Op Vijf Wielen
door Rusland, Azië en Australië
een reis van 15 maanden door 17 landen op 2 motoren
|
Fighterpilots - Pakistan
Links de afgrond, rechts een steenwand en vóór me twee vrachtwagens die naast elkaar op me af
kwamen. Zwetend werd ik dan wakker. Het dramatische beeld dat andere motorreizigers in hun
vertellingen over de Karakoram Highway geschetst hadden, had zich in de maanden voor de reis
definitief opgesteld in de top drie van De Grote Reisgevaren. Het verkeer op de KKH moest dodelijk
link zijn. Daarom verwachtten wij de afgelopen dagen met iedere dalende kilometer méér verkeer en
dus meer linkheid. Maar het grootste probleem tot nu toe is de fantastisch slingerende weg, waardoor
Leon 's avond klaagt over vermoeide spierballen. Niet dat het helemaal niet eng is. Regelmatig loopt
de weg - zonder vangrail - zo'n tien flatgebouwen hoog boven de Indus. En dat is best een end. Zeker
als je weet dat Pakistani hun buschauffeurs het liefst als fighterpilots zien. Maar gelukkig hebben wij
het grote voordeel dat de straaljagers van deze fighterpilots immer overbeladen de berg opkruipen,
zodat wij ze nog altijd hebben kunnen ontwijken als ze de bocht afsneden. Hoe het echter in z'n werk
gaat als zo'n piloot wél vaart heeft, wordt ons gelukkig pas laat gedemonstreerd. Onze weghelft ligt
aan de kloofkant en een vrachtwagen stuift de bocht om. Recht op me af. Zodat ik niets anders meer
kan doen dan de kloof in te duiken. Waar op dat moment, bij wijze van uitzondering, een strookje berm
ligt. Net breed genoeg. Omdat ik twee en geen drie wielen heb...
Niet lang na dit incident mogen we de dramatische schoonheid van de KKH gelukkig inruilen voor een
groengevuld zijdalletje, waar we op het gras langs het stille weggetje een boterham smeren. Een
lange sliert schooljongetjes loopt giechelend voorbij. Een enkeling vraagt: "Your name please?" of:
"From which countryname you belong to?", om na het antwoord snel weg te rennen. Het laatste
jongetje kijkt ons, zonder zijn pas in te houden, serieus en nadenkend aan en haalt dan een vis uit zijn
hemdszak die hij omhoog houdt met de onderrichtende woorden "This is a fish." (Maartje)
Agra - India
Het is verkiezingstijd in India en vanaf een dakterrasrestaurant in Agra hebben we een goed uitzicht
op de plaatselijke strijd om de kiezersgunst. Een optocht met een muziekcorps trekt langzaam voorbij,
helderwit verlicht door rijen 'lopende tl-balken'. De verkiesbare kandidaat zit als een prins op een
schitterende troon te midden van dansende mensen en achteraan de optocht loopt een man met een
handkar waarop de ronkende generator staat die de tl-balken van stroom voorziet. We drinken een
lassi en knabbelen aan een papad als de volgende kandidaat zijn opwachting maakt. Deze man is
heel wat minder opzichtig. Samen met wat assistenten trekt hij in z'n gewone plunje door de smalle
straatjes van de wijk, net zoals Wim Kok dat zou doen.
'De grootste democratie ter wereld'. Dat klinkt mooi. Maar wat betekent democratie voor het grootste
deel van de 590 miljoen stemgerechtigden, dat nog steeds in grote armoede leeft? Ik ben net een
boek aan het lezen van de Brits-Indische schrijver Mark Tully waarin hij zich afvraagt hoe 'de grootste
democratie' de vergelijking doorstaat met buurman China, 'de grootste dictatuur ter wereld'. Zonder de
verworvenheden van India te vergeten en zonder het communisme te verheerlijken komt Tully tot de
meedogenloze conclusie dat het zo gehekelde Chinese communisme uiteindelijk wel heeft gezorgd
voor beter onderwijs, betere gezondheidszorg en meer voedsel en kleding voor de armen dan India's
democratie.
Natuurlijk lopen we de volgende ochtend voor zonsopgang naar de wereldberoemde
Taj Mahal,
waarover ik in het dagboek noteer: "De clou van het complex is een tegenvaller. Waar het allemaal om
gaat, is een steen waaronder een lijk ligt." Maar mijn naakte voetzolen zullen de koelkale
marmervlaktes, van wit naar wit verkleurend in het serene ochtendlicht, waarschijnlijk nooit vergeten.
(Leon)
Penang - Maleisië
Vlak bij ons hotel aan Love Lane zijn alle wereldreligies vertegenwoordigd. De hindoeïstische
Sri Mariamann Tempel ligt vlakbij de Kapitan Kling Moskee; en niet ver van de anglicaanse St
George's Church staat de Chinese Kuan Yin Teng Tempel. Het is een drukte van belang bij deze
boeddhistische tempel en de sfeer is er heel anders dan in de Thaise wats. Hier geen devoot
knielende gelovigen met de lotusbloem in de gevouwen handen, maar energieke Chinezen die
rondlopen en druk in de weer zijn met het branden van wierookstokjes bij elk van de talloze beelden.
Je hoort het schudden van kokers met genummerde stokjes waarbij het nummer van het stokje dat er
het eerste uitvalt, verwijst naar een briefje met het antwoord op je vraag. Anderen branden manshoge
paarse 'wierrookkaarsen' en gooien pakken papier in grote ovens. Het blijken papieren overhemden
en schoenen te zijn, maar ik zie ook een Mercedes, een Yamaha motorfiets en namaak bankbiljetten:
alles wat de overledene in het hiernamaals nodig heeft. Van de bankbiljetten bestaan Hell
banknotes en Heaven banknotes. Welke soort je moet offeren lijkt ons afhankelijk van het
vroegere gedrag van de dierbare. Maar de eigenaar van ons guesthouse vertelt dat deze
boeddhisten geloven dat de overledene eerst naar de hel gaat, vervolgens naar de hemel en dat hij na
verloop van tijd ook nog reïncarneert. Een druk leventje voor zo'n dode. (Leon)
Sawahs - Indonesië
Ik hou van landschappen. En van strakke composities met sterke lijnen. Logisch dus dat ik altijd
gefascineerd werd door foto's van natte rijstvelden op berghellingterrassen, en dat er een
onweerstaanbare aantrekkingskracht uitging van het land waar die foto's bijna altijd gemaakt waren.
Het was effe doorrijden de afgelopen elf maanden met onze vijf wielen, en de afgelopen twee uur op
onze gehuurde brommertjes, maar nu bén ik in dat land, en word ik liefdevol opgenomen door precies
zo'n spectaculair fotogeniek landschap. Elke berg die we over rijden, soms zelfs elke bocht die we
nemen, openbaart een nog zuiverder lijnenspel en een nog rijker kleurenpalet overgoten door mild
zonlicht.
De smalle dijkjes golven zich evenwijdig naar de horizon als randen langs waterige reuzentraptreden.
De witbewolkte blauwe hemel reflecteert in de waterveldjes, soms glad, soms duizenden malen
bespikkeld met frisgroene rijstsprietjes. Een bamboe hutje onderbreekt op plezierige wijze een groene
terraslijn die anders misschien een tikkeltje langdradig zou zijn. Erachter ligt een veldje droog om zo
het natte karakter van zijn buren te benadrukken. Iets hogerop strompelt een boer met moeite achter
zijn sterke karbouw, terwijl tussen hen in het ploegblad de aarde openrijt om zo toegang te
verschaffen aan alweer een nieuwe rijstteelt. Een groepje vrouwen balanceert langs een waterrandje
met manden op de hoofden. Een verbruinde man met brede strooien hoed inspecteert zijn toekomstig
kapitaal, het sikkelvormige rijstmes in de band van zijn lendendoek geklemd.
Mijn camera klikt als nooit tevoren. Uren tuur ik vierkant in het rond voor de meest volmaakte
compositie, het perfectste lijnenspel, dat meest grappige detail. Vele rolletjes film ontwaken in het
zonlicht. Ik heb weer geen idee wat ik met al die
foto's moet en zelfs Maartje wordt langzaamaan een
beetje ongeduldig, maar ik kan gewoon niet stoppen. Wellicht ben ik op zoek naar dat plaatje in mijn
geheugen dat ervoor zorgde dat ik hier nu sta. (Leon)
Devils Marbles - Australië
We zien het al van verre liggen: een veld bezaaid met ontzettend veel grote, ronde, grijsbruine keien
waarvan sommige als een circusact boven op elkaar balanceren. Als de Engelsen Hollands waren
geweest, had het hier nu vast en zeker Pepernotenland geheten want het lijkt net alsof er midden in
de woestijn een zak met reuzen-pepernoten is omgevallen. Maar de Engelsen hadden blijkbaar een
associatie met Duivelse Dobbelstenen, terwijl het in feite de Regenboogslang was die hier in de
Dreamtime haar eieren achterliet. En natuurlijk zijn het ook, zoals onze buurman vanochtend al
schouderophalend zei: "Gewoon een boel grote ronde keien."
We zetten ons tentje op het bedoelde stuk gravel, terwijl er een koude wind opsteekt die de
schapenwolkjes voortdrijft. We verjagen de ergste honger, pakken de camera's, en dan gaan we
dolen. We zijn alleen. De gasten van de tourbussen zitten al aan het diner in een stad, en de paar
kampeerders op het gravel hebben hun ronde al gemaakt. De knikkers liggen nog net zo verlaten als
toen de Regenboogslang ze achterliet. Dit is het moment waar de zon op gewacht heeft. Met
tropensnelheid daalt ze af langs de hemel en in haar vaart vervlammen haar stralen en maakt ze ons
getuigen van een verbijsterende metamorfose: de grijsbruine keien worden uien met mokka, worden
roest-rode kogels en dan gloeiende vuurbollen op een bed van geel gras dat als glas wordt doorlicht,
contrasterend met de grijze ghost gums waarvan de bast helderwit oplicht. Het is bijna te intens
om er plaatjes van te schieten. (Maartje)
De auteurs
Als tiener had Leon Batta (1963) een ietwat afwijkende hobby: cactussen
verzamelen. Het begon op de vensterbank, maar na enkele jaren stond er in de tuin
een heuse kas met zo'n 1500 soorten. Omdat cactussen alleen in de Amerika's
voorkomen, werd hij nieuwsgierig naar dat continent en de vaak onherbergzame
gebieden waar cactussen groeien. Pas tijdens zijn studie aan de
Landbouwuniversiteit Wageningen kreeg Leon de gelegenheid een stage te doen in
Colombia om daarna een half jaar lang door alle Andeslanden te reizen. Cactussen
zag hij vooral door het busraampje, zodat hij steeds meer verlangde naar een eigen
voertuig om te kunnen stoppen waar hij dat zelf graag wilde. En niet alleen voor
cactussen.
Maartje Schneemann (1968) wilde als kind al internationaal vrachtwagenchauffeur
worden: naar ver weg en lekker stoer. Op haar zeventiende fietste ze met haar zusje
alvast naar Noord-Frankrijk. Op haar achttiende werkte ze een half jaar in Zuid-
Frankrijk (waar ze overigens met een vrachtwagen heen liftte) en op haar twintigste
zat ze in een kibboets. De chauffeursdroom was inmiddels vergeten, maar de
nieuwsgierigheid naar ver weg werd alleen maar meer. Tijdens haar studie in
Wageningen kruiste ze van het rijtje stageplaatsen dus onmiddellijk 'Nairobi' aan,
zonder overigens te weten waar dat eigenlijk lag. Het lag in ieder geval ver weg.
Een half jaar voordat Maartje op stage zou gaan, ontmoette ze Leon, die net een
motor had gekocht. Hun eerste motorvakantie in Frankrijk leidde hen voornamelijk
langs garages, maar ondanks al die motorpech ontstond het idee om Maartje per
motor op te halen van haar stageplaats in Kenia. Verstand van motoren hadden ze
niet en Maartje had geen motorrijbewijs, maar desondanks reden ze enkele
maanden later met twee crossmotoren van Kenia terug naar huis, dwars door de
Sahara.
Deze manier van samenzijn beviel hen zo goed en er was nog zo veel 'ver weg' om
te ontdekken, dat ze een paar jaar later opnieuw vertrokken. Dit keer zonder baan of
studie of huis om naar terug te moeten keren. Richting het oosten, richting Australië.
Voor drie weken, drie maanden of drie jaren. Ze zouden wel zien.
Over hun reis door Afrika schreven Maartje en Leon een reeks artikelen in het
tijdschrift Motoren & Toerisme. De reis naar Australië werd in elf grote artikelen
gepubliceerd. Recent is er ook een boek met cd-rom verschenen over deze reis.
Stuur voor vragen of opmerkingen een e-mail aan Maartje en Leon.
|
|
|



|
 |