Na Bryggen onveilig te hebben gemaakt
zijn we met de Fløibanen de berg Fløyen opgegaan. Dit is een
kabelspoorbaan die het centrum van Bergen met de rond de berg Fløyen
gelegen stadswijk verbindt. Bij het eindstation heb je dan een
fantastisch uitzicht op Bergen, de haven en de scheren voor de kust.
Althans als het weer je gunstig gezind is natuurlijk. Anders zie je
niets anders dan wolken. Wel kan ik zeggen dat het weer per minuut lijkt
te veranderen. Zo is het bewolkt en regent het en zo schijnt er weer
even de zon.
Na nog een rondwandeling in de
binnenstad hebben we boodschappen gedaan en zijn we naar huis gegaan.
Daar werden wij door Berit getrakteerd op een eigen gemaakte pizza.
Samen met het Noorse bier smaakte dit erg goed. 's Avonds hebben we
thuis doorgebracht, waar ik kennis heb gemaakt met een CD van een Noorse
band genaamd Postgirobygget. Ook al verstond ik er weinig van uiteraard,
de muziek is erg goed. Ik heb dan ook een CD gekocht van deze
band.
De volgende dag hadden we ons vertrek
gepland. We hadden afgesproken met een oom en tante van Berit. Voordat
we daar heen reden, wilde Edvard ons nog even het voormalig woonhuis van
de componist Edvard Grieg laten zien. Op weg hier naartoe zijn we ook
nog langs de Fantoft Stavkirke gereden. Dit kerkje ligt ongeveer 6
kilometer buiten het centrum, vlakbij rijksweg 1. In 1992 is deze
staafkerk door een pyromaan in brand gestoken. De kerk is echter weer
geheel in ere en origineel
hersteld.
Daarna reden we door naar landgoed
Troldhaugen. Op dit landgoed heeft de Noorse componist Edvard Grieg
gewoond en gewerkt. Grieg bekend van de Peer Gynt suites, heeft hier 22
jaar gewoond. Grieg heeft jaren gestudeerd in het buitenland, maar zijn
hart lag toch bij de Noorse volksmuziek. Hier is zijn werk dan ook
voornamelijk op gebaseerd.
Zijn woonhuis en werkruimte aan de oever
van het meer zijn nog volledig intact. Verder is er een concertzaal en
een museum te vinden. Verder staat er een beeld op ware grote van Grieg.
Ik kan zeggen dat het een heel klein ventje was (of ben ik zo lang?).
Maar het was een genie, tja dat kan ik weer niet
zeggen.
Dezelfde dag namen we aan het begin van
de middag afscheid van Edvard en Paul en reden Berit en ik naar een
dorpje aan het Sognefjord, Vik i Sogn. We reden dus noordwaarts via
Voss. Aangezien we al wat laat waren, reden we aan één stuk door. Na het
plaatsje Voss reden we vervolgens over de Vikafjell. Hier klim je in
korte tijd weer tot boven de boomgrens en krijgt de berg (in het Noors
fjell genoemd) het uiterlijk van een toendralandschap. In de
wintermaanden is de berg overigens vaak gesloten voor verkeer in verband
met de hevige sneeuwval aldaar.
Op de berg dacht ik eindelijk Noors
wild te zien. Er stond een rendier te grazen. Ik dus uit de auto om dat
op de gevoelige plaat vast te leggen, tot dat Berit mij wees op de
ketting en ik ook zag dat het een tam dier was. Ik heb de foto dus maar
weggelaten.
Via haarspeldbochten ging de tocht
verder omhoog tot we boven aan kwamen en je meteen een mooi uitzicht had
op Vik i Sogn en het Sognefjord. Direct achter de berg lag Vik. In Vik
kwamen we bij ons volgende adres. Bij de oom en tante van Berit, de
familie Riiber. In het plaatsje Vik runnen zij een hotel genaamd
Hopstock. We werden hartelijk ontvangen en konden direct aanschuiven aan
tafel. De oom van Berit sprak engels en wist een hoop te vertellen over
Noorwegen en met name over het fjordengebied. De avond was dus al snel
om.
Op aanraden van de oom en tante van
Berit zijn we de volgende dag de grootste gletsjer in Europa, de
Jostedalsbreen, gaan bekijken. Vanuit Vik is deze goed te bereiken. In
Vik kun je aanmonsteren op de snelle veerpont naar het plaatsje
Balestrand. Overigens kun je in Vik al een kaartje voor de boot en de
toegang tot het gletsjer museum (Norsk Bremuseum) in Fjærland
kopen.
In Balestrand stap je vervolgens over op op een
langzamere boot die via Hella het Fjærlandfjord in vaart. Dit is
een steeds smaller wordend fjord met een magnifiek uitzicht. Ik raad
iedereen aan in ieder geval ergens in Noorwegen de fjorden vanaf een
boot te bekijken. Geeft een heel andere en onvergetelijke kijk op de
fjorden. Aan het einde van het fjord ligt het plaatsje Fjærland. Dit is
een klein, zeg maar gerust heel klein kerkdorpje. Het dorp bestaat uit
een stuk of 12 huizen.
Vanuit Fjærland gaat in de zomermaanden
een pendelbus naar het Norsk Bremuseum. Verder brengt de bus je van het
museum naar een uitloper van de gletsjer. Een absolute aanrader en
vergeet geen warm en winddicht jack mee te nemen ook in de
zomer.
Na het bezoek aan de gletsjer zijn we weer naar huis
gegaan en daar had de tante van Berit een heerlijk Noors gerecht
klaargemaakt. Een grote moot verse zalm in botersaus. Om je vingers bij
af te likken.
De volgende dag hebben Vik verkend. Het
plaatsje Vik bestaat in feite uit de drie kleine kerkdorpjes Vik, Hove
en Hopperstad. We hebben in Hopperstad de plaatselijke stavkirke
bezocht. Deze is in de zomermaanden opengesteld voor publiek. Het is een
heel klein kerkje dat gebouwd is in het jaar 1150. Wat mij opviel was de
teerlucht die in en rond het kerkje hangt. Dit komt doordat de Noren de
kerkjes insmeren met teer ter bescherming tegen weer en wind. De
binnenzijde is erg sober en klein, maar dat geeft wel een leuke sfeer.
Alles is van hout gemaakt. Ik weet eigenlijk niet meer of de kerk nog in
gebruik is voor kerkdiensten. Maar het is erg leuk om zo'n kerkje eens
aan de binnenzijde te bekijken. En het leuke aan het kerkje in
Hopperstad is, dat het niet een toeristische trekpleister is, waardoor
de kerk zijn charme behoudt.
Verder wees de oom ons nog op een heel
klein authentiek noors boerderijtje wat zich in Vik tegen een
berghelling bevindt. Daar runt een dame op leeftijd nog steeds
eigenhandig en op traditionele wijze een boerderij met schapen. Bij ons
bezoek aan de boerderij namen we het nichtje van Berit mee. Zij logeerde
ook tijdelijk bij haar opa en oma.
Ik weet absoluut niet of de
vrouw de boerderij nu nog runt. Ik zou het even vragen bij de
plaatselijke VVV. Het is in ieder geval mogelijk om de boerderij te
bezoeken.
Na een aantal dagen Vik zijn we weer
doorgereden naar de volgende plaats. Ons doel dit keer was Lillehammer.
De tante en Berit's nichtje reden mee naar Fagernes. Het logeren zat er
voor het nichtje op en zowel oma als nichtje zouden worden opgehaald
door een neef van Berit in Fagernes. De rit naar Fagernes was er één om
niet te vergeten. We zijn vanuit Vik naar Vangsnes gereden om daar de
veerpont te nemen naar Hella. Van daaruit reden we door naar Kaupanger.
Daar moesten we wederom op de pont om een oversteek te maken. Deze
overtocht duurt gelukkig even, zodat je in alle rust van de natuur om je
heen kunt genieten. Zeker die dag hadden we geluk met het weer. Het
fjordengebied wordt namelijk nog indrukwekkender, wanneer je mooi weer
hebt.
Aangekomen in Revsnes reden we verder
door een gebied dat je zeker niet mag missen. Als je namelijk de E16
volgt vanuit Revsnes kom je door het waanzinnig mooie
Lærdal.
Het Lærdal is een dal vol natuurschoon.
Door het dal loopt een rivier wat vooral tijdens de zalmtrek een
prachtig schouwspel oplevert. In het dal kom je maar één dorp tegen,
genaamd Lærdalsøyri. Verder kom je de best bewaarde stavkirke van
Noorwegen tegen, Borgund stavkirke. De kerk is gebouwd tussen 1150 en
1180. Aan de buitenzijde is de kerk vooral mooi. Aan de binnenzijde
schijnt hij een beetje erg sober te zijn. We hebben de kerk dan ook niet
aan de binnenzijde bekeken. Het dal is verder onderdeel van de vroeger
belangrijke postroute tussen Oslo en Bergen ook wel de Koningsweg
genoemd. Helaas hadden we weinig tijd om lang te genieten van het dal.
We hadden namelijk nog een lange weg te
gaan.
Vanuit het Lærdal zijn we doorgereden in
de richting van Vangsmjøsa. Dit is een 19 kilometer lang meer. Dit is
het meest zuidelijke meer van het hele stelsel van meren aan de
zuidflank van het Jotunheimengebergte. Hoewel we relatief niet ver
verwijderd waren van het Lærdal, is het landschap weer 100% veranderd.
Dat is ook wel het mooie van Noorwegen. Na elke bocht lijkt het
landschap weer compleet anders. Bij het het meer Vangsmjøsa zijn we
uitgestapt voor een korte pauze. Ik dacht dat dit bij het plaatsje Øylo
was. Daar heb ik de onderstaande foto
gemaakt.
Na een korte stop zijn we vervolgens
in één keer doorgereden naar Fagernes. Daar troffen we de neef van
Berit. We hebben daar een maaltijd gegeten en vervolgens afscheid
genomen van de tante en het nichtje van Berit. Wij zijn daarna
doorgereden in de richting van Lillehammer. De neef van Berit vertelde
ons dat er een evenement gaande was in Lillehammer en dat de meeste
hotels waarschijnlijk volgeboekt waren. Dit bleek ook zo te zijn en we
zijn onderweg gestopt in het plaatjse Dokka. Aldaar hebben we onze
intrek genomen in een hotel. Wel ik kan zeggen dat Dokka op zich weinig
te bieden heeft. Alleen hebben we ons wel kostelijk vermaakt, maar dat
kwam denk ik meer doordat we ons een paar flessen wijn hadden
aangeschaft in de bar van het hotel.
Door de alcohol konden we de volgende
dag maar moeilijk het bed uitkomen. Toch waren we nog net op tijd voor
het ontbijt in het hotel. Met een duf hoofd vervolgens doorgereden naar
Lillehammer. Daar zijn we naar het openluchtmuseum Maihaugen geweest.
Dit geeft een goede indruk hoe de Noren gedurende de loop van de
geschiedenis hebben gewoond en wat de geschiedenis is van Noorwegen.
Door de voortdurende overheersingen door andere landen, bestaat
Noorwegen eigenlijk nog maar kort. Het museum bevat een tentoonstelling
en een collectie van 150 originele noorse huizen. Opvallend is het gras
boven op de meeste huizen. Dit kennen wij niet echt. Maar wellicht een
idee om thuis toch een tuin te maken.
Verder is het erg leuk om
Lillehammer zelf te gaan bekijken. Uiteraard moet je dan even naar de
Olympische springschans. Zomers wordt hier ook getraind op grasmatten.
Dus mogelijk treft u het en kunt u schansspringers aan het werk zien. Na
gegeten te hebben in Lillehammer zijn we weer naar Kløfta gereden.
Uiteraard even via het ijsstadion in Hamar, Vikingskipet. Daar was de
Nederlandse kernploeg net aan het trainen. Alleen was het stadion
gesloten, zodat ik hen helaas niet heb kunnen zien trainen. Na het
stadion in Hamar zijn we in één stuk doorgereden naar
Kløfta.
De laatste dagen van mijn vakantie
hebben we gebruikt om de hoofdstad van Noorwegen, Oslo, te gaan
bekijken. De eerste dag in Oslo hebben we het lekker rustig
aangedaan. We zijn begonnen met het bezoeken van Akershuset. Dit is een
vesting dat uitkijkt op het Oslofjord. Oorspronkelijk was deze vesting
uiteraard bedoeld als verdedigingswerk tegen de vele aanvallen op de
stad. Vanaf Akershuset heb je nu een heel mooi uitzicht op het Oslofjord
en de rest van de stad. Ondermeer op het Rådhuset, zoals in de foto
rechts is te zien. Het raadhuis is het gezichtsbepalende bouwwerk
in Oslo. De binnenzijde van het Rådhuset is zeker de moeite waard om te
bezoeken voor de talloze reliëfs, schilderingen en
houtsnijwerken.
Vanaf het Rådhuset was het voor ons maar
een klein eindje lopen naar Aker Brygge. Dit is het winkel- en
handelscentrum van Oslo. Vooral de boten met de restaurants zijn zeer
aan te bevelen. Je bent geneigd hier de hele middag te gaan zitten,
vanwege het lekkere eten en het fantastische uitzicht. Toch zijn we nog
wel even verder gegaan de stad
in.
Een andere bezienswaardigheid is
ongetwijfeld het Vigelandpark. Dit is een park even buiten het centrum
van Oslo waar je ondermeer de beeldenverzameling van de kunstenaar
Gustav Vigeland kunt vinden. Je vindt het park in een ander park
namelijk het Frognerpark. Onder de naam "De Levenscyclus" maakte
beeldhouwer Vigeland 200 sculpturen uit brons en steen. Elk beeld geeft
een emotie weer van een mens. De verschillende emoties worden verbeeld
in beelden van kind tot bejaarden.
Veel bekijks trekt het beeld van het kwade jongetje dat ooit eens is weggenomen.
Verder vindt je een 17 meter hoge
Obelisk met daarin figuren van iedere leeftijd in elkaar gestrengeld. Al
met al moet je dit park gezien hebben wanneer je in Oslo bent. Het park
wordt door de noren veel gebruikt als recreatieplek en vooral door
skaters. Dus pas op je enkels. O ja, ze verkopen er waanzinnig lekkere
broodjes worst met gebakken uitjes. Maar dit even terzijde.
Na dit
alles gezien te hebben vonden we het even genoeg en zijn we naar het
huis van een vriendin van Berit gegaan. Merit was jarig (dit had Berit
even vergeten) en hebben we lekker gegeten.
's Avonds
zijn we weer naar Kløfta gereden om het bed op te zoeken.
De volgende dag zijn we weer vroeg uit
de veren gegaan om wederom naar Oslo te gaan. We hadden de helft immers
nog niet gezien. We zijn eerst naar de springschans van Oslo,
Holmenkollenbakken, gereden. Uiteraard om de schans te zien, maat ook om
van het uitzicht te genieten, die je vanaf de schans hebt over Oslo en
het Oslofjord. De schans is al in 1892 gebouwd en is in de loop der
tijden al menig malen verbouwd. De schans ligt zelf op een berg en je
kunt helemaal tot bovenin de schans komen met een lift en trap. Je kunt
je voorstellen wat voor uitzicht dat geeft op de stad. De schans wordt
eigenlijk alleen gebruikt tijdens de Holmenkolweek begin maart wat
duizenden toeschouwers trekt. Later hoorde ik trouwens dat de vader van
Berit ooit eens van de schans afgesprongen was. Nou voor geen goud krijg
je mij er af. Te hoog.
Na Holmenkollen, zijn we de stad weer
ingegaan. We probeerden nog net op tijd in de stad te zijn voor de
wisseling van de wacht bij het Koninklijk Paleis. Dit was helaas niet
gelukt. Dit gebeurt trouwens dagelijks om 13.30 uur, mits de koning
aanwezig is. Ik zag nog net de wachters weglopen. Maar ja, ik kan me
wel wat voorstellen hoe dat ongeveer gegaan is. Wel wilde nog een
wachter geduldig poseren voor een fotootje. Had ik dat gelukkig
nog.
Het paleis van koning Harald V is in de
eerste helft van de 19e eeuw gebouwd. Het valt op dat dit in zeer sobere
stijl is gebeurd. Het verdient nou niet echt een architectuurprijs. Maar
uiteraard wel aardig om te zien.
Wel kun je vanaf het paleis direct
de Karl Johans gate oplopen. Deze 1400 meter lange straat kenmerkt zich
door de vele kroegjes en de straatmuzikanten. Gezelligheid alom dus in
deze straat.
Als je deze straat afloopt, kom je ook
langs het nationaal theater, de universiteit van Oslo en aan het einde
van de straat kom je Stortinget tegen. Dit is zeg maar de Tweede Kamer
van Noorwegen.
Voor het gebouw van de universiteit vind je overigens
nog een beeld van Edvard Munch. De bekendste schilder van Noorwegen. Hij
schijnt de binnenkant van het gebouw te hebben verfraait met een flink
aantal fresco's. Ik heb deze zelf niet gezien, maar het schijnt wel zo
te zijn.
Het is eigenlijk te veel om alles op te
noemen wat er valt te zien in Oslo. Maar op één ding wil ik nog wel even
wijzen. Dat is Damstredet. Dit is een stukje Oslo ( of liever gezegd
Kristiania: zo heette Oslo tot 1925) uit de 19e eeuw. Hier staan nog
hele kleine houten huisjes die dateren uit het begin van de 19e eeuw. Nu
zijn ze bewoond door voornamelijk kunstenaars. Er heerst een heel
gemoedelijk sfeertje. Leuk om te zien in ieder
geval.
Na deze dag Oslo zat mijn vakantie in
Noorwegen er helaas op. Noorwegen is een land dat je zeker gezien moet
hebben. Het land is overigens zo groot dat het bijna ondoenlijk is om
het in één vakantie te zien. Ik heb dan ook pas een heel klein gedeelte
gezien wat smaakt naar meer. Ik kan het iedereen dan ook aan bevelen een
vakantie te houden in dit
land.