TravelSource.nl Logo  
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 Afrika Auteur : Maartje Schneemann & Leon Batta
 Azië
 Australië E-mail adres : battmann@hetnet.nl
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://www.op5wielen.myweb.nl/
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : Op vijf wielen door Rusland, Azië en Australië

Reisverhalen Afrika Reisverhalen Zuid Amerika Reisverhalen Noord Amerika Reisverhalen Europa Reisverhalen Azië Reisverhalen Australië
  reisverslag Op vijf wielen door Rusland, Azië en Australië
Op Vijf Wielen
door Rusland, Azië en Australië

een reis van 15 maanden door 17 landen op 2 motoren
Maartje Schneemann en Leon Batta maakten een halve wereldreis op twee motoren, een Yamaha XT500 uit 1985 en een EML motorcross zijspan met XT-blok. Ze reden zo’n 33000 kilometer van Nederland naar Australië via de voormalige Sovjetunie, China en Zuidoost Azië. Hieronder staat een gedeelte van het reisverslag over deze reis.

Niet alles kon rijdend op de motor worden afgelegd. Zo stonden de motoren enkele dagen op een vrachtauto om door China te komen en vlogen ze mee in het vliegtuig van Bangladesh naar Thailand, omdat Birma geen voertuigen toelaat. Indonesië werd met het openbaar vervoer 'gedaan' terwijl de motoren per schip van Singapore naar Darwin (Australië) voeren. De terugreis ging voor het grootste gedeelte met de Transsiberië Express, van Beijing tot Beek bij Nijmegen in 188 uur.

Op vijf wielen door Rusland, Azië en Australië
een reis van 15 maanden door 17 landen op 2 motoren
Maartje Schneemann & Leon Batta
404 pagina's - 350 foto's - 21 routekaarten

Directe link naar het boek Op vijf wielen door Rusland, Azië en Australië bij uitgeverij Gopher.


Meer informatie over deze reis op onze website: op5wielen.myweb.nl/


Onderstaande reisverhalen komen uit het boek met cd-rom

Victor & Svjetta Oekraďne

Viktor & Svjčtta
Hoewel de stiekeme overnachting in de schuur een spannend verhaal voor later heeft opgeleverd, was het toch vooral een heel gedoe en we vinden dat we daar maar geen gewoonte van moeten maken. Vannacht willen we toch eens uitzoeken of een hotelkamer werkelijk tegen de honderd gulden per nacht kost, zoals Nederlandse reisorganisaties ons vertelden. We zijn er al voorbij gereden, als we elkaar gebaren: “was dat iets?” We keren om. Het is een vrij groot gebouw met twee verdiepingen dat er vervallen uitziet, of in aanbouw, of in nooit afgebouwde aanbouw. De vorm heeft iets weg van een hotel en omstanders bevestigen dit. De lobby is slechts een grijsbetonnen karkas zonder deuren of ramen - meer een parkeergarage - maar de directeur die na wat roepen verschijnt, verzekert ons dat we boven zeker een kamer kunnen huren. Luidruchtig overlegt hij met zichzelf waar we de motoren vannacht moeten laten, want zomaar buiten laten staan, vindt hij veel te gevaarlijk. De hulp wordt ingeroepen van een stoere jongeman die net komt aanlopen. Rustig hoort hij het verhaal aan, neemt ons eens goed in zich op en gaat dan naar de bar. Als hij weer terugkomt, zegt hij dat we bij hem thuis kunnen logeren. (Dat klinkt als een eenvoudige mededeling, maar wij hebben toch minstens tien minuten nodig om dit te begrijpen.) Het meisje achter de bar is zijn vriendin; ze maakt hotdogs voor ons vieren en sluit dan de tent want we gaan naar haar huis. Hun auto achterna, draaien we van de grote weg af een betonnen weggetje in dat langzaam slechter wordt en tenslotte overgaat in een zandweg. Het stadje waar we uitkomen heeft alleen maar zandwegen, vol hobbels en kuilen. Alles stoft als in een western. Maar in westerns regent het nooit en hier duidelijk wel. Bij een van de huisjes met hekjes, waarvan we er al zoveel gezien hebben, rijden we door het hekje over de oprit die romantisch overschaduwd wordt door oude fruitbomen. Het meisje sprint snel naar haar moeder om die kort op de hoogte te brengen van de gekke fratsen die haar vriend nu weer heeft uitgehaald. Nogal overrompeld en wat verlegen komt de moeder ons welkom heten. We worden over een smal betegeld paadje tussen de aardbeien door naar een bankje tegen een muur geleid en krijgen daar kwas (limonade) aangeboden. Terwijl moeder en dochter het een en ander in gereedheid brengen, praten wij een beetje onwennig met onze gastheer die Viktor heet. Zijn geliefde heet Svjčtta, dat zoiets als ‘het licht’ betekent. Dan laten ze ons zien waar we vannacht slapen. Via een ander smal paadje langs de bessenstruiken komen we bij de voordeur van het huis waar we onze schoenen in het portaal moeten zetten. De reden daarvoor is duidelijk want het hele huis ligt en hangt vol met geweven en geknoopte tapijten. Wij mogen slapen in een kamer met schuifdeuren waarin een groot bed staat met een dik dekbed. Het dekbedovertrek heeft midden bovenop een gat in de vorm van een ruit waardoor de glanzende rode stof van de dekbedtijk mooi te zien is. Aan de andere kant van de schuifdeuren slapen Viktor en Svjčtta. In onze kamerhelft staat een eettafel en een van de wanden is helemaal betegeld. Svjčtta laat zien dat tegen de andere kant van deze wand een potkachel staat die ingenieus de muur verwarmt, waardoor de tegels in de eetkamer warmte uitstralen als er in de keuken wordt gekookt. Maar gek genoeg lijkt het net alsof er in die keuken nooit gekookt wordt. Svjčtta vraagt of we ons willen douchen. Misschien kan ze ruiken dat dat alweer drie nachten geleden was. Bah. Ja graag dus! We moeten meekomen en worden weer op het bankje gezet voor het huisje van oma, die nu ook kennis komt maken: een lief gerimpeld besje met een gerafeld wit hoofddoekje, een grote bruine werkmansschort en gelooide stevige moestuinhanden. Het blijkt nu dat ‘ons’ huis van mamma is en dat Svjčtta en Viktor in de grote stad wonen. Ondertussen weten we niet hoe het met het douche-aanbod staat. Misschien betekent doesj in het Russisch wel helemaal geen ‘douche’ en zijn ze nu bijvoorbeeld geitenmaag voor ons aan het koken. We wachten rustig af. Achter in de tuin zie ik Viktor lopen met twee volle zinken emmers. Hij heeft zo’n macho sporthemdje aan waardoor - toegegeven - de volle glorie van z’n zwetende spierbundels in het zonlicht blinkt. Hij loopt langs de aardappels en verdwijnt achter de maďs, om daar even later bovenuit te komen op een trap tegen een houten kotje met een vat op het dak, waarin hij zijn emmers leegt. Svjčtta ziet ons kijken en verontschuldigt zich haastig dat het allemaal zo lang duurt en dat het hier allemaal zo armoeiig is; dat ze bij hun in de stad natuurlijk wel moderne voorzieningen hebben en dat ze die hier binnenkort ook willen aanleggen. Wat beschaamd laat ze zien dat ze ons douchewater met een elektrische dompelaar aan het verwarmen is. Dit wetende douchet de doesj juist extra lekker.

Lenin op een voetstukNa het douchen worden we weer een ander bouwseltje binnengeleid, dat er - in tegenstelling tot het huis waar we slapen - verveloos en oud uitziet met kaal beton op de vloer. Lekker leefbaar dus, want dit is in de zomer de woonkeuken, waar geen laarzen uit hoeven en alles niet zo nauw komt. Tot onze verrassing tovert mamma een culinair genot op tafel van aubergines gevuld met een rijstmengsel, allerlei groentes uit eigen tuin en zelfgemaakt vruchtensap. “Koesjete! Koesjete!” roept ze alsmaar als we even geen hap in onze monden hebben. Het is ontzettend gezellig en het gesprek stokt geen moment, terwijl mijn Russisch nog nauwelijks wat voorstelt, dat van Leon nihil is en zij geen woord Engels spreken. Maar Viktor en Svjčtta zijn allebei enorm creatief in hun uitleg en ook in hun luisteren. Viktor bladert zich een ongeluk door het veel te dunne Russisch-Nederlandse woordenboekje. (Wat heb ik een spijt geen echt woordenboek meegenomen te hebben.) Als het ene woord er niet in staat, probeert hij via andere woorden en gebaren op een Hints-achtige manier zijn verhaal te vertellen, wat iedereen af en toe tot tranen toe doet lachen. Eerlijkheidshalve moet vermeld worden dat er bovendien nog iets anders aan de sfeer meehelpt. Na de maaltijd vraagt mamma namelijk of we samagon willen. Het woord staat niet in het woordenboekje maar de kleine glaasjes laten geen twijfel: wodka. Nee! Dat idee moet worden rechtgezet door mamma: “kap-kap-kap,” zegt ze terwijl ze demonstrerend haar wijsvinger op en neer beweegt: “kap-kap-kap...” Viktor en Svjčtta liggen zowat onder de tafel van het lachen maar wij snappen er niks van. Tot ze de oplossing dan maar gaat halen; grinnikend komt ze binnen met haar distilleerketel waar kap-kap-kap de alcohol uit komt druppelen. Gelukkig beschijnt een heldere maan het smalle paadje naar ons bed.

In elke dorp worden langs de weg  prodoekti verkochtAls ik om een uur of vijf ‘s ochtends naar de wc achter in de tuin loop, staat mamma al te schoffelen. Tegen de tijd dat wij aan het aardappelschotel-ontbijt zitten, is zij al op haar werk. We menen te begrijpen dat ze bouwvakker is. Voordat we vertrekken nemen we nog een foto. Ze poseren tussen de aardbeien, vóór de als leiboom groeiende blauwe druiven. Viktor staat wijdbeens en rechtop, met z’n arm om Svjčtta’s middel. Svjčtta draagt een laag uitgesneden lavendelkleurige stretchjurk met zilveren bloemknopen van boven tot beneden, zelfverzekerd met de borst naar voren en een elegant beentje iets vooruit. Een dierbare foto. Aangekleed en wel op de motor, gebaart ze opeens dat we nog even moeten wachten en rent weg. Ze komt terug met een gebloemd zakdoekje, haalt een beetje verlegen haar schouders op en geeft me haar cadeautje.

Rusland

Wolga
De weg naar Astrachan De weg naar Astrachan is stil en verlaten. Niets wijst erop dat we een stad van een half miljoen inwoners naderen. Vanaf deze kant zie je ook niet dat Astrachan in de delta van de machtige Wolga ligt die met z’n 3700 kilometer Europa’s langste rivier is. Bij Astrachan stroomt deze gigant via zo’n achthonderd vertakkingen ten einde in de Kaspische Zee. Eerst maar een hotel zoeken. Het liefst natuurlijk in het centrum. Maar waar is het centrum? Een stadsplattegrond hebben we niet en bordjes zijn er niet. We vragen enkele mensen die allemaal heel behulpzaam zijn en onvindbare hotels wijzen. Totdat iemand ons voorrijdt. We hebben geen idee waar we zijn, maar het vervallen hotel is - zoals gevraagd - goedkoop en er is een veilige plek voor de motoren. We zijn tevreden. We krijgen net onze kamersleutel van de etagedame als er een groteske vrouw ingehouden tierend op ons afkomt en ons op niet mis te verstane wijze duidelijk maakt dat we eruit moeten. En wel meteen. “Buitenlanders mogen hier niet komen! Jullie moeten naar een Intourist hotel! Geef hier die sleutel en wegwezen!” We worden laaiend want ze behandelt ons als vuil dat stinkt en zo snel mogelijk het huis uit moet. Volgens ons bestaat die regel voor buitenlanders niet meer sinds de val van de Sovjetunie, maar ze antwoordt niet op onze vragen en wil niet communiceren. De lieve oude etagedame is het duidelijk niet met haar eens en probeert haar tevergeefs te sussen. Ze schaamt zich tegenover ons. De tang is echter onverbiddelijk en het enige dat ik nog doen kan is haar voor communista uitschelden. Uiteindelijk komen we bij hotel Lotos uit. Het is duur en vies, maar het ligt schitterend aan de Wolga en we zijn het gezeik en gezoek moe. Een goede beslissing want we zitten midden in het uitgaansleven. In de heerlijk warme avondlucht maken we een wandeling langs de boulevard. Er wordt hier echt geflaneerd over de brede kade met gietijzeren balustrade waarin hamer en sikkel kunstig verwerkt zijn. In een parkje op de oever speelt een oudemannenorkestje muziek in een heus muziekkoepeltje en er wordt gedanst. Grote sierlijke houten boten van meerdere etages liggen aangemeerd. Misschien zijn het hotels geweest of feestboten? Geweest, want ze lijken niet meer gebruikt te worden. Verveloos en verwaarloosd dienen ze als nostalgische coulissen voor de zon die goudrood achter de Wolga verdwijnt. De vrijende paartjes genieten volop van de invallende duisternis. We eten sjaslik op een terrasje en zijn gelukkig.

Astrachan
De oever van de Wolga Astrachan werd aan het eind van de 13e eeuw gesticht op de rechter oever van de Wolga door de Tataren van het Mongoolse kanaat van de Gouden Horde. De stad werd echter in 1395 verwoest door Timoer Lenk. En met de invasie van de Russen kwam eeuwen later een einde aan de Tataarse overheersing in het gebied. Tsaar Ivan de Verschrikkelijke bouwde in 1558 het huidige kremlin op de linker oever en bouwde er dit nieuwe Astrachan omheen. Als belangrijk handelscentrum voor Centraal-Azië en de Kaukasus heeft de stad altijd een bloeiende economie gekend.

De receptioniste van het hotel vraagt of we het kremlin al bezocht hebben. In onze onwetendheid vinden we het maar raar dat ze het over het kremlin heeft. Dat staat toch zeker in Moskou! Totdat we begrijpen dat een kremlin een soort vesting in een stad is met kerken en andere belangrijke gebouwen. In Moskou staat gewoon Het Kremlin.

De torentjes van een Kremlin De vesting staat op een heuvel midden in de stad en is omgeven door een hoge witte muur met grote houten wachttorens. We wandelen op ons gemak tussen de kerken en door de parkjes. Op een stoffig veldje langs een van de verdedigingsmuren, in de speelse schaduw van de kantelen, spelen wat jongens een partijtje voetbal. Hun silhouetten tegen de zon en het oplichtende stof achter de bal leveren een mooi beeld op. Dit moet een mooie foto worden. Verscholen achter een struik wacht ik geduldig het juiste moment af. Bij de grootste kerk horen we gezang. Drie priesters zingen om beurten, bijgestaan door een meisjeskoor dat achter dikke pilaren schuilgaat. Het gezelschap bestaat vooral uit oude vrouwtjes die niet zitten maar staan en voortdurend kruistekens slaan en kleine kaarsjes aansteken. De ruimte staat vol met beelden, schilderijen en sarcofagen die veelvuldig door iedereen gekust worden. Het zonlicht door de ramen, al die kaarsjes, de priesters en het hoge meisjesgezang: we genieten van deze heldere mystieke sfeer. Buiten word ik direct geconfronteerd met de harde werkelijkheid. Wellicht was mijn blik nog te veel naar de hemel gericht en zag ik daardoor het stuk betonijzer dat uit de grond stak niet. Nu bekijk ik mijn kapot gestoten dikke teen en er komen enkele, niet zo mystieke, vloeken over mijn lippen. Waarom is hier toch nooit iets afgewerkt, is alles altijd kapot? We hebben er al zoveel voorbeelden van gezien. Dit land lijkt zonder liefde ontworpen, zonder liefde gebouwd en liefdeloos onderhouden. Nieuwe gebouwen zien er al oud uit als ze net klaar zijn. Straten zijn al kapot voordat de eerste auto’s erover rijden. Beton brokkelt al af voordat het droog is. Natuurlijk, er is een gebrek aan goed materiaal en goed gereedschap. En er zal zeker heel wat aan de strijkstok blijven hangen tussen opdrachtgever en uitvoerder van de bouw. Maar er is ook gebrek aan motivatie, gebrek aan liefde voor het werk. Hoe verklaar je anders de schitterende marmeren vloer in het hotel die vol verf zit, dezelfde verf waarmee de muur geschilderd is? De schilder nam niet de moeite iets op de vloer te leggen, de opzichter om er iets van te zeggen en de hotelmanager om te zorgen dat het schoongemaakt werd. Zomaar een voorbeeld. Het lijkt niemand te interesseren. Natuurlijk heeft zeventig jaar communisme geen positief effect gehad op de motivatie van de mensen; dat begrijp ik wel. Toch word ik verdrietig bij het zien van al die bouwsels die vast goed bedoeld waren, maar die door vakmensen met de ogen dicht, zonder enig verantwoordelijkheidsgevoel in de wereld geschopt zijn. Dat zichtbare gebrek aan eer-van-je-werk maakt me depressief. Gelukkig hebben we bij een aantal mensen thuis gezien dat het gevoel voor schoonheid nog niet helemaal verdwenen is.

We zetten de zoektocht naar motoronderdelen voort. In winkels moet je niet zijn, weten we ondertussen. In Rusland ga je naar de bazaar voor zoiets. Op een plein staan honderden mannen met spullen voor auto’s en motoren. Ze liggen uitgespreid op een zeiltje of zijn keurig uitgestald op de motorkap van hun auto. Dat ziet er veelbelovend uit. De zoekroutine die ik op beurzen in Nederland heb opgebouwd komt nu goed van pas. Een half uur later weet ik precies wat er allemaal kapot kan gaan aan een Lada en een Oeral. Elk zeiltje en elke motorkap bevat namelijk hetzelfde beperkte assortiment. Als boutje M10x40 ergens aan een Lada zit dan krijg je dat hier. Zoek jij toevallig M10x50 dan heb je pech en hoef je na inspectie van twee zeiltjes niet verder te zoeken. Onverrichter zake keren we terug. Op de stajanka van het hotel ontmoet ik een chic geklede man die uit een westerse auto stapt. Hij vertelt dat hij in de sovjettijd concertpianist was, maar nu in de autohandel zit. Hij haalt allerlei auto’s uit West-Europa, voornamelijk uit Wenen, en hij doet ook reparaties. Door die handel spreekt hij redelijk goed Engels en al snel hebben we een levendig gesprek over prijzen van tweedehands auto’s in Nederland waar ik overigens nog steeds geen verstand van heb. Als ik hem vertel over het loszittende lager in het zijspanwieltje biedt hij meteen de hulp van zijn garage aan. “Morgenochtend half tien,” spreekt hij zeer ‘Europees’ met me af. Een afspraak om op te vertrouwen. Wat terecht blijkt. Zijn monteurs in de masterkaja zijn erg behulpzaam en aardig en beginnen meteen te werken. Door er hier en daar een puntje op te lassen in de zitting van het lager wordt dit weer passend gemaakt. Ondertussen is iemand met Maartjes koffertje bezig en zijn de accu’s bijgevuld. In noodtempo wordt ook nog een banjobout voor de remleiding nagemaakt op de draaibank. Blij lachend drinken we met z’n allen thee en nemen afscheid. Betalen mag natuurlijk niet. Er wordt uitbundig gezwaaid en één van de monteurs brengt ons breedlachend naar de juiste weg op z’n 250 cc’tje.

vervolg reisverslag





 
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help