TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
Afrika Auteur : Luddo Oh
Azië 
Australië E-mail adres : luddo@wanadoo.nl
 Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://www.geocities.com/Baja/2572/index.html
Zuid Amerika   Australië   Corsica  Dolomieten  Franse Alpen   Groot Brittanië   La Palma
Wereldreizen Reisverhalen : Noorwegen'91  '97  Pyreneeën   Tenerife  Zuid Alpen   Zwitserland






 Noorwegen fietsreisverslag, Luddo Oh. TravelSource.nl

Vrijdag 15 augustus Hallingskeid - Hörnadalen (75 km)

Na een goede nachtrust en ontbijt breek ik mijn tent af vervolg de Rallerveien. Mijn buren zijn ook onderweg en gaan gelijk met mij op. Met de ATB's zijn ze op het ruige terrein iets sneller, maar op de steilere gedeeltes haal ik ze weer in. De natuur is geweldig mooi. Overal stroomt er water, het uitzicht op de gletsjers is fantastisch en er ligt zelfs nog een sneeuwveld op het pad.
Af en toe komt er een ATB'er over het pad langs of tegemoet. Ook haal ik twee Amerikanen in die vroeg in de ochtend al langs mijn kampeerplaats zijn getrokken. Even voorbij Hallingskeid verandert het landschap. Een grote waterval perst zich door een nauwe kloof. De brede hoogvlakte wordt een smal kloofdal. Het pad duikt steil naar beneden door de kloof en daarna door een bos om bij twee bergmeertjes te eindigen. Er verschijnen steeds meer wandelaars en ook vissers op het pad. Bij het laatste meertje, de Vatnahalsen, houd ik een korte rustpauze.
Uiteindelijk sta ik bij Myrdal aan de rand van een diepe afgrond. De weg door het Myrdal is tegen de wand aangeplakt en gaat met een gemiddelde stijgingspercentage van 17% met tal van haarspeldbochten steil naar beneden. Een bord waarschuwt voor te hard downhillen: "Zeer gevaarlijke afdaling, pas je snelheid aan, je weet nooit wat er na de bocht voor verrassing te wachten staat".
Met aangeknepen remmen daal ik met een gangetje van 5 km per uur af. Het wegdek is bezaaid met grote keien en ik heb op dit steile stuk moeite om de fiets onder controle te houden en gebruik mijn voet voor het evenwicht. Ik kan me levendig voorstellen dat deze klim van de andere kant niet te doen is. Na een drietal kilometers wordt de weg weer begaanbaar en kan de fiets weer snelheid laten maken. Er lopen steeds meer wandelaars op de weg en na enkele hekjes begint het asfalt.
Flåm is het eindpunt van de trein en ligt aan het Aurlandsfjord. Het is een toeristisch plaatje vol met activiteit. Daar aangekomen koop ik een aantal kaarten voor deze en gene en vul ik mijn bidons bij.
De meeste mensen nemen daar de snelle boot naar Gudvangen door Naeroyfjorden of naar Kaupanger. Ik besluit echter verder te fietsen naar Aurland. Hier heb ik in 1991 gekampeerd, maar nu dient het alleen als doorgangs annex foerage plaats. Op het pleintje doe ik wat boodschappen en nuttig wat broodjes. Onder het genot van een stralende zon luister ik naar een plaatselijke band die op het pleintje een optreden verzorgt.
Om vier uur stap ik weer op de fiets en begin aan de klim die ik in 1991 ben afgedaald. Ik ben van plan om weer te gaan wildkamperen boven op de hoogvlakte. In Noorwegen is het overal toegestaan je tent op te zetten, maar in feite is er alleen in de bergen plaats. In de dalen is alles volgebouwd met akkers, grasland en bebouwing.
De klim valt aan het einde van de dag niet mee en is aardig zwaar. Ik heb het idee dat deze zijde van de klim zwaarder en steiler is dan de andere kant. De weg kruipt langs de bosrand omhoog en biedt vele vergezichten op het Aurlandsfjord. Het fjord verdwijnt uit zicht en er ontvouwt zich een breed panaroma op de vallei en de rest van de klim. De volgende 10 kilometer klimmen zijn geheel in beeld en ik volg de auto's die door de haarspeldbochten omhoog kruipen. Na een uurtje klimmen ben ik deze passage voorbij en fiets over de hoogvlakte. De weg stijgt nog, maar wordt afgewisseld door korte afdalingen. Er ligt veel minder sneeuw dan 6 jaar geleden en ik speur naar een plaatsje waar ik mijn tent ongestoord kan neerzetten. Het terrein is echter vooralsnog te onregelmatig en ik bereik ik het hoogste punt van 1306 meter. Al snel daarna vind ik rond acht uur een goed wildkampeer plaatsje uit het zicht van de doorgaande weg. Ik moet daarvoor wel mijn volbepakte fiets enkele tientallen meters de berg op slepen, maar de plek is fantastisch.
 

Zaterdag 16 augustus Hörnadalen -Nes (106 km)

's Ochtends is het vrij fris. Ik daal af naar Laerdal en fiets langs enkele herkenbare punten van zes jaar geleden. De omgeving is weinig veranderd en ligt er nog steeds prachtig bij. In de afdaling groet ik twee fietsers die aan de beklimming beginnen.
In het fjord aangekomen zie ik dat de veerboot tussen Revnes en Kaupanger niet meer vaart, want er is een nieuwe lange tunnel gebouwd met een oversteek over het Sognefjord. Gelukkig vaart er vanuit Laerdal wel vier keer per dag een veerpont naar Kaupanger en ik ben ruim op tijd voor de pont van 12 uur. Vanaf de boot kunnen we genieten van een aantal dolfijnen die buitelingen maken in het diepe fjord. Als de boot echter langs vaart houden zich koest, zodat het lastig is om ze te fotograferen. In Kaupanger ben ik de enige die de boot verlaat, de overige medepassagiers gaan allen naar Gudvangen.
De weg klimt uit het dal naar Sogndal en vervolgens stijgt de weg naar Hafslo. De hoofdweg loopt de tunnel, maar ik kies weer voor het parallel weggetje langs de tunnel. Het is meer een voetpad, waar ik nog net met de fiets uit de voeten kan. De weg stijgt verder door een bos om uiteindelijk bij een meertje (Veitastrondvatnet) op ruim 200 meter hoogte te bereiken. Na Hafslo klimt de weg nog even door een bos, waarna de weg weer naar het Sognefjord afdaalt. Aangekomen in Gaupne bekijk ik de camping, maar 80 kronen vind ik teveel geld en ik besluit verder te fietsen. Het plan om vandaag nog naar de Nigardsbreen gletsjer te fietsen vervalt daardoor en in Nes vind ik een aardige camping.
Na de tent te hebben opgezet besluit ik nog een kort fietstochtje te maken naar Luster, waar ik zes jaar geleden ook gekampeerd heb. In Luster is er in al die jaren ook weinig veranderd. Na enig zoeken vind ik de afslag naar het doodlopende weggetje van Dalsdalen. Dit is een aardig dalletje met veel oude boerderijen. Aan het eind van de weg keer ik weer om en arriveer om zeven uur bij de camping van Nes.

Zondag 17 augustus Nes – Sognefjellsvegen - Nes (118 km)

Vandaag is het een stand dag en maak ik een tochtje zonder bepakking. De route verloopt weer via Luster en langs de waterval bij Vassbakken vlak voor Fortun. Daarna begint het steilste gedeelte van de klim. Bij het sporthotel Turtago is afsplitsing van de tolweg naar Ovre Ardal, de weg van 1991. Vandaag fiets ik echter door naar de hoogste pasweg van Noorwegen. Net na de afslag is er een schitterend uitzicht op de 2000'ers van het Jotunheimen massief. Vervolgens volgt een steile passage met diverse haarspeldbochten tot aan 1200 meter, waarna je op de hoogvlakte belandt. Er openbaart zich een prachtig landschap, waar ook een aantal bergsporters hun bivak hebben opgeslagen. Waar je ook kijkt zijn er gletsjers, ruige toppen en bergmeertjes te zien. Dit is een nieuw hoogtepunt na de prachtige Rallerveien.
Na de Sognefjellshytta is het hoogste punt, de Fantestein, op 1434 meter van de Noorse pas bereikt. Hier pauzeer ik en geniet ik van de mooie vergezichten. Het is vandaag weekend en dus een drukke dag. Veel anderen zijn vandaag ook naar de hoogste pas gekomen.
Kort daarna keer ik om en rijd ik zo langzaam mogelijk door het indrukwekkende landschap. Vlak voordat de afdaling begint sla ik bij de Hervadammen een doodlopend onverhard weggetje in naar het Skalavatnet stuwmeer. Het onverharde weggetje is aardig ruig, maar redelijk te fietsen. De afdaling naar het Sognefjord verloopt vlot en 's avonds om zeven uur arriveer ik weer op de camping.
 

Maandag 18 augustus Nes - Nigarsbreen - Vangsnes (155 km)

Met volledige bepakking vertrek ik weer vroeg in de ochtend. In Gaupne schaf ik eerst wat boodschappen aan en koop ik ook tevens extra fotorolletjes. Het goede weer en het prachtige landschap nodigen uit tot het maken van véél foto's. Bij de supermarkt zie ik weer twee fietsers staan. Het gekke is dat je onderweg een groot aantal (voornamelijk Duitse) fietsers ziet, maar dat je ze op de campings op een vinger kan tellen. Deze vinger wijs ik dan altijd naar mezelf, want slechts een keer heb ik een andere fietser op een camping ontmoet. Ze zijn waarschijnlijk allemaal geschrokken van de peperdure prijzen en kamperen in het wild en steken ook een vinger en wel de middelvinger op naar de campingbazen. Tja, waarom zou je voor een stukje gras 30 gulden moeten betalen terwijl je ook gratis in het wild kan staan.
Ik keer weer terug naar Gaupne om de Nigardsbreen gletsjer te bekijken. Deze maakt onderdeel uit van de op een na grootste gletsjer van Europa, de Jostedalsbreen. De Nigardsbreen gletsjer bevindt zich aan het eind van een dal, waar een doodlopende weg naar toe voert.
Ik bereid me voor op een zware klim van ruim 25 km, maar deze blijkt reuze mee te vallen. Binnen een uur arriveer ik bij het informatiecentrum, waar je al een mooi uitzicht hebt op de gletsjertong. Het is dan nog zo'n drie kilometer fietsen over een tolweg, die voor fietsers geheel gratis is. Bij de parkeerplaats vertrekt er een bootje naar de gletsjer en je kan een pad aflopen. Dit pad is erg ruig en daardoor zou ik veel beekjes moeten doorwaden. Helaas heb ik mijn bergschoenen niet bij me, zodat ik voor het bootje kies. Het waait behoorlijk gedurende de boottocht. Een grote groep met stijgijzers en gletsjer uitrusting stapt ook in het bootje. Het is mogelijk om tegen een forse betaling een gletsjertocht te maken. Ik heb helaas weer geen geschikte uitrusting bij me, maar ik heb er waarschijnlijk toch te weinig tijd voor. Bij gletsjer aangekomen maak ik enkele foto's van de indrukwekkende scheuren in het blauwe ijs. Als ik de groep vastgeketend aan een touw voetje voor voetje vooruit zie kruipen betreur ik opeens niet meer dat ik geen juiste uitrusting bij me heb.
De terugweg door het dal naar het Sognefjord verloopt verder zonder problemen. Voorbij Sognedal wordt de weg een stuk smaller. Auto's rijden zeer voorzichtig langs je heen en wachten soms zelfs met inhalen. In vergelijking met andere landen is het verkeer erg gedisciplineerd en galant ten opzichte van fietsers. Vlak voorbij Sognedal zijn er echter nog wel de sporen te zien van een ongeluk waarbij het niet goed is afgelopen. Op het wegdek staan de krijtsporen nog aangegeven en een aantal kinderen leggen bloemen neer op de plaats waar waarschijnlijk een fataal ongeluk heeft plaatsgevonden. Het is des te meer een reden om een reden om voorzichtig over de smalle wegen te fietsen.
Vanaf Sogndal rijd ik 37 kilometer langs het fjord. Met de laagstaande zon en al redelijk vermoeide benen leg dit traject af. Om acht uur arriveer ik in Hella waar ik de veerpont pak naar Vangness. De eerste twee campings zien er niet aantrekkelijk uit. De eerste is volledig leeg en de volgende volledig vol, maar dan met Duitsers. Bij de derde zet ik om negen uur mijn tent op. Het is een mooie camping aan de rand van het fjord en ook niet al te duur. Het begint behoorlijk te waaien hetgeen betekent dat er misschien een weeromslag in de lucht zit.
Ik maak een praatje met een vriendelijk Nederlands paar die met de auto een rondrit maken. Zij zijn tot aan Trondheim gekomen en zullen hun drieweekse tocht op Hardangervidda afsluiten. Trondheim, Geiranger en de Trollstigen zijn voor mij iets te ver en bewaar ik voor een volgende keer.

 

Dinsdag 19 augustus Vangsnes-Granvin (115 km)

De dag start met een rustig tochtje langs het fjord tot Vik. In dit plaatsje doe ik wat boodschappen en bekijk het staafkerkje. Het weer is zwaar bewolkt maar het blijft droog. De klim vanuit het fjord omhoog blijkt moeilijker dan verwacht. Gedurende een groot deel van de klim heb ik nog uitzicht op het dal en het staafkerkje van Vik. Bij een tunnel vlak voordat de Stolsheimen hoogvlakte begint pauzeer ik even. De tunnel is onverlicht, maar het groot-licht van de Specialized lamp brengt mij veilig door deze donkere spelonk. Het hoogste punt van 986 meter is snel bereikt en ik fiets weer door een onherbergzaam hooggebergte met mooie meren. Een tandem en een fietsers duo komt mij tegemoet rijden. Ze rijden al wat langer over de hoogvlakte want ze zijn warm aangekleed. Ik trek daarna ook mijn rode fleece aan, want het begint al aardig af te koelen.
Na een tiental kilometers daalt de weg sterk via tal van haarspeldbochten bij Helgatun. Het smalle kloofdal ziet er indrukwekkend uit. Bij Vinje sla ik links af de drukke E68 op en even voor Voss kan ik gebruik maken van het fietspad. Voss ligt aan de rand van de Hardangervidda. In het toeristische Voss doe ik inkopen en haal ik weer wat geld. Ik fiets even de verkeerde kant op maar kan dat op tijd corrigeren. Het fietspad loopt over de oude spoorweg en ik kijk of ik geschikte wildkampeerplaatsjes zie. Bij Skerjevossen daalt de weg weer steil door een kloof met tal van haarspeldbochten. Enkele vrachtwagens hebben moeite met de scherpe bochten en rijden er stapvoets door heen. Bij Granvin besluit ik toch een camping te kiezen. Ik zet mijn tent aan het Granvin meer op, naast een Nederlands echtpaar, die uitgebreid hun mobile aan het uit testen zijn. Om te bellen moet ik naar het dorp fietsen, maar er is in beide huizen helaas niemand thuis.
 

Woensdag 20 augustus Granvin - Matre (136 km)

Na het meer rijd ik langs een tunnel Granvin binnen. Dit is een zeer klein plaatsje en bestaat eigenlijk uit een kerkje en een benzinestation. De weg volgt lange tijd het fjord. Voorbij Alvik passeer ik een smalle brug over de Mjäsuna en kort arriveer ik in Norheimsund. In dit plaatsje doe ik de dagelijkse boodschappen en daarna bezoek ik de Steindalsfoss die even buiten het stadje aan de RV 7 gelegen is. Dit is een spectaculaire waterval waarbij je achter de waterval door kan lopen. Het is nog redelijk rustig en onder het genot van een broodje ananas roomkaas geniet ik van het uitzicht op de waterval.
Ik volg dan de rustige RV 49 en stop bij enkele rotstekeningen met voorstellingen van rendieren en vikingschepen. Deze laatste krijg ik echter niet te zien want de weg loopt over een priveterrein, dat is afgesloten.
Het landschap oogt erg landelijk en gecultiveerd. Het is er minder ruig dan het afwisselende en woeste bergland van de afgelopen anderhalve week. De route volgt smalle weggetjes die op en af gaan waarbij bospassages worden afgewisseld met landbouwgronden. Enkele wegwerkzaamheden bij Strandebarm houden het verkeer op, maar ik kan als fietser er wel langs. Tijdens dit traject kom ik weer een drietal fietsers tegen. Aan de Ortlieb fietstassen te beoordelen zijn het waarschijnlijk Duitsers. Ik passeer het plaatsje Omastrand en haast me om de boot van 18.35 te halen in Gjermundshamn. Om kwart over zeven arriveert de boot in Løfallstrand, waarna het een kort stukje fietsen is naar Rosendal. Ik besluit om hoog in de bergen een wildkampeerplaatsje te zoeken. De weg klimt flink en mijn snelheidsmeter begint plotseling kuren te vertonen. Afwisselend worden snelheden  van 20, 5 en 0 kilometer per uur gemeten. Ik kan de oorzaak van dit vreemde gedrag niet vinden, maar als ik omhoog kijk zie ik grote hoogspanningskabels vlak boven de weg hangen. Waarschijnlijk hebben deze hoogspanningsdraden het computertje volledig in de war gebracht. De rest van de tocht kan ik de computer niet meer gebruiken. Na de top zoek ik een goed plaatsje voor mijn tent. Het is echter moeilijk om een vlak stukje grasland te ontdekken. Ik tracht enkele malen tevergeefs mijn tent op een aantal pollen neer te zetten en andere keren is de grond te drassig. Ik fiets daarom iets verder en sla een grindweg in. Ik vind uiteindelijk rond negen uur een vlak stukje aan de rand van de weg op kiezels. Mijn tent zet ik met vier grote stenen vast.
 

Donderdag 21 augustus Matre - Sand (102 km)

Ik daal af naar Indre Matre. Bij de veerpont moet ik een uur wachten wat mij de gelegenheid geeft om te verfrissen en te ontbijten. In Skanevik kan ik weer de dagelijkse inkopen doen. Daarna moet ik aardig moeite doen om op de stijgende weg met wind tegen vooruit te komen. Naast mijn computer is nu ook mijn ritme verstoord. Bij het Stordalsvatnet probeer ik een doorsteek door de bergen naar Sauda te vinden. Het grijze weggetje op de kaart blijkt echter een steil voetpad te zijn. Ik bezoek nog wat rotstekeningen waarna ik weer op de oude weg terugkeer. De gehele weg probeert de wind het mij zo moeilijk mogelijk te maken. Misschien dat de vermoeidheid na anderhalve week zeer inspannend fietsen er ook in slaat. Daarbij komt nog dat het landschap mooi maar niet meer zo afwisselend is. De groene hellingen en de zware wolken geven de omgeving weer een hele andere sfeer. Het lijkt dan ook meer op Schotland of Ierland.
Ik passeer het havenplaatsje Ølen, een industriestadje. Er staan grote tankers in het fjord en zelfs ook een booreiland. Daarna stijgt de weg weer over de 514 en ik probeer een mountainbiker te volgen maar moet hem laten gaan. De weg blijft in de buurt van het Sandeidfjord op en af gaan. Uiteindelijk arriveer om acht uur bij de Ropeid waar ik de veerpont pak naar Sand. Hier kies ik wederom voor de luxe van een camping.
 

Vrijdag 22 augustus Sand - Holane (85 km)

Het regent de hele nacht en een flink deel van de ochtend. Pas na 10 uur wordt het droog en kan ik mijn tent verlaten. Het is al twaalf uur als ik op de fiets stap. Ik was allereerst van plan om nog een flink bergtraject af te leggen. De regenwolken hangen echter dreigend laag zodat ik maar voor een iets minder geaccidenteerde weg langs het fjord kies. Deze weg is echter verre van vlak en gaat op en af. Bij de hoge Jøsenfjorden wordt het landschap ook weer interessanter. In Nesvik gebruik ik weer een veerpont naar Hjelmeland. In Ardal ontvouwt zich een schitterend berglandschap. De klim die daar op volgt valt mee en de natuur is weer ongelooflijk mooi. Het Tysdalsvatnet is ingesloten bij twee hoge bergruggen en om zeven uur kies ik voor een camping met een schitterend uitzicht op dit landschap.

Zaterdag 23 augustus Holane - Ølberg (40 km)

Ik bevind mij bijna in Stavanger. Eigenlijk ben ik dus een dag te vroeg in Holane gearriveerd, maar het weer lijkt te zijn omgeslagen. Na het goede weer van de maanden is het weer gisteren danig veranderd. Zodoende is de planning toch nog redelijk goed uitgekomen.
's Ochtends neem ik de pont van Tau naar Stavanger. Stavenger is een stuk drukker dan op de eerste dag van de vakantie. Aanvankelijk ben ik van plan om op de camping van Stavanger te gaan staan, maar door de hoge prijs besluit ik toch maar om nog wat verder te gaan fietsen. Ik fiets weer naar de voorstad Madla-marka waar ik wederom net als op de eerste dag inkopen doe. Ik fiets om de Hafrs-fjorden heen. Na de brug nabij Tananger begint het te regenen en blijf ik langdurig in een bushokje schuilen. Wanneer de bui voorbij getrokken is fiets ik verder langs het vliegveld en om vier uur arriveer ik op de camping van Ølberg met een heus zandstrand, waar het spontaan weer begint te regenen. De rest van de dag breng ik in mijn tent door.
 

Zondag 24 augustus Ølberg – Sola - Amsterdam (60 km)

Voordat vandaag het vliegtuig vertrekt, wil ik graag nog een klein tochtje maken. Het is droog als ik mijn tent afbreek en mijn spullen inpak. Ik houd al direct rekening met de terugvlucht en verdeel mijn bagage tactisch over de tassen. Ik pak een voortas in met alle zware zaken tot 10 kg en de overige bagage gaat in de andere drie tassen.
Allereerst bezoek ik twee Middeleeuwse kruizen die in het weiland staan. Daarna fiets ik over landerige weggetjes richting Sandnes. Aanvankelijk ben ik van plan om de RV 13 te volgen, maar door tijdgebrek kies ik voor een klein rondje langs een aantal meertjes. Ik passeer het arboret, een groot bos waar op deze zondag veel publiek op af komt, maar dat echter niet per fiets toegankelijk is. Ik volg een fietsroute die al snel op een zandpad uitkomt. Na de belevenissen op de Rallerveien is dit echter een peulenschil. Bij een hek moet ik even van de fiets en stap met beiden voeten in vers gelegde koeienvlaai. Ik probeer zo goed mogelijk van de koeienstront af te komen, maar kan niet voorkomen dat het nog steeds een beetje blijft stinken. De terugweg naar het vliegveld verloopt vervolgens vlot.
Bij het vliegveld aangekomen ga ik direct langs het fietsenhok waar ik mijn doos heb achtergelaten. Tot mijn verbazing is er echter geen doos meer te bekennen. Enigszins verontrust ga ik naar de balie van de bewakingsdienst. Ja, ze hebben een hele tijd die doos zien liggen en hebben hem op laten ruimen. Ze hebben geen briefje gezien en dachten dat het vuilnis was! Tja dat wordt dus nog een probleem, want ze hebben geen ander stuk karton om de fiets te beschermen. Ik ga daarom ten einde raad naar de KLM balie in de hoop dat ze nog een doos in de aanbieding hebben. En jawel, ik kan een doos voor 115 kronen aanschaffen. Tijdens het prepareren van mijn fiets komt de beveiligingsbeambte langs en vraagt of ik mijn doos heb teruggevonden. Ik antwoord dat ik voor 115 kronen een nieuwe heb moeten kopen, waarna hij spontaan aanbiedt om het bedrag te betalen. Dat noem ik nog eens service! Dit is typisch iets voor het vriendelijke en behulpzame karakter van de Noren dat ik de afgelopen twee weken weer heb mogen ervaren. Takk!

Start reisverslag Vorige pagina reisverslag




HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp