TravelSource.nl Logo  
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 Afrika Auteur : Hans van Kasteren
 Azië
 Australië E-mail adres : hansvankasteren@home.nl
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://www.travelsource.nl/story/europe/kasteren/hiking.shtml
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : Trektocht Gran Paradiso 1999

Reisverhalen Afrika Reisverhalen Zuid Amerika Reisverhalen Noord Amerika Reisverhalen Europa Reisverhalen Azië Reisverhalen Australië
  TREKTOCHT GRAN PARADISO 1999 reisverslag
Gran Paradiso Italië DAG VIER: OP NAAR VITTORIO EMANUELLE!

Rifugio Vittorio Emanuelle is de meest legendarische hut in het hele gebied van de Gran Paradiso, mede door de karakteristieke bouw. Vandaag voert ons pad naar deze hut, gelegen op de flanken van de vierduizender zelf.

Om kwart voor zeven staan we onze spullen al bijeen te zoeken en rond half acht zitten we aan de ontbijttafel. Het is ijskoud buiten, de temperatuur ligt dicht bij het vriespunt. Geen wonder eigenlijk; Citta di Chivasso ligt op een hoogte van meer dan 2600 meter. Vannacht heeft het (eventjes goed hard) geregend - nu waait het stormachtig. Geen beste omstandigheden, zo lijkt het. Maar.....de wind blaast de wolken weg. De Duitse gids en ook huttenwaard Alessandro zijn er nu zeker van: het wordt beslist prachtig weer. Vlak na de Duitse groep vertrekken we. Zij zetten koers richting Col Rosset, we kunnen hen nog geruime tijd zien lopen als kleine poppetjes in een reuzenlandschap. Het eerste stuk lopen we over een verharde weg: kennelijk is het ooit de bedoeling geweest deze weg door te trekken tot in het Valsavarenche. Om onduidelijke redenen heeft men die pogingen een paar kilometer verderop ineens gestaakt. We passeren het Lago di Nivolé superiore en inferiore en bevinden ons dan op een (zeer) uitgestrekte hoogvlakte: Piano del Nivolet. Het is doodstil, we komen een paar uur lang helemaal niemand tegen. Als het terrein later in de ochtend wat ruiger wordt is het inmiddels zonnig en warm. We ontmoeten een hele kudde steenbokken en zien vele bergmarmotten.

Waterval Gran Paradiso Italië Dan ineens is er een fantastisch uitzichtpunt tussen tientallen meters hoge rotsblokken. Links, diep onder ons, zien we de camping van Pont liggen en daarachter het hoogste deel van het Valsavarenche. Aan de andere kant van deze vallei verheft zich het imposante bergmassief van de Gran Paradiso. De besneeuwde en fel door de zon beschenen hellingen doen pijn aan de ogen. Na enig speurwerk ontwaren we het pad naar Vittorio Emanuelle, dat zich langs een enorme waterval kronkelt. Het pad spoort nu steil naar beneden, richting Pont. Het is druk - vele dagjesmensen van allerlei pluimage schuifelen naar boven. Beneden in Pont blijkt tot onze teleurstelling de Albergo dicht. We kopen dan maar wat brood in de supermarkt en eten een ijsje op het terras.

We pauzeren niet te lang, want eigenlijk willen we zo snel mogelijk omhoog, richting Vittorio Emanuelle. We voelen ons goed en zetten er stevig de pas in. Een bord aan het begin van het pad geeft aan dat je er 2½ uur over doet. Maar vandaag zijn we beresterk: we lopen als een trein en passeren alles en iedereen. Het kost ons niet meer dan één uur en drie kwartier - in die tijd overwinnen we een hoogteverschil van meer dan 800 meter!

Rifugio Vittorio Emanuelle oogt inderdaad als een futuristisch bouwwerk en ligt te blinken in de zon. Op het terras voor de hut is het een komen en gaan van allerlei mensen: oud, jong, blond, donker, alpinist, wandelaar. We bekijken de binnenkomst van tal van wandelaars, die wij op het steile pad hierheen zijn 'voorbijgestoken'. Alpinisten komen vanaf de andere kant op het terras 'neervallen': zij keren terug van hun topbeklimming. Het uitzicht vanaf het terras wordt gedomineerd door de indrukwekkende Ciarforon (3640 meter). De top van de Gran Paradiso is net niet te zien. Het is druk in de hut, maar niet overvol. Wij krijgen een slaapplaats toegewezen op een vierpersoonskamer, maar het andere stapelbed blijft onbeslapen. Ook de plaatsen aan tafel blijken toegewezen. Ons is een plaatsje toebedacht aan een tafel met het echtpaar Hugh en Monica Callagher uit Ierland. Zij is een "teacher: religion" en hij een gepensioneerde bank manager, die nu voor allerlei projecten wordt ingezet. Zo is hij net terug uit Albanië, waar hij de locals lessen in eigentijds bankieren heeft gegeven. Tijdens de (smakelijke) dis ontwikkelt zich een ontspannen en vrolijk, dan weer ernstiger gesprek. Hugh (een zeer ervaren bergloper) bekijkt onze plannen voor morgen en overmorgen en waarschuwt ons. Toen zij eerder deze week de fameuze Col Lauson passeerden stond daar een bord waarop het pad langs de Gran Neyron als 'gevaarlijk' werd bestempeld. Dat pad staat op ons programma voor overmorgen! Wij nemen de waarschuwing zeer serieus en besluiten morgen in Rifugio Chabod nadere informatie in te winnen. Tegen tien uur gaan we naar bed, we zijn de allerlaatsten.

DAG VIJF: EEN STILLE HOOGTETOCHT

Gran Paradiso Italië We ontbijten met de Callaghers en nemen hartelijk afscheid. We wisselen e-mail adressen uit en krijgen een uitnodiging om volgend jaar in Ierland te gaan lopen. Buitengewoon vriendelijk, uiteraard, maar wij hebben voor volgend jaar (stiekeme) andere plannen. Ver boven ons immers lonkt de top van de Gran Paradiso - wat zouden we daar graag eens bovenop staan! Is dat iets voor volgend jaar? Afijn, we zullen zien.
Het is opnieuw heerlijk weer en stil om ons heen. Diep onder ons ligt het Valsavarenche - we zien de auto's op de parkeerplaats bij Pont 800 meter ons als piepkleine speelgoedautootjes blinken in de zon. Ons doel voor vandaag is de Rifugio Chabod, net zoals Vittorio Emanelle basiskamp voor topbeklimmingen. Thieu is nog steeds in zeer goede doen: hij heeft vannacht (op een hele pil) niet minder dan zes uur geslapen. Dat wil wat zeggen! Gedurende meer dan een uur worden we (op enige afstand) begeleid door een stuk of vijftien steenbokken, die zich gracieus bewegen op de hellingen vlak boven ons. We zijn jaloers op de gratie en het gemak waarmee deze bergbewoners zich verplaatsen in het voor ons slechts moeizaam te doorkruisen terrein. Er zijn vele kleine klimmetjes en plotse afdalingen, maar gemiddeld blijven we op een hoogte van zo'n 2700 meter lopen.

Nog voor twaalven beginnen we aan de slotklim van deze stille hoogtetocht: op naar het hooggelegen Chabod. Het is er rustig, slechts een paar mensen wachten net als wij op de beheerders want we willen ons inchecken. Ondertussen genieten we van een formidabel uitzicht op de Gran Paradisogroep. Met de verrekijker ontwaren we groepjes klimmers op de terugweg van hun topbestijging. Inmiddels komen twee geuniformeerde parkwachters (met hond) binnen. We informeren naar de toestand en moeilijkheidsgraad van het pad langs de Gran Neyron. De parkwachters reageren noncholant en mompelen dat op de lastigste passages 'ijzerwerk ter beveiliging' is aangebracht. Toch zijn we een beetje ongerust en stellen ons besluit nog even uit. Na een stevige lunch met spaghetti en torta ondernemen we een pittige verkenningstocht boven de hut. Zonder rugzak klimmen we vrij gemakkelijk tot boven de 3000 meter.

Met de kijker proberen we een beeld te krijgen van de inmiddels voor ons beruchte passage bij Col Neyron. Dat lukt ons niet best. Wel wordt duidelijk dat het een hoge passage vlak boven een gletsjer is. Nog willen we geen besluit nemen. Hoog boven rifugio Chabod liggen we even later een half uurtje in het gras en bestuderen met en zonder kijker deze route naar de top van de Gran Paradiso. Het is en blijft een fascinerend gezicht om de alpinisten ineens tussen de groteske seraccen te zien verdwijnen.

Terug in de hut vinden we het tijd worden om de knoop door te hakken. We spreken af dat we het advies van de 'gardienne' zeer zwaar zullen laten wegen. Zij spreekt van een 'knap lastige via ferrata' en raadt ons aan in ieder geval klimmateriaal en touw mee te nemen. Bovendien waarschuwt ze voor slecht weer morgen. Een passage van een via ferrata bij onweersdreiging is onverantwoord. Dan staat ons besluit vast: we doen het niet, hoe avontuurlijk en uitdagend de tocht er op papier ook uit mag zien. Bovendien blijkt het huttenboek enkele angstaanjagende verhalen te bevatten over de het door ons inmiddels gevreesde pad.
De plannen zijn dus drastisch gewijzigd: we gaan morgenochtend niet verder omhoog richting Col Lauson via de Gran Neyron, maar dalen in plaats daarvan scherp naar beneden, richting Valsavarenche. Dan enkele kilometers over de weg en vervolgens weer omhoog (bij Eaux Rousses) om de Col Lauson te beklimmen en zodoende rifugio Vittorio Sella te bereiken. Dat wordt een tocht van minstens tien uur, maar daar zien wij niet zo tegenop. Echter.....het weer verslechtert merkbaar. In de avondlucht is duidelijk te zien dat het verderop stortregent en de wolken worden alsmaar vetter en donkerder. We bespreken het laatste alternatief. Als het weer echt heel slecht is, kunnen we de lange tocht over de Col Lauson niet doen. In dat geval rest er maar één mogelijkheid: beneden in Eaux Rousses de wagen nemen, doorrijden naar de volgende vallei (Valnontey) en vanuit het gelijknamige plaatsje omhooglopen naar rifugio Vittorio Sella. Vrijdag kunnen we dan doorklimmen naar Col Lausen, op de top omdraaien en de lange afdaling (van 3200 naar 1600 meter) terug naar Valnontey doen. Vervolgens met de auto terug naar Eaux Rousses om daar te overnachten. Zaterdag terug naar Nederland.

Afijn, we will see tomorrow. Alles hangt nu af van het weer.

DAG ZES: NATTIGHEID EN EEN INGESLOTEN AUTO

Afdaling Col Lausan Gran Paradiso Italië In de moderne rifugio Chabod slapen we in een 'basement'. Het is een naar berghutbegrippen gerieflijk onderkomen. Van de zestien bedden zijn er acht bezet. De zes overige slapers zijn topbeklimmers. Zij staan om half vijf op en vertrekken in stilte. Wij doen dat om kwart over zeven: er staat ons wellicht een lange, lange tocht te wachten. We hebben nog niet besloten welke van de twee overgebleven alternatieven we zullen gaan kiezen. Dat laten we afhangen van het weer. Voorlopig is het droog, maar zwaarbewolkt. Tijdens de gehele afdaling (twee uur) naar het Valsavarenche komen we geen mens tegen, wel een flink aantal steenbokken en gemzen. Zij laten zich tot op een meter of tien benaderen, maar maken zich dan uit de voeten. De lucht blijft betrokken, het is een beetje gaan regenen. Als we om tien uur Eaux Rousses naderen, zien we tot onze schrik dat het parkeerterrein hoog in het gehuchtje op één auto na geheel leeg is. Die ene auto is de onze! Wat is het geval? Men maakt ijverig aanstalten het gehele parkeerterrein te asfalteren . Het lijkt er op dat we net op tijd zijn. We slagen er in de auto tussen de bulldozers en asfalteermachines door naar beneden te loodsen. Tot op de dag van vandaag vragen we ons af wat er gebeurd zou zijn als onze oorspronkelijke plannen doorgang hadden kunnen vinden. Dan waren we pas laat morgenavond hier teruggekomen. Had men dan de auto weggesleept? Hoe het ook zij, ons besluit staat inmiddels vast. Het weer wordt steeds slechter en een dagtocht over de Col Lauson zou ons pas om een uur of negen 's avonds (op z'n vroegst!) aan de deur van rifugio Vittorio Sella brengen.
De rugzakken gaan derhalve in de kofferbak. Na een uur rijden zijn we in Valnontey. We parkeren de auto, kijken goed om ons heen of hij daar een nacht kan blijven staan, eten een hamburger en om twaalf uur sjorren we de rugzakken weer om. Omhoog naar Vittorio Sella! Dat is liefst 900 meter verticaal omhoog, een hele klus. Het wordt allemaal nog wat lastiger omdat het inmiddels gaat regenen, steeds harder gaat regenen. De capes bewijzen hun dienst opnieuw en de beelden lijken op tochten in het Franse departement Cantal jaren geleden, toen we ook als een soort Zorro's ronddwaalden. Het waait en het is koud. Blij dat we die Col Lauson vandaag niet hoeven te doen: die ligt met zijn 3200 meter nog eens 700 meter hoger dan de rifugio waarheen we nu op weg zijn. Wellicht sneeuwt het daar! De twee uur en 15 minuten naar de hut zijn nat, mistig en vermoeiend. Ondanks onze capes zijn we doornat als we om 14.15 uur de hut bereiken. De waard begroet ons met onze naam: dat doet toch goed. Sella oog niet vriendelijk, maar dat komt ook door het trieste weer. Men zegt dat de naaste omgeving van de hut barst van de gemzen. Dat zullen we dan morgen kunnen bekijken, want dan klimmen we omhoog naar de Col Lauson. De gardien heeft nog een aardig bericht: het weer gaat beter worden! In de avonduren ontmoeten we een jeugdige, gespierde Italiaan met zijn vriendin. Bovendien kletsen we wat met een excentrieke Engelsman, die naast ons aan de eettafel zit. Het is een echte bergfanaat, die vrijwel alle berggebieden in Europa heeft 'gedaan'. Hij vertelt onder meer dat hij twee dagen tevoren laat in de avond voor een gesloten deur stond bij een hut, die volgens zijn gegevens open zou moeten zijn. Omdat het weer niet best was, heeft hij de nacht doorgebracht op het toilet, daar kon hij wèl in! "And I had a proper night's rest, too!" Onze Franse overburen bieden ons nog een kwart fles wijn aan en dan begeven we ons naar ons zespersoons slaapvertrek, dat we delen met een Italiaanse vader en zijn zoontje van een jaar of dertien. We slapen slecht: de kamer is benauwd, de lucht gortdroog.

DAG ZEVEN: COL LAUSON JA, COL LAUSON NEE!

Het is vanochtend droog en zeer helder. Koud! De weinige wolken trekken zich terug. Nog voor acht uur lopen we weg bij de rifugio en verbazen ons al niet meer over de zoveelste lage rekening. Het uitzicht is weer heel anders. Anders dan gisteren omdat we toen nog geen tien meter ver konden zien, maar ook anders dan eerder deze week. Alle contouren tekenen zich messcherp af. Als een donkere massa zien we aan de horizon de machtige Col Lauson liggen. Links daarvan verheft zich de hoofdkam van het Gran Paradiso-massief. Plots kruist een steenbok ons pad. Het is een fors dier dat zich gemakkelijk laat fotograferen, net zoals groepjes soortgenoten die we eerst met onze verrekijker opsporen en dan van soms heel dichtbij kunnen bekijken. De aanloop naar Col Lauson is lang en steeds steviger stijgend. Voor ons uit, soms heel dichtbij, het jeugdige Italiaanse stel dat we gisterenavond ook in de hut zagen. Aanvankelijk gaat het prima, vooral Thieu heeft er trek in. Hans is veel minder 'in vorm' en krijgt het steeds moeilijker. Het smalle en gruizige spoor benauwt hem: ervaringen op de Col Rosset eerder deze week beginnen hem door het hoofd te spoken. Uiteindelijk is voor hem het plezier in deze onderneming verdwenen. Thieu is solidair en we keren op onze schreden terug. Later blijkt dat we nog maar zo'n tien minuten onder de top van Col Lauson zaten. Later was er ook spijt - een les misschien voor volgende tochten.
Voorbij rifugio Vittorio Sella is het pad naar Valnontey beneden ineens heel anders dan gisteren. Het is zonovergoten en biedt prachtige vergezichten. Bovenal is het druk, erg druk. Talloze dagjestoeristen willen een glimp van het hooggebergte en klauteren tergend langzaam omhoog. Sommigen kijken ons bewonderend aan: imposante rugzak, soepele tred en een verre blik in de heldere ogen. "Dat zijn echte alpinisten!", je hoort het ze bijna denken. Wij ondernemen geen pogingen hen op andere gedachten te brengen en beantwoorden vragen over hoever het nog is naar de hut onveranderlijk met een bemoedigend en zelfverzekerd "una mezza hora". We hebben ergens gelezen dat dat betekent dat het nog een half uurtje is.

In Valnontey beneden is het lekker warm. We eten wat, ontmoeten nog wat jeugdige Nederlandse bergsporters die ons gisteren omhoog hadden zien ploeteren (en wij hen) en stappen de auto in. Als we later op het terras bij Eaux Rousses zitten te genieten van een vorstelijk biertje, komen de twee jeugdige Italianen binnenstrompelen. Zij snappen niet hoe het mogelijk is dat wij hier zitten. Ze fronsen het voorhoofd en vragen zich af of wij hen wellicht ongezien en in razend tempo zijn gepasseerd. Even overwegen we hen in die waan te laten, maar dan spelen we open kaart. Zij vertellen ons dan dat we inderdaad bijna op de top van Col Lauson waren toen zij ons voor het laatst zagen. Opnieuw zijn er gevoelens van spijt.

Na het (opnieuw prima) avondmaal kletsen we nog wat na met de Italianen en gaan de uitdaging aan om met hen een potje te dammen. Italië-Nederland eindigt in remise. Tenminste op het gebied van dammen.....

SLOTWOORD

Het nationaal park Gran Paradiso heeft veel te bieden. Een fantastische natuur, vriendelijke mensen, een aantal zeer gezellige hutten. In die hutten heerst een internationale 'bergsfeer', overgoten met een vette Italiaanse saus. Dat laatste mag men desgewenst ook letterlijk nemen, want de huttenkeuken is voortreffelijk.

Bij ons heerst het gevoel dat we naar dit gebied nog eens moeten terugkeren, misschien wel op korte termijn. Ergens diep in ons kriebelt nog steeds de gedachte dat we een vierduizender op willen. De top! En de Gran Paradiso, een heuse vierduizender, ligt op ons te wachten! Voorwaarde is wel dat alles veilig moet zijn. En dat er, in welke onderneming dan ook, plezier moet zijn.

Volgend jaar ligt er een nieuw verslag. Of dat het verslag wordt van een echte topbeklimming, hangt af van een aantal factoren. Maar wat er ook gebeurt, we gaan beslist ooit terug: 'RETOUR' naar Gran Paradiso!

vorige pagina





 
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help