TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
Afrika Auteur : Luddo Oh
Azië 
Australië E-mail adres : luddo@wanadoo.nl
 Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://www.geocities.com/Baja/2572/index.html
Zuid Amerika   AustraliŽ   Corsica  Dolomieten  Franse Alpen   Groot BrittaniŽ   La Palma
Wereldreizen Reisverhalen : Noorwegen'91  '97  PyreneeŽn   Tenerife  Zuid Alpen   Zwitserland






 Noorwegen fietsreisverslag, Luddo Oh. TravelSource.nl

Maandag 11 augustus Lysebotn -Hoslemo (132 km)


 
Vanuit Lysebotn begint een van Noorwegens zwaarste beklimmingen. Volgens de King Of The Mountain site op het internet als volgt besproken:

Lysefjordveien (Lysebotn-Edneram) (950 meters/3,117 feet)
Ride Information: Has been called on of Norway's "wildest climbs" because of it's 27 hairpin turns -- a 950 meter vertical meter climb, with the first 6 kilometers rising 880 meters with an average grade of about 12-13% grade
 
De klim is dus voor mij een absolute must. Ik ben van plan om vroeg te vertrekken, omdat ik graag ergens in het Sirdal wil kamperen, ruim honderd kilometer verderop. Het winkeltje en de kampeerwinkel gaan echter pas op 11 uur open. Ik neem de gok en start om negen uur met de klim. Met een goede tred fiets ik omhoog. Na enkele honderden meters duik ik een aarde donkere tunnel in. Deze is anderhalf kilometer lang stijgend met een haarspeldbocht, maar gelukkig mooi geasfalteerd. Het halogene lampje en het afwezig zijn van auto's maakt de doortocht een "piece of cake". Om kwart voor tien arriveer ik bij het bergrestaurant Øygardstøl en heb ik het zwaarste gedeelte achter de rug. Hoewel het restaurant pas om tien uur open gaat kan ik gelukkig in de keuken nog wat broodjes van zaterdag krijgen, die ik zelfs gratis meekrijg.
Ik geniet nog even van het mooie uitzicht op de vele haarspeldbochten en het fjord en het dorp in de diepte, waarna ik verder fiets. De klim is daarna niet zo moeilijk meer maar het landschap blijft schitterend. Vele prachtige kilometers volgen door een ongerept berglandschap. Na een tiental kilometers daalt de weg en verandert het landschap in een toendra landschap. De brede dalen zijn begroeid met vele kleine bomen en worden afgewisseld met bergmeertjes.
Het Sirdal volgt dan snel. Bij Suleskard sla ik links af en houd ik een korte pauze. Een tweetal automobilisten, waaronder een Nederlands stel wijs ik de juiste weg. Hierna begint de klim uit het Sirdal over de RV 45. De klim is redelijk lastig mede door het warme weer en de stralende zon. Enkele honderden meters voor mij zie ik twee fietsers lopend omhoog zwoegen. Ze hebben het duidelijk zwaar en duwen hun zwaar beladen fietsen voort. Als ik bij een wegonderbreking langs fiets roept de vrouwelijke fietsster tegen haar medecompaan:"Hee, hij heeft een bergverzet". Het zijn Nederlanders die de bergen weer eens onderschat hebben. Ik antwoord daarop: "Ja, dat heb je hier wel nodig", waarna ze me een beetje verrast aankijken. Ik heb eigenlijk geen zin om in deze zware beklimming af te stappen en een praatje te maken en fiets gewoon door.
Het steile gedeelte van de klim gaat dan ongeveer 5 kilometer door. Daarna bevind ik me weer in een prachtig ruig alpine landschap met vele bergmeren die zo'n dertig kilometer voortduurt. Op enkele plaatsen ligt er sneeuw en de weg is vrij rustig.
Tijdens de zeer steile afdaling naar het Setesdal, waarbij ik een maximumsnelheid 71 kilometer per uur bereik, kom ik een viertal fietsers tegemoet die allen met veel moeite omhoog zwoegen. De rode Ortlieb tassen doen vermoeden dat het Duitsers zijn, maar ik heb geen zin om dat nader uit te zoeken. Zowel in een zware beklimming als in een snelle afdaling is het moeilijk om even te stoppen om een praatje te maken.
In het Setesdal kom ik eindelijk weer eens een café tegen, waar ik mijn bidons kan vullen. Om de ergste dorst en honger te stillen koop ik daar een cola en een zoet broodje. Als ik het dorpje Valle bereik is het vier uur en daardoor nog veel te vroeg om te stoppen. Ik besluit nog wat verder te fietsen door het prachtige Setesdal. De hellingen langs de rivier zijn begroeid met diep groene wouden, wat weer heel anders is dan de landschappen waar ik deze dag doorheen heb gefietst.
In Flateland doe ik eindelijk uitgebreide inkopen. Op de kaart zie ik dat er nog een aantal campings zijn in de buurt van Byklom en ik besluit om naar een van deze campings te fietsen. De weg stijgt licht en het landschap wordt weer toendra achtig. In Byklom is er geen camping maar op het informatiebord zie ik dat Hoslemo een camping heeft, dit betekent nog zo'n vijftien kilometer fietsen. Onderweg passeer ik een aantal prachtige wildkampeer plekjes, maar ik fiets toch verder. De camping van Hoslemo lijkt weinig aantrekkelijk te zijn en is volledig leeg. Er is in de directe omgeving echter geen camping meer en het is al half acht, zodat ik toch maar aanbel. Een norse mevrouw van middelbare leeftijd doet open. Ze spreekt geen woord Engels, maar het blijkt toch mogelijk te zijn om er te kamperen.
De voorzieningen zijn zeer beperkt en allerbelabberdst. Ik moet de sleutel bij de madame ophalen. De douche kost 5 Kronen, maar is na een halve minuut voorbij. De camping is zeker niet de 50 Kronen waard die ik ervoor betaal. Tijdens het koken komen er vele muggen op visite om mij in de eenzaamheid vergezellen. Ik duik daarna direct mijn slaapzak in en betreur dat ik niet een wildkampeer plaatsje heb opgezocht.
 

Dinsdag 12 augustus Hoslemo - Røldal (106 km)

Ik breek snel mijn tent af. Na een redelijke nacht die enigszins verstoord werd door langsrazend vrachtverkeer stap ik op mijn fiets. Na twintig vlakke kilometers arriveer ik om elf uur in Hovden, een vakantie plaatsje met de nodige voorzieningen. De vakantie blijkt door de dure campings en voedsel wat duurder uit te vallen dan verwacht. De plaatselijke pin-automaat accepteert echter mijn giromaatpas niet.
Na wat inkopen te hebben gedaan, ontbijt ik uitgebreid op het pleintje midden in het dorp. Ook andere Noren zijn op hetzelfde idee gekomen en genieten van de ochtendzon.
De kilometers Hovden uit zijn licht stijgend. Ik had nog een aardige klim verwacht, maar bevind mij al op redelijke hoogte. De weg kronkelt over de hoogvlakte zonder al te veel stijging. Na het hoogste punt op 917 meter duik al snel de afdaling in naar Haukeligrend. De afdaling is een stuk steiler dan de klim en ik bereik al snel de zestig kilometer per uur. Als ik mij op het steilste stuk bevind, probeer ik nog even aan te zetten. Plotseling hoor ik een vreemd getik en ik zet daardoor niet door. Na de afdaling controleer ik mijn voorwiel. Een van mijn spaken is bezweken onder het geweld van de afdaling. Gelukkig dat ik niet meer snelheid had gemaakt, want een mooie koprol bij zestig kilometer per uur lijkt mij niet zo aantrekkelijk.
Bij de benzinepomp informeer ik naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker. Er blijkt in de directe omgeving geen een in de buurt te zijn. Ik repareer mijn gebroken spaak daarom provisorisch met een noodspaak.
De E134 waar ik mij nu op bevind klimt geleidelijk naar de hoogvlakte Haukelifjell. De weg is in het begin nog aardig rustig maar wordt gaandeweg drukker. De natuur is weer overweldigend mooi, maar het weer is enigszins bewolkt. De grote meren en besneeuwde bergen maken wederom diepe indruk. De zeer drukke hoofdweg duikt in enkele tunnels, maar op de fiets kan je een weggetje volgen die om de tunnel heen leidt. Deze weg is smal maar prima geasfalteerd en zeer scenic. De weg klimt nauwelijks meer dan in de tunnels en het uitzicht is er veel beter.
Slechts bij een tunnel moet ik er doorheen. Het is op dat moment echter vrij rustig en de tunnel is goed verlicht. Bij het Stavatnet meer houd ik een korte rustpauze. Ik word aangesproken door een oud Noors echtpaar met een oude Ford Taunus. Ze vinden het fantastisch dat ik met de fiets door hun land trek. Zij spreekt zeer beperkt Engels en hij al helemaal niet, maar het behulp van enkele woordjes en gebarentaal kan ik mij goed verstaanbaar maken. Ze raden me aan ook langs de Hardangerfjorden te fietsen in de buurt van Kwam en Nordheimsund. Ik krijg ook een toeristenboekje mee van de omgeving.
Bij de een na laatste tunnel voert het weggetje naar het hoogste punt op 1148 meter. Vlak voor de top loopt de weg nog langs een grote sneeuwwand.
De laatste tunnel is gelegen in de afdaling naar Røldal. De weg om de tunnel heen is geblokkeerd met een slagboom en een aantal rotsblokken. Ik besluit om toch maar deze weg te nemen en kan vrij makkelijk om de blokkade heen fietsen. De weg heeft tal van haarspeldbochten en duikt steil naar het dorpje Røldal. In het dorp zoek ik om half zeven een camping op. Het plaatsje heeft wederom geen fietsenmaker zodat ik zeker nog een dag met de noodspaak moet fietsen.
De camping is uitstekend en kost slechts 40 Kronen. Op de camping maak ik een praatje met een gezin dat mij ook al 130 kilometer terug in Hovden had gesignaleerd. Ze vragen zich af of ik niet een motortje in mijn grote fietstassen hebÖ
's Avonds bezoek ik nog het staafkerkje en maak ik een korte wandeling.

Woensdag 13 augustus Røldal - Øvre Eidfjord (126 km)

Na de tent te hebben afgebroken doe ik eerst wat inkopen bij de plaatselijke benzinepomp. Als snel begint de klim. De rustige secundaire weg splitst zich af van de hoofdweg die in een tunnel de bergen in verdwijnt. De klim kronkelt met vele haarspeldbochten omhoog en er is weinig verkeer. Op de top (1067 meter) ontmoet ik twee Duitsers die in tegengestelde richting fietsen. Zij hebben al een redelijke tocht achter de rug waaronder ook de Rallerveien. Dit beroemde onverharde fietspad tussen Haugostol en Flåm is volgens hen goed te doen. Hierna gaan ze verder over de weg die ik afgedaald ben richting Geilo.
Ik duik de afdaling in richting Odda. Al dalende kom ik veel fietsers tegen die eveneens in tegengestelde richting fietsen. Bij de Latefossen maak ik een korte stop. Het water bruist via twee aftakkingen bij deze grote waterval op het wegdek. Even later arriveren twee Nederlandse fietsers ook bij de waterval. Ze zijn begonnen in Kristiansand waar ze met de fietsbus en boot zijn aangekomen. Ze waren ook in het weekend in Stavanger. Een van de jongens had zijn spaak gebroken, maar de fietsenmaker had geen gereedschap om de Suntour freewheel te demonteren. Zodoende moesten ze tot maandag wachten waarna ze met de hovercraft in twee uur naar Sauda zijn gevaren. Vandaag gaan ze ook richting Odda, waar ze zullen blijven om een gletsjerwandeling te maken.
Odda is een grote toeristische plaats met veel winkels. Bij de plaatselijke sport annex fietsenwinkel laat ik mijn spaak repareren. Mijn noodspaak heeft het twee zware beklimmingen uitgehouden maar ik vervang hem liever voor dat het echte zware onverharde werk begint. De fietsenwinkel is op de eerste etage gevestigd zodat ik eerst mijn bagage moet afladen en de fiets op de nek de trap op sleep. Aan een aantal krantenartikelen aan de muur zie ik dat de fietsenmaker een plaatselijke opkomend fietstalent is. Hij kijkt bewonderenswaardig naar mijn Cannondale. De rekening valt met 100 kronen weer eens duur uit, maar als je vergelijkt met een nachtje kamperen valt het ook weer mee en heb je er langer plezier van.
Na wat geld en voedsel te hebben ingeslagen fiets ik verder langs de Sørfjorden. De tunnel vlak voor Tyssedal kan ik niet vermijden, maar is goed verlicht. De weg volgt lange tijd de kustlijn van het fjord en is daardoor vrij vlak. De gehele weg is er een uitzicht op de gigantische ijskkap van Folefonni. Vele gletsjertongen en watervalletjes storten naar beneden.
De weg tussen Eidfjord en Ovre Eidfjord is opgebroken en op sommige momenten van de dag is de weg afgesloten. Ik fiets daardoor over de vlakke weg langs het Eidfjordvatnet door tot aan Ovre Eidfjord. Daar aangekomen twijfel ik nog om wild te gaan kamperen, maar de camping is zo voordelig (20 Kronen) dat je daarvoor niet een warme douche laat schieten. De camping is eenvoudig maar goed uitgerust. Op de camping is ook een grote busgroep Franse kinderen, waardoor het toch nog levendig is. Ook de muggen weten weer niet van ophouden en zodoende doet de Djungelolja weer zijn werk.

Donderdag 14 augustus Øvre Eidfjord - Hallingskeid (104 km)

's Ochtends wat inkopen gedaan in de plaatselijke supermarkt. Daarna start de zware klim het fjord uit door de Måbødalen. De fietsroute volgt de oude weg terwijl de autoweg weer in een aantal tunnels verdwijnt. Alleen wandelaars, fietsers en toeristen in een treintje kunnen genieten van het uitzicht op de smalle kloof. Bij de 181 meter hoge Vøringfossen stort een waterval met enorm geraas vanaf hotel Fossli de diepte in. De klim is na de waterval niet echt steil meer. Af en toe is er een glimp te zien van de Hardanger Jokulen. In het zuiden sterkt het enorme plateau van de Hardangervidda zich uit, het domein voor de wandelaars. Er zijn geen wegen die dit natuurgebied doorkruisen.
De Noren zijn hard bezig om de weg winterklaar te maken. Grote stukken van het asfalt zijn weg gefreesd waardoor de weg er niet zo comfortabel bij ligt. Een gedeelte van het asfalt is nog zacht, zodat een dikke laag teer aan mijn banden blijft kleven. Op het hoogste punt 1250 meter pauzeer ik en geniet van het mooie landschap om mij heen. Nadat ik bij de berghut mijn bidons heb bijgevuld, stuiter ik weer verder over het hobbelige wegdek.
Ik ben om halfvier al bij Haugostol aangekomen, het begin van de Rallerveien, een fietsroute langs een oude spoorlijn. Een grote parkeerplaats staat vol met Noren die fietsen aan het op- en afladen zijn. Het is duidelijk dat dit HET fietspad van Noorwegen is. Deze weg wordt op verschillende plekken op het internet geroemd als een van de mooiste stukjes Noorwegen (David Dermott, Ernst Poulsen).
Het begin van de onverharde weg is vrij vlak en goed te befietsen. Er zijn veel Noren die weer terug komen van een dagje fietsen. Na Hallingskarvet wordt het landschap ruiger en steken woeste bergtoppen bedekt met eeuwige sneeuw boven bergmeertjes uit. Het wegdek vraagt ook steeds meer aandacht, maar blijft befietsbaar.
Vervolgens arriveer ik in Finse, een van de weinige plaatsjes langs het fietspad. Finse bestaat voornamelijk uit een aantal berghutten en een treinstation. Het is al zeven uur en ik bel even naar Nederland om broeder Jeroen te feliciteren. In het station vul ik mijn bidons en voor de zekerheid ook mijn jerrycan met water. Er zijn geen officiële campings langs de route, maar er wordt mij verteld dat er voldoende plekjes zijn om je tent neer te zetten. Even na Finse is dit wel het geval maar het is nog een beetje te vroeg om te stoppen. De weg wordt steeds slechter en kruist herhaaldelijk de spoorweg. Bij de spoorweg is er nog veel bouwactiviteit en staan er nog een groot aantal barakken. Het fietspad loopt vervolgens door de spoorlijn tunnel waar grote plakken sneeuw liggen. Na een tunneltje is de weg zo slecht dat ik enkele honderden meters mijn fiets voort moet slepen. Het wordt snel donker maar ik kan geen vlak stukje voor mijn tent vinden. Plotseling zie ik allerlei tentjes staan en vind ik uiteindelijk om kwart over negen een geschikt plaatsje langs de weg. Ik zet mijn tent op enkele tientallen meters af van een fietsduo, een vader en zoon. In het donker kook ik mijn maaltijd en badder ik provisorisch in de beek.

Vorige pagina reisverslag Vervolg reisverslag




HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp