TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
Afrika Auteur : Paul en Monique Schilders
Azië 
Australië E-mail adres : monique.schilders@planet.nl
 Europa 
Noord Amerika URL Homepage : http://home.planet.nl/~monique.schilders/
Zuid Amerika   Duitsland   Egypte   Florida   Frankrijk  Italië  (Sicilië)  Jordanië   Israël
Wereldreizen Reisverhalen : N.Zeeland  Noorwegen  Ruta Maya   USA+Canada   USA   Zuidelijk Afrika






 Frankrijk reisverslag Paul en Monique Schilders. TravelSource.nl

Frankrijk 2000

1e Dag 13-05-2000 Tilburg – St Martin d’ Ardèche

Het is 8.30 uur als we beginnen aan een korte ‘Tour de France’. Bij Eijsden tanken we en na een korte stop bij het GWK verlaten we een bewolkt en mistig Nederland. Via de Autoroute Du Soleil rijden we dwars door België en bereiken om 11.25 uur de grens met Luxemburg. Een kwartiertje later zijn we in Frankrijk. Vanaf Nancy (Gare de Gye) rijden we via de tolweg naar het zuiden. Om 15.45 uur verlaten we bij Lyon de tolweg (143 franc) en besluiten om in de Ardèche vlak bij de gelijknamige kloof te overnachten. Na de tolweg van Vienne tot Bollène (70 franc) verlaten we de snelweg en rijden de Ardèche in.
Via Pont St Esprit rijden we naar de Gorges de l’Ardeche, uitgesleten door het kleine riviertje de Ardèche. Via een hele smalle brug steken we de rivier over en bereiken om 17.42 uur St Martin d’ Ardèche, pal aan het einde van de ‘gorges’. Het eerste hotel dat we proberen is vol. Een medewerker belt op ons verzoek een ander hotel en daar is wel plaats. Na wat zoeken vinden we hotel Mimosa. Het blijkt precies te zijn wat we zoeken, eenvoudig maar schoon.
We kunnen het niet laten en rijden (18.50 uur) voor het eten nog even een eindje de kloof in. Vanaf het 1e ‘viewpoint’ genieten we van het fraaie landschap. Het kleine riviertje heeft in het golvende, met bomen bedekte, kalklandschap een prachtige ‘canyon’ uitgesleten. Bij een ‘viewpoint’ met uitzicht over een grote meander van de Ardèche, die ons sterk doet denken aan het uitzichtpunt Goosenecks in de ‘States’, merken we dat we honger hebben en besluiten daarom terug te rijden. Het is 19.15 uur als we de auto parkeren bij het hotel.
Terwijl we op een terrasje aan de rivier ons 1e (heerlijke) Franse diner gebruiken, genieten we van het prachtige weer en verbazen ons dat we zowat de enige toeristen zijn in St Martin d’ Ardèche. Na het eten wandelen we terug naar het hotel en lezen wat tot we gaan slapen.

1054 Kilometers

2e Dag 14-05-2000 Gorges de l’Ardèche – Mont Ventoux – l’Isle sur la Sorgue

Onder een strak blauwe hemel vertrekken we (8.10 uur) voor een tocht over de ‘rim’ van de Gorges de l’Ardèche. Terwijl de Ardèche door de diepe kloof slingert volgen we de rivier stroomopwaarts. Net als gisteren genieten we van de prachtige natuur in en rond de canyon. Met name de viewpoints met uitzicht over een complete meander zijn indrukwekkend. Op een landtong midden in één van deze meanders staat een oude ruïne. Hoewel niet bevestigd zou deze volgens de legende gebouwd zijn door de Tempeliers. We zijn opnieuw verbaasd als we onderweg, op wat toerfietsers na, geen enkele toerist tegenkomen. Zelfs de Fransen ontbreken ondanks het weekend, het prachtige weer en de schitterende omgeving.
Aan het eind van de kloof bereiken we vlak voor het plaatsje Vallon Pont d’Arc de Pont d’Arc, een natuurlijke brug die in het verleden door de Ardèche uit de kalkrotsen is gesleten. We kunnen het niet laten en trekken opnieuw een vergelijking met Amerika. Bij het zien van de Pont d’Arc moeten we namelijk aan het North Window in het Arches National Park en aan de Rainbowbridge aan de oever van Lake Powell denken. Het uitzicht op de boog is schitterend. Als er een paar kano’s onder de ‘arc’ door varen krijgen we een goede indruk van de afmetingen (59 meter breed en 34 meter hoog).
Op een terrasje in Vallon Pont d’Arc eten we een taai stokbroodje en maken ondertussen plannen voor vanmiddag. Het is 12.04 uur als we langs de Gorges de l’Ardèche terug rijden en op weg gaan naar de Mont Ventoux. In Malaucène aan de voet van de ‘Berg der Winden’ tanken we (13.55 uur). Tijdens de klim naar de Col des Tempêtes, vlak onder de 1909 meter hoge top, krijgen we eigenlijk pas goed in de gaten dat de Mont Ventoux op zichzelf staat en geen deel uitmaakt van een bergketen. Als we boven de boomgrens komen en beginnen aan het laatste deel van de ‘stormpas’ rijden we helaas de wolken in. Vanaf de top van de Ventoux zien we dan ook niet veel, zelfs de lelijke televisiemast, die we al van ver zagen staan, is helemaal aan het gezicht onttrokken. Omdat er door de bewolking niet veel te zien is op de top (14.30 uur) rijden we meteen verder. We dalen af aan de oostkant van de berg die de renners uit de Tour de France beklimmen. Al snel herken ik (Paul), uit de reportages van Tour, de kale rotswanden van de Mont Ventoux die er voor zorgen dat deze zijde van de berg er volkomen anders uit ziet dan de westzijde. Vlak onder de top stoppen we bij het monument ter nagedachtenis aan Tommy Simpson. Deze wielrenner stierf op 13 juli 1967, tijdens een touretappe op de flanken van de Mont Ventoux, aan de gevolgen van dopinggebruik. De steen die de Door(en)Trappers er vorig jaar hebben neergelegd blijkt de winter overleeft te hebben. Op de treden van het monument ligt nog veel meer GBR (Goed Bedoelde Rotzooi), onder andere: steentjes, een bidon, een zadel en een stuk autoband (?). Waarom een renner die zichzelf met doping heeft ‘gesloopt’ zo vereerd wordt, is ons niet helemaal duidelijk. We dalen verder af en rijden naar Sault.
Hier besluiten we op een terrasje, met uitzicht op de Ventoux, via een omweg richting de Verdon te gaan. Via de tegenvallende Gorge de la Nesque rijden we naar Carpentras. Deze stad blijkt groter en drukker dan we verwacht hadden. Daarom rijden we nog een stukje verder naar Pernes les Fontaines. Hoewel bij de ‘VVV’ diverse hotelletjes worden aanbevolen krijgen we ze niet gevonden. In het volgende plaatsje, l’Isle sur la Sorgue, nemen we bij het 2e hotel een kamer. Als de bagage op de kamer ligt wandelen we naar het centrum van het dorp om een hapje te eten.
De Sorgue vertakt zich in het centrum van het stadje zodanig dat er een ‘eiland’ is ontstaan, waaraan l’Isle sur la Sorgue haar naam dankt. We wandelen door de oude gezellige stadskern, die op en rond het eiland is gebouwd. Onderweg passeren we een aantal houten, met mos begroeide, watermolens. Hoewel ze niet meer gebruikt worden voor de oliepersen en zijde spinnewielen drijft de Sorgue ze nog steeds aan. Hetgeen een prachtig gezicht oplevert. Na opnieuw een heerlijke Frans maaltje aan het water wandelen we terug naar het hotel. Terug op de hotelkamer (20.45 uur) proberen we iets te begrijpen van de weerberichten op de TV, lezen nog wat en gaan vervolgens vroeg slapen.

255 Kilometers

3e Dag 15-05-2000 Fontaine de Vaucluse – Rousillion – Grand Canyon du Verdon

De eerste stop is bij de vlakbij gelegen Fontaine de Vaucluse. We parkeren in het gelijknamige dorpje dat, gezien de enorme parkeerplaatsen, restaurantjes en winkeltjes bomvol met GBR, ingesteld is op een enorme toeloop van toeristen. Vanaf het centrale pleintje van het dorpje volgen we het riviertje, de Vaucluse, stroomopwaarts en passeren onderweg een aaneengesloten rij van winkeltjes en terrassen. Achter in de vallei bereiken we de ‘fontaine’ ofwel bron van de Vaucluse. We zijn vandaag de eersten en hebben de bron dus voor ons alleen. De ‘fontaine’ wordt gevoed door smelt- en regenwater, afkomstig van het Plateau de Vaucluse gelegen aan het eind van de vallei. Het water sijpelt door het bergmassief en komt vervolgens hier bovengronds. De hoeveelheid ‘bron’-water die de Vaucluse afvoert is verbazingwekkend. Omdat het water heel rustig te voorschijn komt lijkt de bron op een klein meertje en is er eigenlijk niet zo heel erg veel te zien. Althans boven de waterspiegel. Reeds in 1878 dook een duiker tot een diepte van 23 meter maar raakte de bodem van de bron niet. Recenter onderzoek toont aan dat er op een diepte van 308 meter (!) in elk geval een knik in de bron zit, of men hier de bodem heeft bereikt is niet zeker. Pas als we teruglopen naar het dorpje zien we dat de eerste bussen hun lading toeristen afleveren in het dorp. Nadat we bij een bakker een broodje kaas hebben gegeten gaan we op zoek naar de auto. Ook hier verwacht men inmiddels toeristen, de slagboom op de parkeerplaats is namelijk inmiddels dicht en er loopt en parkeerwacht rond. Tijd dus om te vertrekken (10.00 uur) naar de Europese Grand Canyon, de Gorges du Verdon.
Driekwartier later maken we een tussenstop in Roussilion. Beroemd om zijn wijn maar ook om de (oker)pigmenten die men hier dolf om de buitenmuren van huizen mee te kleuren. We wandelen kort door het idyllische dorpje en drinken wat op het terras voor het gemeentehuis(je). Terwijl we terugwandelen naar de auto vinden we bij toeval de ingang naar een kleine vallei waar de okerkleurige rotsen blootliggen waarop het dorp gebouwd is. De rotsen hebben prachtige kleuren die variëren van rood tot geel en zijn sterk aan erosie onderhevig. De vergelijking met Bryce Canyon dringt zich op. Na een wandeling van een halfuur hebben we het gebied gezien en gaan we op zoek naar de auto.
Het is 13.30 uur als een smal bergweggetje ons omhoog voert naar de ‘rim’ van de Grand Canyon du Verdon. Heel even zien we het stuwmeer Lac de Sainte Croix en rijden vervolgens langs de rand van de canyon. Om het eerste viewpoint, Belvédère de Mayreste, te bereiken moeten we een stukje ‘hiken’ naar de ‘rim’. De canyon blijkt onverwacht diep. Het riviertje de Verdon is dan ook op slechts enkele plaatsen te zien. Het uitzicht over de Grand Canyon is zowel stroomop- als afwaarts mooi. Als we onze route vervolgen duurt het tot aan La Palud sur Verdon tot we de kloof weer te zien krijgen. In dit gehucht begint namelijk de schitterende Route du Crêtes. Een zo mogelijk nog smaller weggetje voert ons omhoog en over de ‘rim’. De uitzichten vanaf de diverse ‘viewpoints’ zijn stuk voor stuk schitterend. We kijken van grote hoogte hoe de Verdon zich door de kloof slingert, waarvan het bestaan tot 1905 alleen bij de lokale bevolking bekend was! Het uitzicht vanaf de 700 meter hoge, loodrechte rotswanden over de rivier en de uitgestrekte bossen doen ons sterk denken aan Yosemite National Park. Bij één van de uitzichtpunten hangen een aantal bergbeklimmers aan een touw(tje) tegen de verticale rotswand, enkele 100den meters boven de ‘canyon’-vloer! Het rijden op het 2e deel van de Route du Crêtes wordt lastiger. De bochtige weg lijkt nog smaller en de afgrond dieper. Geen tijd dus meer om van het uitzicht te genieten, maar opletten. Gelukkig geldt voor dit deel van de route eenrichtingsverkeer. Terug bij La Palud sur Verdon pikken we de ‘cornishe’ (bergweg) naar het einde van de kloof weer op. Bij het Point Sublime moeten we opnieuw een stukje ‘hiken’. Vanaf dit ‘viewpoint’ hebben we een ‘subliem’ uitzicht over de Verdon, die de hier plotseling veel smaller wordende ‘canyon’ instroomt. Toevallig zien we hier nu nog (het is al 16.30 uur) een aantal kano’s en een raft vertrekken voor een ongetwijfeld indrukwekkende tocht door de Grand Canyon du Verdon. Hoewel een tocht over de Verdon uiteraard iets voor ‘mietjes’ is begint het ‘Zambezi-gevoel’ ook hier in Frankrijk bij mij (Paul) te kriebelen. We volgen de Verdon stroomopwaarts, verlaten de kloof en arriveren even later op het centrale plein in Castellane.
We pikken bij de ‘VVV’ wat hotelinformatie op. Dit blijkt achteraf overbodig. Onze keuze stond eigenlijk al vast, namelijk een hotel aan het gezellige plein. In het eerste hotel dat we kiezen nemen we meteen een kamer. Vervolgens drinken we wat op een terrasje aan het plein en verbazen ons over het kerkje dat boven op een rots staat die de omgeving domineert. Na het diner (19.30 uur) op het terras voor ons hotel wandelen we nog een stukje langs de Verdon. We blijven ons verbazen over het geringe aantal toeristen dat we ondanks het goede weer tegenkomen. We pikken nog een terrasje en gaan om 21.30 uur terug naar het hotel. Met de GSM bellen we even naar Nederland en vernemen het afschuwelijke nieuws over de ontploffing van de vuurwerkfabriek in Enschede. We werken het reisverslag bij, lezen wat en gaan vervolgens op stok.

210 Kilometers

4e Dag 16-05-2000 Castellane - Frejus - Saint Aygulf

In een winkeltje aan het plein kopen we een krant om wat meer te weten te komen over de ramp in Enschede. Vervolgens rijden we om 9.00 uur richting de Côte d’Azur. Op weg naar Grasse moeten we over 3 colletjes van de 3e categorie voor we afdalen naar zeeniveau. Via een tolweg (16 franc) rijden we langs de kust van de Middellandse Zee naar Frejus (11.10 uur). Op een terrasje in het centrum eten we een croissantje en drinken wat terwijl we met afschuw de Telegraaf lezen. Na een stukje wandelen door Frejus komen we tot de conclusie dat de haven te ver is om heen te lopen. We besluiten om in een wat kleiner plaatsje een hotel te zoeken. De keuze valt op Saint Aygulf.
Als we even later (12.15 uur) het vlakbij Frejus gelegen Saint Aygulf bereiken is een hotel snel gevonden. We nemen een kamer in Le Petit Auberge pal achter een ‘grand’ van der Valk hotel. We hebben honger en wandelen het dorpje in. We proberen tevergeefs langs het water naar het centrum van het dorpje te lopen. De ‘happy few’ blijkt met hun decadente bungalows de kustlijn te blokkeren. Frappant is dat alle bungalows leeg staan tot hun eigenaren weer eens tijd hebben om een weekendje aan de Côte d’Azur te vertoeven. Via de haven wandelen we terug naar de hoofdweg richting het centrum en ploffen daar bij het eerste het beste restaurantje neer met een ‘riessen hunger’. Na een lekkere salade gaan we terug naar het hotel. Hier wordt in een paar lekker luie stoelen op de patio de Telegraaf verder uitgeplozen en ook de thrillers komen weer voor de dag.
Na een lekker luie middag wandelen we om 18.00 uur opnieuw naar het centrum van Saint Aygulf. De weg hierheen blijkt een racebaan te zijn. We zijn dan ook blij als we het centrale plein bereiken. Nadat we tevergeefs hebben gezocht naar een oud deel van Saint Aygulf drinken we wat op een terrasje aan dit plein. Onze plannen om hier wat te eten laten we snel varen. Door het verkeer kunnen we elkaar nauwelijks verstaan. We besluiten terug te lopen, de auto te pakken en naar Frejus te rijden. Hier aangekomen rijden we door naar de boulevard. In een restaurantje aan het strand, waar we vrijwel de enige klanten zijn, bestellen we een menuutje voor 110 franc. De ober licht toe hoe mijn (Monique) voorgerecht klaargemaakt dient te worden. De sneetjes stokbrood worden met teentjes knoflook ingewreven. Vervolgens wordt er een flinke schep heel sterke knoflooksaus opgesmeerd die op zijn beurt wordt bedekt met geraspte kaas. Als de bodem van het bord hiermee bedekt is mag er de vissoep overheen worden geschept. Net als dit voorgerecht blijken ook de andere gangen heerlijk. Als we de ober vragen waarom er zo weinig toeristen aan de Côte d’Azur zijn, legt hij in gebrekkig Engels uit dat het hier pas 2 dagen goed weer is en dat het waarschijnlijk zondag weer zal regenen. Rond 21.00 uur zijn we terug in het hotel. Terwijl ik (Monique) het reisverslag bijwerk, lukt het Paul 2 bladzijden in zijn boek te lezen zonder in slaap te vallen!

147 Kilometers

5e Dag 17-05-2000 Saint Aygulf - Saint Maxime - Saint Tropez – la Bouilladisse

Het is 9.30 uur als we via de kustweg naar het westen rijden. De eerste stop is een halfuur later in Saint Maxime. Na een taaie sandwich wandelen we wat door dorpje en verbazen ons in het haventje over een aantal grote jachten. Terug bij de auto gaan we op weg naar het decadente Saint Tropez.
We parkeren om 11.00 uur de auto op een gigantische parkeerplaats bij de jachthaven van Saint Tropez. Terwijl we ons langs de aanlegsteigers vergapen aan de jachten, die met gemak die in Saint Maxime overtreffen, horen we tromgeroffel in het centrum van het dorpje. Uit onze reisgids weten we dat men hier de vandaag jaarlijkse feestdag (bravade) van de heilige Torpes viert. Saint Tropez dankt zijn naam aan deze heilige, die door keizer Nero zou zijn onthoofd. Zijn lijk werd op een vlot gelegd. De dag dat het vlot met het ongeschonden lijk, in gezelschap van een hond en een haan (?), hier aanspoelde, wordt tot op de dag van vandaag gevierd. In het dorpje blijkt inmiddels de processie ter ere van Torpes in volle gang. De deelnemers marcheren in klederdracht door het dorp op de maat van een eenvoudig deuntje dat gespeeld wordt op fluitjes en trommels. Een kleine uitvoering van het vlot met Torpes, compleet met hond en haan, wordt net als borstbeelden van onder andere Torpes meegedragen in de processie. Als de priester die het eind van de processie vormt voorbij is, lopen we naar het oude centrum van Saint Tropez aan de haven. Via de smalle straatjes van Saint Tropez wandelen we langzaam naar de citadel boven het dorp. Terwijl we nog steeds de fluitjes en trommels in het dorp horen, hebben we vanaf de citadel een mooi uitzicht over Saint Tropez en de Middellandse Zee. Terwijl we terugwandelen komen we de processie opnieuw tegen. Ditmaal zien we ook het eerste deel waarin ook de vrouwen in klederdracht een aantal beelden met zich meedragen. Hoewel deze feestdag ons bezoek aan Saint Tropez iets extra’s geeft, laten we de festiviteiten voor wat ze zijn en wandelen terug naar de auto.
Als we verder naar het westen willen rijden, missen we een afslag. Hierdoor rijden we niet langs de kust maar volgen we een smalle bergweg. Als we opnieuw de kust bereiken, zoeken we in plaatsjes als le Lavandou en Cavalaire sur Mer een hotel. Tevergeefs, ze blijken in deze regio (veel) te duur, te afgelegen of gewoon niet aanwezig. Het is heet en we hebben zin in nog een luie middag. Daarom rijden we snel verder naar het westen in de hoop daar wel snel een hotelletje te vinden. Als we onze reisgids raadplegen lijkt ons het kustplaatsje Cassis wel wat. Via Toulon bereiken we Cassis. Hoewel het plaatsje gezellig aandoet is het vrijwel onmogelijk om met de auto het centrum te bereiken. Bovendien lukt het niet om de auto kwijt te raken. Terwijl ik ergens dubbel parkeer informeert Monique bij een hotelletje of er nog plaats is. Als dit zo blijkt te zijn moeten we nog steeds eerst de auto nog kwijt zien te raken. Na een uur (!) tevergeefs zoeken naar een plekje voor de auto geven we het op en rijden naar het noorden, richting Aix en Provence. Na nog een aantal mislukte pogingen vinden we in la Bouilladisse eindelijk een hotel (17.17 uur). Zo’n 120 kilometer en 5 a 6 uur in een snikhete auto maakten van wat een luie middag had moeten zijn een baalmiddag.
Als we de middag willen vergeten met een lekker diner is het nog een keer ‘slikken’. Monique heeft namelijk geen honger meer als ze haar andouillette, een soort loempia gevuld met ingewanden, opensnijd. Daarnaast (b)lijkt mijn biefstuk niet ‘medium’ maar recht van de koe, rauw dus. Tijdens het dessert begint het voor het eerst deze vakantie (zachtjes) te regenen. Voor we gaan slapen kijkt Monique naar de finale van de UEFA-cup, tussen Arsenal en Galataseray (Galataseray wint na strafschoppen) terwijl ik nog wat lees.

281 Kilometers

6e Dag 18-05-2000 la Bouilladisse - Aix en Provence - Gab

Onder een strak blauwe lucht beginnen we de dag met een ‘petit dejeuner’ op het buitenterras. We hebben besloten vandaag Aix en Provence te bezoeken. Om 9.40 uur verlaten we la Bouilladisse en rijden via een tolweg (12 franc) naar Aix en Provence.
20 minuten later bereiken we deze studentenstad en vinden al snel een parkeergarage vlakbij het ‘centre ville’. We wandelen het knusse centrum van de ‘stad der fonteinen’ in, naar de Cours Mirabeau. Hoewel het wegdek van voor naar achter openligt, blijft het langs deze brede laan gezellig door de vele winkeltjes, bistro’s en cafeetjes onder de grote platanen aan beide zijden van de ‘cours’. We volgen de Cours Mirabeau tot aan de Place du Général de Gaulle. Op dit plein laten we de route in onze reisgids voor wat hij is en dwalen kriskras door de straten. Via de Place d’Albertas en de Place de l’Hôtel de Ville bereiken we de Cathédrale Saint-Sauveur. De stad maakt zijn naam waar, op vrijwel elk van de vele pleinen in ‘Aix’ staat een fontein. We vervolgen onze route over de gezellig drukke markt op de pleintjes rond het stadhuis en gaan via de Klokkentoren op weg naar het Palais de Justice. Ook op het plein voor dit gebouw is het markt. Via een smal steegje bereiken we opnieuw de Cours Mirabeau. Dorstig ploffen we neer op het lekker zonnige terrasje van een Ierse Pub. Vervolgens gaan we tot slot op zoek naar de Fontein van de 4 Dolfijnen. Als we terug lopen naar de auto komen we weer tot de conclusie dat, hoewel ‘Aix’ een gezellige en typische Franse stad is, wij gewoon geen ‘stadsmensen’ zijn. Net als veel andere steden, houden we het ook in deze stad na een paar uur voor gezien. Omdat we weer toe zijn aan een portie natuur besluiten we naar de Franse Alpen te gaan.
Het is 12.20 uur als we deze van oorsprong Romeinse stad in noordelijke richting verlaten. Via de tolweg (60 franc) bereiken we Gab. Tevergeefs gaan we in 2 kleine dorpjes net voor deze grote stad op zoek naar een hotel. We hebben geen zin om nog lang te zoeken en rijden daarom door naar het centrum van Gab. Hier hebben we meer geluk, al snel hebben we een kamer in een 3 sterren hotel. We brengen de bagage naar de kamer en wandelen vervolgens het stadje in. Na wat zoeken vinden we een gezellig pleintje en nemen hier plaats op een terrasje. We hebben geluk omdat we nog net kunnen bestellen voor de keuken sluit. Opnieuw blijkt de Franse keuken veel beter dan verwacht, de spaghetti en de salade (Paul) smaken goed. Voor we terug wandelen naar het hotel dwalen we nog een tijdje door Gab, waar de echte toeristische trekpleisters ontbreken. Terug in het hotel lezen en zappen we wat, kortom we zijn lui.
Tegen de avond wandelen we terug naar het plein. Na een drankje op één van de terrasjes wordt het tijd om een hapje te eten. We kijken eens rond en kiezen uit de restaurantjes aan het plein een pizzeria. Na een Italiaanse hap zoeken we het hotel weer op. Voor we gaan slapen probeert Paul tevergeefs met de GSM naar huis te bellen.

182 Kilometers

7e Dag 19-05-2000 Gab - Alpe d'Huez - Aix les Bains

We vertrekken om 9.05 uur uit Gab en pikken even buiten de stad de Route Napoléon op richting Grenoble. Deze route dankt zijn naam aan het feit dat Napoleon, die in 1815 vluchtte van Elba het eiland waarheen hij verbannen was, via dezelfde route naar Parijs trok. Na de steile Col Bayard (1246 meter) zien we voor het eerst de hoge besneeuwde alpentoppen, gelegen in het Parc National des Écrins, opdoemen. Hoewel het landschap mooi is, voert deze route ons helaas niet naar de Alpenreuzen. Onderweg kopen we croissantjes en wat te drinken, ontbijten doen we onderweg. Het landschap tijdens het laatste deel van de route valt wat tegen, bovendien laten de Alpen zich steeds minder vaak zien. Omdat we deze bergketen toch wat beter willen zien besluiten we vandaag nog een Alpencol te rijden. Omdat we na de Mont Ventoux graag nog een col uit de Tour de France willen zien valt de keus op l’Alpe d'Huez. Vlak voor la Mure verlaten we kort de Route Napoléon voor een bezoek aan de 103 meter hoge Pont de Ponsonnas. Deze brug wordt regelmatig gebruikt voor bungee jumpen. Helaas vandaag niet, waarschijnlijk is het nog te vroeg in het seizoen. Terug op de Route Napoléon rijden we verder naar het noorden. Op 7 maart 1815 vond bij Laffrey de beroemde ontmoeting (la Rencontre de Laffrey) tussen Napoleon met zijn volgelingen en het leger Louis XVIII plaats. Het verhaal wil dat Napoleon naar voren trad en de soldaten vroeg op hun keizer en veldheer te schieten. In plaats van te schieten stelden de soldaten zich, onder het roepen van ‘vive l’empéreur’ (leve de keizer), achter Napoleon op. Hiermee was de triomf van Napoleon compleet en lag de weg naar Parijs voor hem open. Bij Laffrey staat op het terrein dat ‘le Praire de la Recontre’ heet, een standbeeld van Napoleon te paard ter nagedachtenis aan deze gebeurtenis. We stoppen hier dan ook even om het beeld van dichtbij te bekijken.
Als we verder rijden komen we er pas vlak voor Grenoble achter dat we in Vizille de afslag naar le Bourg d'Oisans aan de voet van de Alpe d'Huez gemist hebben. Terug op de goede route rijden we niet alleen het smalle dal naar le Bourg d'Oisans maar ook het slechte weer in. Voor het eerst deze vakantie is het zwaar bewolkt. We besluiten verder te rijden richting 'de alp' en daar verder te zien. Een paar kilometer verder breekt de bewolking en in le Bourg d'Oisans is de lucht weer strak blauw. Het uitzicht op de besneeuwde alpen is fantastisch. Terwijl we in le Bourg d'Oisans wat te eten kopen wordt duidelijk dat de meeste hotels hier 'fermez', ofwel gesloten zijn. We zullen dus ergens anders moeten overnachten. Maar dat is van later zorg, het is nu helder en daarom willen we naar de top van de 'Nederlandse' alp. We rijden het dorp uit en draaien linksaf. Voor de grote waterval, die in onze reisgids in deze bocht beschrijft, hebben de Fransen inmiddels een lelijke fabriek gebouwd. Even verder is een spandoek over de weg gespannen, de klim is begonnen! We bereiken bocht 1 van de 21 haarspeldbochten die l'Alpe d'Huez beroemd en berucht maakten. Terwijl we bocht na bocht stijgen en steeds verder over de alpen uit kunnen kijken, realiseren we ons dat ook deze col voor wielrenners bijzonder lang en zwaar moet zijn. Elke bocht is genummerd en op hetzelfde bord wordt een winnaar geëerd. Onder de winnaars opvallend veel Nederlanders: Kuiper, Zoetemelk (2x), Winnen (2x), Theunisse en Rooks. Terwijl we de top naderen wordt het uitzicht over de Alpen wordt steeds mooier. L'Alpe d'Huez wordt daarentegen steeds lelijker. Naast het (te) moderne kerkje van een (Nederlandse) pastoor is er op de top een bijzonder gevarieerd maar vooral lelijk assortiment hotels weggezet die de ski-industrie in de winter van toeristen moeten voorzien. Dit verklaart ook de vele skiliften en kale toppen in de directe omgeving van de alp. Bovenop l' Alpe d'Huez (14.00 uur) trekken we de conclusie dat recente aanplantingen van dennenboompjes ten spijt, deze top naar de knoppen is, waarschijnlijk net als vele anderen. Het uitzicht maakt echter veel goed. Voor de enkele fietsers die we onderweg hebben gezien is er in het hele dorp één cafeetje geopend waar zij kunnen 'klokken' na hun beklimming. Net onder de top zetten we de stoeltjes (toch niet voor niets meegenomen) in de berm en eten wat. Terwijl we van het mooie weer en het prachtige panorama genieten zien we af en toe wat wielrenners binnendruppelen die we ruim een uur geleden hebben ingehaald. We kunnen alleen maar meer respect hebben voor de profs die hier in minder dan 40 minuten naar boven 'knallen'. Wat verder zien we een paraglider die maar niet los lijkt te kunnen komen van de top en 'voortdurend' neerstort op de alp. Als hij het opgeeft pakken ook wij onze biezen en dalen af. In le Bourg d'Oisans besluiten we, gezien de gesloten hotels, door te rijden naar Aix les Bains.
Over de tolweg (29 franc) bereiken we via Grenoble en Chambéry om 16.15 uur Aix les Bains. In Hotel du Parc nemen we een kamer. Als de auto in de garage van het hotel staat gaan we naar de kamer en zijn een uur lui. Het is 19.00 uur als we het centrum van dit kuuroord aan het Lac du Bourget gaan verkennen. Op verschillende plaatsen is er muziek en wordt er gedanst. Overal in het centrum en de parken staan gele stoelen a la de witte fietsen in het Nederlandse Kröllermuller Museum. Onze reisgids heeft het bij het rechte eind, ‘Aix’ blijkt gezellig. De vele casino’s die ook in de gids worden vermeld komen we echter niet tegen. Wat verder opvalt is de hoge leeftijd van de mensen op straat. Of zij op de casino’s af komen is ons niet duidelijk. In elk geval zijn zowel de bejaarden als de casino’s voor ons de zoveelste parallel met de ‘States’, in dit geval Las Vegas. Na een terrasje en hapje eten zijn we rond 20.30 uur terug in het hotel. Voor we gaan slapen werken we het reisverslag bij, lezen wat en kijken TV.

311 Kilometers

8e Dag 20-05-2000 Aix les Bains - Annecy

Na een ‘petit dejeuner’ en een controle van ‘d΄huile’ vertrekken we (10.15 uur), hoewel het volgens de ober van het hotel vannacht heeft geregend, onder een strak blauwe hemel naar het noorden. In plaats van via de ‘peage’ (tolweg)kiezen we voor een route binnendoor naar het 30 kilometer verder gelegen Annecy.
Als de auto in een ‘parkhus’ vlakbij het in Nederland wereldberoemde Meer van Annecy is geparkeerd, wandelen we naar de oever van het ‘lac’. Hier ploffen we neer op een bankje (11.30 uur), lezen en luieren wat en genieten volop van het heerlijke weer. Omdat het bij mij (Paul) zoals gewoonlijk na een uurtje stilzitten weer begint te kriebelen besluiten we Annecy, het Venetië van de Alpen, te gaan verkennen. Op de plaats waar de rivier de Thiou uit het meer ontspringt, groeide Annecy in de 5e en 6e eeuw uit tot een Romeinse stad, genaamd Boutae. Annecy werd in de loop der eeuwen een centrum van politieke macht en ontwikkelde zich tot een versterkte vesting. Veel oude gebouwen in het oude centrum van de stad herinneren aan die tijd. Terwijl een aantal zwanen in Thiou zwemmen wandelen wij langs de oever van de rivier langs prachtige oude gebouwen, door smalle steegjes Annecy in. Er lijkt zo weinig veranderd in het straatbeeld, dat het weinig moeite kost om voor te stellen hoe het er hier in de Middeleeuwen aan toe moet zijn gegaan. We passeren onder andere le Palais de l’Isle. Dit gebouw, dat achtereenvolgens dienst deed als burcht, gerechtshof, gevangenis, werkplaats en inmiddels in gebruik is als museum, dankt zijn naam aan het feit dat het vanaf de brug lijkt of dit gebouw uit de 12e eeuw als een boot in de rivier drijft. Op een terrasje van een Italiaans restaurantje aan de oever van de rivier vinden we ondanks de drukte een prima plekje. Als we na de lunch Annecy verder verkennen blijkt het oude centrum kleiner als verwacht. Daarom zijn we ook wat eerder uitgekeken als gepland en besluiten een ritje rond het meer te maken.
Nadat we een krantje hebben gekocht pikken we de auto op en beginnen om 14.30 uur tegen de richting van de klok in aan de rit rond het meer. Aan de overkant van het ‘lac’ maken we een stop. Pal aan het water pluizen we de Telegraaf uit. Terug in Annecy (16.15 uur) gaan we op zoek naar een hotel. Na wat zoeken vinden we een hotel aan de rand van de oude stad. Na het inchecken brengen we de bagage naar de kamer en zetten de auto in een parkeergarage even verderop. Vervolgens wandelen we kriskras door de stad. Het is zaterdag, prachtig weer en dus is het druk in de winkelstraten en de oude steegjes. Moe van het slenteren zoeken we het hotel weer op. Terwijl we op de hotelkamer luieren, zien we Chelsea de FA-cup winnen.
Omdat we niet goed weten wat we in het noorden van Frankrijk nog willen zien en er voor dit gebied erg slecht weer is voorspelt, besluiten we wat eerder dan gepland terug naar huis te rijden. Daarom gaan we rond 19.00 uur, in het oude centrum, op zoek naar een terrasje om ons (voorlopig) laatste Franse avondmaal te nuttigen. Na het diner maken we een korte wandeling naar het, boven het stadje gelegen, ‘chatteau’. Terug in de oude straatjes concluderen we, op een terrasje onder het genot van een kop koffie, dat het oude centrum van Annecy weliswaar klein maar authentiek en erg gezellig is. Het is 21.30 uur als we terug zijn in het hotel.

74 Kilometers

9e Dag 21-05-2000 Annecy - Tilburg

Met een (bijna) lege tank rijden we om 8.00 uur richting de snelweg. Terwijl we steeds meer spijt krijgen dat we niet in Annecy getankt hebben zakt de naald van de benzinemeter verder en verder naar nul. (Uit)eindelijk vinden we net voor de snelweg een tankstation dat net open gaat. Terwijl ik tank koopt Monique bij de Spar (open op zondag!) wat te eten, te drinken en een paar flesjes wijn voor het thuisfront.
Bij Nantua bereiken we de tolweg naar Nancy. Het is erg rustig op de snelweg. Kilometers lang zien we geen enkele auto en kunnen dus goed doorrijden. Zo’n 50 kilometer na Dyon stoppen we om 11.00 uur kort voor een sanitaire stop en een broodje. Als we weer onderweg zijn begint het te regenen. De volgende tankstop is om 12.41 uur net voor de Belgische grens bij Metz. Ruim 2 uur later stoppen we bij een AC-restaurant om een hapje te eten. Om 15.00 uur zijn we weer ‘en route’ . We passeren Luik en bereiken even later de Nederlandse grens. Na een lange file bij knooppunt de Hogt zijn we om 15.23 uur weer thuis.
Hier eindigt onze korte maar mooie ‘Tour de France’. Naast de onverwacht lekkere ‘cuisine’, de leuke stadjes en de decadente Côte d’Azur was het toch vooral de natuur, de indrukwekkende Alpen en de schitterende canyons, die indruk op ons heeft gemaakt. Het was onze eerste trip door Frankrijk maar zeker niet de laatste!

900 Kilometers



HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp