooit de macho aan het stuur op volle snelheid de boot om. Een pirouette van 360 graden is het gevolg met een flinke douche als slot. Ook de rit terug laat zich het beste omschrijven als een natte ‘rollercoaster’. Even later sta ik enthousiast weer op het droge. De adrenaline giert nog door mijn lijf.

Nu er af en toe een straaltje zon door de wolken komt, rijden we de bergen in. Halfweg de klim naar de Coronet Peak, draaien we om. De ‘peak’ zit in de wolken. Het panorama over de bergen rond Queenstown kunnen we vergeten. Vlakbij ligt het goudzoekerstadje Arrowtown. Blij dat we een frisse neus kunnen halen, zonder dat deze nat wordt, wandelen we door het erg toeristische, maar sfeervol gerestaureerde stadje. Terug op de ‘campground’ parkeren we de auto en wandelen naar het centrum. Bij een Italiaans restaurantje eten we op het terras (!) een lekkere pasta. Tijdens een wandeling langs de oever van Lake Wakatipu passeert de T.S.S. Earnslaw, een schitterende bejaarde stoomboot. Via het haventje lopen we terug naar de ‘campground’. Ik (Monique) doe nog wat inkopen bij een supermarkt even verderop. Lekker lui installeren we ons daarna in de huiskamer van de ‘lodge’ voor de TV. Als het programma tegenvalt gaan we vroeg op stok.

421 Kilometers


15e DAG 01-12-2001 Queenstown - Fiordland National Park - Te Anau

Het is 7.00 uur als we langs de oever van Lake Wakatipu terugrijden naar het zuiden. Voor het vertrek hebben we op de ‘campground’ geïnformeerd naar de weersvoorspelling voor het Fiordland. Regen voor de komende 5 dagen, net als voor de rest van Nieuw Zeeland trouwens. Omdat het overal slecht is ontbreken alternatieven voor Milford Sound, de beroemdste fjord van dit land. Het heeft dus ook geen zin 1 of 2 dagen in Queenstown te wachten op beter weer. Omdat we ondanks alles het Fiordland toch graag willen bezoeken, heeft uitstellen geen zin meer. Ongetwijfeld zullen we niet veel zien van de ‘sound’. Toch zijn we, misschien tegen beter weten in, inmiddels onderweg naar de fjord.

Opvallend genoeg hebben we tijdens het 1e deel van de rit ondanks de zware bewolking voortdurend zon, hetgeen een paar prachtige regenbogen oplevert. In Te Anau vullen we de tank bij het laatste tankstation voor het Fiordland National Park (9.15 uur). Boven het nationale park sluiten de wolken zich. Het landschap van het nationale park laat zich hierdoor nauwelijks zien. We kunnen slechts raden wat voor een prachtige natuur voor ons verscholen blijft. Wat verder in het park wordt het dal waar we doorheen rijden steeds smaller. Het zicht wordt iets beter. Over de steile rotswanden aan beide zijden van de weg storten zich 100den grote watervallen naar beneden. Soms lijkt het of ze rechtstreeks aan de wolken ontspringen. De gezwollen rivier langs de weg voert het water in hoog tempo af. Zo’n 20 kilometer voor de Milford Sound bereiken we de Homer Tunnel. Het lijkt een muizenholletje in de massieve rotswand die bedekt is met sneeuw en watervallen. In de smalle onverlichte tunnel hebben we nauwelijks zicht door de mist. Aan de andere zijde van het bergmassief is het weer niet veel beter. Bij het ‘vistor center’ van het nationale park bereiken we de kust. Met moeite onderscheiden we de Mittre Peak. Deze rots, die op elke ansichtkaart van de Milford Sound is afgebeeld, dankt zijn naam aan de gelijkenis met een mijter. Met zijn hoogte van 1694 meter, is het de hoogste berg die direct uit het water oprijst. Het zicht is ronduit slecht. Hoewel dit te verwachtten was, zijn we toch teleurgesteld. Zeker als we bedenken dat na Noorwegen (‘96) en de Marlborough Sounds eerder deze reis, ook hier het fjordenlandschap aan onze neus voorbij gaat. In het bezoekerscentrum zijn nauwelijks toeristen. Slechts een enkele van de hier aangemeerde rondvaartboten vertrekt met een handjevol toeristen voor een zinloos tochtje door de fjord. Bij een informatiebalie vragen we naar de bekende weg, het antwoord: "nog minstens 3 dagen regen". In een stampvol cafeetje eten en drinken we wat tussen lotgenoten. Wat later parkeren we de auto aan het water met uitzicht op de Mittre Peak. Hopend op een helder moment lees ik wat terwijl Paul slaapt.

Na een uurtje is het geduld op en beginnen we om 13.20 uur aan terugreis. 16 kilometer verder stoppen we bij de Chasm. Als we de parkeerplaats opdraaien, komen wat Kea’s kijken of er iets te snoepen valt. Deze brutale groene berg-papagaaien weten inmiddels donders goed, dat waar mensen zijn er ook altijd eten is. Een korte wandeling door een prachtige regenwoud brengt ons bij een grillige smalle kloof, de Chasm. Een woeste rivier perst zich door de nauwe spleet en beukt diep onder ons op rotsen. De opvallend dikke laag mos op bomen en rotsen maakt duidelijk dat hier toevallig niet alleen vandaag een buitje valt. Een schrale troost. Als net voor de Homer Tunnel de wolken wijken, krijgen we voor het eerst een duidelijk beeld van de smalle ‘canyon’ waarin we al de hele dag verblijven. Toch maken de grote varens langs de weg, de steile rotswanden en de overal neerkletterende watervallen dit park samen met de bewolking fotogeniek. Bij gebrek aan grootse landschappen, genieten we dan maar van de kleine dingen. Bijvoorbeeld de Kea’s op de parkeerplaats aan de ander zijde van de tunnel. Als we de dieren enthousiast lokken met wat chips worden we terecht gewezen door een Nieuw Zeelander. De beste man heeft groot gelijk! Op weg naar de uitgang van het park wordt het weer beter. Het landschap van het Fiordland National Park komt langzaam maar zeker te voorschijn. Overal langs de route staan grote velden lupinen in bloei met kleuren in alle variaties tussen rosé en paars. De lupinen worden hier en daar afgewisseld met het geel van bloeiende brem. We laten de smalle canyon achter ons en voor we het weten verlaten we het nationale park.

Ons plan om vanavond nog terug te rijden naar Queenstown blijkt niet haalbaar. Daarom stoppen we om 17.00 uur in Te Anau. Op een ‘holiday park’ aan de oever van Lake Te Anau huren we een cabin (46 NZ$). Bij een Chineesrestaurant in het centrum van het stadje vechten we met ‘chopsticks’ om een heerlijk maaltje binnen te krijgen. Terug bij de ‘cabin’ laten we de auto achter en maken een wandeling langs het meer. Het is heerlijk om buiten te zijn. Overal in Nieuw Zeeland vind je cyber-cafe’s en internet-PC’s. Zo ook hier in de TV-‘room’ van het ‘holiday park’. Hoewel het zo gemakkelijk is om even een ‘mail’-tje naar het thuisfront te sturen, ontbreekt het ons aan inspiratie en enthousiaste verhalen. In plaats daarvan ploffen we in de bank voor de televisie. Als de sportgekke Nieuw Zeelanders genoeg hebben van, een naar onze mening enorm saai potje cricket, zetten we een film op met Kevin Costner. Hoewel het een typisch Amerikaans jubelverhaal is vermaken we ons, net als trouwens een flink aantal parkgasten die tijdens de ‘movie’ aanschuiven. Om 23.00 uur vinden we het welletjes en gaan slapen.

464 Kilometers


16e DAG 02-12-2001 Te Anau - Aoraki/Mount Cook National Park

Na lang wikken en wegen kiezen we vandaag voor een bezoek aan het Mount Cook National Park. In Kingston (8.47 uur), aan de oever van Lake Wakatipu, bellen we tevergeefs naar Nederland. Het ‘vistor center’ in Mount Cook krijgen we wel aan de lijn. Een onduidelijk bandje geeft ons echter geen duidelijkheid over de laatste weersvoorspelling in het gebied. We besluiten het er maar op te wagen. Even voorbij Queenstown passeren we één van de attracties die deze stad en omgeving tot een peperduur pretpark maken. De Kawarau Suspension Bridge steekt hier op 43 meter hoogte het ravijn over, dat is uitgesleten door de Kawarau River. A.J. Hackett, de uitvinder van de ‘bungee jump’, runt vanaf de brug sinds 1988 de 1e commerciële ‘bungee jumping site’ ter wereld. Vanaf een platformpje zien we hoe een aantal mensen zich aan een elastiek naar beneden storten. Ons ontgaat nog steeds de ‘kick’ van het ‘bungee jumping’. Met een ‘pay phone’ krijgen we opnieuw geen contact met het thuisfront. Op weg naar Twizel, het laatste dorpje voor het Mount Cook National Park, stoppen we bij een historische gouddelverstadje aan de Kawarau River. Geen ‘jetboats’, goud uit het exclusieve winkeltje of een excursie langs de goudvelden voor ons. Wij houden het op een hotdog en wat te drinken. Ondertussen ergeren we ons maar weer eens aan wat Japanse toeristen. Het weer wordt onderweg wat beter. Zo nu en dan prikt zelfs de zon even door de bewolking. Plotseling ontdekken we dat de tank wel erg ver leeg is. Als de kaart erbij wordt gehaald, blijkt al snel dat terugrijden geen zin heeft. Het is te hopen dat we Omarama halen. Op de laatste druppels benzine rijden we om 12.45 uur dit kleine gehuchtje binnen. Een kwartier later arriveren we in het ongezellige Twizel. Het (b)lijkt een wat verlopen en verlaten stadje. Volgens de weersverwachting van het lokale ‘information center’ is het morgen in het nationale park redelijk weer, met zo nu en dan een buitje. Nu we in Twizel zijn, is hier overnachten geen optie. Maar omdat dit het laatste plaatsje is voor Mount Cook zit er niets anders op dan in het ‘national park’ te overnachten.

Met het adres van het Glentanner Park Center op zak, rijden we langs Lake Pukaki naar het noorden. Rond het meer is het weer redelijk. Boven de bergen van het Mount Cook National Park hangen echter donkere wolken. Bij het Glentanner Park Center huren we voor 40 NZ$ een prima ‘cabin’. Hier kan Twizel niet aan tippen. Zoals de wolken al deden vermoeden rijden we het slechte weer tegemoet. Het regent in het 15 kilometer verder gelegen Mount Cook Village. De spitse pieken en smalle dalen rond het dorp en verder in het park, moeten ontstaan zijn door eeuwenlang schuren van gletsjers door het bergmassief. De steile wanden reiken tot aan de wolken. Hoewel de besneeuwde toppen zich niet laten zien, komt hier en daar een gletsjer uit de bewolking te voorschijn. We kunnen slechts raden hoe mooi het hier is bij helder weer. Ondanks de regen besluiten we een stukje van de Hooker Valley Track te lopen. Het weer wordt echter snel slechter en als ook de stemming daalt gaan we om 15.30 uur terug naar de ‘cabin’.

Blijkbaar ligt het Glentanner Park Center ver genoeg van de bergen want opnieuw is het hier droog en breekt zo nu dan zelfs de zon door. Dit terwijl de bergen van het nationale park nu volledig aan het oog zijn onttrokken door de regenbuien. Lekker lui lezen we op de veranda van de ‘cabin’ en nemen een warme douche. Als we honger krijgen gaan we op zoek naar het restaurant van het ‘center’. Tot onze verbazing zijn we er zo’n beetje de enige gasten. Het eten blijkt er eenvoudig en goedkoop, bovendien smaakt het zo ook. Wellicht is dat de reden voor het lage aantal bezoekers. Vanaf onze tafel hebben een goed uitzicht op de bergen. Tot onze verbazing trekt de bewolking boven het nationale park langzaam maar zeker open. In de hoop dat we nog iets zien voor het donker is, besluiten we nog even het park in te rijden.

Vlak voor het Mount Cook Village rijden we de Tasman Valley Road op. De zon daalt snel. De ‘dirt road’ brengt ons naar de 8 kilometer verder gelegen Tasman Glacier. De bergen en gletsjers die tussen de wolken te voorschijn komen, worden prachtig verlicht door de laatste zonnestralen. Omdat de zon snel daalt, klimmen we vanaf de parkeerplaats zo snel mogelijk, over de oude inmiddels begroeide morainen, naar de gletsjer. De Blue Lakes die we onderweg passeren, zijn zo groen dat volgens ons Green Lakes als naam beter op zijn plaats zou zijn geweest. Vanaf de top van de moraine kijken we verbaasd uit over een indrukwekkend grijs maanlandschap. Van een blauwe/witte gletsjer ontbreekt elk spoor. Een bordje met een verklarende tekst brengt uitkomst. Onder de titel ‘where is the glacier?’ wordt uitgelegd dat het ijs volledig bedekt is door het puin dat de gletsjer zelf van de steile bergwanden schuurt. Nu we weten waar we naar kijken, zien we hier en daar inderdaad ijs tussen het puin. Het indrukwekkende panorama is compleet als zelfs Mount Cook, met 3754 meter de hoogste berg van Nieuw Zeeland, uit de wolken te voorschijn komt. Het wordt snel donker, hoog tijd dus om terug te ‘hiken’ naar de auto. We zijn blij en opgelucht dat de natuur zich hier heeft laten zien, al was het maar voor even. De lucht boven het Glentanner Park Center is prachtig rood gekleurd als we er arriveren.

Gezien de slechte ontvangst op TV in de gemeenschappelijke ruimte blijft het ding uit. Het reisverslag wordt bijgewerkt, we lezen nog wat en smeden plannen voor morgen. Ondanks de voorspelde regen besluiten we morgen in het Mount Cook National Park te gaan ‘hiken’. Het is 20.30 uur als we teruggaan naar de ‘cabin’. We gaan vroeg slapen.

518 Kilometers


17e DAG 03-12-2001 Aoraki/Mount Cook National Park

Om 7.15 uur loopt de wekker af. Vanuit de ‘cabin’ zien we dat er een dichte bewolking hangt boven het nationale park. Daarom draaien we ons nog een keer om en slapen lekker uit. Als we opstaan is het hier bij ‘Glentanner’ lekker weer, dit in tegenstelling tot het gebergte van het nationale park dat nog steeds verborgen zit onder een dikke wolkendeken. Op het terras bij het ‘vistor center’ eten we een sandwich en een lezen een krantje.

Ondanks een kaartje lukt het ons niet om vanaf het Glentanner Park Center naar de oever van Lake Pukaki te wandelen. Daarom rijden we met de auto terug naar Peters Outlook, een ‘viewpoint’ waar we gisteren ook even zijn gestopt. Hoewel het niet zo helder is hebben we wel een mooi uitzicht over het meer en de bergen. Als het ook hier niet lukt om het meer te bereiken, rijden we rechtstreeks naar het Mount Cook Village.

Zoals te verwachten rijden we het slechte weer tegemoet. Het miezert dan ook als we de auto achter laten bij de White Horse Hill Camping Area en om 12.30 uur opnieuw beginnen aan de Hooker Valley Track. Ditmaal zijn we vastberaden om een flink stuk te ‘hiken’ en ons niet te laten ontmoedigen door de aanhoudende regen. Via het Alpine Memorial bereiken we de 1e ‘swingbridge’. Via de hangbrug steken we de bulderende rivier over, die enorme hoeveelheden regenwater afvoert. Vanaf oude morainen kijken we uit over het Mueller Lake en de Mueller Glacier. Net als bij de Tasman Glacier ligt ook op de Mueller Gletsjer opvallend veel puin. Ondanks het slechte zicht en de harde regen, zijn we blij om weer door de vrije natuur te lopen. We komen nauwelijks mensen tegen, het Mount Cook National Park is vandaag van ons! De Hooker Valley Track voert ons verder de Hooker Valley in. Via smalle paden volgen we de woeste Hooker River naar de 2e ‘swingbridge’. Ook deze steekt Paul met knikkende knieën over. Naast één of ander yuca-soort bloeien, op de vlakte die we nu bereiken, overal ‘mount cook lily’s’ (‘giant mountain buttercup’s’), een opvallende plant met witte bloemen. De vallei staat hier bovendien volledig blank. Het ‘trail’ stelde al niet zoveel voor, maar nu het verdiepte pad als een klein riviertje water afvoert naar de Hooker River, is het zo goed als onbegaanbaar. Waar het kan springen we van steen tot steen. Toch ontkomen we er niet aan om zo nu en dan door het water te ‘hiken’. De schoenen staan dan ook snel tot aan de rand vol. Er komen wat Nederlanders terug die tegen ons, in hun beste steenkool Engels, uitleggen dat het verder alleen maar slechter wordt en dat ze omgekeerd zijn. Op één of andere manier deert de regen ons vandaag niet en genieten we van de ‘hike’ onder deze omstandigheden. We passeren 2 Japanse ‘bussen’ die knikkend voor ons opzij gaan. Wat verder gaat het pad over in vlonders. Deze liggen er natuurlijk niet voor niets, blijkbaar overstroomt deze vallei vaker. Hoe dan ook de Nederlanders zijn te vroeg omgedraaid, want vanaf hier blijkt de tocht een ‘eitje’. Zo nu en dan horen we een donderend geluid. We vermoeden in eerste instantie onweer, maar besluiten uiteindelijk dat het lawines van ijs of steen moeten zijn. Vanaf de Stocking Stream Shelter, een eenvoudige schuilhut, is het niet ver meer naar de gletsjer. Even later staan we dan ook aan de bron van de Hooker River, het Hooker Lake. De Hooker Glacier eindigt aan de overzijde van het meer in het water. Hier en daar drijven grote stukken ijs. Bedacht op steenlawines vanaf de steile wand die pal naast ons oprijst, leg ik het ‘lake’, de glacier en Monique vast op de gevoelige plaat. Hoewel de regen en het beperkte uitzicht reden genoeg zijn om hier niet te lang te blijven, is het toch vooral de harde koude wind uit het westen die ons doet besluiten snel weer af te dalen. We waaien namelijk bijna uit onze jas. Het voordeel is wel dat de wind zo nu en dan wat van de wolken opzij blaast. Op deze momenten zien we overal om ons heen blauw/witte ‘ijstongen’ tegen de steile bergwanden ‘kleven’. Als het op de terugweg even stopt met regenen blaast de wind onze jacks snel droog. Net na de 2e hangbrug passeren we opnieuw de ‘Jappen’. Even later begint het wederom te regenen. Om 15.30 uur zijn we terug bij de auto op de White Horse Hill Camping Area. Ondanks het weer hebben we genoten van de inspanning en de wandeling in de vrije natuur.

We trekken wat droge kleren aan en rijden naar het ‘visitor center’ in het Mount Cook Village. Hier kopen we wat souvenirs. Het zaad van de ‘mount cook lily’s’ en de sporen van de schitterende ‘silver fern’ die we al vaak langs de route hebben zien staan. Het blad van deze varen is hier in Nieuw Zeeland het nationale sportembleem. Terug bij het Glentanner Park Center blijkt het weer opnieuw stukken beter dan in het hart van het park. Terwijl Paul de natte spullen te drogen hangt, neem ik een warme douche. Met een ‘riessen hunger’ vallen we net als gisteren aan op een mixed grill met friet. We houden de bergen nauwlettend in de gaten in de hoop dat het ook vandaag weer opentrekt. Helaas, we zullen het moeten doen met de herinnering van het uitzicht over de Tasman Glacier van gisteren. Bij het Glentanner Park Center bevindt zich ook een vliegveldje voor rondvluchten over het Mount Cook en het Westland National Park. De piloten zitten door het slechte al dagen lang werkeloos aan de grond en dat blijft voorlopig zo. Aan de balie bekijken we namelijk de weersverwachting en zien dat er nog eens 3 dagen regen zijn voorspeld. Lekker lui lezen we vervolgens wat in de ‘cabin’. Later kletsen we in de gemeenschappelijke ruimte nog wat na met de 2 Nederlanders die vanmiddag op weg naar de gletsjer zijn omgedraaid. Moe, maar tevreden over de ‘hike’ van vandaag, kruipen we in bed.

97 Kilometers


18e DAG 04-12-2001 Aoraki/Mount Cook National Park - Timaru

We rijden weg (9.20 uur) onder het genot van slechts een enkel regendruppeltje. Mount Cook National Park zit zo mogelijk nog dichter in de wolken als de afgelopen dagen. Zonder een echt reisdoel stoppen we in Tekapo, aan het gelijknamige meer, voor een ontbijt. We besluiten in deze regio te blijven omdat hier volgens een krant nog het minste regen wordt verwacht. Wat verder staat aan de oever van het meer het kleine stenen kerkje, de Church of the Good Sheperd. Op een bank bij de kerk lezen we wat en werpen kort een blik op het interieur van de ‘church’. Als het kort daarna opnieuw begint te regenen, zijn we het goed zat. Het klimaat in Nieuw Zeeland wordt ook wel omschreven als ‘four seasons in one day’. ‘One season in four weeks’ zou naar onze mening een betere omschrijving zijn! Op de vlucht voor de regen nemen de gok om opnieuw helemaal naar de oostkust te rijden.

Onderweg zien we regelmatig ‘New Zealands enemy number 1’ platgereden op de weg liggen. Het is de opossum, een knaagdier dat door de mens ingevoerd is voor de pelsfokkerij. Toen bleek dat met het bont van deze dieren weinig geld te verdienen was, liet men de opossums los. Omdat de dieren hier geen natuurlijke vijanden hebben, vermenigvuldigen ze zich razend snel. Een ramp dus voor de lokale flora en fauna. Niet alleen worden op grote schaal gewassen aangevreten, ook aan de eieren van de met uitsterven bedreigde kiwi’s doen de opossums zich te goed. Vooralsnog is nog geen oplossing gevonden voor dit probleem. Voor de natuurminnende Nieuw Zeelanders reden genoeg om extra gas te geven als een opossum de weg oversteekt en deze zo plat als een dubbeltje te walsen.

We balen enorm van het feit dat het weer ons nu al ruim 2 weken in steek laat. Mede gezien de voorspellingen verwachten we van de rest van de trip dan ook niet veel meer. Om even voor 13.00 uur arriveren we voor de 2e keer deze vakantie in Timaru. In het centrum krijgen we bij een ‘infomation center’ het adres van een ‘holiday park’ en wat wandelroutes in het stadje en omgeving. Een kwartiertje later installeren we ons met een boek op de kleine veranda van onze ‘cabin’. Wat later breekt tot onze verbazing de zon door en wordt het heerlijk weer. Helaas gebeurt dit tot nu toe niet in één of ander nationaal park, maar in een suf gat als Timaru. Toch zijn we blij met deze onverwachte traktatie.

We kiezen uit de wandelroutes de ‘Dashing Rocks Track’. Op weg naar de kustlijn lopen we langs Mc Donalds voor een Mc Flury. Na wat zoeken vinden we de ‘rocks’. Het blijkt een oude lavastroom die hier de zee heeft bereikt en inmiddels is stuk gebeukt door de branding. Zelfs bij een flinke storm lijkt ons de naam Dashing Rocks wat overdreven. Via een wandelpad wandelen we langs de kust naar het centrum van het stadje. Tegen het centrum ligt een park met veel openbare voorzieningen als een theater, een kermis, een rozentuin en een zwembad. In tegenstelling tot dit goedverzorgde park ligt de winkelstraat er maar verpauperd bij. Op de terugweg naar het ‘holiday park’ pikken we nog een terrasje en wat verder is het tijd voor een warme hap. Na een paar dagen luxe eten, gaan we weer eens voor een snack. Als zuinige Nederlanders gaan we voor een Big Mac Combo, dat op dinsdag extra goedkoop is. Na wat inkopen voor vanavond en het ontbijt van morgenvroeg wandelen we terug naar de camping.

De boeken worden weer te voorschijn gehaald. Wat later rolt het slechte weer als een enorme golf uit binnenland op de kust af. Terwijl de kou, de bewolking en even later ook de regen de Pacific bereikt, rest slechts de conclusie dat het slechte weer ons opnieuw heeft ingehaald! We kruipen onder de wol, dicht tegen elkaar aan.

197 Kilometers


19e DAG 05-12-2001 Timaru - Wanaka

Weer of geen weer, we willen de westkust van het Zuidereiland deze reis niet overslaan. Een uur later als gepland gaan we op weg, in de regen ………… Onderweg wordt het opnieuw krap met de benzine. We nemen geen risico, rijden terug naar het laatste dorpje en tanken daar om 10.30 uur. Om 12.20 uur arriveren we in Wanaka.

Zoals we inmiddels gewend zijn, halen we bij het ‘visitor information center’ de adressen van de ‘campsites’ in de stad. Gezien het slechte weer kiezen we de ‘campsite’ die het dichtst bij het centrum van de Wanaka ligt. Hoewel het een oude rommelige camping is, zijn de lakens schoon en de douches prima, geen probleem dus. Het giet en dus doden we de tijd met wat leesvoer. Rond 13.45 uur lijkt het wat helderder te worden, het regent in elk geval minder hard. We wandelen door de paar straten die Wanaka rijk is en kijken hier en daar in een winkeltje. Na een warme kop chocolade houden we het weer voor gezien in de regen. Voor we terug rijden naar de ‘campground’ doen we nog wat inkopen in een supermarkt. Terug in de ‘cabin’ pakken we de boeken weer.

Om 16.30 uur zijn we terug in het centrum, het is namelijk droog. We wandelen een uur langs Lake Wanaka en waaien lekker uit. Terug in Wanaka kiezen we buiten op een terrasje een tafeltje met uitzicht op het meer. Terwijl we koffie drinken, worden we aangesproken door een echtpaar aan het tafeltje naast ons. Ons Nederlands trok de aandacht. Het blijken namelijk Nederlanders te zijn, die jaren geleden naar Nieuw Zeeland geëmigreerd zijn. Als na een paar minuten kletsen over koetjes en kalfjes de man van onderwerp verandert, neemt zijn vrouw de benen! Hoewel dit voor ons natuurlijk al een teken aan de wand is, blijven we beleefdheidshalve toch maar even zitten. Dat hadden we beter niet kunnen doen. Hij snijdt de aanslagen van 11 september aan als onderwerp en betrekt er zonder moeite zijn geloof bij. Deze gebeurtenis zou namelijk door de bijbel zijn voorspeld. Vanzelfsprekend moeten alle Palestijnen en Islamieten er bij deze man aan geloven. Tevergeefs probeert hij onze zieltjes te winnen voor zijn geloof. Het duurt even, maar als hij uiteindelijk inziet dat al zijn inspanningen voor niets zijn, gaat hij op zoek naar zijn vrouw.

Wij niet, wij gaan op zoek naar het Chineesrestaurant dat we vanmiddag hebben uitgezocht (19.00 uur). Na de vele ‘steaks’ en Big Mac’s is een Chinees maaltje goed voor de afwisseling. Bovendien zijn we echte liefhebbers van de Chinese keuken. Hoewel het al wat beter gaat, blijft het wel behelpen met de ‘chopsticks’. Maar we laten ons niet kennen.

De TV-‘room’ van de campground heeft niet echt de entourage voor een gezellige filmavond. Toch nemen we plaats op de hoge tribune voor de televisie. Ik (Monique) kijk naar één of andere typisch Amerikaanse serie over de helden uit de 2e wereldoorlog. Paul leest in zijn boek. Rond 21.45 uur gaan we terug naar de ‘cabin’.

319 Kilometers


Vorige pagina reisverslag Nieuw Zeeland vervolg reisverslag Nieuw Zeeland



HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp