TravelSource.nl Logo  
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help
 Afrika Auteur : Maartje Schneemann & Leon Batta
 Azië
 Australië E-mail adres : battmann@hetnet.nl
 Europa
 Noord Amerika Homepage adres : http://www.op5wielen.myweb.nl/
 Zuid Amerika
 Wereldreizen Reisverhalen : Op vijf wielen door Rusland, Azië en Australië

Reisverhalen Afrika Reisverhalen Zuid Amerika Reisverhalen Noord Amerika Reisverhalen Europa Reisverhalen Azië Reisverhalen Australië
  reisverslag Op vijf wielen door Rusland, Azië en Australië
Op Vijf Wielen
door Rusland, Azië en Australië

een reis van 15 maanden door 17 landen op 2 motoren
Bangladesh

Publiek
Veel belangstelling Enkele kilometers na de grens ligt het eerste dorp. Uit een klein restaurantje van bamboe komen heerlijke geuren en we besluiten even wat te eten. De eigenaar ontvangt ons opgetogen. Zo vaak stoppen hier geen grote motoren met blanken erop. We gaan achter het ‘raam’ zitten om de motoren wat in de gaten te houden. Maar tegen de tijd dat we onze rijst met vis krijgen, zijn de motoren al aan het zicht onttrokken door een groepje belangstellenden. Ook voor ons raam heeft zich al een aardig oploopje gevormd. En bij iedere hap groeit de belangstelling. De eigenaar vindt dit niet prettig voor ons en hangt een gordijn aan de buitenkant van het open raam. Maar nieuwsgierige koppetjes steken er al snel onderdoor. En na drie minuten is het gordijn weg. Achter Maartje zie ik opeens vingers door het vlechtwerk komen die kijkgaatjes maken. En het enige dat wij doen, is het eten van rijst met vis. Onder het gewicht van het aanzwellende publiek, beginnen de rietwanden van de lichte constructie nu echter vervaarlijk door te buigen. Alle restaurantgasten schuiven hun tafels tegen de wandjes uit angst dat het hele hutje in elkaar klapt. Maar de brutaalste nieuwsgierigen beginnen nu ook het restaurant binnen te dringen, dat al snel tjokvol staat. Men leunt over onze schouders, zit zowat op onze borden en opgewonden jongetjes vragen handtekeningen. Iedereen is vrolijk en vindt dit een komische situatie, maar ik zie dat Maartje zich ongemakkelijk begint te voelen. De bestelde thee kan ons niet meer bereiken maar de rekening wel, samen met het vriendelijke doch zeer dringende verzoek de zaak nu snel te verlaten voordat er echt rampen gebeuren. Met enige moeite banen we ons een weg naar buiten. Platgedrukt tegen de motoren, hebben we nauwelijks ruimte om onze jassen aan te trekken. Dit is echt absurd! Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt, zelfs niet in Afrika waar de belangstelling toch ook wel eens massaal kon zijn. Hier moeten we een foto van maken. Ik doe het kofferdeksel open en honderden ogen houden hun adem in voor wat deze toverkist gaat opleveren. Een fototoestel. Gelach en geroezemoes stijgt op. Iedereen wil op de foto. De achtersten gaan op hun tenen staan of klimmen op de busjes en de vrachtwagens die zijn gestopt, en een vader achteraan houdt zijn baby hoog in de lucht om vereeuwigd te worden. Heel voorzichtig proberen we even later de motoren door de menigte te rijden. Pas aan het eind van het dorp kunnen we gas geven. In onze spiegeltjes zien we honderden lachende Bengalen wuiven.

Rangpur
Vlak land. Natte rijstvelden. Bamboehutten op terpen. Asfaltweggetjes over smalle dijken. We hebben geen idee waar we zijn, want de bewegwijzering is in Bengaals schrift. Ik heb nooit geweten dat er zoveel ‘schriften’ zijn ter wereld. Met Russisch, Chinees, Arabisch, Latijn en spijkerschrift had je het wel zo’n beetje gehad, dacht ik geloof ik. Ik had geen idee dat ze in Pakistan, India, Nepal en Bangladesh al hun verschillende talen ook allemaal anders opschreven. Dat ze hier in Bangladesh dan ook nog eens totaal andere cijfers gebruiken, waarmee ze zelfs anders tellen, vervult me met zoveel verbazing dat ik bijna verontwaardigd ben. Wat ontzettend onhandig! Voor ons.

Fietsriksja file We komen uit in Rangpur, een stadje waarvan de wegen in het midden samenkomen op een rotonde. Aan die rotonde ligt een hotel, waarin Leon naar een kamer gaat vragen. Ik wacht buiten bij de motoren en bekijk nieuwsgierig de mensen en de winkels en de huizen en de riksja’s om verschillen met India te ontdekken. Er zijn hier in ieder geval veel fietsriksja’s. Erg veel fietsriksja’s. Heel erg veel fietsriksja’s. Die allemaal stil staan en naar mij kijken. Oh help. Denkt ook de verkeersagent op de rotonde als hij het verkeer ziet stokken. Dus hij begint te fluiten. En de riksja’s die de rotonde niet meer op kunnen, beginnen te bellen, terwijl de verkeersagent blijft fluiten en iedereen zich verrekt om te kunnen zien wat er te zien valt. “Ik wou dat ik van was was / en mij de zon bescheen / en dat ik dan een plas was / en in de aard verdween,” zong mijn grootmoeder in haar kostschooltijd. En ik voel me nu precies zó. Leon weet niet wat ie ziet als hij weer buiten komt en de rotonde stampvol met rinkelende riksja’s staat die worden begeleid door onophoudelijk politiegefluit. We proberen snel uit het zicht te raken door de motoren naar de hotelgarage te brengen, maar de toegestroomde menigte geeft ons zo weinig ruimte dat we de mensen gewoon opzij moeten duwen. Nu beginnen we ons werkelijk ongemakkelijk te voelen. Als de motoren eenmaal zijn ‘weggeborgen’ wurmen we ons met onze bagage door de toeschouwers naar het hotel, om op onze kamer op bed neer te ploffen... Rust. Eindelijk alleen... Oh nee, er staat nog een man in de kamer. “Nou dag, bedankt, tot ziens, het was ons een waar genoegen, mooi hotel, werkelijk, misschien zien we elkaar morgenvroeg weer.” Maar hij blijft rustig met zijn handen op z’n rug naast de deur staan. Zou hij daar de hele nacht blijven staan of zo? Tot we bedenken dat hij misschien een fooi wil. En jawel, geld doet wonderen. Onmiddellijk is ie vertrokken. Om plaats te maken voor drie schoonmaaksters die zomaar binnen komen lopen om naar ons te kijken. En dan valt in heel de wijk de elektriciteit uit zodat we, verhuld door het duister, ongezien naar het dichtstbijzijnde dure restaurant kunnen lopen - in de hoop dat daar niet iedereen zomaar binnen mag komen - om in het meest afgelegen hoekje bij kaarslicht ongestoord het meest goedkope gerecht te eten.

Water
Gemiddeld valt er in De Bilt 78 centimeter regen per jaar. In de heuvels ten noorden van Bangladesh valt jaarlijks elf meter. In de regentijd staat Bangladesh dan ook voor eenderde deel onder water. En in een heftige regentijd voor tweederde deel. Rivieren stromen onbelemmerd het laagland in en terpen worden eilanden. Maar dat is een zegen voor Sonar Bangla, het Gouden Bengalen, het land dat de Mogolen hun paradijs op aarde noemden, het wingewest van opeenvolgende heersers. Want ieder jaar brengt het water weer een nieuwe laag vruchtbaar slib mee, waardoor de boeren het hele jaar rijst kunnen verbouwen, al eeuwen en eeuwen, zonder de grond uit te putten. Maar de rijkdom van deze vruchtbaarheid bracht ook eeuwen van uitbuiting, die het land berooid achterlieten toen het eindelijk onafhankelijk werd. En armoe verwekt baby’s; Bangladesh telt 125 miljoen mensen in een gebied van vier keer Nederland. En net zoals Hollanders steeds vaker in de uiterwaarden gaan wonen, zet ook de groeiende Bengaalse bevolking steeds vaker zijn hutten dicht bij de rivier. Dat is een van de oorzaken dat cyclonen en abnormale regenval iedere keer weer zo veel slachtoffers maken, wat een van de weinige dingen is die wij in Nederland van Bangladesh weten.

Na onze ervaring van gisteren zien we op tegen de lunch. Maar honger doet ons toch stoppen. En deze keer toont niemand interesse.

We eten rijst met vis. De rijst en de vis waar we de hele ochtend tussendoor reden. Over dijken door de plomp. Tot aan de horizon waterveldjes omheind door dijkjes, zoals Hollandse veldjes omheind zijn door watersloten. Buffels die het water ploegen. Waterverplaatsmechanieken in soorten en maten. Felgroene velden met zaailingen. Boeren tot hun enkels in het water duwen groene sprietjes in een onzichtbare blubbergrond. Visfuiken in de rijstvelden en in de vijvers en de rivieren. Want Bangladesh heeft twee maal de oppervlakte van Nederland om in te vissen. En toch is vis of vlees voor velen te duur en is er niet genoeg rijst voor iedereen. Bangladesh heeft ook achteneenhalfduizend kilometer bevaarbare waterweg, maar wij moeten zo nodig op wielen het land door. Over dijken en bruggen en ook met de boot. Een boot dwars over de plek waar de megarivieren Ganges en Jamuna samensmelten.


Het hoofd - Kazachstan

Kamperen in Kazachstan In 1717 wilde Peter de Grote ook door deze woestijn, gelokt door het glinsterende goud aan de overzijde. De legendarische rijkdommen van India zouden binnen handbereik liggen als hij over de Wolga, de Kaspische Zee, het Aralmeer en tenslotte de Oxus (de Amoe Darja) kon varen tot aan Afghanistan. Hij zond vierduizend soldaten en vijfhonderd paarden en kamelen naar het Oest-Yoert Plateau om uit te zoeken hoe de Kaspische Zee en het Aralmeer gekoppeld konden worden, en om in één moeite door het lastige kanaat van Chiva te veroveren. Maar het enige resultaat dat uit Chiva terugkwam, was het hoofd van de legeraanvoerder.
Ruim een eeuw later was de angst voor de Engelsen in Afghanistan kennelijk nog groter dan de angst voor Chiva, want weer werden vijfduizend soldaten en tienduizend kamelen naar het zuiden gestuurd. Ditmaal in de herfst om de moordende zomerhitte te mijden. En dat lukte aardig, want de zon liet zich niet zien tijdens de sneeuwstormen die hen overvielen. Iedere dag stierven er honderd kamelen van de kou, zodat de expeditie hier ergens in de Giblaja Zimlja omkeerde, wat voor 8.500 kamelen al te laat was. (Leon)



Paarden in Oezbekistan Batr en Zamielja - Oezbekistan

De dagen in Noekoes logeren we bij Batr & Zamielja en hun kinderen, of eigenlijk bij het gezin van de broer van Batr, bij wie ze inwonen tijdens de hete zomermaanden waarin hun eigen flat ondraaglijk heet is.
De zwoele avonden brengen we door in de moestuin op een grote houten constructie die het midden houdt tussen een bank, een bed en een tafel. We drinken er thee die gezoet wordt door wareenje-siroop met kersjes. En we kletsen. Zamielja is hoofddocent aan de faculteit rechten, zes dagen per week, waarmee ze veertig dollar per maand verdient. Onder Gorbatsjov ontwierp ze vergaande wetsveranderingen op milieugebied, die na de onafhankelijkheid van Oezbekistan in de prullenbak verdwenen. Batr doet vooral dingen die hem in moeilijkheden brengen - zoals foto's tentoonstellen die de afgrijselijke gevolgen van de Aralmeer-ramp laten zien - maar Zamielja probeert hem wat politieker te laten opereren. Zamielja's Engels is echter minstens zo slecht als mijn Russisch en hoewel je ook zonder taal een heel eind kunt komen als je echt graag wilt communiceren, is 'een heel eind' lang niet ver genoeg op het moment dat je werkelijk het gevoel hebt een geestverwant gevonden te hebben.
Tegen kinderbedtijd wordt een hoge stapel katoenen plaids ontvouwen en dik uitgespreid over de bedbanktafel. Een enorme doek van honderden aan elkaar genaaide vierkantjes wordt gedrapeerd over de vier palen die uit iedere hoek van het bed omhoog rijken. Eén voor één verdwijnen de kinderen onder het doek, terwijl wij gewoon op de bedrand blijven zitten kletsen. En tegen grotemensenbedtijd verdwijnen ook de ouders in hun vrolijke tent op pootjes.
Dan klikken ook wij onze palen uit, spannen ons doek ertussen en kruipen ons eigen huisje binnen.

's Ochtends laat Zamielja me verheugd in de theepot kijken. Ik begrijp dat de nieuwe filter Amerikanski van het waterleidingbedrijf ervoor zorgt dat de theebladeren eindelijk weer thee afgeven, in plaats van direct naar de bodem te zakken. De Aralmeerproblemen in het dagelijkse leven. (Maartje)



Het mes - Kirgizstan

Tent in Kirgizstan Al vroeg in de ochtend horen we paarden voorbij klakken aan de andere kant van de struiken. Maar pas na het ontbijt, als Leon de platte band repareert, worden we ontdekt door een kleine jongen. Hij stuurt zijn paard om de bosjes en blijft op vier meter afstand staan. Onze vriendelijke groet wordt niet beantwoord; hij blijft stoïcijns staan kijken. Na een tijdje draait hij om en verdwijnt maar is binnen tien minuten weer terug met vier nieuwe ruitertjes, plus een peuter voorop het zadel. Ze gaan op dezelfde plek staan kijken en ook zij reageren nauwelijks op communicatiepogingen zodat we maar gewoon doorgaan met waar we mee bezig waren. Als ze het niet goed kunnen zien, laten ze hun paard even dichterbij stappen of rijden ze een rondje om ons heen om zich dan weer bij de anderen te voegen. En als ik demonstratief met wc-papier wapperend achter een bosje verdwijn, komt er toch even eentje kijken wat ik daar nou eigenlijk doe. Af en toe horen we een kort commentaar of een lach maar de meeste tijd zijn ze ingespannen tv aan het kijken: hoe Leon een spijker in de binnenband ontdekt en die plakt en hoe ik de tent inpak en alle rondslingerende spullen in de motor stop en overal naar het mes zoek dat ik nergens kan vinden. Besluiteloos sta ik met het foedraal in m'n handen om me heen te kijken, als een van de jongens opeens een woord tegen me zegt: nozj! en ergens achter de motor wijst. Ik begrijp het niet maar kijk waar hij naar wijst en zie verdekt in de schaduw de boter met het mes staan. (Maartje)

vorige pagina vervolg reisverslag





 
 Home Page  Reisverhalen  Deals  Hotelreserveringen  Landeninfo  Reisboeken  Tips  Help