TravelSource.nl Logo 
HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp
Afrika Auteur : Paul en Monique Schilders
Azië 
Australië E-mail adres : monique.schilders@planet.nl
Europa 
 Noord Amerika URL Homepage : http://home.planet.nl/~monique.schilders/
Zuid Amerika   Duitsland   Egypte   Florida   Frankrijk  Italië  (Sicilië)  Jordanië   Israël
Wereldreizen Reisverhalen : N.Zeeland  Noorwegen  Ruta Maya   USA+Canada   USA   Zuidelijk Afrika






 Deel 1 USA west en Canada reisverslag Paul en Monique Schilders. TravelSource.nl

USA/Canada '98

1e DAG 22-07-1998 Tilburg - Amsterdam Las Vegas

Op Schiphol lopen we naar balie 24 om in te checken voor de vlucht naar de USA. Waarschijnlijk omdat we met de Amerikaanse maatschappij United Airlines vliegen zijn de veiligheidsmaatregelen enorm. Niet alleen wordt onze bagage al doorgelicht voor we ingecheckt hebben, ook worden we ondervraagd door een veiligheidsfunctionaris. Als we uiteindelijk zijn in gecheckt halen we bij de PTT de gereserveerde GSM-telefoon op, die geschikt is voor het Amerikaanse net, zodat we de komende 4 weken bereikbaar zijn.

Het is 12.00 uur als we aan boord gaan van een nieuw type Boeiing, namelijk een 777. Op het geplande tijdstip van vertrek (12.30 uur) krijgen we te horen dat we pas een halfuur later zullen vertrekken in verband met een druk 'vertrekvenster' richting de Atlantische Oceaan. Veel meer vertraging hopen we niet te krijgen omdat we in Washington DC maar 1 uur de tijd hebben tot onze aansluitende vlucht naar Las Vegas vertrekt.

Zonder verdere vertraging stijgen we om 13.00 uur op en vertrekken richting de oostkust van de 'States'. Zo'n 8 uur later zetten we de landing in naar Dulles Airport, het vliegveld van Washington DC, de hoofdstad van Amerika. Tijdens het aanvliegen kijken we uit over een 'Nederlands landschap' en zien in de verte het White House. Om 15.15 uur plaatselijke tijd landen we en zijn na 3 jaar eindelijk terug in de 'States'.

Na de 'transfer' op 'Dulles' moeten we tot 17.15 uur wachten op de aansluitende vlucht. Precies op tijd vertrekken we voor de 4 uur durende vlucht naar Las Vegas. Ondanks het feit dat tijdens de daling wordt medegedeeld dat het bewolkt is en licht regent in 'Vegas' hebben we een goed uitzicht over Lake Mead en de omringende woestijn. Tijdens de daling heeft Monique door drukverschillen last van een sterke hoofdpijn. Om 19.00 uur plaatselijke tijd landen we en rijden vervolgens met de metro naar het hoofdgebouw van het vliegveld. Terwijl we op onze bagage staan te wachten zorgen de rinkelende gokautomaten langs de bagageband ervoor dat we ongeduldig worden, we willen de Strip op.

Als de bagage compleet is gaan we op zoek naar de bushalte van Alamo, het autoverhuurbedrijf waar we een auto hebben gereserveerd. Enkele minuten later worden we opgepikt en rijden naar het uitleenpunt vlakbij het centrum van 'Vegas'. Na de gebruikelijke papierwinkel lopen we de parkeerplaats op en gaan op zoek naar onze auto. Het blijkt een witte Hyunday Elantra te zijn. We laden de bagage in en rijden naar Excalibur, het witte kasteel aan de Strip waar we in Nederland al een kamer voor hebben gereserveerd. Terwijl onze auto geparkeerd wordt, checken wij in. Op de kamer pakken we snel de bagage om voor de komende weken. Vervolgens gaan we om 21.00 uur weer naar beneden om nog even in de casino's en langs de Strip de sfeer te proeven.

Via een airconditioned tunnel lopen we van Excaliber het indrukwekkende interieur van de pyramide van het casino Luxor binnen. In de kern van deze holle kolos op ware grootte ligt een pretpark met prachtige tempels en beelden. Via Excaliber lopen we naar New York New York. Een nieuw casino/hotel in de vorm van de 'skyline' van New York, compleet met het vrijheidsbeeld en een gigantische achtbaan. In het interieur van het casino zijn diverse wijken van 'The Big Apple' te herkennen. Voor de ingang stappen we vervolgens in een, als 'cable' car uitgedoste (te) toeristische, bus om naar de Stratophere Tower te rijden. Als blijkt dat de bus bij elk casino stopt stappen we snel uit en lopen verder langs de strip. Net als 3 jaar geleden genieten we volop van de gekte in 'Vegas', alleen voelen we ons deze keer meteen thuis. Van ver zien we de vulkaan voor de The Mirage uitbarsten. We lopen even dit casino in om te kijken naar één van de witte tijgers van Sigfried en Roy. Als we Treasure Island passeren en de piratenschepen weer klaar zien liggen voor één van hun dagelijkse gevechten besluiten we niet op het volgende gevecht te wachten maar terug te lopen naar Excaliber. Omdat we morgen al vroeg willen vertrekken en bovendien al bijna 25 uur op zijn willen we naar bed. Op de terugweg kunnen we het niet laten en lopen we Ceasars Palace in. Onder de prachtig blauwe hemel wandelen we door de oude Romeinse straten. We stoppen onderweg kort bij de fontein met de bewegende beelden en lopen vervolgens terug richting 'ons' kasteel. Onderweg verbazen we ons over de in aanbouw zijnde 'mega' casino's. Voor Venetië ligt een kopie van het San Marco Plein en een stuk verder bouwt men aan Paris met daarvoor de Eifeltoren, schaal 1:2!

Als we de ophaalbrug van Excalibur op lopen valt in de gracht rond het hotel een vuurspuwende draak het kasteel aan. Nadat Merlijn, die in een klein hutje aan de slotgracht blijkt te wonen, met zijn toverkunsten de draak heeft weten te verslaan gaan we op zoek naar onze hotelkamer. Onderweg zien we, op grote schermen in het casino, nog net hoe Pantani een touretappe weet te winnen. We doen nog wat inkopen voor morgen en gaan naar de hotelkamer. Het is 24.00 uur als we gaan slapen.

8 Miles


2e DAG 23-07-1998 Las Vegas Death Valley Nat. Monument Lee Vining (Mono Lake)

Na een onrustige nacht vertrekken we om 6.30 uur. Terwijl het nog steeds een beetje regent verlaten we via de Strip Las Vegas en rijden de woestijn in. Pas als we de Sierra Nevada naderen houdt het op met regenen. Tijdens de afdaling naar het Death Valley National Monument wordt het weer snel beter en al snel rijden we onder een blauwe hemel naar de bodem van de heetste en de laagst gelegen vallei van de USA.

Voor we het 'national monument' inrijden bezoeken we eerst het, aan de rand van het park gelegen, uitzichtspunt Dante's View. Vanaf 1669 meter hoogte hebben we een goed uitzicht over de uitgestrekte zoutvlakte op de bodem van deze 193 km lange en 6.5 tot 26 km brede slenk tussen het Paramint- en het Funeralgebergte. Door het werken van de aardkorst bewegen deze bergruggen van elkaar weg en is de tussenliggende valei inmiddels tot ver onder het zeeniveau gezakt. De bodem van Death Valley is vlakgesleten door de schurende werking van gletsjers die de vallei in de ijstijd vulden. Door verdamping van het meer, ontstaan uit het smelten van de gletsjers, bleef een witte zoutvlakte achter op de bodem van de vallei.

We beginnen aan de afdaling naar de bodem van de 'valley'. Onderweg stoppen we bij Zabriskie Point. Als we uit onze auto stappen om naar het 'viewpoint' te 'hiken' voelen we voor het eerst de hitte waar dit gebied om bekend staat. Het uitzicht over de kleurrijke versteende duinen met de witte zoutvlakte en de bergen op de achtergrond is prachtig. Desondanks zitten we door de hitte weer snel in onze airconditioned Hyunday en vervolgen al drinkend onze route naar beneden. Na een korte stop bij de Furnace Kreek Ranch bezoeken we het 'visitor center' en kopen voor 50 US$ een Golden Eagle Pass. Via de Artist Drive en het Artist Palette, beide bekend om de kleurrijke rotsformaties, rijden we naar Badwater. Dit punt ligt 84 meter onder de zeespiegel. Hierdoor is waarschijnlijk juist deze plek, het laagste punt van de USA, de enige plaats in de vallei waar zich ondanks de hitte nog wat water kan verzamelen. De plek dankt zijn naam dan ook aan de kleine poel met zout en dus 'slecht' water. Ondanks de hitte lopen we even naar de zoutvlakte, die een paar honderd meter verder begint, om het zout te proeven. De zoutkorst blijkt ruw en veel minder wit dan hij van ver lijkt. Na een paar minuten houden we het voor gezien op de zoutkorst en 'hiken' terug naar Badwater. Op de terugweg zien we dat er boven de parkeerplaats een bord tegen de bergwand is geplaatst waarop het zeeniveau is aangegeven.

Op weg naar de noordwestelijke uitgang van het park stoppen we kort bij de Mushroom Rock. Vervolgens passeren we opnieuw de Furnace Kreek Ranch en het 'visitor center' en verlaten het 'national monument' bij de zandduinen bij Stovepipe Wells. Nadat we net buiten het park getankt hebben in Paramint Springs rijden we parallel aan de Sierra Nevada naar het noorden. Langs de route staan op de hoger gelegen berghellingen honderden Joshua Trees, terwijl we in de dalen opnieuw diverse zoutvlakten zien liggen. Hoewel zich boven de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada donkere wolken samen pakken valt er niet veel regen. Het is 17.15 uur als we Lee Vining binnen rijden. We besluiten niet volgens onze planning verder te rijden naar het 25 miles verder gelegen Bridgeport, maar in dit dorpje te overnachten. Lee Vining ligt namelijk aan het mooie Mono Lake dat we nog kennen van 3 jaar geleden. Terwijl Bridgeport 'in the middle of nowhere' ligt, kunnen we hier vanavond en eventueel morgenvroeg nog even bij het 'lake' gaan kijken. Na wat zoeken vinden we een klein eenvoudig hotel, El Mono. Hoewel het het goedkoopste hotel van het dorp is schrikken we van de prijs, namelijk 65.40 US$. We denken (hopen) dat de hoge prijs veroorzaakt wordt door de ligging van Lee Vining aan de oever van het Mono Lake, aan de voet van de Sierra Nevada en aan het begin van de Tioga Pas, dé route naar het Yosemite National Park.

Nadat we ons snel opgefrist hebben lopen we het dorp in om een hapje te eten. Een uur later is het weer behoorlijk opgeklaard. Daarom besluiten we naar het Mono Lake Tufa State Reserve te rijden, om bij het meer naar de zonsondergang te kijken. We parkeren de auto op de parkeerplaats van de South Tufa Area en 'hiken' naar de oever van het 'lake'. Het water blijkt een flink stuk hoger te staan dan drie jaar geleden. Dit is het gevolg van de beslissing van de overheid om geen water meer uit het meer te gebruiken voor de drinkwatervoorziening van San Fransisco. De reden hiervan is dat door de dalende waterspiegel steeds meer van de unieke 'groeiende' rotsen, waar het Mono Lake om bekend staat, droog kwamen te staan. Het 'groeien' van deze rotsen, door de wisselwerking van (zure) regen en het kalkhoudende water uit het meer, kwam hierdoor stil te liggen. Men hoopt met deze maatregelen het unieke natuurverschijnsel in dit meer te redden. Het uitzicht over het meer blijft mooi. Hoewel de zonsondergang niet bijzonder is genieten we van de rust en de rotsen aan de oever van het unieke Mono Lake.

Terwijl het al donker begint te worden rijden we terug naar Lee Vining. Terug in het hotel drinken we nog wat in het restaurantje van El Mono. Op de hotelkamer kijken we TV, lezen nog even en gaan vervolgens vroeg slapen.

480 Miles


3e DAG 24-07-1998 Lee Vining (Mono Lake) - Eureka

Het is al licht als we om 6.00 uur terugrijden naar het Mono Lake om nog wat plaatjes schieten bij zonsopkomst. Driekwartier later vertrekken we bij het meer en beginnen aan de lange rit die we voor vandaag gepland hebben.

Gedurende 150 miles rijden we via diverse passen tussen de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada door, richting de westkust. Net na Markleeville stoppen we om te tanken. De eigenaresse van het tankstation verteld ons ze de afgelopen nacht bezoek heeft gehad van een beer. Het beest blijkt de afgelopen nacht haar vriezer te hebben geplunderd. Na een cola en wat 'muffins' rijden we weer verder. Terwijl de temperatuur hoog en de lucht blauw is, verlaten we het hooggebergte en vervolgen onze route door een heuvelachtig en bebost landschap. De wolkenkrabbers van Sacramento zien we al van ver liggen. Net na deze grote stad nemen we een afslag die ons naar de kust en de Pacific Ocean moet brengen. Al snel wordt duidelijk dat de bochtige en heuvelachtige route veel meer tijd in beslag zal nemen dan gepland. In Trinity tanken we opnieuw. Als we eindelijk de heuvels achter ons laten rijden we door bossen met gigantische Redwoods verder richting Eureka. Inmiddels wordt de invloed van de Pacific merkbaar. Het koude water van de oceaan veroorzaakt langs deze kust namelijk regelmatig mist en zware bewolking. Helaas hangt er ook vandaag een zware bewolking. Net na het Grizly Creek Redwood State Park bereiken we de kust en rijden langs de oceaan naar Eureka. Het is 17.15 uur als we inchecken in Motel 6 ($ 50.13). Door de extra kilometers naar Bridgeport en het laatste langzame deel van de route heeft de rit vandaag eigenlijk te lang geduurd.

Nadat we ons opgefrist hebben rijden we naar het centrum van Eureka om de oude kern van het stadje te bekijken. Het blijkt vergane glorie en dus zijn we snel uitgekeken. Vervolgens rijden we over drie lange bruggen naar de kustlijn om, ondanks het slechte weer, even naar de oceaan te kijken. Terug in Eureka stoppen we bij de Pizza Hut om onze 'riessen hunger' te stillen. Uiteraard eten we van de 'saladbar' en bestellen weer te veel pizza. Het restant krijgen we mee in een 'box'.

Terug in het hotel kruipen we vroeg in bed (20.30 uur). Terwijl ik met moeite wakker blijf om iets van de Tour de France te zien valt Monique vrijwel meteen in slaap. Na de reportage over de Tour zet ik de TV af en ga ook slapen.

541 Miles


4e DAG 25-07-1998 Eureka Redwood National Park - Crater Lake National Park

Ook vandaag vertrekken we weer om 6.00 uur. Het eerste doel van vandaag is het vlakbij Eureka gelegen Redwood National Park. Door dichte mist rijden we langs de kust naar de ingang van het park. In de hoop dat de mist nog wat optrekt besluiten we hier op het strand te ontbijten. Als we een 'Afrikaans' ontbijt (cornflakes met melk) klaar willen maken blijkt onze melk inmiddels zuur te zijn. Als alternatief ontbijt pakken we een puntje pizza van gisterenavond. Na het 'breakfast' rijden we het park in.

Bij het passeren van de Redwood Creek loopt een grote kudde roosevelt-wapitis (herten) door de bedding van de kreek. Voor de rit naar de Tall Tree Groove blijkt een vergunning nodig te zijn, die bovendien maar voor 25 auto's per dag afgegeven wordt. Maar we zijn vroeg, dus wie weet. Op het Prairie Creek Visitor Center krijgen we te horen dat de we voor de rit en de wandeling zo'n 3 uur moeten rekenen. Dit zit er gezien onze planning niet in en omdat bovendien de vergunningen pas vanaf 9 uur verstrekt worden besluiten we als alternatief over het 1.5 mile lange trail door de Lady Bird Johnson Groove te 'hiken'. Hoewel in '95 de Giant Sequoias in Yosemite een grotere indruk op ons gemaakt hebben blijft het wandelen tussen de gigantische 'redwoods' een bijzondere ervaring. Door het feit dat de Coast Sequoias hoger zijn, in grotere aantallen voorkomen dan hun grotere broer (de Giant Sequoia) en bovendien omgeven zijn door regenwoud maakt de 'groves' in het Redwood National Park toch bijzonder. Als we via de Newton B. Drury Scenic Parkway onze weg in noordelijke richting vervolgen schijnt de zon inmiddels volop. We zijn dan ook verbaast als we de Coastal Drive op rijden en weer in dichte mist terechtkomen. De koude oceaan veroorzaakt blijkbaar nu ook voldoende mist om de kustlijn aan het oog te onttrekken. Omdat we slechts met moeite hier en daar een glimp van de branding opvangen en we verder niet veel van de omgeving zien besluiten we om te draaien. Vlak voor de hoofdweg van het park, slechts enkele honderden meters landinwaarts, verlaten we de mistbank en rijden plotseling weer onder een blauwe hemel. De hoofdweg verlaat plaatselijk het park omdat Klamath, een dorpje compleet met casino, op de route ligt. De mensen van dit dorp woonden tot 1978 net buiten de drie North Coast State Parks (Prairie Creek, Del Norte en Jedediah Smith). In 1978 werden deze parken samengevoegd tot het Redwood National Park. Hoewel de grens van het park om hun dorp heenloopt zijn ze aangewezen op de parkwegen om hun dorp te kunnen bereiken. Een paar kilometer verder pikken we de Coastal Drive weer op. Langs de route staat een gecamoufleerde radarpost uit de 2e wereldoorlog. Hoewel ook hier een dichte mist hangt zien we nu wat meer van de oceaan. Terug op de hoofdweg rijden we via de indrukwekkende Avenue of the Giants (Redwood Highway) naar, het ten noorden van het park gelegen, Cresent City. Nadat we getankt hebben rijden we via het noordelijke deel van het park landinwaarts naar het einddoel van vandaag, het Crater Lake National Park.

We verlaten California en rijden door eindeloze bossen via lange kaarsrechte wegen naar het, in het zuiden van de staat Oregon gelegen, Crater Lake National Park. Op de plaats van het Crater Lake verhief zich nog maar enkele duizenden jaren geleden de top van Mount Mazama. Deze vulkaan is één van de 12 onberekenbare stratovulkanen die deel uitmaken van de meer dan 1000 kilometer lange Cascade Ranges. Zo'n 7000 jaar geleden kwam de 3600 meter hoge vulkaan tot uitbarsting. Door de snelle lediging van de magmahaard verloor de vulkaan echter zijn stabiliteit. De top stortte in de vrijgekomen ruimte onder de vulkaan. De ontstane 'caldera' (Spaans: ketel) vulde zich met regenwater. Zo ontstond het huidige meer dat een diameter heeft van 9 kilometer en met een diepte van 589 meter het diepste 'lake' van de USA is.

Als we de top van de vulkaan naderen pakken donkere wolken zich samen boven Mount Mazama. Omdat we bang zijn dat de top, en dus het Crater Lake, straks in de wolken zal verdwijnen stellen we het reserveren van een 'campsite' uit en rijden meteen door naar de 'rim' van de 'caldera'. Het uitzicht over Crater Lake is adembenemend. De laatste restjes zonlicht geven ons een indruk hoe blauw het water moet zijn op een zonnige dag. Tijdens de 33 miles lange 'rimdrive' hebben we vanaf diverse 'viewpoints' een goed uitzicht over het schitterende meer en de twee eilanden, het Phantom Ship en het Wizard Island. Vanaf de top van de vulkaan hebben we ook een goed uitzicht over de omgeving van de vulkaan met de uitgestrekte bossen waar we vandaag doorheen gereden zijn. Omdat het tegen het eind van de rondrit begint te gieten wordt het tijd een 'campsite' te gaan zoeken.

Op de Mazama Campsite (15 US$), een camping vlakbij de zuidelijke ingang van het park die van alle gemakken is voorzien, zetten we de tent op. In de kampwinkel doen we wat inkopen voor de komende dagen, waaronder wat hout om vanavond een kampvuur te maken. Vervolgens rijden we terug naar 'boven' om wat te eten in de Watchman, een restaurantje met uitzicht op het 'lake'. Na een eenvoudig maar lekker 'buffet diner' nemen we nog even een kijkje op de rim en maken een praatje met een (te) dikke Amerikaan. Terug op de 'campsite' maken we een kampvuur en drinken een pilsje terwijl we genieten van het ultieme 'Afrika-gevoel' op de top van een bijna 1900 meter hoge Amerikaanse vulkaan. Om 22.00 uur doven we het kampvuur en kruipen diep in onze slaapzak, het is koud!

361 Miles


5e DAG 26-07-1998 Crater Lake NP Mount St. Helens National Volcanic Monument

Om 5.20 uur loopt de wekker af. We kunnen het niet laten. Als de tent (nat) is ingepakt, rijden we nog even terug naar het meer. Terwijl we vanaf het terras bij de Crater Lake Lodge opnieuw genieten van het schitterende uitzicht over de krater komt de zon boven de kraterrand op en zet het meer prachtig in het licht.

We rijden terug naar de campground om te tanken. Als blijkt dat het tankstation pas om 7.00 uur opent eten we een bordje cornflakes om de tijd te doden. In de kampwinkel vernemen we dat de snelste route naar het Mount St. Helens National Volcanic Monument via de noordelijke uitgang van het park loopt. Dus rijden we met een volle tank voor de laatste keer naar de top van Mount Mazama. We verlaten de staat Oregon net na Portland en vervolgen onze route naar het noorden door de staat Washington. Na een vlotte rit arriveren we om 14.00 uur op de Kid Valley Campground (13.20 US$) vlakbij het park. Omdat we dichterbij de vulkaan overnachten dan gepland en er vroeger zijn dan verwacht kunnen we vandaag nog de westkant van het park verkennen. We reserveren een 'site' op de 'campground' en rijden het park in.

Na meer dan 123 jaar komt Mount St. Helens, de jongste en actiefste vulkaan uit de Cascade Ranges, na een aardbeving op 20 maart 1980 weer tot leven. Het blijft niet bij deze ene beving met een kracht van 4.1 op de schaal van Richter. Gedurende de 2 volgende maanden volgen namelijk nog ongeveer 10.000 aardbevingen. Wetenschappers nemen in deze periode de groei van een bult waar tegen de noordflank van Mount St. Helens. Op zondag 18 Mei 1980 veroorzaakt een aardbeving (5.1 op de schaal van Richter) het instorten van de bolstaande noordflank. Een enorme aardverschuiving is het gevolg. Een deel hiervan dendert in het Spirit Lake. Hierdoor wordt het meer als het ware opgetild en komt een stuk hoger tegen de bergwand tot stilstand. De vloedgolf die hierbij ontstaat ontwortelt 10.000den bomen die vervolgens in het meer belanden. Het andere deel van de aardverschuiving stort zich 15 miles omlaag door het stroomgebied van de Toutle River. De alles verwoestende lawine bedekt bruggen, wegen en huizen onder een 50 meter dikke laag puin. De aardverschuiving maakt de weg vrij voor een zijwaartse drukgolf van, in het inwendige van Mount St. Helens opgebouwde, hete gassen. Deze explosie, die 700 miles verder gehoord wordt, maakt in een gebied van bijna 230 miles2 alles met de grond gelijk. De bomen zijn in dit gebied afgeknapt alsof het luciferhoutjes zijn en liggen door de drukgolf van de vulkaan afgericht. Hoewel ze aan de rand van dit gebied niet meer ontworteld worden, is het gas in de drukgolf nog zo heet dat het de bomen dood. Inmiddels is uit de vulkaan een verticale askolom opgestegen met een hoogte van 17 miles. De zon wordt hierdoor verduisterd en de dag wordt nacht in oostelijk Washington. Door het gasrijk magma dat de vulkaan, zo'n 4 uur na het begin van dit natuurgeweld, uit de krater stoot vormt zich een zogenaamde pyroclastische wolk die zich langs de noordwand van de vulkaan een weg naar beneden baant. Ondertussen begint het in de aardverschuiving meegesleurde ijs en sneeuw te smelten en vormen samen met het as, de stenen en boomstammen een alles vernietigende hete dampende modderstroom, die zich langzaam maar zeker een weg baant naar de Columbia River. Na de hierboven beschreven eerste uren van de uitbarsting van Mount St. Helens hebben nog 19 kleinere erupties plaatsgevonden. Hierdoor begon zich langzaam maar zeker een nieuwe lavakoepel te vormen, waarvan de groei tot op de dag van vandaag doorgaat.

Plotseling houden de naaldbossen, langs de route naar Mount St. Helens, op te bestaan. We hebben de 'blast edge' van de eruptie uit 1980 bereikt. Verbaast en onder de indruk kijken we uit over een verwoest en kaal berglandschap met in de verte Mount St. Helens. Hoewel de vulkaan nog ruim 25 miles van ons verwijdert is kunnen we vanaf hier het enorme gapende gat in de noordwand van de vulkaan zien. Langs de route naar het Coldwater Ridge Visitor Center zien we zover we kunnen kijken afgebroken, ontwortelde en van de vulkaan afgerichte naaldbomen liggen. Vanaf het terras van het 'visitor center' hebben we een prachtig uitzicht over het Coldwater Lake en Mount St. Helens. Af en toe stijgt er een rookpluim op uit de krater. Een ranger verteld ons dat het geen rook is maar dat het stofwolken zijn, die veroorzaakt worden door wind of door rotsen die losraken door het smelten van de sneeuw op de top van de vulkaan en vervolgens in de kratermond vallen. Vervolgens rijden we verder de 'blast zone' in, naar het 1 jaar oude Johnston Ridge Observatory, waar men de vulkaan voortdurend in de gaten houdt. Dit observatorium is genoemd naar Dr. David A. Johnston, een vulkanoloog die in de dagen voor 18 mei 1980 onderzoek deed in de omgeving van de vulkaan. Hij meldde de wereld, vanuit wat later de 'blast zone' bleek te zijn, dat de eruptie van Mount St. Helens begonnen was, met de woorden: "Vancouver, Vancouver, this is it!". Enkele ogenblikken later kwam hij om het leven. Het uitzicht vanuit het observatorium op de vulkaan is adembenemend. Na een film over de eruptie en de dagen die daarop volgden verlaten we het 'observatory' en rijden terug naar het 'visitor center' om een hapje te eten. Onderweg kruipt in de verte de besneeuwde top van Mount Rainier, ons volgende reisdoel, achter de wolken. Na een (te) dure hamburger rijden we terug naar de campground.

Terwijl de tent droogt schrijven we wat kaarten. Als de tent staat werken we het reisverslag bij, lezen wat en gaan vervolgens vroeg slapen (22.00 uur).

425 Miles


6e DAG 27-07-1998 Mount St. Helens Nat. Volc. Monument Mount Rainier Nat. Park

In dichte mist vertrekken we om 6.15 uur naar de oostkant van het Mount St. Helens National Volcanic Monument. Omdat de vulkaan grote indruk op ons gemaakt heeft en de oostelijke ingang bovendien op de route ligt naar het Mount Rainier National Park hebben we besloten ook dit deel van het park te bezoeken. Na een rit van anderhalfuur door de bergen rijden we onder een inmiddels strak blauwe hemel opnieuw het 'national volcanic monument' in.

De route voert ons als het ware de 'blast zone' in. We zien een prachtig bos veranderen in een ziek aangetast bos. Als we het 'viewpoint' naderen waar de beroemde foto's gemaakt zijn van de aardverschuiving op zondag 18 Mei 1980 bereiken we de 'blast edge'. De dode bomen staan in dit deel van het rampgebied nog overeind en geven het uitzicht op Mount St. Helens iets spookachtigs. Via een aantal viewpoints rijden we langs de flanken van de vulkaan omhoog en bereiken vervolgens het gebied waar de drukgolf alle bomen heeft weggevaagd. Het 'viewpoint' bij Spirit Lake is de volgende stop. Tot onze grote verbazing is 20 jaar na dato een groot deel van het meer nog steeds bedekt door de 10.000den ontwortelde bomen die door de vloedgolf in het meer zijn geworpen. Mede hierdoor is het uitzicht over het meer bijzonder mooi. Een paar miles verder bereiken we het eindpunt van de weg en parkeren de auto op de parkeerplaats bij het Windy Ridge Viewpoint. Op een afstand van slechts 4 miles van de krater van de actieve vulkaan genieten we opnieuw van het uitzicht. Door de kleine afstand tot de krater zien we nu ook de nieuwe lava koepel goed liggen. Na een bordje cornflakes 'hiken' we naar een wat hoger gelegen 'viewpoint'. Vanaf hier hebben we ook een goed uitzicht op het woeste landschap waar de aardverschuiving het Spirit Lake verdrongen heeft en over dit met bomen bedekte meer met op de achtergrond de besneeuwde top van Mount Rainier. Als we terug 'hiken' naar de auto verschijnen er net als gisteren stofwolken rond de top van de vulkaan. Onder de indruk verlaten we het Mount St. Helens National Volcanic Monument en beginnen aan de rit naar het Mount Rainier National Park terwijl we denken aan de laatste woorden van Dr. David A. Johnston: "Vancouver, Vancouver, this is it!".

Omdat de GSM (nog) niet werkt en we de handleiding van de telefoon kwijt zijn besluiten we zelf naar Nederland te bellen. Bij een tankstation in Randle proberen we tevergeefs met onze (Special Trafic) telefoonkaart te bellen. Als bovendien blijkt dat we met onze 'buitenlandse' creditcard niet via een operator kunnen bellen wordt het ons duidelijk dat het nu niet zal lukken een berichtje naar Nederland te krijgen. Met een volle tank vervolgen we onze route naar de hoogste stratovulkaan van de Cascade Ranges, Mount Rainier (4394 meter).

Ruim een uur later rijden we via de Stevens Canyon Entrance het zuidelijk deel van het Mount Rainier National Park in. Onderweg stoppen we kort bij de Box Canyon om een blik te werpen in de diepe kloof. We vervolgen onze route door het bosrijke bergachtige landschap met mooie vergezichten. Mount Rainier heeft zich echter nog niet laten zien. Pas nadat we Stevens Ridge gepasseerd, zijn zien we de vulkaan voor het eerst liggen. De derde stratovulkaan die we deze vakantie bezoeken is compleet anders dan het Crater Lake in de krater van de ingestorte Mount Mazama en het verwoeste landschap rond de gapende krater in noordwand van Mount St. Helens. Door de met sneeuw en gletsjers bedekte flanken van Mount Rainier en de prachtige omgeving lijkt deze 'mount' meer op een gewone berg dan op een gevaarlijke stratovulkaan. Maar schijn bedriegt. Deze vulkaan, die in 1792 door de Engelse scheepskapitein George Washington naar zijn vriend Peter Rainier werd genoemd, blijkt zelfs nog actief te zijn. Bij het Henry M. Jackson Memorial Visitor Center, gelegen aan de voet van de vulkaan in de Paradise Valley, parkeren we de auto. We kiezen de Skyline Hike uit om nog wat dichter bij de vulkaan te komen en een vrij uitzicht te hebben op de gletsjers aan de voet van Mount Rainier. We 'hiken' in een uur door bloeiende alpenweiden en sneeuwvelden naar het op ruim 2 kilometer hoogte gelegen Glacier Vista. Vanaf dit 'viewpoint' kijken we uit over de gletsjers tegen de flanken van de vulkaan. Ondanks de hitte en de vermoeidheid hiken we in een halfuur terug naar het 'visitor center'. Na een 'coke' en een 'muffin' proberen we hier nog een keer tevergeefs onze telefoonkaart te activeren.

Nadat we op de, wat verder naar het westen gelegen, Cougar Rock Campground (16.38 US$) de tent hebben opgezet rijden we naar het Longmire Visitor Center en eten hier onze eerste 'steak' deze vakantie. Ook hier lukt het niet de problemen met de telefoonkaart op te lossen. Terug op de camping rommelen we wat tot het tegen zonsondergang loopt. Omdat we de vulkaan bij zonsondergang en 'wildlife' willen zien rijden we terug naar de Paradise Valley. Onderweg naar het 'visitor center' in de vallei zien we 2 'elk'. In het 'visitor center' bellen we opnieuw met de telefoonmaatschappij. Ditmaal is het raak, men belooft het probleem binnen 5 minuten te verhelpen. Op de terugweg installeren we ons op een 'viewpoint' voor de zonsondergang. De wolken en de vulkaan kleuren weliswaar wat, maar het resultaat is niet 'bie'. Terug op de camping blijkt de telefoonkaart inmiddels geactiveerd te zijn. Terwijl het nog steeds heet is ruimen we de tent in, werken de administratie bij en lezen nog wat voor we om 22.00 uur gaan slapen aan de voet van Mount Rainier.

244 Miles


7e DAG 28-07-1998 Mount Rainier National Park Seattle - Vancouver

Terwijl de meeste toeristen nog slapen vertrekken wij om 6.25 uur naar het oostelijke deel van het park. Via de White River Entrance rijden we naar het Sunrise Visitor Center. Vanaf het 'viewpoint' bij het 'visitor center' hebben we weliswaar een mooi uitzicht op Mount Rainier, maar het is toch wat minder indrukwekkend dan gisteren. Waarschijnlijk is dit de reden dat dit deel van het park wat minder toeristisch is. Vanuit een telefooncel op de parkeerplaats bellen we even naar Nederland. Omdat het uitzicht op de vulkaan niet echt zal veranderen als we zouden gaan 'hiken' besluiten we het park te verlaten en naar Seattle, 'the city of grunge', te rijden.

Bij het binnenrijden van Seattle (12.00 uur) komen we er achter dat we geen informatie over deze stad hebben meegenomen. Eigenlijk kennen we alleen de 175 meter hoge Space Needle, die ter gelegenheid van de wereld-tentoonsteling van 1962 werd gebouwd. Van ver zien we de Space Needle staan en met wat geluk rijden we recht naar dit markante herkenningspunt toe. Hier moeten we ongetwijfeld ook wat informatie over de stad kunnen inwinnen. Het pretpark aan de voet van het gebouw laten we links liggen. Met tickets voor een bezoek aan het 'observation deck' op zak stappen we in een lift die ons in enkele seconden naar de top van de toren brengt. Vanaf het 'deck' hebben we een goed uitzicht over de stad met de wolkenkrabbers in het centrum, het 'baseball'-stadion, de haven en de zeearm Puget Sound. Helaas is het te heiig om de vulkanen van de Cascade Ranges te zien die we afgelopen dagen bezocht hebben. Ondanks het uitzicht ben ik (Paul) toch opgelucht als we op de begane grond uit de lift stappen. In het winkeltje van de 'needle' halen we een gratis plattegrond van de stad.

Terwijl we in het pretpark een 'coke' drinken, bekijken we op de plattegrond wat er verder nog te zien is in Seattle. Alleen de oude stadswijk rond Pioneer Square lijkt ons nog de moeite waard. Vlakbij de haven parkeren we de auto in een parkeergarage en laten, hoewel in de USA gebruikelijk, met tegenzin de sleutels in het contactslot van de auto zitten. We lopen via het oude Kings St. Station en de Smith Tower naar het Pioneer Square. Onderweg kopen we een CD-tje voor Tom. De oude (pak)huizen geven de wijk de uitstraling van een oude Amerikaanse stad. Nadat we kort de sfeer op het 'square' geproefd hebben houden we 'oud' Seattle voor gezien. We 'hiken' terug naar de haven waar het lelijke dubbele Alaskan Way Viaduct langs de kade loopt. Als blijkt dat de pieren met restaurantjes en winkeltjes een slap aftreksel van Pier 39 in San Fransisco zijn hebben we genoeg gezien van Seattle. Omdat we geen zin hebben om in deze dure stad te overnachten besluiten we vandaag nog door te rijden naar Vancouver in Canada. Met een volle tank verlaten we om 16.00 uur Seattle en vervolgen onze route naar het noorden.

Zo'n twee uren later arriveren we bij de grens tussen de 'States' en Canada. Nadat we bij het 'immigration office' een stempel hebben gehaald rijden we British Colombia in. Bij een 'visitor center' net over de grens stoppen we even om wat informatie in te winnen voor de komende dagen. Met een flink pak folders en een adres van een camping voor de komende nacht op zak rijden we vervolgens verder naar Vancouver. Onderweg moeten we even wennen aan het feit dat er op de verkeersborden weer kilometers vermeld staan. Het (luxe) BCRV Park (22.47 Can$) blijkt in tegenstelling tot de 'campgrounds' van de afgelopen nachten niet in de bossen te liggen. De RV's staan naar Europees model keurig op een rijtje en de 'tent-sites' vormen een cirkel rond een prieeltje. Deze 'campground' is eigenlijk niets voor ons. Omdat het echter al laat is hebben we geen zin om een andere camping te zoeken. In de wetenschap dat het bovendien maar voor één nacht zal zijn, zijn we toch blij als we één van de laatste 'sites' weten te bemachtigen.

In het prieeltje maken we een plan voor de komende dagen. Morgen plannen we een bezoek aan 'downtown' Vancouver en de dag(en) daarna willen we 'whale watchen' vanaf Vancouver Island. Terwijl ik (Paul) de tent opzet schrijft Monique een fax en verzendt deze vanuit de kampwinkel naar Nederland. Bij een Subway restaurant vlakbij de camping eten we een broodje 'long foot' met chips en cola. Terug op de camping (21.30 uur) maken we een praatje met een Nederlander die enthousiast verteld over zijn reis door de USA en Canada van de afgelopen 4 weken. In het prieeltje schrijft Paul nog wat ansichtkaarten en werk ik (Monique) het reisverslag bij. Op het moment dat we willen gaan slapen komt een Belgisch stel naast ons zitten. We raken aan de praat, uiteraard over de route tot nu toe en de plannen voor de komende weken. De Canadese Rockies hebben de meeste indruk gemaakt op onze zuiderburen. Als we ze vertellen dat we daar over een paar dagen ook heen gaan, bieden ze ons spontaan hun Canadese 'national park pas' aan, ter waarde van 50 Can$. Tegen middernacht nemen we afscheid en gaan slapen.

312 Miles


Lees hoe de reis verder gaat




HomeDagaanbiedingenAutohuurHotelsKortingsactiesVakantiehuizenVakantieparkenVliegtickets ReisverhalenLandeninformatieHelp