|
DAG 29 - 50
Dag 29 11-05-1995 Mankato - Norton 93 mijl
We rijden al vroeg weg want er wordt in de middag weer onweer voorspeld. We hebben eindelijk weer eens goed fietsweer; prima temperatuur en maar weinig wind tegen. Om 16:30 uur bereiken we Norton, we bezoeken hier een zus van Oom Donald. We worden hartelijk ontvangen door Wilma en Duane Winder. Zij is vreselijk dik en hij loopt mank en knauwt echt Amerikaans, maar ze zijn erg aardig. De meeste Amerikaanse huizen zijn gelijkvloers en gebouwd van hout (goedkoper en beter bestand tegen aardbevingen). Zo ook het huis van de 'Winders', alleen de kelder is kompleet ingericht als tweede huis; slaapkamer, keuken, woonkamer, douche en WC alles er op en er aan. Dat gedeelte van het huis is voor ons bestemd. We krijgen een typisch Amerikaanse maaltijd voorgeschoteld; steak, mais, salade en fried chicken. Onze kleren worden gewassen en 's avonds worden we meegenomen op 'sightseeing Norton', er valt bijna niets te zien op een paar prairi-dogs na (een soort hamster). In de kelder van het huis staat een grote pooltafel, dus hoe we de rest van de avond hebben doorgebracht laat zich raden.
Dag 30 12-05-1995 Norton
Ondanks het regenachtige weer en de harde wind nemen we, na een goed ontbijt, afscheid van Wilma en Duane Winder. We zijn goed en wel Norton uit als Ivo lek rijdt, dat is snel hersteld. Na 9 mijl krijg ik op een zeer slecht wegdek een klapband, dat is een serieuzer probleem want we hebben geen reserve buitenbanden bij. Er zit maar een ding op en dat is Duane Winder vragen of hij me op komt halen. Ivo rijdt terug naar Norton en na drie kwartier kou lijden word ik met een pick-up truck opgehaald. Nu is het zaak om ergens 'in the middle of nowhere' een paar goede buitenbanden te kopen. In Norton is uiteraard geen fietsenwinkel aanwezig, daarom belt Duane naar wat omliggende plaatsen om daar te informeren. De dichtstbijzijnde fietsenmaker is in Kearney (Nebraska), dat is 90 mijl van Norton vandaan. Duane vindt dat echter de gewoonste zaak van de wereld en rijdt er met plezier naar toe. We leggen dus in totaal 290 km af voor 4 buitenbandjes en een aantal binnenbandjes. Het is dus een geluk bij een ongeluk dat we dit probleem hier hebben en niet ergens waar we helemaal op ons zelf zijn aangewezen.
Dag 31 13-05-1995 Norton - Oakley 93 mijl
Voor de tweede keer nemen we afscheid van Wilma en Duane Winder, en op nieuwe banden zetten we onze reis voort. Het is prachtig weer en na ruim 7 dagen verlaten we 'Route 36 West'. Na 40 mijl rijd ik door een aantal doorns, voor en achter een lekke band met in totaal maar liefst 13 gaten er in. Als we de voorband verwisselen loopt hij kort daarna weer leeg; de buitenband zit vol doorns (3 lekke banden dus). Het is vandaag weer om te kamperen maar in Oakley zijn echter geen campings aanwezig dus zoeken we maar weer een motel op. Er zijn vooral dure motels van rond de $ 50,=, we vinden er gelukkig een voor $ 30,=.
Dag 32 14-05-1995 Oakley - Cheyenne Wells 89 mijl
Nog voor we willen vertrekken ontdekken we een lekke voorband bij Ivo, het gaat hard de laatste dagen met de lekke banden (13 tot nu toe). Het is opnieuw prachtig weer. Het landschap is ongeveer hetzelfde als in de voorgaande dagen, het begint wat meer op een prairie of een steppe te lijken; een uitgestrekte grasvlakte. Landbouw komen we nauwelijks meer tegen. Het wordt iets heuvelachtiger, we naderen de Rockie Mountains. Na 40 mijl passeren we weer een tijdzone, het is nu 8 uur tijdsverschil met Nederland. Niet veel later rijden we de volgende staat binnen: Colorado. In Cheyenne Wells gaan we voor het eerst sinds lange tijd weer kamperen. Het bord van een motel geeft aan dat er ook een camping aanwezig is. Deze blijkt echter al lang te zijn verdwenen. We mogen wel achter het motel op een grasveld onze tent op zetten en voor $ 5,= mogen we gebruik maken van de douche en WC van een motelkamer. Het wordt hier 's avonds erg vroeg donker (20:00 uur), we kunnen weinig doen en gaan dus maar vroeg naar bed.
Dag 33 15-05-1995 Cheyenne Wells - Ordway 109 mijl
Het is een warme dag vandaag (35° C) en de teller passeert de 2000 mijl (3200 km). We komen in 109 mijl 5 gehuchten tegen en ze stellen geen van allen iets voor. De enige behoorlijke plaats is Ordway, en dat is wel een heel eind in deze temperatuur. In Haswell (een gat van 10 inwoners) kopen we bij een benzinepomp een koude cola. De Amerikaanse achter de kassa vraagt of we onze naam in het gastenboek willen schrijven. Ze pakt een boek en schrijft bovenaan de eerste bladzijde: 1995, en vervolgens mogen wij onze naam opschrijven. We zijn dus de eerste klanten in dit jaar (15-05-1995!, hoezo 'middle of nowhere'). Met 2 lekke banden van Ivo in de laatste 10 mijl halen we Ordway, waar we gelukkig snel een goede camping vinden.
Dag 34 16-05-1995 Ordway - Pueblo 64 mijl
Kort nadat we de camping verlaten zien we voor het eerst de Rockie Mountains liggen. Het gebergte rijst uit het niets omhoog. Het gebied waar we vandaag in fietsen tot aan Pueblo is nagenoeg helemaal vlak, even na Pueblo zijn er meteen bergen van 3000 m en hoger. In Pueblo ligt op het postkantoor onze post uit Nederland te wachten. We liggen 10 dagen voor op ons schema dus niet alle post is al gearriveerd. Wat er nog mocht komen laten we door sturen naar ons laatste adres in Stockton (California). Het is best leuk om op deze manier post te krijgen, terwijl ik aan de andere kant van de wereld zit. Bij een fietsenmaker kopen we 2 nieuwe buitenbanden en 4 binnenbanden, we hebben onze les geleerd uit Norton. Vanaf nu hebben we altijd reserve buitenbanden bij. Gezien de zeer donkere onweerswolken zoeken we maar weer een motel op. Daar moeten we wel de hele stad voor door. We zijn net op tijd binnen, het begint te regenen en het houdt de hele avond niet meer op. Voor morgen zijn de vooruitzichten nog veel slechter (als dat nog kan).
Dag 35 17-05-1995 Pueblo
Om 07:30 uur regent het pijpestelen, de keuze is makkelijk; we blijven maar weer eens een dag in het motel. Het stortregent de gehele dag, we kunnen de deur niet eens uit om iets te kopen. In de bergen valt zelfs erg veel sneeuw. We kijken wat TV, we repareren en poetsen onze fietsen en 's avonds gaan we tussen de buien door naar een buffet en eten ons helemaal vol.
Dag 36 18-05-1995 Pueblo - Royal Gorge Bridge 73 mijl
Het is mooi weer en voor het eerst vertrekken we zonder wielerjack. Als we buiten Pueblo zijn hebben we meteen een prachtig uitzicht op de Rockies (Pikes Peak). Het gaat lange tijd bergop, niet erg steil gelukkig. In de middag komen we in Cañon City, hier is de hoogste hangbrug ter wereld (The Royal Gorge Bridge), 300 m boven Arkansas River. De brug ligt echter wel 8 mijl buiten de stad, en wel 8 mijl bergop. De entreeprijs is $ 10,= per persoon maar als we toevallig richting een slagboom rijden (de brug is gesloten voor verkeer) gaat deze gewoon open. Men denkt blijkbaar dat we al betaalt hebben en dat we staan te wachten tot dat de slagboom opengaat. De brug is best mooi maar wel erg toeristisch. We zoeken de dichtstbijzijnde camping op en zetten net voor het onweer onze tent op. In de hele omgeving is niet een fatsoenlijke winkel te bekennen en het enige restaurant dat er is, is natuurlijk vandaag gesloten. We eten dus onze (nood)blikken op. De camping is net open, de eigenaar is nog volop aan het werk en we zijn een van de eerste gasten dit seizoen. Er zitten veel Kolibries op deze camping, ze komen op de drinkflessen af die bij het kantoor hangen. Dit superkleine vogeltje is niet erg bang, we kunnen tot op een halve meter bij ze komen en bijna aanraken.
Dag 37 19-05-1995 Royal Gorge Bridge - Maysville 61 mijl
We beginnen met een heerlijke afdaling naar Arkansas River. De komende 45 mijl rijden we langs deze rivier, dat is dus een nagenoeg vlakke weg. Op een kleine bui na hebben we vandaag weer ideaal fietsweer (25° C). In Salida kopen we onze boodschappen en rijden dan de laatste 9 mijl naar de camping. Dat zijn de zwaarste mijlen van vandaag, het gaat valsplat omhoog, er zit een paar kilo boodschappen in onze tassen en we hebben uiteraard harde wind tegen. We overnachten op een prima camping met uitzicht op besneeuwde bergtoppen.
Dag 38 20-05-1995 Maysville - Gunnison 56 mijl
Vandaag wacht de Monarch Pass, 11312 feet hoog, dat is 3711 meter. Zodra we de camping verlaten krijgen we meteen deze kuitenbijter voor onze kiezen, half wakker beginnen we aan de 20 km lange klim. Binnen vijf minuten ben ik zeiknat van het zweet. Na zes mijl komt de eerste sneeuw in zicht en wat verder ligt de sneeuw zelfs 1 meter dik langs de weg. De uitzichten zijn prachtig. De klim is gelukkig niet erg steil (7 à 8 %), de lengte maakt hem erg zwaar. Na 1,5 uur klimmen bereiken we eindelijk de top. Hier ligt de sneeuw nog 2 meter dik terwijl er hier normaal gesproken, in dit gedeelte van het jaar, helemaal geen sneeuw ligt (de winter duurt dit jaar erg lang). Er zijn meer fietsers op de top, een van hen maakt voor ons de foto van het hoogste punt van onze reis. We trekken een jack aan tegen de kou en beginnen dan aan de afdaling, 16 km niets doen, heerlijk! Beneden aangekomen staat er tot onze verbazing een zeer harde tegenwind. Dat maakt de 32 mijl tot Gunnison nog behoorlijk zwaar. Er hangen weer donkere onweerswolken voor ons, onderweg moeten we zelfs nog een kwartier schuilen tegen de regen. Ik rijd weer eens een keer lek, dat was toch al weer drie dagen geleden. Gezien het slechte weer kiezen we maar weer voor een motel. 's Avonds eten we in een Chinees restaurant. Aan de serveerster vragen we waar we vanavond een bar kunnen vinden, het is tenslotte zaterdagavond. Ze vertelt ons dat er een zaaltje is waar een band op zal treden. Het blijkt een typisch Amerikaanse gelegenheid te zijn; countrybar, rock & roll band, cowboys, poolbiljart en veel Budweiser. Later op de avond gaan we naar een andere kroeg waar we door 2 Amerikanen uitgedaagd worden om te poolen (we verliezen 2x).
Dag 39 21-05-1995 Gunnison - Montrose 66 mijl
Met een lichte kater stappen we laat in de morgen weer op de fiets. Als we Gunnison goed en wel verlaten hebben rijd ik lek. Het is vandaag zondag en we komen verschillende fietsers tegen, onder andere twee toerfietsers. We rijden langs een prachtig gelegen meer in een schitterende omgeving. We krijgen nog 2 zware beklimmingen te verwerken, zelfs tot op sneeuwhoogte. De tegenwind maakt zelfs van de afdaling een zware klus. Ik word zo langzamerhand knettergek van die klotenwind, eerst zweten we ons een berg op, vervolgens moeten we in de afdaling gewoon bijtrappen om niet helemaal stil te vallen! Ondanks die tegenwind is dit vandaag wel de mooiste rit tot nu toe (veel foto's genomen). In Montrose vinden we snel een goede camping met zowaar wat andere kampeerders. Dat was bij de voorgaande campings niet zo, daar stonden we zowat helemaal alleen. De camping ligt tegenover een buffetrestaurant, dus voor $ 7,= per persoon eten we ons weer helemaal vol, daar kun je niet voor gaan koken.
Dag 40 22-05-1995 Black Canyon of the Gunnison 46 mijl
Vandaag gaan we op de fiets naar de Black Canyon. We laten alle bagage op de camping achter en met één fietstas met wat eten en een fototoestel gaan we op pad. Het is 6 mijl stevig klimmen naar het begin van dit National Monument (entree $ 2,=). Dan volgt er een 10 mijl lange weg langs een werkelijk schitterende canyon. Onderweg zijn 12 punten aangelegd van waaruit we geweldige uitzichten over de canyon hebben. De rivier ligt soms honderden meters diep tussen de rotsen. De afdaling naar de rivier laten we voor wat hij is want dat is het nadeel als we met de fiets zijn, die kunnen we nergens alleen laten. De terugweg is een fluitje van een cent, bijna alles gaat bergaf.
Dag 41 23-05-1995 Montrose - Fruita 82 mijl
Het weer vertoont al dagen hetzelfde beeld; 's morgens mooi warm weer en 's middags bewolkt, harde tegenwind en af en toe regen. Na 10 mijl krijg ik op een vierbaans weg de bijna dagelijkse lekke band. Een vriendelijke automobilist stopt en vraagt of hij kan helpen maar dat is niet nodig. Het gaat bijna de gehele dag licht bergaf, dat schiet dus lekker op. In Grand Junction valt het niet mee om een geschikte camping te vinden. We rijden, na lang zoeken, de stad uit naar Fruita en gaan daar naar een goede camping vlak bij het Colorado National Monument. We hebben een mooi uitzicht op de typisch rode Amerikaanse rotsen.
Dag 42 24-05-1995 Colorado National Monument 42 mijl
De entree naar dit National Monument is vandaag gratis (normaal $ 2,=). Een pittige klim brengt ons naar het plateau dat uitzicht biedt op een schitterende rotspartij. Prachtige rode rotsen toornen moederziel alleen uit de aarde omhoog. Dit is typisch Amerika, deze natuur kom je nergens anders ter wereld tegen. Hier kunnen we echt duizenden foto's maken, na elke bocht zien we weer iets anders, iets mooiers. Zoals gewoonlijk wordt het ook vandaag slechter weer. We schuilen een half uur bij een 'viewpoint', er zijn slechtere plaatsen te bedenken om tegen de regen te schuilen. Als het droog is beginnen we aan de rondrit door het park van 30 mijl. We kijken onze ogen uit. Zelfs op een 'rustdag' als vandaag rijd ik lek, maar ik heb nog nooit met zo'n mooi uitzicht een bandje verwisseld. Tegen het einde van de rit begint het opnieuw te regenen, en niet zo'n beetje ook. We waren van plan om dezelfde weg terug te nemen om alles nog een keer van de andere kant te bekijken, maar door het slechte weer kiezen we maar voor de kortste weg naar de camping. Een afdaling in de stromende regen is linke soep, dus we gaan helaas met gematigde snelheid de berg af. Met een nat pak komen we op onze camping aan. We wassen en drogen onze kleren en 's avonds eten we in de regen heerlijke spaghetti.
Dag 43 25-05-1995 Fruita - Moab 95 mijl
Om 08:30 uur zitten we al weer op de fiets. Na een uur fietsen rijden we Utah binnen, de negende staat. We rijden op een zeer slechte weg terwijl we niet eens weten of we wel goed zitten. Gelukkig komen we op Interstate 70 uit, op deze snelweg moeten we 15 mijl afleggen. Dit is niet de leukste weg om op te fietsen maar het enige alternatief dat we hebben is 180 mijl omrijden, de keuze is dus niet zo moeilijk. Het gaat er lekker hard en zonder dat we politie tegen komen gaan we er weer vanaf. We ontmoeten een collega-fietser, op een ligfiets nog wel! Het is een Zwitser die bezig is aan een fietstocht van 2 jaar (Alaska, Canada en Amerika), en wij maar denken dat we lang weg zijn. Er hangt inmiddels een zware onweersbui voor ons, de lucht wordt pikzwart. We krijgen een verschrikkelijke plensbui op ons dak, gelukkig kunnen we even later schuilen onder een viaduct (en veel viaducten zijn er hier niet!). Na een uur schuilen rijden we weer verder. We beginnen alle twee behoorlijke honger te krijgen, we zijn vanmorgen met iets te weinig eten vertrokken. We moeten nog 30 mijl, nog 2 uur dus, dat houden we nog wel vol. Maar dan volgt het mooiste gedeelte van onze tocht tot nu toe, en mooier kan het eigenlijk ook niet meer worden: ROUTE 128!! Hier geloven we onze eigen ogen niet, dit is Amerika zoals we dat alleen maar van TV kennen. Geweldige mooie rotsen in een schitterende vallei. Colorado River slingert zich tussen honderden meters hoge steile wanden. Als we gisteren duizenden foto's konden maken dan kunnen we er vandaag wel miljoenen maken. Gelukkig breekt de zon eindelijk door en maken we de mooiste foto's. Dit is absoluut de mooiste weg ter wereld, en niet eens een National Park! In plaats van de geplande 2 uur doen we er maar liefst 5 uur over, barstend van de honger komen we in Moab aan. Als ik in Moab de weg over wil steken word ik licht aangereden door een pick-up truck. Ik sta op de vluchtstrook te wachten tot ik over kan steken als ik achter me een hard remmende auto hoor. Ik spring snel op m'n fiets maar wordt toch van achteren op mijn slaapzak geramd. Er stapt een dove, blinde, tandeloze opa uit, die een paar woorden mompelt en dan verder rijdt. ik heb het er af gebracht met een verbogen bagagedrager en meer niet. Op de camping in Moab zijn erg veel fietsers, vooral mountain bikers die hier komen voor de slickrocks; lange gladde rotsen midden in de natuur.
Dag 44 26-05-1995 Arches National Park 56 mijl
Om 09:00 uur beginnen we aan de klim naar Arches National Park. Het is moeilijk te omschrijven wat hier te zien is, het is prachtig. Een hoogvlakte met schitterende rotspartijen, het is net een maanlandschap. Ik weet echt niet meer wat ik van de laatste dagen het mooiste moet vinden en dat wil ik graag zo houden. Na 15 mijl gefietst te hebben komen we de eerste Arches tegen, onvoorstelbaar dat het zo kan ontstaan. Delicate Arch is de bekendste boog in het park, deze staat helemaal alleen en is een echte boog terwijl de andere arches meer op natuurlijke bruggen lijken. Een wandelpad van 1 mijl gaat naar Delicate Arch, maar doordat we de fietsen niet alleen kunnen laten zien we er maar vanaf. In onze dagelijkse regenbui rijden we naar het eind van het park (Devils Garden). Hier beginnen vele wandeltochten naar verschillende arches, maar ook daar kunnen we niet aan meedoen. We schuilen een half uur onder het afdak van een Wc-gebouwtje en beginnen dan aan de terugtocht, dat is helaas dezelfde weg. We krijgen een knetterende hagelbui te verwerken met keiharde windstoten. Gelukkig gaat het vooral bergaf en het laatste stuk gaat zelfs met wind mee. Onze tent staat onder een afdak dus onze spullen blijven mooi droog. Het regent verder bijna de gehele avond, we eten daarom maar in een (Duits) restaurant.
Dag 45 27-05-1995 Moab - Monticello 63 mijl
Als we Moab verlaten rijden we meteen een ander landschap in, de rode rotsen zijn voor even verleden tijd. We hebben de wind hard op kop en het gaat valsplat omhoog, de grote molen krijgen we maar moeilijk rond. We passeren Wilson Arch, een boog vlak langs de weg. Hier rijd ik voor de afwisseling weer eens een keer lek. Het laatste stuk naar Monticello gaat stevig omhoog, het totale hoogteverschil dat we vandaag overbruggen is 1 kilometer. In Monticello vinden we een perfecte camping voor maar $ 8,=. 's Avonds komt er een fietser met zijn tent naast ons staan, het blijkt een Nederlander te zijn. Hij heet Roy en komt uit Den Haag. Hij is bezig aan een fietstocht van 6 weken, van San Francisco naar Denver. Het traject dat hij achter de rug heeft hebben wij dus nog voor de boeg, en andersom. We kunnen elkaar dus ongeveer vertellen wat ons nog te wachten staat. Ook Roy heeft de Zwitserse ligfietser ontmoet die wij 2 dagen geleden tegenkwamen.
Dag 46 28-05-1995 Monticello - Blanding 22 mijl
Om 07:00 uur is het zwaar bewolkt. We ontbijten, pakken onze spullen in, tuigen de fiets op en nog voor dat we vertrekken begint het te regenen. We stoppen onder een afdak om te schuilen en we repareren wat lekke binnenbandjes. Na drie kwartier wachten rijden we toch maar weg want het ziet er niet naar uit dat het snel droog zal worden. In de stromende regen en met steenkoude voeten 'vliegen' we richting Blanding. Het gaat keihard, we glibberen met 65 à 70 km/h met slecht zicht van de bergen af (best wel gevaarlijk). We zien niet veel van de omgeving, maar ik geloof dat er toch niet veel te zien is. Na een uur fietsen arriveren we in Blanding waar we snel een motel opzoeken. We warmen ons op en doen de rest van de dag niet veel.
Dag 47 29-05-1995 Blanding
We zijn van plan om heel vroeg weg te rijden want we hebben een lange maar vooral mooie dag voor de boeg. We willen Natural Bridges National Monument bezoeken en de Valley Of The Gods. Om 06:00 uur regent het echter pijpestelen, we wachten en wachten. Het weer blijft slecht, als we zouden vertrekken is dat zonde want dan zien we bijna niets van de omgeving. We blijven dus maar weer eens een dag in het motel. We poetsen onze fiets (de hele vloerbedekking vol met smeer) en ontdekken opnieuw een lekke band, deze keer bij Ivo.
Dag 48 30-05-1995 Blanding - Mexican Hat 102 mijl
Na een ontbijt in een restaurant in Blanding beginnen we om 07:20 aan de ruim 100 mijl die we vandaag voor de boeg hebben. We rijden de hele dag over een 'Scenic Byway', er valt dus genoeg te zien onderweg. Na 34 mijl bereiken we Natural Bridges National Monument. De rondweg van 22 mijl voert langs de drie grote bruggen in dit park. De bruggen zijn erg mooi maar vergeleken met de natuurpracht van de voorgaande dagen is dit toch het minst indrukwekkende park dat we tot nu toe bezocht hebben, we zijn verwend de laatste dagen. We vervolgen onze weg richting Mexican Hat. We komen een kudde koeien tegen die midden op de weg staan, we zigzaggen er doorheen en even later komen we boven op het plateau dat uitzicht biedt over 'The Valley Of The Gods'. Een geweldig uitzicht over een typisch Amerikaanse vallei. De 3 mijl lange afdaling de vallei in gaat over een grindpad. Met half dicht geknepen remmen rijden we naar beneden (zonder lek te rijden!). Vlak voor Mexican Hat gaan we naar de 'Goosenecks', de canyon van de San Juan River. Dit is echt schitterend, we staan met onze neus bovenop een geweldig mooie canyon die bestaat uit enkele zeer scherpe bochten. We hebben een lange maar prachtige dag achter de rug waarin we erg veel gezien hebben. Het was ook een uitgestorven dag, 102 mijl zonder een plaatsje of zelfs maar een huis tegen te komen. Als we dachten dat Kansas verlaten was, Utah is misschien nog wel erger, maar hier is tenminste wel iets te zien.
Dag 49 31-05-1995 Mexican Hat - Kayenta 47 mijl

Meteen als we Mexican Hat verlaten zien we aan de linkerkant Monument Valley liggen, dit is het gebied waar de Amerikaanse westerns zijn opgenomen. We bezoeken dit park niet want dan moeten we 34 mijl omrijden en we komen hier waarschijnlijk nog terug met de auto. We ontmoeten twee andere toerfietsers, beide Duitsers. De ene fietst van Phoenix naar Denver en de ander is bezig aan een 2 jaar lange fietstocht van Argentinië naar Alaska (hij is in Honduras zelfs beroofd van alles wat hij bij had, maar hij gaat gewoon door). We verlaten Utah en rijden Arizona binnen. Het is een warme dag vandaag en 47 mijl naar Kayenta is voldoende. Kayenta ligt in het Navajo Indian Reservation en is een typisch indianen stadje. We vragen bij het politiebureau of er een camping is, die is er niet maar we mogen onze tent op een veld achter het politiebureau opzetten. Bij een wasserette aan de andere kant van de straat kunnen we douchen.
Dag 50 01-06-1995 Kayenta - Tuba City 76 mijl
Bij vertrek is het al behoorlijk warm. De plaatsjes die we onderweg tegenkomen zijn vaak niets meer dan een paar huizen, er is dus ook niets te koop. We ontmoeten weer een collega fietser, deze Amerikaan uit Colorado is al 3,5 jaar onderweg (werken en fietsen) en nu op weg naar huis. In Tuba City vinden we een ideale camping naast een buffetrestaurant. Vlak voor we daar aankomen rijd ik van een halve meter hoge stoeprand af. Gelukkig beschadigt er niets en kom ik wonder boven wonder niet ten val.
|